Willemijn van Benthem 01 oktober 2021, 15:06

Onze stad in 2050: 'Het toekomstbeeld van de nieuwe stad is niet zo vastomlijnd is als we denken'

Laurens Tait werkt bij Arup Nederland met zijn team aan projecten voor Nederlandse overheden op gemeentelijke, regionale en landelijke schaal. Zo heeft hij net de internationale plannen voor Luxembourg 2050 en Brussel 2040 afgerond. Dus als iemand een idee heeft over hoe de toekomst eruitziet, is hij het wel. Maar, zegt hij met een grote glimlach op zijn gezicht, het toekomstbeeld van de nieuwe stad is niet zo vastomlijnd is als we denken. “We merken dat mensen een bijna tastbaar beeld willen zien, maar dat is voor ons geen prioriteit. Het gaat ons erom dat we begrijpen waar we naar toe willen.”

Cities Alive Series Green Building Envelope Daniel Imade Isabel Heinmann Arup 1 "De stad van de toekomst gaat vooral over wat je niet ziet"

Om een visie op de toekomst te kunnen geven, is onderzoek een belangrijk onderdeel. En dat doen de ontwerpers, architecten en ingenieurs van Arup door ook technische en inhoudelijke rapporten mee te nemen, zoals het Parijsakkoord en het IPCC-rapport. Want de stad van de toekomst gaat over veel meer dan techniek en gebouwen alleen. Laurens Tait: “Uiteindelijk gaat het over wat mensen willen. Waar willen we naar toe als samenleving, hoe ziet de omgeving eruit? Dan kom je bij tastbare beelden.” Volgens Tait is de routekaart naar de stad van de toekomst gebaseerd op vier principes.

1. Gelijkwaardigheid

Het eerste principe dat volgens Tait in 2050 zwaar zal wegen in de nieuwe stad, is het thema gelijkwaardigheid. “In de toekomst willen mensen meer gelijkwaardige toegang tot voorzieningen rondom de woningen, omdat iedereen dezelfde diensten wil. Daarnaast zal het belang van gelijkwaardigheid in het type woningen toenemen, zodat je een goede mix hebt van verschillende type huishoudens in een buurt.” Naar aanleiding van de COVID-pandemie is ook de vraag gestegen naar zelfstandige woningen in een soort moderne vorm van een woongroep, waardoor mensen vanuit hun eigen huis meer in contact zijn met de mensen direct in hun omgeving: de buren. Het eeuwenoude idee van de hofjes komt terug.

2. Weerstand

Volgens Tait is het tweede principe: weerstand, en dan heeft deze ingenieur het vooral over de weerstand van de gebouwen. Als tot 2050 de gemiddelde temperatuur met 1,5 graden toeneemt, moeten woningen en kantoren daartegen kunnen. Daarom worden gebouwen nu geanalyseerd op bijvoorbeeld hittestress en wind-weerbaarheid. Hoe veilig is een stad voor deze toekomstige extremen? “We maken impactanalyses aan de hand van stresstests om de reactie van gebouwen en gebieden te onderzoeken onder toekomstige omstandigheden.” Hij haalt een sprekend voorbeeld aan. “We moeten elektriciteitsvoorzieningen veiligstellen in een stad, voor het geval er overstromingen plaatsvinden. Als die elektriciteitscentra in kelders of op de begane grond gesitueerd zijn, dan heb je een probleem, vooral als een ziekenhuis er afhankelijk van is.” Precies dat soort analyses brengt het team van Arup in kaart, om ook uit te kunnen tekenen waar veranderingen nodig zijn. En het is bijzonder actueel, zeker gezien de overstromingen afgelopen zomer in het zuiden van het land.

3. Bereikbaarheid

Bij het Arup wordt veel verder gekeken dan alleen naar de Nederlandse steden. Tait: “Op wereldniveau zie je dat een pandemie als covid eigenlijk maar een heel kleine golfbeweging is in de grote beweging die al een tijd aan de gang is.” Tait heeft het over het aantal inwoners dat ook in Nederland nog altijd groeit, terwijl het woonopper-vlakte niet toeneemt – op de nieuw opgespoten stukken zoals IJburg na. “Dus wat we zien”, zegt Tait, “is dat Nederland inmiddels een agglomeratie is van 17 miljoen inwoners, zeker op Europees niveau.” En dan is vooral de bereikbaarheid een uitdaging voor de toekomst. Hij noemt het groeiend aantal auto’s in de steden en de files zowel binnen als buiten het stedelijk gebied een probleem, zeker omdat die veel stress veroorzaken. Het toekomstbeeld dat Tait schetst: openbaar vervoer dat zo aantrekkelijk is, dat je daar liever instapt dan in je eigen auto. “Bussen moeten bereikbaar zijn in de buurt, waarmee je makkelijk en snel reist en er moeten bijvoorbeeld snellere en kortere verbindingen komen met treinen, zoals de S-Bahn rondom Berlijn.”

Maar ook ziet Tait veel meer wandel- en fietspaden in de stad van de toekomst, en dus meer autoluwe stukken. “Je krijgt een fifteen minutes city waarin alles beleefd wordt vlakbij huis. En allemaal binnen de duurzame afspraken die we hebben gemaakt.” Want verplaatsen blijven mensen zich, daar koestert hij geen illusies over. Door covid werkten dan veel mensen thuis, maar kantoren, of in ieder geval werkhubs, blijven in trek, ziet hij. “Mensen willen elkaar zien en wat met elkaar ondernemen.” Dus de toegankelijkheid van musea, bioscopen en sportverenigingen blijven belangrijk. De stad van 2050 gaat over betere verbinding, zowel letterlijk als figuurlijk.

4. Gezondheid

De stad van 2050 gaat ook over gezond leven, het vierde principe. “Hierin spelen educatie, achtergrond en prijsprikkels een rol, waardoor mensen moeten komen tot gezondere keuzes.” In Brussel worden autoluwe stukken getest, om eventueel breder in te zetten en te zien wat het aan gezondheid oplevert. Maar het gaat ook over waar je wilt wonen en waar je dan je werkplek kiest. Tait: “Ik heb collega’s die naar Den Haag verhuizen vanuit Londen, omdat het hier minder druk is en het leven minder stress oplevert. Dan hebben ze de weekenden aan het strand, en gaan ze door de weeks terug naar Londen om te werken.” Gemak, woongenot, veiligheid, bereikbaarheid. Tait: “De stad van de toekomst gaat vooral over wat je niet ziet. Met name daar zit de verandering. En de stad van de toekomst geeft antwoorden op lokale vragen: die zijn anders per land, per gebied en per tijdspanne.” Maar de principes van de figuurlijke bouwstenen zullen wereldwijd gelijk zijn, en dat levert eigenlijk een oude stad op met nieuwe software. Beste van twee werelden, zou je kunnen zeggen.

Dit artikel verschijnt in Change Inc. Magazine #4, met daarin een special over een de Toekomst van de Bouw. Lees het, en deel dit magazine! Geef het cadeau aan een collega, een relatie of een kennis. Waar kun je hem krijgen? Als je via deze link je gegevens invult ploft hij straks thuis bij je op de mat. Gratis en voor niets! Of lees hier het online magazine.

Nu de politiek te laat is, moeten we het hebben van acteurs

Rond de Duitse verkiezingen kwam NRC Handelsblad met een kritische analyse over de Energiewende die op alle fronten tegenzat. Broeikasgasemissies zijn in 2021 gestegen, het in 2020 behaalde reductiedoel 'dreigt alsnog te worden overschreden'. Duitsers betaalden al de hoofdprijs voor elektriciteit, juist in verkiezingstijd dreigt vooral voor armere gezinnen en kleine bedrijven de stroom onbetaalbaar te worden. 'Daardoor', schrijft NRC, 'groeit het verzet en begint de vermaarde EnergieWende te haperen.' Nederland is er direct de dupe van omdat de zowel in Duitsland als Nederland actieve netwerkbeheerder TenneT denkt dat de stroomtekorten zullen toenemen. 'Het bedrijf verwacht geen grote problemen vòòr 2025, maar daarna neemt de onzekerheid toe. Dat kan ook gevolgen hebben voor Nederland', omdat de elektriciteitsmarkt Europees is ingericht. Met politici zonder leidinggevend vermogen, die niet al te ver vooruit kijken, klinkt dat onheilspellend. Vliegwieleffect voor de transitie Net zo erg als de energiearmoede in Nederland, die TNO op haar eigen site op basis van cijfers van het CBS in beeld bracht. Ruim een half miljoen huishoudens leeft in energiearmoede: 'ze hebben hoge energiekosten, wonen meestal in een huis dat niet goed is geïsoleerd en hebben een laag inkomen'. Boodschap van TNO aan treuzelende politici: 'Versnelling van de energietransitie helpt in de bestrijding van dit fenomeen. Dat is niet alleen van belang voor de getroffen groep, maar zal ook een vliegwieleffect hebben voor de gehele transitie.' Daarbij kwam ook nog het nieuws over Rusland dat mogelijk de gasprijs manipuleert. NRC schrijft dat door de wereldwijde gascrisis Europa kampt met 'relatief lege reservoirs en torenhoge gasprijzen.' Met de winter voor de deur geen plezierige situatie. Een Russische gasexpert vermoedde in dit nadeel een voordeel voor de energietransitie: 'Als Gazprom met zijn acties inderdaad hogere gasprijzen veroorzaakt, schiet het zichzelf in de voet', zei Michaïl Kroetichin tegen de Russische nieuwssite Sobesednik. 'Met een onbetrouwbare leverancier zal Europa immers nog sneller willen overstappen op zonne- en windenergie.' Nieuws van Leonardo DiCaprio Het beste nieuws kwam afgelopen week uit Los Angeles, waar Leonardo DiCaprio resideert. Hij investeert in het Nederlandse kweekvleesbedrijf Mosa Meat. Toen ik mede-oprichter Mark Post van het bedrijf een half jaar geleden als Changemaker van de Week interviewde, schermde hij al met de belangstelling van een interessante investeerder, maar de opgetogen Post wilde geen naam noemen. Nu begrijp ik waarom hij toen zo vrolijk was. Als politici het laten afweten zijn kapitaalkrachtige acteurs gelukkig in staat een leidende bijdrage te leveren. DiCaprio ziet kweekvlees volgens de Belgische site Bloovi als 'oplossing tegen klimaatverandering omdat er veel minder broeikasgassen bij vrijkomen dan bij veeteelt.' Voor wie verbaast is dat een beroemde acteur zich hier voor inzet: DiCapro (ook producent van The 11th Hour uit 2007) is al jaren begaan met het thema. Toen hij in 2016 de Oscar voor beste acteur won voor zijn rol in 'The Revenant', 'greep hij het moment aan om de benarde toestand van de planeet te belichten', schreef The Washington Post. Hij zei: 'Klimaatverandering is echt. Het gebeurt nu. Het is de meest urgente bedreiging waarmee onze hele soort wordt geconfronteerd. We moeten collectief samenwerken en stoppen met uitstellen.' Met zulke acteurs heb je geen politici meer nodig. Wil je meer columns van Paul van Liempt lezen, klik dan hier, of blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.