Rianne Lachmeijer 14 december 2017, 09:28

Revolutionaire technologie herkent asfaltschade automatisch

BAM Infra en ICT Group hebben samen een technologie ontwikkeld die asfaltschade automatisch herkent en classificeert. Hierdoor verbetert de kwaliteit van inspecties, ook kan onderhoud flexibeler en gerichter worden gepleegd.

Shutterstock 773487718

Dat meldt BAM Infra in een persbericht.

Auto’s rijden met 360o camera’s rond en maken beelden van het asfalt. Momenteel worden deze beelden handmatig gecontroleerd door asfaltexperts. Met de nieuwe Machine Learning-technologie kunnen schades automatisch worden gedetecteerd.

Zelflerend

Aan het zelflerende model worden grote hoeveelheden beelden van bekende schades toegevoegd, waardoor het model de schades steeds beter leert herkennen. Het model kan gaten, scheuren en rafeling in het asfalt onderscheiden, maar bijvoorbeeld ook de aanwezigheid van dierlijke resten.

Vervolgens stelt het model een schaderapportage op. Deze wordt door een algoritme gekoppeld aan geografische gegevens, waardoor de exacte locatie van de schade bekend is.

Menselijke toetsing

“98 procent van de beelden die wij binnen krijgen is van asfalt waar niets mee aan de hand is. Door alle beelden te laten beoordelen door het zelflerende model, kunnen wij onze mensen direct naar die 2 procent laten kijken waar wel een schade aan het asfalt te zien is. Je kunt je voorstellen hoeveel dit scheelt”, zegt Jaap van den Elshout, Themamanager Asset Management bij BAM Infra.

Wegeigenaren zoals Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeentes kunnen inspecties hierdoor veel gerichter en sneller uitvoeren. Op die manier leveren de inspecties en het onderhoud minder verkeershinder op.

Lees ook:

Bron: BAM Infra | Afbeelding: Shutterstock.com

OWA/Armor: broodnodige circulariteit in de printindustrie

Van der Gijp praat niet voor niets over ‘echte recycling’. In de printindustrie wordt namelijk nogal eens gegoocheld met de term. “Een gerecyclede cartridge wordt een nieuwe cartridge, denkt het gros van de mensen. Maar in onze business is dat eigenlijk per definitie niet het geval”, vertelt hij. “Veel OEM’s noemen het collecteren van gebruikte cartridges al recycling, maar vervolgens worden die cartridges gewoon verbrand.”Het probleem is groot. In Europa worden jaarlijks 350 miljoen cartridges verkocht, waarvan maar liefst 70 procent niet goed verwerkt wordt. Armor pakt dat met OWA anders aan, stelt Van der Gijp: “Het collecteren van cartridges is pas stap één. De hamvraag is: wat ga je er vervolgens mee doen?”ArmorArmor kende in 1922 zijn start als de uitvinder van carbonpapier. Sindsdien volgde het Franse bedrijf de technologie met nieuwe producten: van inktlinten voor schrijfmachines tot cartridges voor de printers van vandaag de dag.Ongeveer 85 procent van Armor’s hedendaagse productie is gefocust op remanufacturing: het inspecteren, schoonmaken en eventueel repareren van gebruikte cartridges, om ze vervolgens opnieuw in de markt te zetten. Uiteindelijk moet dit percentage opgeschroefd worden naar 100 procent.“In eerste instantie was dit een economische keuze: het is immers goedkoper om gebruikte cartridges opnieuw in de markt te zetten”, legt Van der Gijp uit. “Maar het milieuaspect trad steeds meer op de voorgrond. We vingen een signaal op vanuit de markt en de maatschappij: recycling wordt steeds belangrijker. Daarom hebben we besloten om remanufacturing en recycling tot een prominent onderdeel van onze bedrijfsvoering te maken.”“Ik ken geen andere industrie waar het zó moeilijk is om een gebruikt product opnieuw in de markt te zetten”PatentenDit bleek makkelijker gezegd dan gedaan. De printindustrie is namelijk niet ingericht op een milieuvriendelijke aanpak. “De OEM’s doen er alles aan om hun eigen producten te beschermen, door middel van tientallen patenten”, zegt Van der Gijp. “Ik ken geen enkele andere industrie waar het zó moeilijk is om een gebruikt product opnieuw in de markt te zetten. De grote jongens zitten een milieuvriendelijke sector in de weg.”Daarom is het tegenovergestelde juist waar, stelt Van der Gijp. De CO2-impact van een remanufactured cartridge ligt namelijk 25 tot 40 procent lager dan die van een nieuwe cartridge. Maar omdat OEM’s dwarsliggen, is de markt voor remanufactured cartridges een lastige en blijft deze klein. Dat is opvallend, stelt Van der Gijp: “De prijs van een remanufactured cartridge ligt ongeveer 30 procent lager dan die van een nieuwe, terwijl de kwaliteit hetzelfde is.”De reden voor het kleine marktaandeel van remanufactured cartridges is simpel. Van der Gijp: “De markt is zo gegroeid. De OEM’s verkopen printers voor een aantrekkelijke prijs en behalen vervolgens al hun winst op cartridges, door ze tegen een hoge prijs te verkopen. Dan kan je niet opeens het roer omgooien en stellen dat remanufactured producten eigenlijk de betere en milieuvriendelijkere keuze zijn.”OWADe lastige markt weerhield Armor niet om zich vol op de remanufacturing en recycling van cartridges te storten. Het Franse bedrijf bracht twee jaar geleden dan ook een eigen, milieuvriendelijke lijn van cartridges op de markt: OWA. Armor biedt onder deze naam een breed scala aan circulaire cartridges aan: inkjet cartridges, cartridges voor frankeermachines, remanufactured tonercartridges, large format cartridges en filament voor 3D-printers.Van der Gijp: “We leveren niet alleen de cartridge, maar ook de inzameling ervan. En we gaan nog een stap verder. We rapporteren namelijk ook aan onze klanten hoeveel cartridges we bij hen gecollecteerd hebben en wat er vervolgens mee is gebeurd. Deze rapportage kunnen klanten weer gebruiken in hun eigen rapportering.”Het concept bleek aan te slaan. Armor realiseerde in Frankrijk een groei van 15 procent. “We zijn in staat om ons te onderscheiden van onze concurrenten op het milieuaspect. We hebben een sterk verhaal en daar zijn we trots op. Wat wij leveren is 100 procent circulair en daar hebben we keiharde bewijzen voor.”Momenteel zet Armor ook in Duitsland, Engeland en Nederland voet aan de grond, om ook hier de circulaire businesscase op de kaart te zetten.HergebruikDeze circulariteit heeft nogal wat voeten in de aarde. Niet elke cartridge is namelijk opnieuw te gebruiken als cartridge. “Wat we niet opnieuw kunnen gebruiken, halen we uit elkaar. De verschillende componenten sorteren we, om daar vervolgens een passende herbestemming voor te vinden”, aldus Van der Gijp.Hier zit ook een sociale component aan vast. Het uitsorteren van het materiaal is namelijk heel manueel werk. Armor schakelt hier dan ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor in, als ook voor het verpakken van hun producten.In de afgelopen twee jaar slaagde Armor erin om bepaalde plasticsoorten een nieuw leven te geven als kledinghangers of kantoorartikelen, zoals papierbakjes en linialen. Het residu-toner in de gebruikte cartridges vond daarnaast een tweede leven als component van waterdichte verf. “Sommige bedrijven kopen niet alleen onze cartridges, maar ook de kantoorartikelen die worden gemaakt van de cartridges die zij al gebruikt hebben”, vertelt Van der Gijp trots. “Dan praat je echt over circulaire economie.”“We vingen een signaal op vanuit de markt en de maatschappij: recycling wordt steeds belangrijker”3D-printingOok in de 3D-printindustrie vond Armor een herbestemming voor gebruikte cartridges. En ook hier ging het bedrijf een stapje verder. “We slaagden erin om een filament voor 3D-printers te maken uit het plastic van onze cartridges. Dit plastic is echter alleen maar zwart”, legt Van der Gijp uit. “Daarom besloten we het verhaal om te draaien en zelf op zoek te gaan naar andere kleuren restplastic. Inmiddels maken we een volledig gerecycled filament voor 3D-printers van de restproducten van een bedrijf dat yoghurtcups produceert. Dit filament wordt geleverd op een plastic rol. Die is dan wel weer van onze cartridges gemaakt.”Ook in de 3D-printbusiness maakt Armor het cirkeltje rond. 3D-printers worden namelijk vooral gebruikt voor prototyping. Deze prototypes worden vaak weggegooid. Armor collecteert de prototypes, om ook daar een herbestemming voor te vinden.Circulaire economieDe circulaire economie is essentieel, zowel voor de wereld als voor bedrijven zelf, besluit Van der Gijp: “We kunnen niet oneindig blijven produceren, dat is niet houdbaar. Het is dus essentieel dat we onszelf de vraag stellen: hoe kunnen we gebruikte producten hergebruiken? Hier ligt een schone taak weggelegd voor bedrijfsleven. Men focust zich vaak op grote, overkoepelende strategieën, maar de eigen werkplek is vaak al een grote slag te slaan.”Daarnaast kan de circulaire economie een positief effect hebben op bedrijven die ermee aan de slag gaan: “Het forceert je om na te denken over je restproducten. Dat stimuleert creativiteit en leidt tot nieuwe businessmodellen. We hebben het bij Armor zelf ervaren: voorheen produceerden we immers nog geen filament voor 3D-printers.”Foto's: OWA/Armor