Rianne Lachmeijer 25 oktober 2019, 18:02

Toekomstige bouw: ‘Wat als je bomen kan programmeren?’

‘Even het huis van de buurman watergeven.’ Over dertig jaar is het wellicht de normaalste zaak van de wereld. Op de Dutch Design Week staat een proefopstelling die toont hoe dat huis eruit kan zien. Bob Hendrikx ontwikkelde het prototype. Hij heeft grote verwachtingen van levende architectuur en biotech. ‘We gaan niet tegen materialen werken, maar met ze.’

Render overizcht kleiner

Duurzaam ondernemer Bob Hendrikx ziet materialen het liefst levend. “Dan ontstaat er een heel nieuw perspectief.” In de toekomst die hij verkent wonen mensen in pods gebaseerd op mycelium. Dit ondergrondse netwerk van de draden van schimmels vormt de basis van levende woningen die groeien, zichzelf herstellen en volledig biologisch afbreekbaar zijn.

Huis van schimmel en zaagsel

De pod die als voorbeeld op de Dutch Design Week staat, groeide binnen een aantal dagen. “Twee weken geleden was zij een berg zaagsel en een beetje schimmel”, herinnert Hendrikx zich. Hij spreekt liefdevol over zijn prototype, alsof het een huisdier is. Hij wijst naar een paar beschadigingen. “Deze gaten is ze weer langzaam dicht aan het maken.”

 Het is belangrijk goed voor de levende woning te zorgen. “Als jij haar slecht onderhoudt, komen er andere schimmels op, gaat zij degraderen en gaat zij langzaam dood.” Dat is niet wenselijk als je erin woont, maar wel als de pod niet meer nodig is. Deze vergaat dan op natuurlijke wijze.

Bij goede verzorging kan de woning heel lang meegaan. Ook kunnen pods aan elkaar vastgroeien. Als een buurman op vakantie gaat, kan deze connectie expres worden gemaakt. Als de bewoner zijn huis water geeft, verspreidt de pod dit eerlijk over het gehele oppervlakte, waardoor ook het huis van de buurman wordt gevoed. Om te voorkomen dat de pod de meubels ingroeit, kan het organisme aan de binnenkant worden uitgedroogd. Dan ontstaat een droog en zacht materiaal. “Dan kun je er een houten vloer inleggen. Die is dan niet levend, dus dat mag eigenlijk niet, maar dat tolereren we dan", zegt Hendrikx.

De natuur niet meer domineren

Hendrikx is niet de enige die met mycelium werkt. Opvallend is echter dat hij het materiaal laat leven, terwijl andere ontwerpers het organisme doden waardoor een soort piepschuimachtig materiaal ontstaat. Dat heeft niet de voorkeur van Hendrikx. “Als je dat doet, ben je precies hetzelfde bezig als we al ons hele leven als mensheid bezig zijn: de natuur aan het domineren.”

'We gaan mét materialen werken en kijken wat ze ons nog meer kunnen bieden'

Hendrikx wil juist mét de natuur werken en benadrukt dat het nuttig is om een materiaal levend te houden. “We gaan niet tegen materialen werken en ze degraderen tot bijvoorbeeld een simpele houten paal, maar we gaan mét ze werken en kijken wat ze ons nog meer kunnen bieden.”

Zo kan de pod gebaseerd op mycelium natuurlijke ventilatie en isolatie bieden en zelfs warmte en energie opwekken. Hendrikx legt uit hoe dat energie opwekken werkt. “Dit organisme is nu langzaam al die houtsnippers aan het opeten. Dat is haar voeding. En terwijl ze dat doet komen er allerlei elektronen vrij. Stel jij gaat eten of sporten, dan word je warmer; er gebeuren dingen. Dat gebeurt bij haar ook.” Met behulp van technologie van Plant-E worden die elektronen opgevangen en omgezet in licht of gebruikt voor het opladen van een mobiele telefoon. “De vraag is natuurlijk wel: kun je dat schalen naar elektrisch koken? Dat is van een heel ander kaliber.”

Science fiction of nabije toekomst?

Staan dit soort huizen over vijftig jaar door heel Nederland? Hendrikx hoopt al eerder. Hij benadrukt dat er nog heel veel onderzoek nodig is, maar tegelijkertijd dat het heel snel kan gaan. Hij verwacht veel van biotech. In Silicon Valley zag hij hoe met behulp van genetische manipulatie van mycelium en spinnendraden allerlei ontwerpen werden gemaakt. Hij vindt het tegelijkertijd eng en hoopvol. “Het geeft mij heel veel hoop voor de mensheid en het klimaatprobleem dat er nog zoveel mogelijk is.”

“Wat nou als je bomen kan manipuleren, programmeren in een constructievorm?”, filosofeert Hendrikx. “Dan praten we heel futuristisch, maar dan zou je dus een boom zo kunnen manipuleren dat je eigenlijk een staalconstructie van hout krijgt.” Op die manier kunnen er constructies ontstaan van levende bomen. Hendrikx ziet dit wel gebeuren in de toekomst. “Gewoon letterlijk een boom met een elvenbank eraan.” En in die elvenbank? Daar wonen wij.

Het levende huis is nog tot en met 27 oktober te zien op de Dutch Design Week in het Klokgebouw, Hal 4 op Strijp-S in Eindhoven.

Dutch Design Week

Jaarlijks vindt in Eindhoven de Dutch Design Week plaats. Dit designevenement presenteert werk en concepten van ruim 2.600 ontwerpers aan meer dan 350.000 bezoekers uit binnen- en buitenland. Verspreid over circa 120 locaties door de hele stad, organiseert en faciliteert de Dutch Design Week onder andere tentoonstellingen, lezingen, prijsuitreikingen, netwerkbijeenkomsten, debatten en festiviteiten.

Lees meer over de Dutch Design Week

Afbeeldingen: Interlink

Dutch Design Week: Deze student ontwierp een brug van oude windturbinebladen

Windturbines worden ontworpen voor een levensduur van ongeveer twintig jaar. Daarna worden ze ontmanteld en vervangen door grotere, betere en efficiëntere exemplaren. “Vervangen is economisch rendabeler, terwijl de bladen vaak nog in goede staat zijn”, vertelt alumnus Stijn Speksnijder.De eigenschappen die windturbinebladen sterk genoeg maken om hun werk te doen, vormen na ontmanteling juist de grootste uitdaging. Waar het merendeel van de windturbine prima te recyclen is, geldt dit namelijk niet voor de bladen. “De eerste windturbines worden nu ontmanteld, dus het probleem wordt nu langzaam zichtbaar. Maar de komende decennia gaan we dat steeds meer zien. Het gaat om gigantische hoeveelheden”, zegt Speksnijder.Niet te recyclenWat maakt het recyclen van windturbinebladen dan zo lastig? De bladen zijn gemaakt van thermohardende composieten, legt Speksnijder uit. Die bestaan uit verschillende materialen, zoals pvc-schuimkernen en balsahout, die vervolgens met glasvezel en een epoxy- of polyesterhars (thermohardende kunststoffen) worden gebonden. Een chemisch proces zorgt ervoor dat al die verschillende materialen niet meer te scheiden zijn.Het resultaat: een sterke constructie met goede mechanische eigenschappen, die bovendien bestand is tegen corrosie. Tegelijkertijd is het materiaal dus niet meer te recyclen. Voor Jelle Joustra, PhD-kandidaat aan de TU Delft, een reden om te onderzoeken hoe die thermohardende composieten kunnen worden hergebruikt in een circulaire economie.Brug van windturbinebladenHet afstudeerproject van Speksnijder is daar een onderdeel van. “Ik wilde de kwaliteiten die in dat blad zitten behouden, door het blad zoveel mogelijk in zijn originele vorm te houden. Toen ben ik op het ontwerp van een brug gekomen.” Zijn conceptontwerp is een brug voor fietsers en voetgangers, een constructie die over de gehele lengte wordt ondersteund door twee windturbinebladen. [image]Speksnijder vond het belangrijk dat dit eerste ontwerp het verhaal zou vertellen. “Door te laten zien dat het windturbinebladen zijn geweest, kun je het probleem aankaarten.” Tegelijkertijd moet het ontwerp breed toepasbaar zijn in zoveel mogelijk steden. “Dat vraagt om een iets minder opvallend ontwerp. Het moet geen landmark zijn, die na één keer niet meer wordt gebruikt.”Het ontwerp slaat aan, want inmiddels zit Speksnijder met verschillende gemeentes en marktpartijen om de tafel. “Ik wil het probleem ook echt grootschalig aanpakken, dus ik hoop dat nog meer gemeentes en afnemers zich gaan melden!”Echt circulairNaast de brug van Speksnijder zijn er meer innovatieve ontwerpen te zien. Afstudeerder Tjits Tuinhof maakte de behuizing van een autolader van versnipperd composietmateriaal van windturbinebladen. PhD-kandidaat Jelle Joustra ontwierp zelf meubels van kleinere stukken blad.Is met deze ontwerpen het probleem van de recyclebaarheid van windturbines opgelost? Absoluut niet, stelt Speksnijder. “Veel belangrijker nog dan wat we er achteraf mee kunnen, is dat de bladen anders ontworpen worden.” Dat is precies de kern van het onderzoek van Joustra, die aanvult: “Van deze ontwerpprojecten leren we hoe we de bladen zo kunnen ontwerpen dat hergebruik echt mogelijk wordt.”De ontwerpen van windturbinebladen zijn dit weekend nog te zien op de Dutch Design Week in Eindhoven. Locatie: Embassy of Sustainable Design, Innovation Powerhouse, Strijp T+R.Lees ook:Windturbinebladen krijgen een tweede leven als stoeptegel Zo ziet de krachtigste windmolen ter wereld eruit Friesland ruilt stalen brug in voor biobased composiet Beeld: Stijn Speksnijder, TU Delft