Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 16 september 2020, 17:17

Inzicht in de aantrekkelijkheid en toekomstbestendigheid van gemeenten

Er zijn 354 verschillende gemeenten in Nederland. Elk met unieke kenmerken en samenstelling die de aantrekkelijkheid van de locatie bepalen. Vanuit een toekomstig investeringsperspectief polariseert deze aantrekkelijkheid door veranderingen in consumentengedrag, de bevolking (zoals verstedelijking en vergrijzing) en milieu.

Slix

Misschien wilt u investeren in onroerend goed of uw bedrijf uitbreiden. Hoe weet u dan welke locatie interessant is voor duurzame financiële groei? De Sustainable Location IndeX 2020 (SLIX) is ontwikkeld door Sustainable Capital Group om u deze inzichten te bieden. Het doel is om op gemeentelijk niveau de aantrekkelijkheid van de locatie vast te stellen voor duurzame investeringen binnen de sectoren Vastgoed, Energie, Mobiliteit en Agrifood.

Wilt u meer weten over de aantrekkelijkheid van een bepaalde gemeente de juiste keuze is met oog op de toekomst? Neem contact op met Sustainable Capital Group om het SLIX model op de desbetreffende gemeente uit te laten werken.

 

 

 

 

 

 

Binnen de grootste gemeenten (minimaal 100.000 inwoners) leidt het SLIX-model tot de volgende uitkomsten. Opvallend is de hoge score van de gemeente Haarlem: wat 12% hoger scoort dan het gemiddelde binnen de grote gemeenten. Daarmee staat Haarlem op de vierde plek. Dit is name een gevolg van de hoge resultaten op het gebied van onderwijsniveau, beroepsbevolking en serviceniveau. Amsterdam, wat vanuit Haarlem per auto in een kwartiertje te bereiken is, heeft de hoogste score in de volledige ranglijst, wat ook positief bijdraagt aan de aantrekkelijkheid van Haarlem.

Emmen is binnen deze selectie de gemeente met de laagste score. Dit komt vooral door een negatief toekomstbeeld van de bevolking in 2050, gecombineerd met uitdagende economische omstandigheden voor inwoners, bedrijven en lokale overheden. 

 

 

 

 

 

 

Van de middelgrote gemeenten (50.000 tot 100.000 inwoners) staat Amstelveen op de eerste plaats op de Sustainable Location IndeX. Met een score die 31% hoger ligt dan de benchmark binnen deze gemeenteselectie leidt het bovendien tot een score in de top 5% op de volledige ranglijst. Deze positieve resultaten zorgen ervoor dat bedrijfs- en woonpanden een laag risicoprofiel krijgen, waardoor het een aantrekkelijke stad is voor bewoners en investeerders.

De positieve score is met name te danken aan hoge resultaten op het gebied van onderwijsniveau, beroepsbevolking, bescherming van de woonwaarde en serviceniveau. Daarnaast grenzen de gemeenten Amstelveen en Amsterdam aan elkaar. Amsterdam heeft de hoogste score op de volledige ranglijst van gemeenten, wat een positief effect heeft op de aantrekkingskracht van Amstelveen.

Gemeenten die binnen deze inwonersaantallen de ranglijst sluiten, bevinden zich voornamelijk in de landelijke gebieden van Groningen. Nadere analyse laat zien dat dit voornamelijk wordt veroorzaakt door een gebrek aan (economische) trekkracht van die gemeenten, gecombineerd met een gebrek aan een economisch bolwerk in de directe omgeving (minder dan 30 minuten reistijd). Dit heeft een nadelig effect op de SLIX totaalscore.

 

 

 

 

 

 

76 procent van alle Nederlandse gemeenten heeft minder dan 50.000 inwoners. Binnen deze selectie scoort de gemeente Houten het hoogst en eindigt daarmee in de top 10% van de volledige ranglijst. Vooral in de categorieën levenskwaliteit, mobiliteit, onderwijs en koopkracht scoort de gemeente hoog. Ook versterkt de hoge score van de gemeente Utrecht de aantrekkingskracht van Houten. Utrecht is binnen 15 minuten te bereiken en staat op de tweede plaats in de totale ranglijst.

Gemeenten die onderaan eindigen in de ranglijst bevinden zich voornamelijk in de landelijke regio’s van de provincies Limburg, Groningen, Friesland en Zeeland.

Onder andere de gemeenten Westerwolde (Groningen) en Vaals (Limburg) behoren tot de 10% laagst scorende kleinere gemeenten. De grootste uitdagingen voor deze locaties is met name het gebrek aan schaalgrootte, identiteit (het zijn beiden recent samengevoegde gemeenten), en afstand tot voorzieningen die de score op duurzaamheid negatief beïnvloeden. Als gevolg hiervan is de regionale functie klein, loopt het aantal inwoners terug wat de gemeenten op duurzaamheidsniveau minder aantrekkelijk maakt.

Het SLIX model

Het model maakt gebruik van vier basisingrediënten: people + profit + planet + location identity. Binnen deze categorieën zijn 32 betekenisvolle en specifieke onderlaagindicatoren afgeleid. De indicatoren waaruit het SLIX-model is opgesteld komen overeen met de 17 Sustainable Development Goals (SDGs) van de Verenigde Naties. De VN houdt als omschrijving van duurzame ontwikkelingen aan dat het ontwikkelingen zijn die voorzien in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen.

Om hoog te scoren als Duurzame Stad (volgens SDG 11) is een hoge score op onderwerpen als inkomensgelijkheid, schone lucht, gemeentelijk afval, openbaar vervoer en betaalbare huisvesting noodzakelijk. Daarnaast zijn sectorspecifieke aantrekkelijkheidsindicatoren geselecteerd om sectorale opvattingen te creëren. Het resultaat is een alomvattende en objectieve kijk op de aantrekkelijkheid van een locatie vanuit woon-, werk-, leef-, bezoek- en verblijfsoptiek.

Sustainable Capital Group past de SLIX-score en het aantrekkelijkheidsprofiel van een locatie toe op risicoprofielen om verschillende duurzame kapitaaltarieven mogelijk te maken. Hoe lager het risicoprofiel, hoe meer mogelijkheden een duurzaam financieringspercentage aantrekken. Benieuwd of investeren in een bepaalde gemeente de juiste keuze is met oog op de toekomst? Wij passen graag het SLIX model toe op de desbetreffende gemeente en lopen het gehele proces met u door.

Sustainable Capital Group is opgericht in 2020 en ondersteunt ondernemers en investeerders bij het realiseren van hun duurzaamheidsambities. SCG is actief in de sectoren: Mobiliteit, Vastgoed, Agrifood en Energie.

Benieuwd naar welke locaties het aantrekkelijkst zijn om in te investeren? SCG helpt u graag verder.

Minister Sigrid Kaag: “Alles wat we doen, moeten we groener gaan doen"

Traditiegetrouw organiseert VNO-NCW na Prinsjesdag het zogenoemde miljoenenontbijt. Daar staat de ondernemer centraal. Ditmaal zonder publiek, maar digitaal. In de regio Rotterdam zitten Ingrid Thijssen, kersverse voorzitter van VNO-NCW, burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam, minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en Jan Willem Velthuijsen, Chief Economist bij PwC Nederland aan tafel. Zij blikken terug en kijken vooruit.Een K-crisis“Een K-crisis”, noemt econoom Velthuijsen de huidige corona-situatie. Dat is geen afkorting, maar heeft te maken met de vorm van de letter. De twee poten van de letter K verwijzen naar het feit dat deze crisis winnaars en verliezers kent. “Veel nadrukkelijker dan vorige crises”, aldus Velthuijsen. Het gaat bijvoorbeeld om horecaondernemers, maar ook om jonge mensen die net de arbeidsmarkt opkomen. Hij benadrukt hoe belangrijk het is om oog te hebben voor die verliezers. Bijvoorbeeld door goede steunpakketten aan te bieden voor ondernemers.'De kunst is hoe we mensen van de ene baan naar de andere baan krijgen'“Is die ‘K’ iets wat bedrijven zich moeten aantrekken?”, vraagt presentator Frederique de Jong aan Thijssen. “Het is natuurlijk en-en”, antwoordt zij. Volgens Thijssen nemen bedrijven graag hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bijvoorbeeld als het gaat om mensen die hun baan verliezen. “Het goede nieuws van deze crisis is dat er behalve dat er banen verdwijnen er ook nog steeds heel veel vacatures zijn. Vaak in andere sectoren. De vraag is hoe we mensen van die ene baan naar die andere baan krijgen, zonder dat ze tussendoor bij het UWV belanden. Daar spelen bedrijven een rol bij”, aldus Thijssen. Daarover zijn de vakbonden dan ook in overleg met Wouter Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.“Crisismomenten zijn ook veranderingsmomenten”, zegt minister Kaag. Het zijn momenten waarop mensen openstaan voor verandering. Bijvoorbeeld voor een baan in een andere sector. Ook benadrukt zij dat we nu de kansen moeten pakken om anders te herstellen. “Dat moet toch echt wel duurzamer en ook gericht op een toekomsteconomie zijn”, denkt zij. Burgemeester Aboutaleb kent wel een voorbeeld uit de Rotterdamse haven. “Midden in crisistijd heeft Shell besloten om een waterstoffabriek te bouwen.” Ook wil de Rotterdamse haven CO2 gaan afvangen en afvoeren.Duurzaamheid in het bedrijfslevenThijssen stelt dat het vanzelfsprekend is dat bedrijven moeten verduurzamen, maar dat het niet voor elk bedrijf even makkelijk is. Zij noemt een ondernemer met een baksteenfabriek die uitrekende hoe hij de CO2-uitstoot naar bijna nul kon terugbrengen. Die investering bleek voor hem te hoog. “Hij zou pas over 100 jaar uit de kosten zijn”, zegt Thijssen. “En er is geen subsidie voor hem beschikbaar.” Dat vindt zij jammer. “Het klimaatvraagstuk is cruciaal en urgent, maar ook kleine ondernemers moeten wel in staat gesteld worden om er ook echt aan mee te doen. En dat kunnen ze niet alleen. Voor mij had het groeifonds dus twee keer zo groot gemogen.”Minister Kaag beaamt dat het belangrijk is om onderscheid te maken tussen de bedrijven en individuen waarvan verwacht kan worden dat zij de transitie zelf kunnen dragen en degene die daarbij hulp nodig hebben. “Dat is ook weer een kwestie van maatwerk qua benadering en middelen, want we willen de bevolking natuurlijk ook meekrijgen." Dat de klimaatcrisis aanpakken de weg voorwaarts is, staat voor haar echter buiten kijf. "Het is niet een kwestie of je de klimaatcrisis gaat aanpakken; het is hoe.” Ook gaat het erom daar geld mee te verdienen. “Daar is een wereld te winnen voor Nederland, ook voor de middelgrote en kleine bedrijven.”Op weg naar de toekomsteconomieSectoren waarvan we veel kunnen en mogen verwachten wat veranderkracht betreft zijn degene die van oudsher fossiel zijn, zegt Thijssen. “Juist in die oude sectoren, waar uiteindelijk ook het geld verdiend wordt, zit de motor en de kracht om een enorme ‘push’ aan die energietransitie te geven.” Zij kunnen het voortouw nemen en beter laten zien wat ze op dat vlak al doen, stelt de VNO-NCW-voorzitter. Dat kan hen ook helpen om jong talent aan te trekken.Dat verandering naar een nieuwe economie noodzaak is, staat voor alle tafelgasten buiten kijf. Het is heel concreet hoe die toekomsteconomie eruit ziet, aldus Kaag: “Alles wat we doen, moeten we groener gaan doen."Lees ook het interview met hoogleraar economie Arnoud Boot: 'Je hebt bruin geld nodig om groen te investeren'Hoofdafbeelding: Adobe Stock