Bas Joosse 04 juli 2019, 11:15

VN: ‘hittestress kan wereld in 2030 $ 2,4 biljoen kosten’

Hittestress kan de wereld in 2030 miljoenen banen aan arbeidsproductiviteit kosten; de wereldwijde economie verliest hiermee $ 2.4 biljoen (€ 2,7 biljoen). Dit stelt de International Labor Organisation (ILO), een onderdeel van de Verenigde Naties, in een rapport dat deze week verscheen.

Adobestock hitte thermometer

Hittestress treedt op als de buitentemperatuur boven de 35 graden Celsius uitkomt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid. Buiten werken geeft dan gezondheidsrisico’s, doordat het lichaam vanaf een temperatuur van 39 graden blootgesteld wordt aan ‘hitte-uitputting’. Dit zorgt volgens de organisatie voor een verminderde productiviteit, een grotere kans op fouten in het werk en een hitteberoerte.

Voorzichtige schatting

Volgens de ILO kan hittestress in 2030 2,2 procent van alle werkuren wereldwijd teniet doen. Uitgedrukt in voltijdsbanen gaat het om 80 miljoen banen. De organisatie stelt wel dat het om een voorzichtige schatting gaat, omdat ervan uitgegaan wordt dat werk op het land en in de bouw in de schaduw uitgevoerd wordt en niet in de volle zon.

Ook gaat de ILO er in de voorspelling vanuit dat de opwarming van de aarde op 1,5 graad Celsius blijft. Als meegerekend wordt dat werk in de bouw en op het land in de zon gedaan wordt, gaan er volgens het rapport 136 miljoen voltijdsbanen verloren.

Rol voor werkgevers

Werkgevers spelen volgens de ILO een cruciale rol in het implementeren van maatregelen die hittestress tegen kunnen gaan. Zo kunnen ze ervoor zorgen dat gebouwen minder warmte binnen laten door groene daken te installeren, of zorgen dat medewerkers die buiten werken meer schaduw hebben. Ook kan het aanpassen van de werkuren helpen, zodat werknemers niet op de heetste uren van de dag hoeven te werken.

Niet alleen personen, maar ook techniek heeft te lijden onder warmte. Zo zijn bijvoorbeeld zonnepanelen in een hittegolf minder productief.

Lees ook: 3 oplossingen die hittestress verminderen

Bron: International Labor Organization | Afbeelding: Adobe Stock

Impact maken op grote schaal met insecteneiwit

Protix is opgericht in 2009 met als doel bij te dragen aan een duurzaam voedselsysteem, door ingrediënten te ontwikkelen die zijn gemaakt van insecten. Het probleem dat het insectenbedrijf daarmee oplost, is het verminderen van druk op land, water en biodiversiteit, mogelijk gemaakt door het circulair maken van het voedselsysteem.“Ons voedselsysteem is succesvol gebleken: we kunnen heel veel produceren voor weinig geld. Alleen worden veel kosten niet geïnternaliseerd, waardoor het verlies dat ondertussen plaatsvindt nog veel groter is. Het gevolg is biodiversiteitsverlies en klimaatverandering. Concrete uitingen daarvan zijn onder andere houtkap, overbevissing, verzuring van water en rivieren door kunstmest en bodemerosie. Die cirkel willen wij doorbreken”, zegt Aarts.Insecten als hoogwaardige voedingsbronIn de hele voedselketen is er veel voedsel dat wordt geproduceerd maar uiteindelijk niet wordt benut. Aarts: “Dat zijn overblijvende nutriënten waarmee we de insecten kunnen voeden. Zo kunnen insecten net als in de natuur als duurzame voeding dienen voor vis en kip. De voetdruk wordt hierdoor gigantisch verlaagd en het zorgt ervoor dat we bijna geen druk uitoefenen op land, water en visserij.” Maar om dit te realiseren, zijn nieuwe technologieën nodig. Aarts: “Het idyllische plaatje dat we allemaal een eigen pluktuin hebben, is fantastisch. Ik zou dolgraag mijn tuin verrijken met bessen en planten. Maar de realiteit is dat veel mensen in de stad wonen en ook zij gezond moeten kunnen eten.”Door de komst van de nieuwe fabriek in Bergen op Zoom, die in juni officieel werd geopend, is Protix enorm gegroeid. De nieuwe faciliteit is uitgerust met de nieuwste technologieën en produceert eiwit om bijvoorbeeld voer te verschaffen voor meer dan 5 miljoen zalmen of het kan zorgen voor de productie van 250 miljoen eieren, gelegd door kippen gevoerd met sojavrij voer. Hierdoor kan de consument nu eieren, vis en kip eten tegen een lage milieuafdruk. Tegelijkertijd wordt het dierenwelzijn verhoogd omdat er natuurlijke ingrediënten worden gebruikt als diervoeding.Aarts: “We moeten terug naar de grond en grondstof als we een gezonde toekomst willen. Wij leveren een duurzame grondstof (eiwit) en een middel (bodemverbeteraar) om de grond weer gezond en vruchtbaar te maken. Behalve dat insecten een hoogwaardige eiwitbron zijn voor dieren zoals kippen en vissen, zijn de uitwerpselen van insecten ook gezonde en rijke bodemverbeteraars voor het stimuleren van organisch leven in de bodem en plantengroei. Insecten leveren een gezondere bijdrage aan de bodemgezondheid dan andere compost meststromen en meststoffen.”"Verruiming in de wet- en regelgeving is nodig om insecten de ruimte te geven"Maar daarvoor is wel verruiming nodig in de bestaande wet- en regelgeving. Aarts: “Minister Schouten liet zich daar vorige week tijdens de opening positief over uit. Ze gaf aan te willen helpen waar mogelijk om insecten de ruimte te geven zodat we de keten meer circulair kunnen maken. De markt waarin wij opereren is namelijk nog heel nieuw. We zijn daarom constant bezig om de grenzen te verleggen.”Van eitje tot eiwitOp dit moment werkt Protix met één insectensoort: de zwarte soldatenvlieg. Het gaat om hele grote aantallen, die graag dicht bij elkaar leven zodat ze zich veilig voelen. De larven worden met voedselresten opgevoed en vervolgens tot eiwit verwerkt. “We produceren zelf de eitjes, kweken daarna de larven op en verwerken deze vervolgens tot eiwit en vet. Dat zijn onze hoofdingrediënten.”Alle stappen vinden plaats onder één dak in een gecontroleerde omgeving. De nieuwe faciliteit in Bergen op Zoom maakt gebruik van de modernste technologie en is uniek op het niveau van automatisering, digitalisering en capaciteit. Er is een sterke data- en softwarelaag ingebouwd om alles van het begin tot eind te kunnen analyseren. “Daardoor kunnen we bij elke batch de restproducten en voedselresten nalopen, volgen welke vliegenkolonies de eitjes hebben geproduceerd en in welke klimaathal ze hebben gestaan. ‘Pioneer daily’ is ons uitgangspunt. De data staat daarbij centraal en daaruit halen we innovaties, die we vervolgens weer implementeren.”Transparante voedselketenAarts moedigt daarom iedereen uit de voedselketen aan om zo duidelijk mogelijk te communiceren over waar voedsel vandaan komt. “De consument moet het vertrouwen hebben dat ons productiesysteem duurzamer wordt. Een onderdeel van de negatieve beeldvorming is dat veel processen niet transparant zijn. Als we een circulaire voedselketen willen realiseren, betekent het ook dat we moeten uitleggen waar het voedsel vandaan komt, hoe we de voedselresten benutten en wie onze partners zijn.”"De consument moet het vertrouwen hebben dat ons productiesysteem duurzamer wordt"In het onlangs verschenen boek Hoe gaan we dit uitleggen, schrijft Jelmer Mommers dat mensen het beeld hebben dat als er iets op straat gebeurt, we denken dat er niemand ingrijpt. “Maar de realiteit is dat er altijd wel iemand opstaat om het op te lossen. Hetzelfde geldt voor voeding: mensen willen wel bijdragen en beseffen dat ze onderdeel zijn van een groter, wereldwijd voedselsysteem. Ze weten ook wel dat elke consumptiekeuze effect heeft. Het is alleen heel onzichtbaar gemaakt. Die onzichtbaarheid proberen wij weer transparant te maken”, zegt Aarts.'Footprintarian'Omdat Aarts er vanuit gaat dat ieder mens van nature wilt bijdragen aan het milieu, heeft hij het framework ‘footprintarian’ ontwikkeld. Het gaat over de continue zoektocht naar het verlagen van de voetafdruk door na te denken over keuzes elke dag worden gemaakt. Het framework biedt een houvast om een positieve cyclus te bewerkstelligen met als doel levensverbetering voor alle organismes op aarde. Aarts: “In Nederland bestaat al een hoge vorm van welvaart: het huis is warm en er staat elke dag eten op tafel. De vraag is hoe we wel meer vooruitgaan en tegelijkertijd ook duurzamer kunnen leven, bijvoorbeeld als het om reizen of voeding gaat.”Als voorbeeld noemt hij de grote verscheidenheid aan consumenten. “Vroeger had je de vleeseter en de gekke vegetariër. Nu zijn er flexitariërs, veganisten, friday barbecue lovers, woensdag vleesonthouders en pescotariërs bijgekomen. Het interessante is dat deze consumenten allemaal positieve beweegredenen hebben om bij te dragen aan een beter milieu. Er is al een verschuiving zichtbaar van rood naar wit vlees, dus van biefstuk naar kip, vis, garnalen, eieren. Dat is een duurzamere keuze omdat er veel minder grondstoffen en grond voor nodig zijn. Als we vervolgens de voeding daarvan verduurzamen, dan kan die footprint in de toekomst nog veel verder omlaag.”Met het footprintarian framework hoopt Aarts mensen met elkaar te verenigen als het om het milieu gaat. “Persoonlijk maak ik me zorgen over de zin en onzin van het debat. Ik vind dat we te veel polariseren: je bent voor of tegen duurzaamheid. Terwijl mensen echt wel aanvoelen dat ze kunnen bijdragen aan een beter milieu, in plaats van de hakken in het zand te zetten. Als je uitlegt dat er voor de productie van eieren soja wordt gekapt en vervoerd vanuit Zuid-Amerika, dan zullen veel mensen voor een duurzamer ei kiezen. Maar als je mensen voor het blok zet door te zeggen: ‘waarom eet jij dat ei nou nog steeds?’, dan schiet een groot gedeelte direct in de weerstand. Daarbij spelen natuurlijk ook andere factoren een belangrijke rol, zoals de prijs. Een nieuwe balans is nodig.”"Vanuit het footprintariër principe ga ik er vanuit dat mensen gezond willen eten tegen een steeds lagere milieuafdruk"In de toekomst ziet Aarts zeker mogelijkheden in de toepassing van eiwitten uit insecten voor humane voeding. “Vanuit het footprintariër principe ga ik er vanuit dat mensen gezond willen eten tegen een steeds lagere milieuafdruk. Dat doen we enerzijds door de voetafdruk van vis, kip en ei sterk te verlagen op land, water en biodiversiteit, die ontwikkeling verloopt vrij snel. Anderzijds doen we dat door directe eiwitconsumptie in voeding. Dit is weliswaar een nieuw onderdeel dat veel tijd en aandacht kost. Het zal nog een aantal jaren duren om dit te ontwikkelen.”Haast om te verduurzamenOp dit moment is Protix vooral actief in Nederland. Zodra alles goed draait, wil het bedrijf ook naar het buitenland uitbreiden. Aarts: “Er is enorm veel aandacht uit andere landen. We zijn met de eerste projecten begonnen in Noord-Frankijk en Canada. Ook vanuit Azië komen veel aanvragen binnen.”Het bedrijf wil zo snel mogelijk duurzame impact maken omdat dit noodzakelijk is om binnen de grenzen van het ecologisch systeem te komen. “Op alle fronten moeten onze bronnen weer benut worden door zo min mogelijk verspilling. Onze technologie is daarvoor perfect en we hebben goede samenwerkingsmogelijkheden en financieringsmogelijkheden voorhanden. Onze eerstvolgende stap is om dat te verfijnen en daarna op grote schaal door te pakken. Wij hebben geen haast, maar de planeet heeft dat wel.”Green LeadersEerder was Kees Aarts te gast in de Green Leader podcast van DuurzaamBedrijfsleven. Daarin spreekt presentator Paul van Liempt wekelijks met duurzame koplopers die de transitie aantoonbaar versnellen. Luister de podcast hieronder terug.Wil je nooit meer een Green Leader podcast missen? Abonneer je dan op het Green Leader kanaal op Soundcloud of Spotify. De podcasts maken onderdeel uit van een multimediaal format waarmee DuurzaamBedrijfsleven de frontrunners van de nieuwe economie het podium biedt dat zij verdienen. Naast podcasts verschijnen er ook (duo-)interviews. Ga naar duurzaambedrijfsleven.nl/greenleaders voor meer informatie.Beeld: Protix