Marc Seijlhouwer 08 juli 2020, 09:00

Sociale huur is voorloper met energiezuinige woningen

De nul-op-de-meterwoningen, die bij standaard gebruik geen energiekosten meer hebben, zijn vooral te vinden in de sociale huursector. Woningcorporaties zien, naast betaalbare woningen, ook duurzaamheid als hun taak en investeren daarom grootschalig in de meest energiezuinige huizen. Dit jaar zal waarschijnlijk een zesde van alle nieuw gebouwde sociale huur nul-op-de-meter zijn.

Adobestock 261094452

Dat blijkt uit de jaarlijkse marktmonitor van de non-profitvereniging Stroomversnelling, die corporaties en projectontwikkelaars vroeg hoeveel nul-op-de-meterhuizen zij realiseren. Voor de totale nieuwbouw zal dit jaar minimaal 5,7 procent geen energierekening meer hebben. Het aantal bestaande woningen dat een nul-op-de-meterrenovatie krijgt is kleiner. 

Renovatie is duurder dan nieuwbouw

Dat renovatie achterloopt, komt door de hogere kosten; het kost meer geld om een bestaand huis beter te isoleren, en een warmtepomp en zonnepanelen te geven, dan om deze dingen in een nieuw huis te plaatsen. Daarnaast is de renovatiemarkt voor bouwers minder interessant, omdat de marges kleiner zijn. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt in de bouw kiezen ontwikkelaars en corporaties hier niet voor. 

Lees ook: Deze banken maken een goede businesscase voor duurzame woningen

Dit terwijl de renovatiemarkt veel groter is dan de nieuwbouwmarkt. Uiteindelijk hoopt Stroomversnelling dat de groei van nul-op-de-meter in de nieuwbouwmarkt ook de renovatiewereld helpt. “De innovaties en infrastructuur die nu ontstaat voor nieuwgebouwde huizen kan ook uitkomst bieden voor de renovatiemarkt”, vertelt Ivo Opstelten, directeur bij Stroomversnelling. 

Vruchten plukken van duurzaamheid

Opstelten is optimistisch over de nieuwe cijfers. “Vooral in nieuwgebouwde sociale huur zie je dat de tijd van early adopters voorbij is. Vanaf nu zal nul-op-de-meter steeds populairder worden. En daar zullen ook andere sectoren profijt van hebben.” Dat de sociale huur vooroploopt, ligt vooral aan de energieprestatievergoeding (EPV) die de regering in 2016 invoerde. Deze zorgt ervoor dat de woningcorporaties de vruchten kunnen plukken van duurzame maatregelen. Anders zouden de huurders de baten hebben (geen of een veel lagere energierekening) terwijl de verhuurder de kosten moest dragen. 

Helaas zorgt deze regeling in de particuliere sector nog niet voor een grote groei van energiezuinige huizen. “We hebben minder zicht op die sector, omdat we de enquête vooral naar corporaties en projectontwikkelaars sturen”, vertelt Opstelten.

Op de koopmarkt is de EPV niet van toepassing, maar ook daar zijn problemen met de verdeling van kosten en baten. Als je betaalt voor renovatie van je huis, en het vervolgens verkoopt, dan is het niet zeker dat je alle kosten terug wint door een voldoende hogere verkoopprijs. “Daar moet ook een oplossing voor worden gevonden”, zegt Opstelten. “Dan moeten er regels komen voor een objectgebonden financiering, die overgaat naar de volgende eigenaar bij verkoop.” De markt werkt namelijk (nog) niet zo dat een huis met nul-op-de-metervoorzieningen precies zoveel meer kost als de extra waarde van de voorzieningen bij verkoop. 

Coronacrisis

De cijfers voor 2020 hebben betrekking op geplande woningen. Een deel zal mogelijk niet dit jaar afkomen. De coronacrisis speelt daarbij ook een rol, vooral voor renovaties. “Dan moeten er mensen over de vloer komen, en dat is niet altijd gewenst in deze tijden. Bij nieuwbouw is dat een minder groot probleem.” Toch denkt Opstelten dat het totaal aantal nul-op-de-meterwoningen dit jaar hoger uit zal vallen dan in de monitor staat. Niet alle marktpartijen zijn aangeschreven en een deel van de aangeschreven partijen reageerde niet, terwijl ook daar mogelijk een aantal energiezuinige huizen op de planning staan. 

Lees ook: Hoe verwarmen we straks 7 miljoen woningen?

Bron: Stroomversnelling | Beeld: Adobe Stock

Greenwashing verleden tijd door baanbrekend nieuw Europees instrument?

De transitie naar een CO2-arme economie vraagt om heldere instrumenten en goede begeleiding op basis van kennis uit de wetenschap en de markt. En laat dat nou net zijn wat het classificatiesysteem van de Europese Unie levert. De taxonomie geeft aan wat duurzaam is en wat niet. “Het is baanbrekend”, zegt Helena Viñes Fiestas, deputy global head of sustainability bij BNP Paribas Asset Management. Zij maakt onderdeel uit van de expertgroep die de taxonomie ontwikkelde.  Toen Viñes Fiestas twee jaar geleden startte met de ontwikkeling van de taxonomie had zij niet verwacht dat de impact zo groot zou zijn. De wet- en regelgeving is nog niet rond, maar nu al publiceren analisten er rapporten over. Ook kijkt de Europese Centrale Bank of de taxonomie kan worden gebruikt bij het opstellen van de Covid-19-herstelplannen. Op die manier krijgt een instrument dat in eerste instantie als onderdeel van een hervormingsplan voor de financiële sector werd ontwikkeld een veel bredere toepassing.Taxonomie: appels met appels vergelijkenHet classificatiesysteem geeft een beeld van de duurzaamheid van bedrijven en financiële instellingen en daarmee ook van specifieke investeringsfondsen. Deze krijgen een score toegekend die aantoont in welke mate zij voldoen aan de klimaatdoelen van de Europese Unie. “Voor de eerste keer is het mogelijk om appels met appels te vergelijken”, aldus Viñes Fiestas. Het is één van de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen jaren, benadrukt zij.Zeventig criteria voor klimaat-mitigerende economische activiteiten en 68 klimaatadaptieve activiteiten komen in de taxonomie aan bod. Het eerste zijn activiteiten die bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot waardoor de Europese Unie in 2050 klimaatneutraal is. Denk aan bedrijven die werken aan de ontwikkeling van zonnepanelen. Het tweede zijn activiteiten die de gevolgen van klimaatverandering aanpakken, zoals droogte en overstromingen. Daarnaast zijn er ‘breng geen significante schade toe’-criteria toegevoegd voor een aantal thema’s. Dit zijn: preventie en bestrijding van verontreiniging, gebruik en bescherming van water en maritieme hulpbronnen, circulaire economie en bescherming en herstel van biodiversiteit en ecosystemen.Lees hier het 'final report'CO2-uitstoot in kaartBijna de complete Europese CO2-uitstoot is in kaart gebracht, omdat de economische activiteiten die in het classificatiesysteem naar voren komen verantwoordelijk zijn voor 93 procent van het Europese totaal. Ook specificeert de taxonomie welke duurzaamheidsprestaties bepaalde economische activiteiten moeten leveren om bij te dragen aan de Europese klimaatdoelen. Denk aan sectoren zoals de mobiliteit en energie. Volgens Viñes Fiestas is de taxonomie toekomstgericht, omdat het aantoont hoeveel een bedrijf met een bepaalde economische activiteit de CO2-uitstoot moet verminderen om aan de klimaatdoelen te voldoen. “Het geeft ons een beeld van waar we naartoe moeten.”In de toekomst moeten financiële instellingen niet alleen het financiële risico van investeringen aan hun klanten tonen, maar moeten zij ook aangeven in hoeverre investeringen bijdragen aan het behalen van de klimaatdoelen. In 2021 moet regelgeving rond zijn die investeerders en bedrijven verplicht om aan de hand van het classificatiesysteem weer te geven hoe duurzaam hun activiteiten zijn. Dat bedrijven ook moeten rapporteren is relatief nieuw. In eerste instantie zou het alleen om financiële instellingen gaan.Het classificatiesysteem maakt onderdeel uit van een groter plan om de financiële sector te verduurzamen. Daarbij hoort bijvoorbeeld ook de ontwikkeling van een standaard voor groene obligaties, ook bekend onder de Engelse term ‘green bonds’. Dat zijn leningen waarover een overheid of bedrijf rente betaalt. Het geld dat deze organisaties met de uitgifte van groene obligaties ophalen, wordt specifiek gebruikt voor de financiering van duurzame projecten. Het kan gaan om de bouw van een windpark, maar ook om duurzame bosbouw of waterrecycling.BaanbrekendDe Chinezen presenteerden al eerder een classificatiesysteem specifiek voor groene obligaties. Het systeem dat de Europese Unie presenteert, gaat veel verder. Daarom spreekt Viñes Fiestas van het allereerste instrument om duurzaamheid objectief te meten. Zij vergelijkt het met het metriek stelsel in de scheikunde. “Eindelijk kunnen we echt praten over groene investeringen.”'Eindelijk kunnen we echt praten over groene investeringen'“De taxonomie stelt ons niet alleen in staat om dezelfde taal te spreken, maar ook om aan hetzelfde doel te werken. Dat einddoel is om een ​​duurzaam economisch model te creëren dat koolstofarm is; klimaatneutraal dus.” Viñes Fiestas benadrukt dat het nieuwe economisch model niet alleen goed is voor het milieu, maar ook inclusief dient te zijn. Dat model is ook financieel aantrekkelijk, stelt zij. “Dat model zal veel beter passen om voor rendement voor onze klanten te zorgen en om de winstgevendheid van onze investeringen op lange termijn te verzekeren.”Ondanks dat Viñes Fiestas het indrukwekkend vindt hoe snel de groene taxonomie voet aan de grond krijgt, zijn er nog wel wat verbeterpunten. Zo hoeven alleen grote, met name beurgenoteerde, bedrijven te rapporteren.Herstelplannen als versnelplannenViñes Fiestas ziet kansen in de huidige crisissituatie om de transitie naar een klimaatneutrale economie te versnellen, omdat er extra publiek geld vrijkomt van overheden die de economie willen stimuleren. “Waarom zouden we deze gelegenheid niet aangrijpen om druk uit te oefenen en die verandering te versnellen?” Met de taxonomie als maatstaf kunnen de Europese economische herstelplannen bijdragen aan de klimaatdoelen. De taxonomie biedt kennis, de mogelijkheid om te rapporteren en de kans om de transitie te plannen.“Het herstel moet gefocust zijn op de toekomst die we nodig hebben”, vindt Viñes Fiestas. Het zou zonde zijn als we nu geld steken in industrieën die we op termijn willen afschaffen. “We moeten ervoor zorgen dat huidige investeringen niet schadelijk zullen zijn of een belemmering vormen voor het bereiken van de EU-doelstellingen.” De financiële sector speelt een cruciale rol bij het halen van die doelen, stelt zij. “Het staat buiten kijf dat de ‘sustainable finance’-transitie de kern van de green deal is.” De financiële sector kan zowel een hinderende als een versnellende rol spelen. Zij pleit voor het laatste. De financiële instelling waar zij zelf voor werkt, zet al in op dit duurzame pad door het aandeel groene investeringen te vergroten en portefeuilles in lijn te brengen met de klimaatdoelen.Lees ook het interview met Jane Ambachtsheer van BNP Paribas Asset Management. Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, moeten én kunnen we vandaag al aan het werk, stelt zij.Focussen op de toekomstViñes Fiestas stelt dat door geld in te zetten voor de transitie richting de nieuwe economie een versterkend effect ontstaat, omdat het onder andere toekomstbestendige banen creëert. Dat sommige bedrijven gedeeltelijk in staatshanden komen, biedt kansen om eisen te stellen. Landen als Frankrijk, Duitsland en Canada geven volgens haar het goede voorbeeld. Zo verplicht Canada bedrijven die steun ontvangen te rapporteren over hun CO2-uitstoot. Viñes Fiestas benadrukt dat het op de lange termijn ook in het belang van die bedrijven zelf is, omdat het hen voorbereidt op de toekomst en hun concurrentiepositie versterkt.Viñes Fiestas kijkt alvast verder vooruit. “Sommigen van ons denken dat er, gezien de huidige context van de Covid-crisis, een reden is voor het naar voren brengen van de ontwikkeling van de sociale taxonomie.” Dit is relevant, omdat de coronacrisis ook vraagt om investeringen in sociale zaken, zoals gezondheidszorg. Bedrijven die een positieve bijdrage leveren in het sociale domein, maar minder op het milieuvlak, komen nu minder goed naar voren in het classificatiesysteem. Helemaal mooi is het als er een wereldwijde taxonomie komt. “Daar moeten we naartoe werken”, vindt Viñes Fiestas. “Dat is de grote droom.”Lees ook: 'De coronacrisis als businesscase voor systeemverandering'Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Portretafbeelding: BNP Paribas AM