Romy de Weert 06 december 2021, 11:12

Vastgoedbedrijf stelt 'Chief Carbon Officer' aan. Wat is dat en wat gaat hij doen?

Het Amerikaanse vastgoedbedrijf Hines krijgt naar eigen zeggen ‘s werelds eerste ‘Chief Carbon Officer’ in de bouwsector. Het bedrijf hoopt met een Chief Carbon Officer de gebouwde omgeving duurzamer te maken. “Het is noodzakelijk dat we sneller handelen. Want de gebouwen die we vandaag bouwen, zullen heel lang blijven staan.”

Adobe Stock 430059810 Het is een grote stap voor de vastgoedsector om een functie vrij te maken voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving. | Credits: Adobe Stock

De bouwsector is verantwoordelijk voor zo’n 40 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. De enorme uitstoot van broeikasgassen wordt veroorzaakt bij het winnen van grondstoffen, tijdens de bouw en door de energie die gebouwen gebruiken. Een van ’s werelds grootste ontwikkelingsbedrijven heeft een functie vrijgemaakt om dit probleem aan te pakken: de Chief Carbon Officer.

Van New York en Shanghai tot India

Voormalig vice-president van Hines, Michael Izzo, is aangesteld om deze nieuwe functie te vervullen en een koolstofstrategie te bedenken. Hines is in Nederland onbekend, maar is met een marktwaarde van 80 miljard dollar een grote speler in Amerika. Izzo werkt aan constructies om CO2-uitstoot in nieuwbouw- en renovatieprojecten over de hele wereld te verminderen. Van hoge torens in New York en Shanghai tot Bangalore en India.

Want vooral in grote steden kan de CO2-uitstoot van de bouw hoog oplopen. In sommige zakenwijken in New York zorgt de gebouwde omgeving voor 70 procent van de CO2-uitstoot. Het invoeren van een Chief Carbon Officer is een belangrijke stap in de vastgoedsector om de gebouwde omgeving minder vervuilend te maken.

Alternatieve materialen

De Chief Carbon Officer moet manieren vinden om CO2-arme materialen te introduceren en minder energie te gebruiken. Als het gaat om andere materialen kijkt Hines naar massief hout en beton gemaakt met cementvervanging. De productie van beton vergt op dit moment nog enorm veel energie. Als beton kan worden vervangen door CO2-arme alternatieven, dan vermindert dat de CO2-voetafdruk van een gebouw.

Ook interessant: Zelfhelend beton is klaar om de wereld te veroveren

Als het gaat om energie dan werkt Hines aan het terugdringen van gasverbruik. Ten zuiden van Greenwich Village in New York bouwt het bedrijf een kantoorpand van 270.000 vierkante meter met 16 verdiepingen. Het gebouw, dat volgend jaar af is, werkt volledig op elektriciteit en heeft geen aansluiting op het gasnet.

Tegen Fast Company zegt de nieuwe Chief Carbon Officer Izzo: “Onroerend goed is vaak een lang spel. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat we nog sneller handelen. Want de gebouwen die we vandaag bouwen, zullen heel lang blijven staan.”

Meer woningen, minder uitstoot

Hoe zorgen we in Nederland voor meer woningen en minder uitstoot? Volgens Peter Driessen, oprichter van circulaire houtbouwer Respace, kunnen we de woningmarkt veel flexibeler inrichten. En daardoor ook veel duurzamer, legde hij uit tijdens Future Business Live van Change Inc.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Beleggen in fossiele energie? Geen invloed zonder desinvesteringen!

Onlangs hebben drie pensioenfondsen - ABP, PME en Pensioenfonds Horeca & Catering - besloten hun aandelen in olie-, gas- en kolenbedrijven te verkopen. Zij willen er niet langer in beleggen. Hun besluit was een verrassing. Tot voor kort zetten deze pensioenfondsen hun invloed als belegger in om fossiele-energiebedrijven te bewegen hun bedrijfsmodel om te bouwen tot een duurzaam model. Volgens critici hebben de pensioenfondsen met de verkoop van hun aandelen hun invloed op de verduurzaming van de fossiele-energiesector verspeeld. Die mening is gebaseerd op de veronderstelling dat engagement (invloed via dialoog) en desinvesteren (aandelen verkopen) niet samengaan. Ze worden neergezet als tegenovergestelde strategieën om ondernemingen aan te zetten tot verduurzaming. Wij menen dat deze strategieën elkaar juist aanvullen. Een beleggingsstrategie wordt namelijk bepaald door meerdere zaken: de sector waarin je belegt; de waardeketen van het bedrijf waarin je belegt, inclusief toeleveranciers en afnemers; de problematiek waarmee specifieke sectoren te maken hebben; en de voortgang van bedrijven en sectoren op het gebied van duurzaamheid. In een strategie die dit alles in aanmerking neemt, hebben zowel engagement als desinvesteren een plek. Desinvesteren is de juiste beslissing Wij denken dat desinvesteren – met als doel de economie sneller CO2-vrij te maken – de juiste beslissing is als het gaat om beleggingen in fossiele bedrijven. Waarom? Ten eerste hebben alle grote beursgenoteerde fossiele-energieproducenten nauwelijks voortgang geboekt in het terugdringen van de CO2 uitstoot, ondanks intensief engagement in de afgelopen decennia. Ten tweede is deze sector heel geconcentreerd: 70% van alle uitstoot van broeikasgassen door de mens komt bij slechts negentig bedrijven vandaan. Dat maakt desinvesteren effectief als een fors deel van de beleggers samen actie onderneemt. Bijvoorbeeld de ruim 600 financiële instellingen aangesloten bij Climate Action 100+, die samen meer dan 60 duizend miljard dollar beleggen. Als zij het voorbeeld van de Nederlandse fondsen zouden volgen, nemen de vermogenskosten van de fossiele-energieproducenten fors toe. Dat zet hun rentabiliteit structureel onder druk. Bovendien hebben de pensioenfondsen ook ná desinvesteren nog steeds invloed op de fossiele bedrijven, misschien nog meer dan daarvoor. Dat komt door de waardeketen van fossiele brandstoffen. De pensioenfondsen kunnen hun engagement verleggen van de producenten naar de grootverbruikers van fossiele energie: sectoren als staal, elektriciteit, transport, bouw, chemie en technologie. Bij deze grootverbruikers kan engagement effectief zijn om drie redenen. Ten eerste wijzen de fossiele-energieproducenten erop dat zij ‘enkel willen voldoen aan de vraag uit de markt’. Laat dat nu precies de markt zijn waar genoemde pensioenfondsen hun engagement naar verleggen. Ten tweede bleven fossiele staatsbedrijven uit bijvoorbeeld het Midden-Oosten bij het engagement tot nu toe buiten schot omdat ze niet beursgenoteerd zijn. Door het engagement te verleggen naar grootverbruikers breiden pensioenfondsen hun invloed ook uit naar deze bedrijven. En ten derde is engagement met grootverbruikers kansrijker dan met fossiele bedrijven. Dat komt doordat niet de kernactiviteit van de onderneming ter discussie staat, zoals het maken van staal, maar de manier waarop het bedrijf dat doet: met bijvoorbeeld groene waterstof in plaats van steenkool. Verleg focus naar grootverbruikers van energie Het engagement met grootverbruikers moet wel in een hogere versnelling. Bijvoorbeeld door specifieke doelen te stellen en vooraf expliciet te maken welke consequenties het heeft als bedrijven die niet halen. Pensioenfondsen kunnen bijvoorbeeld op de aandeelhoudersvergadering voorstellen indienen en stemmen tegen inkoop van eigen aandelen als het bedrijf onvoldoende investeert in verduurzaming. Neem elektriciteitsproducenten, die vaak veel ambitieuzer inzetten op duurzame energie dan fossiele-energiebedrijven. Volgens een recente inventarisatie heeft bijna de helft van hen zich al gecommitteerd aan de doelstelling van netto nul procent CO2-uitstoot. Engagement van pensioenfondsen bij zulke grootverbruikers kan de noodzakelijke transitie versnellen. Niet meer beleggen in fossiele-energieproducenten is dus een verstandige strategie voor pensioenfondsen. Anders dan critici beweren, heeft de verkoop van aandelen in fossiele-energiebedrijven géén belangrijke invloed op de beleggingsprestaties van fondsen. Als de opwarming van de aarde tot 1,5°C beperkt wordt, heeft dat een negatieve invloed op de financiële prestaties van fossiele bedrijven. Bovendien heeft engagement in deze late fase van de energietransitie weinig kans van slagen. Maar als flink wat pensioenfondsen hun desinvestering aanvullen met een doelgerichte strategie van engagement met grootverbruikers, kunnen desinvesteren en engagement samen helpen de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C.Des Piet Sprengers is manager duurzaamheidsstrategie en beleid bij ASN Bank in Den Haag. Bert Scholtens is hoogleraar duurzaam bankieren en financieren bij de Rijksuniversiteit Groningen en de University of St Andrews.Het Betoog Change Inc. waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: roy@change.inc. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op Change Inc. verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.