Advertorial DuurzaamBedrijfsleven.nl 03 oktober 2016, 18:15

Interface: ‘Biomimicry, het businessmodel van de natuur’

Duurzame bedrijven kunnen wijze lessen halen uit de natuur. Het slim integreren van processen uit de natuur in bedrijfsstrategieën levert kostenbesparende producten en daarmee geld op.

Interface biomimicry

Dat stellen Geanne van Arkel, head of Sustainable Development bij Interface, en Saskia van den Muijsenberg, directeur en oprichter van de stichting BiomimicryNL, in een uitzending van DuurzaamBV Radio.

Volgens Van den Muijsenberg kunnen bedrijven bestaande processen uit de natuur nabootsen om van duurzaamheid business te maken. Deze natuurlijke processen zijn ontwikkeld door organismen die een evolutie van 3,8 miljard jaar hebben doorgemaakt op aarde. Het integreren van processen uit de natuur in de bedrijfsvoering wordt aangeduid met de term biomimicry.

Leren van de wetten van de natuur

Als voorbeeld noemt de oprichter van stichting BiomimicryNL blauwe mossels, die zich vastplakken aan rotsen om aan voedingsstoffen te komen. De lijm die de mossels daarvoor gebruiken is stevig, biedt voldoende weerstand tegen water en is biologisch afbreekbaar.

Van den Muijsenberg: “Hoe kunnen wij van de mossel leren om een lijm te ontwikkelen die deze eigenschappen heeft? Zo kunnen bedrijven leren van de wetten van de natuur en deze oplossingen toepassen in technologische innovaties, sociaal maatschappelijke vraagstukken, maar ook organisatie ontwikkelingsvraagstukken.”

‘Factory as a Forest’

Daar is tapijttegelfabrikant Interface volgens Van Arkel in geslaagd. Een voorbeeld van biomimicry bij Interface is het pilotproject Factory as a Forest, dat het bedrijf realiseerde in de Australische plaats Minto. In dit project zocht Interface naar manieren om net zoveel terug te leveren aan de natuur als de fabriek verbruikt.

Zo stimuleert het bedrijf zijn werknemers om zuinig om te gaan met water en legt het groene daken aan, die regenwater opvangen en filteren voor gebruik. Dit draagt bij aan de lokale ecologie, maar ook aan de gezondheid van werknemers, die profiteren van de door beplanting gezuiverde lucht. Ook in het productieproces van tapijten laat Interface zich zoveel mogelijk inspireren door processen uit de natuur.

“45 procent van de omzet van Interface is afkomstig uit tegels die geïnspireerd zijn op een bladerdek uit het bos, met dank aan biomimicry”, zegt Van Arkel. “Dat zijn hele slim ontworpen tegels, waarbij elke tegel net even anders is en snel geïnstalleerd kan worden met minimaal snijverlies en ook vervangen kan worden na een paar jaar tijd. Dat bespaart veel geld voor de klant en is veel duurzamer, want deze tegels kunnen weer optimaal hergebruikt worden.”

Klimaatneutraal

Door biomimicry toe te passen in zijn productieprocessen, hoopt de tapijttegelfabrikant zijn Mission Zero te behalen. Het uitgangspunt van dit duurzaamheidsbeleid is om actief te zijn in het tegengaan van klimaatverandering door CO2-uitstoot en broeikasgassen om te zetten tot nieuwe duurzame materialen. Daarnaast zoekt Interface naar meerdere manieren om biomimicry toe te passen.

Het duurzaamheidsbeleid van Interface leent zich volgens Van den Muijsenberg uitstekend voor biomimicry. Daarbij gaat het om het verbeteren van functionaliteiten of eigenschappen van producten zoals tapijttegels door te leren van de natuur. “Bij elk onderdeel van de bedrijfsvoering kun je je afvragen hoe de natuur dit zou oplossen. Dat is waar je start”, zegt ze.

“Het mooie is dat biomimicry inspirerend is en dat je op creatieve oplossingen komt”, vult Van Arkel aan. “Denken vanuit de natuur vergroot de oplossingspotentieel.”

Lees verder: Hoe een tapijttegelfabrikant klimaatverandering terugdraait

Foto: Interface (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Dutch Food Institute moet positie Nederland versterken

Dat melden Wageningen Research en TNO in een persbericht.In het nieuwe centrum, met de voorlopige naam Dutch Food Institute (DFI) versterken en concentreren Wageningen Research en TNO het onderzoek op het gebied van voedsel(technologie), voeding en gezonde voeding. De circa vijftig betrokken researchmedewerkers van TNO gaan hiermee over naar Wageningen Research, dat de bestuurlijke en juridische verantwoordelijkheid krijgt.Het fysiek en organisatorisch samengaan is een vervolgstap op de bestaande samenwerking tussen de partijen. Dit partnerschap werd in 2015 al geïntensiveerd in de vorm van het Grand Design Topsector Agri&Food, tussen Wageningen Research, TNO, het (voormalige) Top Institute for Food and Nutrition en het TKI Agri&Food.Duurzaam voedselsysteemTNO ziet de concentratie van de onderzoeksactiviteiten als een belangrijke stap in het realiseren van onderzoek naar toekomstbestendige voedselsystemen. Daaronder verstaat de organisatie voedselsystemen met voldoende, veilig en gezond, gevarieerd en duurzaam geproduceerd voedsel, dat beschikbaar en betaalbaar is voor iedereen.Zowel Wageningen Research als TNO verwacht dat er met de start van het DFI een samenhangend portfolio van fundamenteel en toegepast onderzoek ontstaat voor nationale en internationale bedrijven en overheden op dit gebied. Dat moet bijdragen aan de Nederlandse concurrentiekracht en het exportperspectief van de agrifood-sector.Topsector Agri&FoodDe betrokken partijen werken de plannen en de invulling voor het DFI de komende tijd uit, samen met het ministerie van Economische Zaken en de Topsector Agri&Food. De invulling is nog onder voorbehoud van goedkeuring van de beide Ondernemingsraden en de Raden van Toezicht.Bron: TNO | Foto: public domain