Maaike Kooijman
23 februari 2026, 11:10

We hebben meer huizen nodig, maar die hoeven we niet allemaal te bouwen – liever niet, zelfs

Er moeten de komende jaren honderdduizenden woningen bijkomen, liefst op een duurzame manier. De Dutch Green Building Council spant zich in om dat in goede banen te leiden. Directeur Brigit Gerritse: ‘We kopen tijd door eerst te kijken naar wat we al hebben.’

Brigit Gerritsee Directeur Brigit Gerritse van de Dutch Green Building Council. | Credits: DGBC

‘Duurzaam bouwen is uiteindelijk vooral gebouwen maken waar mensen van houden. Kijk maar naar dit gebouw.’

We zitten in het Volkshotel, het oude Volkskrantgebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam. Brigit Gerritse, algemeen directeur van de Dutch Green Building Council (DGBC), kijkt om zich heen. ‘Dit gebouw stond lang op de lijst om gesloopt te worden. Maar kijk nu eens. Achter jou zitten jongeren een broodje te eten, naast ons houden mensen een brainstormsessie op een groot vel papier. Aan de andere kant zit een meneer rustig te genieten.’

‘Architectonisch is het ook mooi. Er is veel licht, dat vinden mensen fijn.’ Ze wil maar zeggen: een gebouw wordt zowel bepaald door het ontwerp en de materialen als door wat erin gebeurt. Een voorbeeld? ‘Je kunt een huis wel supergoed isoleren, maar als de bewoners vervolgens de verwarming aanzetten en het raam open, heeft dat geen zin. Ook dat moet je meenemen in het ontwerp.’

Grote opgave voor de Dutch Green Building Council

Gerritse, die planologie studeerde en al haar hele werkzame leven met vastgoed bezig is, is nu ruim een jaar directeur van de Dutch Green Building Council. Leuk, maar niet altijd makkelijk, vindt ze. ‘Je moet mensen toch enthousiast houden over iets wat je pas in 2050 hoopt te bereiken: een volledig CO2-neutrale bouwsector.’

Wat niet helpt: de wooncrisis in Nederland heeft duurzaamheid lager op de agenda geplaatst. ‘We willen snel, snel, snel, en dan neem je niet altijd de beste beslissingen. De perceptie van de sector is verschoven van “duurzaamheid moet” naar “duurzaamheid moet, maar nu even niet”.’

Tot en met 2030 moeten er minstens 100.000 woningen per jaar worden gerealiseerd, al wordt dat streven al jaren niet gehaald. In theorie weten we hoe we die woningen duurzamer kunnen bouwen of renoveren. ‘Maar de politiek, en ook veel bouwbedrijven, aannemers, beleggers en architecten, zeggen over al die oplossingen: ze zijn te duur, of ze duren te lang. En voor beide hebben we geen tijd.’

Dat betekent een grote opgave voor de DGBC, de stichting die partners stimuleert en helpt om duurzamer te bouwen. De organisatie heeft een uitgebreide kennisbank en ontwikkelde onder meer een methode waarmee woningcorporaties gebouwen in hun portefeuille kunnen toetsen op klimaatrisico’s. Ook beheert ze BREEAM-NL, de certificeringsmethode om de duurzaamheid van gebouwen meetbaar te maken.

Er zijn zo’n 400 organisaties aangesloten bij de DGBC. Met welke argumenten krijg je hen mee?

‘Dat ligt eraan wie ik tegenover me heb. Je hebt meerdere argumenten nodig om verschillende partijen mee te krijgen. Van “bouw wat je wilt achterlaten voor volgende generaties” tot “als je niet klimaatbestendig bouwt, creëer je nu de stranded assets van de toekomst”.

Als mensen dan zeggen: “Ja, maar…” denk ik: ah, nou heb ik je. Dan gaan we díe hobbel proberen weg te nemen.

De uitdagingen zitten ‘m vooral in de uitvoering. Want meestal zijn we het er wel vrij snel eens over hoe een ideale stad eruit moet zien. Hittebestendig, met veel groen, ontmoetingsplekken voor mensen en bijvoorbeeld de mogelijkheid voor ouderen om lang zelfstandig te wonen.’

Waarom bouwen we zulke steden dan niet?

‘Zulke projecten zijn vaak niet goed schaalbaar. Als we 100.000 woningen per jaar willen realiseren, is ruimte de grootste uitdaging. Het duurzaamst is om locaties te zoeken binnen de bestaande stedelijke omgeving. Daar heb je al voorzieningen en infrastructuur. Maar er is ook beperkte ruimte.

Je hebt ook altijd te maken met tegengestelde belangen. Op papier is optoppen (extra verdiepingen bouwen op een bestaand gebouw, red.) bijvoorbeeld een goede oplossing. Het kost geen extra ruimte en zorgt voor relatief weinig CO2-uitstoot vergeleken met nieuwbouw. Maar puur economisch gezien is het soms aantrekkelijker om een gebouw te slopen en te vervangen door meer nieuwe woningen.’

Belonen de plannen van de nieuwe coalitie duurzame bouw? 

‘Ze gaan de goede richting uit, maar zijn niet concreet genoeg. Al snap ik dat wel, het is natuurlijk een minderheidscoalitie.

Maar kijk bijvoorbeeld naar water. Het gaat de komende jaren echt een probleem worden om alle nieuwe woningen aan te kunnen sluiten op het waternet. Voor die watercongestie worden geen concrete oplossingen geboden.

Als we nu zo veel bouwen, is het een gemiste kans om niet na te denken over de oplossingen. Anders is er straks ook geen water meer voor al dat groen dat we zo graag in wijken willen hebben.’

Hoe zien die oplossingen eruit?

‘We moeten anders bouwen. Bijvoorbeeld met de mogelijkheid hemelwater op te vangen en daarmee de wc door te spoelen. Zulke dingen worden nu vaak “bovenwettelijk” genoemd; dat helpt niet.

Veel oplossingen bevinden zich op gebouw- op wijkniveau, bijvoorbeeld het lokaal zuiveren van afvalwater. Maar ook de waterschappen kunnen een grote rol spelen. Zij hebben een goed beeld van de benodigde maatregelen per regio.’

Jullie willen de sector duidelijkheid bieden met een nieuwe Net Zero-standaard.

‘Veel partijen zijn wel bezig met verduurzamen, maar steken hun hoofd niet boven het maaiveld uit. Ik denk dat ze bang zijn dat anderen hen wijzen op wat ze nog beter hadden moeten doen. Wij willen één taal ontwikkelen, zodat je echt kunt zeggen: dit is een zo duurzaam mogelijk gebouw.

Zo’n standaard helpt partijen ook om naar banken of pensioenfondsen te stappen voor duurzame financiering. Ze kunnen aantonen dat hun plannen in lijn liggen met de huidige opvattingen over duurzaamheid. Maar het is nog best moeilijk om een standaard te ontwikkelen met een ambitieniveau waar iedereen het over eens is.’

Wat zie je als de grootste kansen tot 2030?

‘Er zijn enkele no regrets: dingen waar we sowieso geen spijt van krijgen. Die liggen vooral bij het benutten van de bestaande gebouwen. Woningen realiseren betekent niet per se woningen bouwen. Het kan ook optoppen, splitsen en transformeren zijn. Wat hebben we al aan gebouwde omgeving en wat willen we daarmee? Kijk bijvoorbeeld naar Overamstel, hier vlakbij; dat is van bedrijventerrein naar woonwijk gegaan.

Daarmee kopen we tijd voor onszelf, die we kunnen besteden aan bijvoorbeeld de ontwikkeling van prefab bouwen. Fabrieksmatig bouwen biedt veel kansen. Het is geschikt voor biobased materialen, en je kunt gebouwen zo produceren dat die op een later moment gemakkelijk uit elkaar gehaald kunnen worden.’

Waar in Nederland wordt de bestaande voorraad al goed benut?

Gerritse denkt lang na. ‘Interessante vraag. Nog interessanter dat ik niet meteen op een antwoord kan komen. Er is veel ambitie, maar nog weinig gerealiseerd.’

Later, per mail: ‘Zoetermeer is een goed voorbeeld. Woningcorporatie Vidomes heeft daar een voormalig zorgcentrum gerenoveerd. Aan de 60 appartementen is een extra woonlaag met 10 appartementen toegevoegd. In de volgende fase wordt het complex verder uitgebreid, met 22 optopwoningen en 45 aanplakwoningen.’

‘Optoppen gebeurt nog weinig, ook omdat de parkeernormen een groot probleem zijn. Bij nieuwe woningen moeten ook nieuwe parkeerplekken komen. Terwijl mensen liever een huis hebben dan een parkeerplaats.

Dat is een goed voorbeeld van hoe de maatschappij verandert. We hebben behoefte aan andere dingen dan vroeger. Dat zie je ook terug in de acceptatie van verschillende woonvormen, zoals wonen met vrienden en wonen bij een hospita. De regelgeving moet daarin meebewegen.’

Je vraagt ook vaak aandacht voor het sociale aspect van gebouwen. 

‘Als je gebouwen maakt waar mensen graag komen, kun je die heel lang gebruiken. Dat is niet alleen duurzaam, maar ook financieel interessant. Een plek zonder sociale meerwaarde heeft geen toekomst, en daarmee ook geen economische waarde.

Sociale cohesie is ook belangrijk als je bijvoorbeeld de buurt wilt verduurzamen. Dat verloopt veel soepeler in een sterke gemeenschap. Als je gehecht bent aan een plek, ben je toch eerder bereid daarin te investeren.’

Heb je hoop dat de bouwsector op tijd verduurzaamt om zijn doelen te halen?

Hope is not a strategy, alleen daarmee kom je er niet. Maar ik heb ook eens iemand horen zeggen: “Als Martin Luther King zijn speech I have a nightmare had genoemd, was die lang niet zo aantrekkelijk geweest.” Het is belangrijk om mensen een visie voor te schotelen. Dat maakt enthousiast.’

Je bent nog drie jaar directeur van de DGBC. Wat wil je nog bereiken?

‘Uiteindelijk wil ik dat we voor zowel bedrijfsleven als de politiek een voor de hand liggende vraagbaak zijn voor duurzaamheidsoplossingen in de bouwsector. De DGBC is tot nu toe een heel bescheiden club. We brengen mensen bij elkaar, ontwikkelen keurige standaarden en tools, maar lobbyen niet. Daarmee gaat het niet snel genoeg, merk ik. We mogen best een wat activistischere houding aannemen.’

Lees ook:

Ongemakkelijke waarheden over data én AI: toekomstbestendig ondernemen begint bij digitale autonomie

Elias Hassing is datastrateeg bij Digital Power. Met een achtergrond in productmanagement en meer dan 15 jaar ervaring in het leiden van internationale ontwikkelteams, helpt hij organisaties hun datastrategie te ontwikkelen. Hij begeleidt digitale transformaties van strategie tot uitvoering. In dit opiniestuk fileert hij de manier waarop organisaties hun AI-ambities bouwen op fundamenten die ze niet bezitten: de cloud- en AI-platformen van een handvol Amerikaanse techgiganten. Die ongemakkelijke waarheid raakt de kern van een probleem waar Nederlandse organisaties liever niet over praten: we hebben onze digitale soevereiniteit volledig uitbesteed aan een handvol Amerikaanse techgiganten. The Big 7. We bouwen onze AI-ambities op fundamenten die we niet bezitten, in clouds die we niet controleren, met data waarvan we niet eens weten waar het staat. Digitale autonomie als fundament voor duurzaam ondernemen Duurzaam ondernemen gaat over continuïteit, over verantwoordelijkheid nemen voor je impact, over bouwen aan iets dat generaties meegaat. Maar hoe duurzaam is een organisatie die volledig afhankelijk is van Amerikaanse cloudproviders? Die geen exitstrategie heeft? Die niet weet waar haar data staat, óf wie er toegang toe heeft? Recent analyseerde ik de situatie bij een gemeente die onderzoekt hoe ze minder afhankelijk kan worden van Microsoft. Niet per se uit anti-Amerikaanse sentimenten, maar uit verantwoordelijkheidsbesef. Ze willen kunnen garanderen dat ze over tien jaar nog steeds diensten kunnen leveren aan burgers, ongeacht geopolitieke verschuivingen of prijsverhogingen.Dat vind ik een voorbeeld van verstandig en toekomstgericht bestuur. Het gaat niet om het weren van technologie, maar om het creëren van keuzevrijheid. Om het bouwen van een organisatie die kan schakelen, aanpassen, overleven. Dat is pas echt duurzaam. Van afhankelijkheid naar weerbaarheid Zestig procent van álle AI-gebruikers wereldwijd gebruikt ChatGPT. Maar hoeveel organisaties hebben werkelijk nagedacht over wat dit betekent voor hun toekomstbestendigheid? Je deelt niet alleen data; je traint modellen van bedrijven die jouw concurrenten ook bedienen. Je bouwt processen op technologie waar je geen invloed op hebt.De gemiddelde GDPR-boete bedraagt 3,5 miljoen euro, maar het echte risico is groter. Stel dat je belangrijkste AI-tool morgen niet meer beschikbaar is. Of dat voorwaarden zo veranderen dat je businessmodel niet meer werkt. Heb je alternatieven? Kun je schakelen? Of sta je stil?Wendbare organisaties zijn duurzame organisaties. Ze kunnen inspelen op veranderingen, nieuwe kansen pakken, risico’s managen. Maar wendbaarheid vraagt om autonomie. Om controle over je eigen data, processen en toekomst. Investeren in eigen capaciteit en kennis Er is een betere route die draait om fundamenteel andere keuzes. Begin met een datastrategie die digitale autonomie centraal stelt. Niet als doel op zich, maar als voorwaarde voor duurzame groei. Breng in kaart waar je data staat, wie toegang heeft, welke afhankelijkheden je hebt gecreëerd.Dit is investeren in menselijk leiderschap. In plaats van blind te vertrouwen op AI, bouw je interne expertise op. Je team leert niet alleen tools gebruiken, maar begrijpt hoe ze werken, wat de risico’s zijn, waar de kansen liggen. Dat maakt je organisatie toekomstbestendig.Voor kleinere organisaties ligt hier een enorme kans. Zij kunnen wendbaarder zijn, sneller alternatieven adopteren, minder last hebben van legacy-systemen. Met mijn basketbalcommunity in Den Haag bouwden we met enkele prompts een compleet platform. Niet afhankelijk van één leverancier, maar flexibel en aanpasbaar. Van quick wins naar structurele verandering Start klein, maar denk groot. Identificeer één proces waar meer controle over data direct waarde oplevert. Bouw een prototype met tools zoals Figma om stakeholders te overtuigen. Creëer ambassadeurs die de waarde van autonomie uitdragen.Zoek actief naar Europese alternatieven, ook als die nu nog niet perfect zijn. Ja, het Franse Mistral AI heeft als voertaal Frans, maar het respecteert Europese waarden rond privacy. Het biedt een alternatief voor Amerikaanse dominantie. Door vroeg te adopteren, help je deze alternatieven groeien.Investeer in datageletterdheid op alle niveaus. Van bestuurskamer tot werkvloer. Niet iedereen hoeft data scientist te worden, maar iedereen moet begrijpen wat data kan en wat de risico’s zijn. Platforms zoals Coursera of YouTube bieden allerlei toegankelijke trainingen.Maak bijvoorbeeld één persoon op directieniveau eindverantwoordelijk voor digitale autonomie. Het gaat om de business impact van digitale autonomie of het gebrek daar aan, gegeven de verantwoordelijkheden van IT kan dit een contrast opleveren in visie. Dat contrast moet door deze persoon op de bestuurstafel bespreekbaar worden gemaakt. Technologie met Europese waarden Niet om er een té geopolitiek verhaal van te maken, maar de context waarin technologie ontwikkeld wordt, is óók onderdeel van die technologie. Silicon Valley’s surveillance-kapitalisme zit ingebakken in de tools die we gebruiken. Chinese technologie komt met Chinese waarden. Waar zijn de Europese waarden in onze technologie? Europa staat voor privacy, voor menselijke waardigheid, voor duurzaamheid. Maar we hebben onze digitale infrastructuur uitbesteed aan partijen die deze waarden niet delen. OpenAI investeert 500 miljard dollar in datacenters. Ter vergelijking: dat is de helft van het Nederlandse BBP. Met zulke investeringen creëer je geen eerlijke markt maar monopolies.Het alternatief hoeft niet perfect te zijn om waardevol te zijn. Kijk naar de militaire technologie waar Europa nu -uit noodzaak- in investeert. Urgentie creëert innovatie: het internet kwam ooit uit een Amerikaans militair project. Wie weet wat voor duurzame technologie uit Europese samenwerking kan ontstaan? Continuïteit door controle Recent zag ik een directeur worstelen met de opdracht om ‘datagedreven werken’ te implementeren. Hij focuste op technologie, maar het echte vraagstuk was organisatorisch. Zonder collectieve visie op wat je wilt bereiken, zonder eigenaarschap, zonder strategie, is elke investering in data weggegooid geld.Dit is waarom digitale autonomie een bestuursvraagstuk is, géén IT-kwestie. Het gaat over de continuïteit van je organisatie. Over je vermogen om te innoveren. Over je kracht om een eigen koers te varen.The proof is in the pudding. McKinsey’s “Age of Analytics” laat zien dat bedrijven die analytics strategisch inzetten, structureel competitievoordeel en significant hogere waardecreatie realiseren dan spelers die dat niet doen.Ze innoveren effectiever omdat ze kunnen experimenteren zonder afhankelijk te zijn. Ze zijn wendbaarder omdat ze kunnen schakelen tussen leveranciers. Dat is pas duurzaam ondernemen. De kracht van keuze De wereld wordt niet gedomineerd door zeven techbedrijven omdat dit natuurlijk of onvermijdelijk is, maar omdat wij collectief hebben gekozen om onze soevereiniteit op te geven voor gemak.Die keuze kunnen we terugdraaien. Niet door Amerikaanse of Chinese technologie massaal te weren, maar door bewust alternatieven te ontwikkelen en te kiezen. Door data te behandelen als strategisch kapitaal voor duurzame groei. Door digitale autonomie te zien als wat het is: de basis voor toekomstbestendig ondernemen.Het gaat over het bouwen van organisaties die zelfstandig kunnen opereren, die waarde blijven creëren, die kunnen overleven en floreren. Ongeacht wat Silicon Valley of Beijing beslist. Dat is de essentie van duurzaam, toekomstbestendig ondernemen in het digitale tijdperk. Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Digital Power. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.