Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 30 juni 2015, 12:28

Marktaandeel duurzaam hout in Nederland gestegen

Het aandeel FSC-hout op de Nederlandse markt is tussen 2011 en 2013 gestegen van 24 procent naar 40 procent. Het totale marktaandeel duurzaam geproduceerd hout en plaatmateriaal nam toe van ruim 65 procent naar 74 procent.

Hout

Dat blijkt uit onderzoek van Probos uit Wageningen. Probos, het kennisinstituut voor duurzaam bosbeheer, heeft de studie uitgevoerd in opdracht van de ministeries van Infrastructuur en Milieu, en Economische Zaken en FSC Nederland. De gegevens zijn afkomstig van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen (VVNH).

Het Forest Stewardship Council is het grootste keurmerk op de Nederlandse houtmarkt. Certificeringsorganisatie PEFC, die zich wereldwijd inzet voor lokale duurzaamheidsinitiatieven, is de tweede partij.

Tropisch hardhout

Uit de studie blijkt dat het gebruik van tropisch hardhout met een FSC-keurmerk achterblijft bij de verwachtingen. Het aandeel bleef in de gemeten periode vrijwel gelijk, met een geringe stijging van 39 procent in 2011 naar 40,4 procent in 2013. Bij infrastructurele werken als weg- en waterbouw wordt het meeste tropisch hardhout verwerkt. Volgens Probos is bijna de helft van het gebruikte hout van niet-duurzame herkomst.

FSC Nederland wijt dat aan een gebrek aan toezicht door de opdrachtgever. Voor infrastructuur is dat in de meeste gevallen de overheid. In de bestekken is het gebruik van duurzaam hout wel opgenomen, maar het gaat in de uitvoering vaak mis. 

Eerder deze maand berichtte de Volkskrant dat staatssecretaris Joop Atsma van Milieu ten onrechte tropisch hardhout uit Maleisië wilde inkopen als duurzaam bouwmateriaal voor de overheid. De zogeheten Toetsingscommissie Inkoop Hout had het Maleisische merantihout al afgeraden, omdat er onvoldoende duidelijkheid was over de bescherming van het bos. Meranti is een van de meest gebruikte houtsoorten door Nederlandse bouwbedrijven.

 

Bron: Probos | Foto: Matt Acevedo, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

C&A: 3 knelpunten voor duurzame katoenproductie

De wereldwijde kledingindustrie voorziet meer dan 100 miljoen mensen in hun levensonderhoud. Volgens Leslie Johnston, directeur van de aan kledingconcern C&A verbonden stichting, brengt die omvang zowel gevaren als kansen met zich mee. De C&A Foundation spant zich in voor duurzame kledingproductie en goede werkomstandigheden in de mode-industrie.“De waarheid is dat we nog steeds geen rechtvaardige, eerlijke en duurzame manier hebben gevonden om de massa te kleden, ondanks de sterke redenen om dat wel te doen”, schrijft Johnston in het jaarverslag. Ze benadrukt dat geen enkele partij alleen de oplossing kan bieden. “Wij allemaal, retailers, merken, leveranciers, non-profits, overheden, boeren en consumenten, spelen een rol bij het vinden van antwoorden.”C&A was in 2014  met 46.000 ton wereldwijd de grootste afnemer van biologisch katoen. De kledingretailer behaalde eerder in 2015 de eerste plaats op de eerlijke ranglijst van vergelijkingssite Rank a Brand. Biologische productieDe massaliteit en snelheid van de industrie kan in onvoldoende gereguleerde markten leiden tot een negatieve milieu-impact. Tegelijkertijd biedt de omvang de mogelijkheid om economieën te stimuleren en een positieve, duurzame impact uit te oefenen.Die positieve impact is volgens de C&A Foundation met name nodig om drie knelpunten aan te pakken. De bedrijfseconomische voordelen moeten duidelijk zijn voor boeren, zodat zij de overstap naar biologische productie willen maken. Ook is meer financiering nodig voor onderzoek en de productie van hoge kwaliteit biologisch katoenzaad. Tot slot resulteert de complexe toeleveringsketen erin dat de vraag naar biologisch katoen de boeren niet bereikt. Bron: C&A Foundation | Foto: Edgar Pierce, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)