André Oerlemans
31 maart 2022, 09:30

Nederlandse betonsector wil volgend jaar al 15 tot 20 procent CO2 besparen

De Nederlandse betonsector versnelt zijn plannen om te verduurzamen. Volgend jaar willen de aangesloten bedrijven en overheden in het zogeheten Betonakkoord al 15 tot 20 procent van hun CO2-uitstoot besparen. Ook willen ze het percentage gerecycled beton fors verhogen ten opzichte van 2021. Daarna liggen maatregelen klaar om verder te versnellen.

Bouw beton De betonsector wil in 2030 circulair en CO2-neutraal zijn | Credits: Adobe Stock

Het Betonakkoord was in 2016 een initiatief van het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu en MVO Nederland met als doel de hele betonketen te verduurzamen. Dus van het maken van cement tot aan de bouw en infra. In 2018 ondertekenden 50 grote bedrijven, ministeries en andere overheden hiervoor een akkoord. Van grote bouw- en baggerbedrijven als BAM, Boskalis, Heijmans, TBI en VolkerWessels tot recyclingbedrijven, grondstoffenleveranciers, prefab- en betonmortelleveranciers, bindmiddelleveranciers. Ook opdrachtgevers als het Rijksvastgoedbedrijf, Rijkswaterstaat, ProRail en diverse gemeenten en provincies deden mee. Inmiddels hebben ruim 80 partijen hun handtekening gezet.

Lees hier waarom in 2018 het betonakkoord werd ondertekend

Lat steeds hoger gelegd

De afgelopen jaren werd de lat steeds hoger gelegd. Na verschillende onderzoeken bleek dat er veel meer mogelijk was dan aanvankelijk gedacht. Het streven is nu om in 2030 CO2-neutraal te zijn, dat betonpuin en betonelementen in dat jaar volledig hergebruikt worden en dat het slim, adaptief en circulair ontwerpen van gebouwen, wegen, bruggen, viaducten en andere betonconstructies de standaard wordt. “Onze doelen worden steeds ambitieuzer. We hebben al veel maatregelen op de plank liggen die we kunnen uitvoeren. Nu is het zaak om die in de aanbestedingsvoorwaarden van opdrachtgevers te krijgen”, zegt secretaris Martin van der Vliet van het Betonakkoord. De eerste winst is er al. Het gebruik van duurzaam beton is vanaf 2023 verplicht bij aanbestedingen.

Drie stappen

De weg naar een duurzame sector bestaat uit drie stappen. De eerste stap is om dit jaar al maatregelen in te voeren die getest zijn, bewezen nut hebben en klaar zijn voor gebruik. Zo kan er kalksteenmeel
toegevoegd worden aan beton, zodat er minder cement nodig is om gaten te vullen. Gesloopt beton wordt nu vooral verwerkt tot puingranulaat voor het funderen van wegen en andere verharding. Er zijn echter al bedrijven die daar cementsteen
uit kunnen terugwinnen. Dat is gruis van cement, dat nog niet gereageerd heeft. Door dat te gebruiken is minder nieuw cement nodig. Een derde maatregel is om de bouw slimmer te plannen en bijvoorbeeld geen beton te storten als het vriest. Bij hogere temperaturen is namelijk minder cement nodig. Een andere maatregel is om chemische hulpstoffen te gebruiken bij de betonproductie die dezelfde eigenschappen hebben als cement, maar niet zo’n grote CO2-voetafdruk. Dat kan de komende twee jaar al leiden tot een besparing van 15 tot 20 procent CO2-uitstoot en een flinke verhoging van de recyclingpercentages. Het Betonakkoord wil de aanbestedingseisen van opdrachtgevers hierop afstemmen.

De voetafdruk van beton

De productie van cement is verantwoordelijk voor 5 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Dat komt omdat het mengsel van kalk (65 procent), silicium (20 procent), aluminiumoxide (10 procent), en ijzeroxide (5 procent) tot ruim 1400 graden Celsius verhit moet worden. Cement is de basis voor beton. Daarom heeft de betonindustrie zo’n grote CO2-voetafdruk. De bouw in Nederland verwerkt jaarlijks zo’n 14 miljoen kuub beton, wat leidt tot 3,5 megaton CO2-uitstoot. Dat is 1,7 procent van de totale Nederlandse CO2-uistoot per jaar.

Innovaties versnellen

Bij de tweede stap denkt de betonsector aan het gebruik van alternatieven voor cement. Bijvoorbeeld vulkanische as of gecalcineerde klei. Dat hoeft maar tot 600 graden verwarmd te worden om bindmiddel voor beton van te maken. Dat soort innovaties wil het Betonakkoord versnellen. Marktpartijen en opdrachtgevers werken samen om die te testen, te valideren of te certificeren. In dat kader is de proeftuin duurzaam beton op de Afsluitdijk belangrijk. Bij de versterking van de dijk geeft Rijkswaterstaat sinds vorig jaar acht partijen uit de betonsector de kans om hun innovatieve, duurzame betonmengsels in de praktijk te testen. “Zo kunnen we bijvoorbeeld testen of onze duurzame betonblokken even sterk zijn als conventioneel beton, ook tijdens het zware winterweer. Dat gaan we testen en volgen”, aldus Van der Vliet.

Sector wil vooroplopen

In de laatste en derde stap zetten de partijen in op zogeheten disruptieve innovaties. Die worden na 2025 ontwikkeld door consortia van bedrijven, opdrachtgevers en kennisinstellingen. Dan praat je over de bouw zelf. Want waarom moet je gebouwen, bruggen of viaducten aan het eind van hun levensduur slopen? Misschien kun je ze op zo’n manier bouwen dat ze weer gemakkelijk uit elkaar te halen zijn en de onderdelen opnieuw gebruikt kunnen worden.

“Wij willen vooroplopen”, zegt bestuurslid Marcel Bettonvil van Betonhuis, het kennisplatform van de betonindustrie. “Als sector hadden we in eerste instantie de nodige kanttekeningen bij de ambities. We maken in Nederland al het meest duurzame beton ter wereld. Is het realistisch om dan zulke grote stappen na te streven? Daarop antwoorden we nu gezamenlijk met een volmondig ‘ja’.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Duurzame kunstmest dankzij Nederlandse groene waterstof

Met de waterstof wil het bedrijf dat onder meer kunstmest, veevoer en brandstoffen voor de agrarische sector produceert, zijn productieketen van CO2 ontdoen. Op dit moment gebruikt het van origine Egyptische bedrijf daarvoor grijze waterstof. Voor de productie van grijze waterstof wordt aardgas gebruikt. Wat zegt de kleur van waterstof over de duurzaamheid? In deze video leggen we het uit.Om aanspraak te kunnen maken op de groene waterstof heeft OCI zich aangesloten bij het consortium North2. In dit samenwerkingsverband onderzoeken energiebedrijven Equinor, RWE en Shell samen met Groningen Seaports en Gasunie de haalbaarheid van grootschalige waterstofproductie in de Eemshaven, met behulp van windenergie op de Noordzee. Vandaag maakt energiebedrijf Eneco bekend dat het ook toetreedt tot het consortium. Lees hier waarom. CO2 reductie Nederlandse industrie De ambitie van NortH2 is om in 2030 4 gigawatt aan waterstof te produceren. Een kwart daarvan is dus bestemd voor de fabrieken van OCI. Met de groene waterstof kan het chemieconcern een belangrijk deel van zijn productie CO2 neutraal maken. Het gebruik van de groene waterstof door OCI levert een jaarlijkse CO2 reductie op van 900.000 ton, ongeveer 4 procent van het totale reductiedoel voor de Nederlandse industrie. Groene waterstof is in trek bij bedrijven die ammonia en methanol produceren. Ongeveer de helft van alle grijze waterstof die wereldwijd gemaakt wordt, is hiervoor in gebruik. Dat komt doordat ammonia en methanol basis grondstoffen zijn die in allerlei sectoren ingezet worden voor de productie van meubels, kleding, cosmetica, maar ook als brandstof. Ammonia is bovendien een belangrijk ingrediënt voor kunstmest. Omdat producenten van ammonia en methanol al waterstof gebruiken is de overstap van grijze naar groene waterstof eenvoudig en snel te realiseren. Een kwart van de groene waterstof die NortH2 wil produceren zal naar de fabrieken van OCI gaanWaterstof voor kunstmest OCI is dan ook niet de eerste die de overstap wil maken. Zo kondigde kunstmestfabrikant Yara in 2020 al aan samen met energiebedrijf Ørsted in Nederland een grote waterstoffabriek te willen bouwen. De elektrolyser zal met stroom van windparken Borselle 1 en 2 groene waterstof produceren die de grijze waterstof kan vervangen waarmee Yara nu kunstmest maakt. De fabriek zou er in 2025 moeten zijn maar de definitieve beslissing hangt nog af van beschikbare subsidies. De groene waterstof die OCI van NortH2 wil afnemen zal geproduceerd worden in de Eemshaven en met behulp van een pijpleidingennetwerk de fabrieken van OCI bereiken. Deze zogenaamde waterstofbackbone die Gasunie aanlegt, verbindt de waterstoffabriek in de Eemshaven met grote industriële clusters in Nederland zoals Chemelot, Rotterdam/Rijnmond, Noordzeekanaalgebied, Zeeland en Noord-Nederland. Recent werd in Australië een nieuwe manier ontdekt om groene waterstof te maken. Lees hier hoe. Haalbaarheid grootschalige waterstofproductie De deelname van OCI in NortH2 is een opsteker voor het project dat al geruime tijd de haalbaarheid onderzoekt van grootschalige waterstofproductie. NortH2 kan, met een beoogde capaciteit van 800.000 ton groene waterstof per jaar, de Nederlandse industrie voor een groot deel verduurzamen. Van de productie van duurzame stroom, via opslag in lege zoutcavernes, tot aan de industriële eindgebruiker: jaarlijks bespaart het 8 tot 10 megaton CO2. De duurzame stroom moet worden geleverd door megawindparken in de Noordzee met een capaciteit van 3 tot 4 gigawatt, en 10 gigawatt in 2040. Maar zover is het nog niet. Het consortium heeft onlangs de tweede fase van de haalbaarheidsstudie afgesloten, die toont dat een geïntegreerde aanpak - van windparken op zee, productie, opslag, distributie tot uiteindelijk het gebruik van de groene waterstof - technisch en economisch uitvoerbaar is. Maar de daadwerkelijke realisatie van NortH2 blijft afhankelijk van overheidsbeslissingen over het bouwen van windmolenparken in de Noordzee en noodzakelijke subsidies voor het project.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.