André Oerlemans
01 december 2022, 14:00

Klinkerarm cement ACT kan wereldwijde uitstoot met 70 procent verlagen

Ecocem wil volgend jaar een alternatief soort cement op de markt brengen dat de CO2-uitstoot van de wereldwijde cementindustrie de komende decennia met 70 procent kan verlagen

Adobe Stock 90470782 De cementindustrie is inmiddels verantwoordelijk voor 7 procent van de wereldwijde emissies | Credits: Adobe Stock

Het bedrijf wil deze Advanced Cement Technology (ACT) in licentie laten gebruiken door de grote cementproducenten in de wereld. Die kunnen het gewoon in hun bestaande productieproces gebruiken en hoeven dus geen grote, dure aanpassingen of investeringen te doen. Ecocem heeft fabrieken in Frankrijk, Nederland en Ierland en produceert jaarlijks ruim 2 miljoen ton koolstofarm cement. ACT is de volgende stap in die technologie. In Nederland en België gaat Ecocem Benelux uit Moerdijk het product op de markt brengen. Daarover lopen al gesprekken met cementproducenten.

Uitstoot cement blijft toenemen

Samen met energie en verwarming, staalproductie en transport is de cementindustrie wereldwijd een van de grootste uitstoters van broeikasgassen. Dat komt omdat van kalk en klei, samen met andere hulpstoffen, onder een temperatuur van 1450 graden Celsius het bindmiddel voor cement wordt gemaakt: klinker. Die hoge temperatuur kost veel energie en daardoor is klinker voor 95 procent verantwoordelijk voor de CO2-voetafdruk van cement.

Het Noorse Center for International Climate Research (CICERO) berekende dit jaar dat de CO2-uitstoot van de sector de afgelopen decennia is verdubbeld: van 1,4 miljard ton CO2 in 2002 naar 2,9 miljard ton in 2019. De uitstoot stijgt nog steeds met 2,6 procent per jaar. De cementindustrie is inmiddels verantwoordelijk voor 7 procent van de wereldwijde emissies. In Nederland is dat veel minder, omdat de sector onder meer vermalen hoogovenslakken gebruikt in cement, een bijproduct van de staalindustrie.

Lees hier hoe de CO2-uitstoot van de wereldwijde cementindustrie in de afgelopen twintig jaar is verdubbeld

Sterker beton met minder uitstoot

Die slakken reageren ook in cement, waardoor minder klinker nodig is. En minder klinker betekent minder uitstoot. Verder zijn er bedrijven als MBI De Steenmeesters, die bij het maken van zijn betontegels een CemSaver
gebruikt. Deze hulpstof vergroot de lijmkracht van het cement, waardoor er 30 procent minder cement nodig is. Dat vermindert de CO2-uitstoot in het hele proces.

Ecocem Benelux
bestaat al sinds 2001 en maakt van hoogovenslakken uit de staalindustrie een cementachtig bindmiddel – Eco2cem – dat in beton gebruikt kan worden, waardoor er minder klinker in cement nodig is. “Het blijft verder uitharden, waardoor het beton sterker wordt. Maar door de klimaatdiscussie is ook het effect op de CO2-uitstoot steeds belangrijker geworden”, vertelt directeur Paul Roos. “Er zijn klanten die hierdoor de klinker in cement hebben teruggebracht tot 30 procent.”

Lees hier meer over groen cement uit staalfabrieken

1,6 miljard ton CO2 besparen

Wereldwijd zit er echt nog steeds 70 procent klinker in cement. Om de uitstoot van de sector naar beneden te brengen wil Ecocem dat percentage verminderen. “Met nieuwe technologieën voor cement en beton, waarbij minder klinker wordt gebruikt, kan de uitstoot van de branche de komende tien jaar met ruim 50 procent worden teruggedrongen, zonder dat de kosten de pan uit rijzen. En deze technologieën zijn er al. Door over te stappen op deze koolstofarme alternatieven kan de uitstoot van de cementindustrie met zo’n 1,6 miljard ton worden verlaagd. Dat is het equivalent van 4 procent van de wereldwijde uitstoot en bijna 60 procent van alle CO2-uitstoot in de EU”, zegt Pat Cox, oud-voorzitter van het Europees parlement en voorzitter van Ecocem.

Geheim recept

Wereldwijd zijn er echter niet genoeg hoogovenslakken om als alternatief voor klinker te gebruiken. “Daarom hebben we gezocht naar een andere grondstof voor het cement, waardoor het wel wereldwijd schaalbaar wordt”, legt Roos uit. Wat die grondstof is en wat er precies in ACT-cement zit, kan het bedrijf echter nog niet prijsgeven. “Wel dat er minder klinker in zit, minder slakken en minder water en stoffen die wereldwijd beschikbaar zijn.”

Ecocem Benelux in Moerdijk | Credit: Ecocem

Verder ontwikkelen

Ecocem is al twintig jaar een pionier in de ontwikkeling van CO2-arm cement, waarmee de bouwsector zijn uitstoot heeft verminderd. Met grote projecten zoals de bouw van Le Grand Express in Parijs, het Aviva Stadium in Dublin en de hogesnelheidslijn HS2 in het Verenigd Koninkrijk, heeft het bedrijf naar eigen zeggen een ruim 15 miljoen ton CO2 uitstoot bespaard.

ACT is het resultaat van tien jaar innovatie op het gebied van duurzame, koolstofarme en betaalbare cementtechnologieën. Het is inmiddels getest in de cementindustrie en Ecocem verwacht in 2023 een CE-markering te krijgen, waarna het op de markt gebracht kan worden. In 2025 moet het breed beschikbaar zijn. “We zijn nu al bezig met een ACT2 en ACT3”, zegt Roos. “Want sommige grondstoffen zijn hier op grote schaal beschikbaar, maar bijvoorbeeld in India niet. Daar kijken we dan naar andere hulpstoffen om cement te maken.”

Goedkeuring nodig

Volgens het bedrijf moet er echter nog veel gebeuren voordat de weg vrij is voor ACT. Met name overheden en de EU moeten de gebruikte processen en grondstoffen nog goedkeuren.

“ACT is een belangrijke nieuwe cementtechnologie, die kosteneffectief en wereldwijd inzetbaar is en bovendien zorgt voor een flinke uitstootverlaging”, zegt Donal O’Riain, oprichter en algemeen directeur van Ecocem. “Voor de cementindustrie is het een enorme uitdaging om de komende tien jaar de CO2-uitstoot significant terug te dringen. Technologie is hiervoor niet langer een hindernis. Om iedereen te laten profiteren van de potentiële voordelen van ACT moeten de industrie en beleidsmakers samenwerken.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Dierenrechtenorganisatie PETA zoekt duurzaam, veganistisch wol: winnaar krijgt 1 miljoen dollar

Het doel van de wedstrijd is om een materiaal te vinden dat qua look, textuur en functie vergelijkbaar is met dierlijk wol. Bovendien moet een groot kledingmerk het materiaal willen gebruiken voor een collectie die ook in de winkels komt te liggen. Om in aanmerking te komen, moeten deelnemers online een vragenformulier invullen en een proefstukje veganistische wol opsturen naar PETA’s kantoor in Norfolk, een plaats aan de Engelse kust. Dat kan tot 28 juli 2023. Met de wedstrijd wil PETA de schapen beter beschermen, het gebruik van duurzaam wol in de kledingindustrie op lange termijn mogelijk maken, en de klimaatimpact van schapenveehouderij verminderen. Dat zegt PETA’s Vice President Tracy Reiman in een persbericht. Mishandelde schapen Wol oogsten is meer dan alleen schapen scheren. Het gaat er gewelddadig aan toe. Dat bleek uit 14 video’s van 117 bedrijven uit de wolindustrie die PETA de afgelopen jaren verzamelde en publiek maakte. Op de beelden is te zien hoe schapen worden mishandeld door arbeiders. Ze worden geschopt en verminkt – ook wel ‘mulesing’ genoemd. Mulesing is het verwijderen van de staart en stukjes huid rond het achterste van een schaap, om vliegen af te weren en zo infecties te voorkomen. Dit gebeurt zonder verdoving. Lees ook: Schapen onder zonnepanelen maken meer en betere wolWol van schapen is vaak een bijproduct. | Credit: Adobe StockWollen trui slecht voor het milieu Schapen worden doorgaans ingezet voor begrazing en dat is niet per se slecht voor het milieu. Ze eten gras, woelen de grond om met hun hoeven en bemesten het land. Dat bevordert de biodiversiteit in graslanden en een gezonde bodem kan meer CO2 opslaan. Dit werkt overigens alleen als schapen zich ook verplaatsen. Overbegrazing heeft namelijk het tegenovergestelde effect: het put de bodem uit. Schapen stoten ook broeikasgassen uit – zelfs meer dan koeien. Tot dertig procent van de opwarming van de aarde komt door de methaanuitstoot van al het vee. Wassen in chemicaliën Daarnaast heeft het verwerkingsproces van wol een enorme impact op het milieu. Na het scheren moet wol worden gesorteerd en gewassen in baden met chemicaliën. Puur wol is namelijk erg vies en er zit nog lanoline in, overtollig vet van de huid van de schapen. De wol die overblijft wordt ‘gekaard’, zodat alle haren in dezelfde richting komen te liggen. Dan wordt de wol behandeld met chemicaliën voor de kleur en andere stofeigenschappen. Het totaalproces kost veel water en energie en schadelijke chemicaliën vervuilen het milieu. Duurzaam wol uit Nederland bestaat nog niet In Nederland produceren schaapsoorten zoals de Texelaar en de Dassenkop 1,2 tot 1,5 miljoen kilo wol per jaar van. Die schapen worden gehouden voor vlees en melk. De wol is slechts een bijproduct en levert financieel weinig op. Daardoor belandt 95 procent van dit woloverschot in de verbrandingsoven. Voor de kledingmarkt is Nederlands wol te kriebelig en stug. Zachte truien worden gemaakt van hele fijne vezels, het liefst rond de 10 micron. In Nederland ligt de gemiddelde dikte hoger. Voor de stevigheid van de trui moeten de vezels bovendien lang zijn en ook dat is bij lokale schapen doorgaans niet het geval. Daarom geven kledingmerken de voorkeur aan soorten verder weg, zoals merinoschapen in Australië en Nieuw-Zeeland Lees ook: Ode aan de Hollandse wolSchrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.