Rianne Lachmeijer 11 juni 2020, 11:34

Modulair bouwen in de industrie: ‘Maatwerk en versnippering zijn niet meer van deze tijd’

Modulair bouwen biedt kansen in verschillende sectoren: van woningmarkt tot industrie en van utiliteit tot infrastructuur. In deze serie belicht DuurzaamBedrijfsleven de kansen en uitdagingen voor drie sectoren binnen één bedrijf. Vandaag zoomen we in op de industrie. “De gedachte ‘het is goed genoeg voor dit project’ volstaat niet meer”, zegt Wim de Jong, directeur asset management Industrie bij Croonwolter&dros.

Waterzuivering wbl

Bouwen met standaard onderdelen die geprefabriceerd en getest zijn en eenvoudig zonder specialistische kennis kunnen worden geïntegreerd in de installatie. Dat is modulair bouwen in een notendop. Het klinkt simpel, maar in de praktijk vergt het nog veel denkwerk. “Het roept op tot het ontwerpen en het ontwikkelen van een hele goede basis die je op allerlei plekken kan inzetten. Daar zit natuurlijk een stuk innovatie in”, zegt Wim de Jong, directeur asset management Industrie bij Croonwolter&dros.

Daar ligt nog een uitdaging voor het bedrijf, dat hij omschrijft als een typische projectorganisatie. “We zijn gewend om unica‘s te ontwikkelen: unieke objecten.” Toch verandert dat ook langzamerhand, onder andere bij De Jong zelf. “De gedachte 'het is goed genoeg voor dit project' volstaat niet meer. Het moet passen op een hele reeks aan projecten en toepassingen.” Dat vergt denkkracht, maar tegelijkertijd waarschuwt De Jong dat je daar ook in kan doorschieten. In één keer de module ontwerpen die overal op past en alles dekt is onmogelijk. Hij verwacht dat er zeven tot tien stappen nodig zijn om tot de optimale module te komen. Hij kan het weten, want hij brengt modulair bouwen in de praktijk.

Als voorbeeld geeft hij de waterzuiveringsinstallaties van WBL en de hoogspanningsstations van TenneT. Bij beide is de infrastructuur aan vervanging toe. “Er is sprake van een behoorlijke veroudering, dus er moet een inhaalslag gemaakt worden. En om snel en efficiënt te kunnen vervangen, is een slimme bouwmethodiek noodzakelijk. Het is niet meer van deze tijd om dat allemaal als maatwerk en helemaal versnipperd te ontwerpen en uit te rollen.”

Lees ook: De rioolwaterzuivering van de toekomst is flexibel inzetbaar

De bouwplaats als pitstop

De hoogspanningsstations zet Croonwolter&dros in de fabriek in elkaar. Het bedraden en testen gebeurt daar ook. De Jong vergelijkt het vervolgproces met het racecircuit. Na de sloop van het oude station zet het bedrijf het nieuwe modulaire station als een pitstop neer. “Zonder een te lange onderbreking van het station en het gekoppelde transmissienetwerk.” Dat is belangrijk, want die onderbreking brengt bedrijfsrisico’s met zich mee. Een ombouw levert een tijdelijke situatie op. TenneT moet alternatieve verbindingen leggen om ervoor te zorgen dat de stroomvoorziening in de regio overeind blijft. Daarom geldt: hoe korter de bouw op locatie, hoe beter. De Jong ziet samen met TenneT grote kansen voor seriematige vervanging van de honderden verouderde hoogspanningsstations. Die kunnen op deze manier in hoog tempo worden aangepakt.

Ook de waterzuiveringsinstallaties zijn een goed voorbeeld, omdat Croonwolter&dros daar module-ontwerpen uit eerdere projecten nu al voor de derde keer toepast. “Dat bespaart natuurlijk in de hoeveelheid ontwerpkosten.” Gemaakte fouten in het eerste project komen niet terug in het derde project. “Het leereffect is bij modulair werken gewoon groter”, zegt De Jong. Volgens hem komt normaal gesproken de gemiddelde projectmedewerker aan het einde van zijn loopbaan nog steeds dezelfde fouten tegen als aan het begin. Modulair bouwen kan dat voorkomen.

‘Money talks’

De Jong moet opdrachtgevers vaak nog overtuigen van de voordelen van modulair bouwen, omdat zij graag hun eigen stempel op ontwerpen drukken. Maar “money talks”, zegt hij daarover. Uiteindelijk werken zijn opdrachtgevers vaak met gemeenschapsgeld. De kostenbesparing die het oplevert om modulair te bouwen, is daarom vaak een reden voor opdrachtgevers om daarvoor te kiezen. Ook gaat het om bewijs leveren. “De successen maken dat je momentum krijgt.”

'De successen maken dat je momentum krijgt'

McKinsey schreef onlangs in een rapport dat modulaire bouw een marktaandeel van 10 procent kan behalen in de infrastructuur en industrie. En dat dit een kostenbesparing van 10 procent oplevert. “Mijn stellige overtuiging is dat er veel meer uit te halen valt dan 10 procent”, zegt De Jong. Hij wijst erop dat zowel Croonwolter&dros als opdrachtgevers beheersmaatregelingen treffen en rekening houden met mogelijke risico’s. Deze kosten vallen bij modulair bouwen veel lager uit. “Je kunt echt voorspelbaar bouwen. Daar zit een enorme besparing op.”

Download het rapport

Digitale toekomst

De Jong denkt dat modulair bouwen en de digitaliseringstrend elkaar zullen versterken. “Je kunt met behulp van sensoren leren hoe de modules zich in de praktijk gedragen.” Niet te laat waardoor de module faalt en het proces wordt verstoord, en niet te vroeg waardoor overbodige kosten worden gemaakt. Deze data kan Croonwolter&dros ook gebruiken bij het ontwerp van volgende versies. Nu nog voert het bedrijf bijvoorbeeld kritische onderdelen dubbel (redundant) uit, zoals een bepaalde pomp voor een rioolwaterzuivering. “Als je voordat die pomp faalt een signaaltje krijgt, dan hoef je dat ding helemaal niet meer dubbel uit te voeren. Dat is veel beter beheersbaar en je kunt er ook gigantisch op besparen.”

Hij verwacht dat de verdere ontwikkeling van modulair bouwen binnen de sector nog leiderschap en tijd vergt, maar dat het in de toekomst toch de norm wordt, zeker bij programmatische projecten. “Mijn visie is dat het gaat werken. Anders zou ik hier niet aan werken natuurlijk.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie over de kansen en uitdagingen voor drie sectoren binnen één bedrijf. Lees ook over modulair bouwen in de utiliteit en infra:

Afbeeldingen: Croonwolter&dros, WBL en Adobe Stock

Nederlands bedrijf wil circulaire recycling van luiers opstarten

Mark Donders en Edwin Verhoef willen met hun nieuwe bedrijf Diaper Recycling Europe het hergebruik van luiers een boost geven. In Nederland, maar eigenlijk ook in Europa. Daarom herintroduceren ze sinds deze week de reeds beproefde recycle-techniek van het Canadese bedrijf Knowaste, waarmee luiers voor bijna 100% hergebruikt kunnen worden.Edwin Verhoef: “In het verleden is Knowaste in Nederland al actief geweest met het recyclen van luiers – totdat ze er in 2007 mee ophielden. Knowaste was eigenlijk 15 jaar te vroeg, maar de techniek is enorm verbeterd waardoor we nog hoogwaardigere grondstoffen kunnen maken uit luierafval. Hierdoor klopt het businessmodel nu beter.”Lees ook: Recycling van luiers in Amsterdam stap dichterbijHot topicInmiddels leeft het onderwerp luierrecycling in Nederland weer meer dan ooit. Mark Donders, die in het verleden al enige ervaring had met de techniek van Knowaste, ziet dat de belangstelling voor duurzame luier-keten groot is. Met Diaper Recycling Europe wil hij bijdragen aan de doelstellingen van Nederlandse gemeenten. Het programma VANG - Huishoudelijk Afval is ontwikkeld om Nederlandse gemeenten een meer circulaire manier van omgaan met huishoudelijk afval te geven. Naast afvalscheiding is het sluiten van grondstofketens een belangrijke speerpunt.Donders: “De Luierketen is op dit moment echt een hot topic. Het gaat in Nederland om ruim 180.000 ton aan gebruikte luiers per jaar – incontinentiemateriaal niet meegerekend. Al die luiers verdwijnen in de verbrandingsovens. Dat is 7% van al het restafval. Met de scheidingstechnieken van Knowaste kunnen we de grondstofketen volledig sluiten. De superabsorberende polymeren (SAP's) kunnen we, in combinatie met de papierfractie, gebruiken voor de productie van kattenbakkorrels, maar we kunnen de plastic-, papier- en SAP-fracties ook goed scheiden met onze installaties.”Samenwerking in de ketenDiaper Recycling Europe biedt de luierrecyclinginstallaties aan in Europa, te beginnen in Nederland. Verhoef: “Het bedrijf is net opgericht, maar we voeren wel al een tijdje gesprekken met een aantal partijen. Maar zodra we met een bedrijf in onderhandeling zijn tekenen we altijd een geheimhoudingsovereenkomst, dus we kunnen er verder niet teveel over zeggen.”Verhoef en Donders benadrukken hoe belangrijk het is om de hele keten te betrekken bij het oplossen van het luier-afval probleem: “We moeten iedereen zien mee te krijgen. Inzamelaars, verwerkers, producenten, vergunningverlenende instanties, het RIVM, maar ook de afnemers van de gerecyclede producten. Luierfabrikanten zelf hebben we er ook graag bij. En niet te vergeten de zorginstellingen, gemeenten en kinderdagverblijven die de gebruikte luiers kunnen leveren.”Lees ook: Dankzij deze innovatie kunnen we straks 400.000 ton luiers recyclenBron: Diaper Recycling Europe | Beeld: Adobe Stock