Fitria Jelyta 19 november 2015, 07:54

Tijdelijke Rechtbank Amsterdam krijgt herbruikbare vloeren

Projectontwikkelaar Cepezed Projects heeft bij de Tijdelijke Rechtbank in Amsterdam circulair remontabele kanaalplaten gemonteerd. Volgens de ontwikkelaar zijn de betonnen vloerplaten oneindig te hergebruiken.

147995 The all new Volvo XC90 Twin Engine powertrain

Dat meldt de Architect. Architectenbureau Cepezed en bouwbedrijf du Prie ontwikkelen de Tijdelijke Rechtbank Amsterdam volgens een Design, Build, Maintain en Remove Contract. Hiermee wordt het tijdelijke prefab-gebouw voor zes jaar in gebruik genomen, waarna het op een andere locatie opnieuw zal verrijzen.

In de tijdelijke rechtbank zijn betonnen vloerplaten geplaatst die volgens Cepezed Projects in theorie oneindig herbruikbaar zijn. Door de toepassing van deze vloertechniek zegt de projectontwikkelaar milieuwinst en een vermindering op de bouwkosten te leveren.

De kanaalplaten zijn aan stalen constructies te koppelen en met elkaar te verbinden, in tegenstelling tot conventionele kanaalplaten die vast zijn gestort aan de draagconstructie. Daarnaast zijn de kanaalplaten geschikt voor de toepassing van een losse computervloer, die ook demontabel is.

Circulair gebouw

Volgens Cepezed Projects zijn kanaalplaten door de relatief lage kosten en goede prestaties op het gebied van brandwerendheid, draagvermogen, overspanning en geluidwerendheid een populair bouwmateriaal.

De Tijdelijke Rechtbank Amsterdam is een onderdeel van het multifunctioneel bouwconcept CENTRA.AL van Cepezed Projects. Met dit concept realiseert de projectontwikkelaar circulaire gebouwen die op meerdere locaties zijn te plaatsen en ook de fysieke loskoppeling van het gebouw en de grond toelaten. 

Bron: De Architect, Cepezed Projects | Foto: Cepezed Projects, In tekst foto: Leon van Woerkom (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven) 

Shell bouwt mee aan drijvend Portugees windpark

Een consortium van multinationals en start-ups werkt 20 kilometer uit de kust van Portugal aan een demonstratiewindpark met drie of vier drijvende windturbines. Het offshore project moet in 2018 in bedrijf zijn. Dan wekt het maximaal 25 megawatt duurzame elektriciteit op.“Shell voorziet ons team van een brede kennisbasis op het vlak van offshore engineering”, zegt João Metelo, CEO van de Amerikaanse start-up Principle Power. Het Windfloat-concept van Principle Power bestaat uit een driehoek met drie grote drijvers op de punten. Bovenop een van die drijvers staat een windmolen.Olie-industrie en offshore windNaast Shell en Principle Power zijn ook het Franse energiebedrijf Engie, het Spaanse olieconcern Repsol en een dochterbedrijf van het Japanse conglomeraat Mitsubishi betrokken bij het drijvende windpark.Voor de kust van Portugal, waar de zee 85 tot 100 meter diep is, vormen de drijvende windturbines een alternatief voor vaste offshore funderingen. Voor zeedieptes van 45 meter of meer is het onaantrekkelijk om vaste palen in de zeebodem te heien.Het 25 megawatt grote offshore windpark volgt op een test met een Windfloat-windturbine van 2 megawatt. Deze kleinere versie dobbert sinds 2011 voor de Portugese kust en heeft inmiddels ruim 16 gigawattuur duurzame windstroom geproduceerd. Met de opschaling van de technologie willen de projectpartners aantonen dat drijvende windparken financieel haalbaar zijn.Dobber of driehoekHet Noorse oliebedrijf Statoil bouwt voor de kust van Schotland ook een drijvend windpark in de diepe zee. Met vijf windturbines van 6 megawatt levert het drijvende windpark stroom voor 20.000 huishoudens.Statoil maakt gebruik van een holle buis als drijver. Dankzij verankering op de zeebodem blijven ook met dit simpeler concept de windmolens overeind. Samen met ExxonMobil onderzoekt Statoil of deze dobberende windturbines kunnen helpen in de oliewinning op zee.Bron: Principle Power  | Foto: Vestas