Marc Seijlhouwer 17 juni 2020, 14:46

Zelfvoorzienend en klimaatneutraal: de vergroening van forteiland Pampus

Het forteiland Pampus, midden in het IJmeer bij Amsterdam, moet in 2022 helemaal klimaatneutraal zijn. Met een energiezuinig paviljoen, een zonneveld en windturbines kan het eiland zelfvoorzienend en helemaal duurzaam zijn. Gisteren nam Pampus een biovergister in gebruik, die van GFT-afval gas maakt waar de koks van het restaurant naast het fort op kunnen koken.

Pampus birdseye render nieuwe situatie alleen gebruiken ovf copyright paul de ruiter architects | Credits: Paul de Ruiter Architects

Het forteiland, dat onderdeel is van het UNESCO Werelderfgoed, ligt sinds het einde van de 19e eeuw in het IJmeer. Het is onderdeel van de Stelling van Amsterdam, een netwerk van forten om de hoofdstad te beschermen tegen vijanden. Daarom is het fort ook zelfvoorzienend: er is nooit een elektriciteitskabel naar de wal aangelegd, waardoor Pampus altijd zijn eigen energie moest produceren.

Dat gebeurt nu met dieselaggregaten, waarvoor boten regelmatig tonnen fossiele brandstof aanleveren. De komende twee jaar moet het eiland transformeren naar een groen paradijs waar 0 gram fossiele CO2 uitgestoten wordt. Architect Paul de Ruiter maakte een plan voor een zelfvoorzienend eiland, dat de oorspronkelijke geschiedenis respecteert.

Lees ook: Schotland wil zijn kastelen verduurzamen door ze van het gas af te halen

Vervallen eiland

Want in de loop der jaren is het eiland nogal in verval geraakt. De Duitsers stalen de twee grote kanonnen die op de karakteristieke fortkoepels staan, om ze in Duitsland om te smelten tot oorlogstuig. In de decennia na de oorlog was het eiland onbeheerd en werd het gebruikt voor klandestiene feesten en partijen. Pas in de jaren '90 kwam er een officieel beheer dat het fort sindsdien uitbaat. Met een veerdienst, een paviljoen voor eters en een historische tour door het fort trekt Pampus nu 65.000 bezoekers per jaar.

De Ruiter herstelt het oorspronkelijke gezicht van het eiland. Het in het oog springende paviljoen verdwijnt en wordt vervangen door een nieuw, in de groene heuvels verborgen glazen gebouw. Zo krijgen bezoekers vanaf de pont beter zicht op het fort. De Ruiter, gespecialiseerd in duurzame bouwwerken, zorgt ook dat alles duurzamer wordt. Op de plek waar vroeger de voorraad kolen lag om het fort warm te stoken, komt straks een zonneveld. Twee windturbines ernaast zorgen voor extra stroom. Ook komt er zonnefolie op de twee koepels van het fort, die – nadat de Duitse bezetters de oorspronkelijke koepels sloopten – relatief recent zijn toegevoegd. Daardoor vallen de koepels niet onder het Werelderfgoed, en kunnen er dus aanpassingen worden gemaakt.

Warmte voor het restaurant

De duurzame energie moet genoeg zijn om de stroombehoefte van het fort te vervullen. Verwarming is een ander verhaal. "Warmte is in het fort niet nodig; zo blijft het oorspronkelijke, onaangetaste gevoel behouden," vertelt Tom van Nouhuys, directeur van Pampus. Voor het paviljoen zal straks ook weinig warmte nodig zijn. "Door het in te graven, heb je goede isolatie en is er minder energie nodig voor verwarming en koeling", vertelt Paul de Ruiter. De energie die nodig is komt van een warmtepomp, die zijn elektriciteit haalt uit de windturbines en zonnepanelen.

Als er een dag minder elektriciteit is opgewekt, kan de nieuwe biovergister uitkomst bieden. Deze vergister, die gisteren werd onthuld, maakt met 30 kilo gft-afval 9 kubieke meter biogas, dat de koks vervolgens gebruiken om te koken. Het is een voorbeeld van een gesloten cirkel die het eiland zelfvoorzienend maakt: de dagproductie GFT levert precies genoeg gas op om een dag te koken. Als er een dag minder gas nodig is, kan het opgeslagen worden in tanks. Op de dagen dat er minder energie is, kan het gas gebruikt worden om elektriciteit te maken.

Te weinig energie

Ondanks alle energiebronnen, kan het gebeuren dat er op sommige dagen niet genoeg energie beschikbaar is. Van Nouhuys: "We gaan naar een aanbodgedreven systeem, dat is nieuw en spannend. Maar ik denk dat het ons kan lukken, ook al zal het soms betekenen dat je geen bitterballen kan krijgen in het restaurant, omdat een frituurpan teveel elektriciteit kost."

Lees ook: Onzichtbare zonnepanelen maken monumenten duurzaam

De grote verbouwingsplannen hebben nog wel financiering nodig. "Maar ik ben ervan overtuigd dat dit gaat lukken", vertelt Van Nouhuys. Er is in totaal € 5,5 mln nodig. Van Nouhuys is momenteel in gesprek met fondsen, overheden en sponsoren. "Daar komt hopelijk nu versnelling in". Ondertussen worden de plannen verder uitgewerkt; met de biovergister wordt er nu duurzaam gas gemaakt, en er staat ook een watermaker op het eiland. "Die is nog niet officieel goedgekeurd als bron van drinkwater, maar bij de laatste test scoorde het water op elk punt groen". Dat scheelt dagelijkse bevoorrading met een schip.

Als laatste stap, nadat het hele eiland is vernieuwd, wil Pampus nog de vloot verduurzamen. Want naar een energieneutraal eiland varen met een vervuilende dieselboot, dat kan straks écht niet meer.

Beeld: Paul de Ruiter/Rien de Jager

Smart city Seoul: technologie en data in alles verweven

Seoul wordt gezien als een smart city; een stad die verschillende technologieën gebruikt, koppelt en inzet om een positieve impact te maken op bewoners, bedrijven en het milieu. En de toepassingsmogelijkheden zijn eindeloos. De verzamelde data uit apparaat en mens wordt gebruikt om energie-, water- en afvalstromen te reguleren, misdaad te detecteren, verkeersaders in kaart te brengen, en zelfs een pandemie te bestrijden.TOPIS kijkt meeOp het gebied van mobiliteit heeft Seoul een aantal interessante technologieën ontwikkeld. Zo werd al in 2005 de ontwikkeling van TOPIS gestart. TOPIS is een volledig geïntegreerd verkeerscontrolecentrum dat alle verkeersactiviteiten in Seoul beheert. Sinds de jaren '80 zijn de verschillende vormen van openbaar vervoer in Seoul sterk toegenomen. TOPIS is opgericht om al deze complexe transportsystemen te beheren en de veiligheid te verhogen. Het systeem is ontworpen om informatie te verzamelen over busdiensten, persoonlijke informatie van ov-gebruikers, verkeersdichtheid, verkeerssnelheid, snelwegomstandigheden en incidenten zoals verkeersongevallen en protesten. Dit alles om verkeersopstoppingen op te lossen en onvoorziene verkeersproblemen te voorkomen.Meten = weten = verduurzamenTOPIS wordt ook ingezet om de luchtkwaliteit in de stad te verbeteren. Door op tijd voertuigen om te leiden in het geval van wegversperringen worden files voorkomen, waardoor er minder smog ontstaat. Fijnstof blijft een groot probleem in Seoul, met verkeer als grootste boosdoener. Om fijnstofuitstoot verder te verminderen zet Seoul TOPIS in om kentekens en emissiewaarden van auto’s te herkennen. Vervuilende voertuigen die zich binnen de groene zone in het centrum van de stad bevinden riskeren een boete. Ook monitort het systeem verkeersovertredingen en kan het boetes uitschrijven wanneer voertuigen onterecht bus- of fietsbanen gebruiken, of wanneer voertuigen verkeerd geparkeerd staan.De kans op een boete is aanzienlijk dankzij het uitgebreide web van verkeerscamera’s. Deze camera’s registreren het kenteken, waarna TOPIS direct een push-notificatie kan sturen naar de geregistreerde eigenaar van het overtredende voertuig. Voertuigen die al geregistreerd zijn kunnen automatisch betalen volgens het ‘pay-as-you-go’ principe.Lees en luister ook: Denker des Vaderlands Daan Roovers: ‘Je kan de mens niet definiëren zonder de stad’Optimale nachtbusroutesTOPIS werd ook gebruikt om de optimale routes van nachtbussen te bepalen. Voor de invoering van dit systeem was het voor nachtelijke reizigers lastig en duur om thuis te komen door het gebrek aan taxi’s. Om deze reden wilde het stadsbestuur een nachtbus introduceren. Maar op welke route moesten deze bussen rijden? Om ervoor te zorgen dat de meest efficiënte routes werden gekozen werd de GPS-locatie van 3 miljard nachtelijke telefoontjes geanalyseerd. Zo kon de overheid drukbezochte gebieden identificeren. In de pilot werden de routes nog eens bijgeschaafd door het aantal ingecheckte passagiers te monitoren. Het resultaat van dit alles zijn negen nachtbuslijnen die grotendeels naar vraag opereren, en zo de gereden kilometers maximaal benutten.C-ITS als basis voor zelfrijdend verkeerOp gebied van mobiliteit introduceerde Seoul nog een systeem, genaamd C-ITS, wat staat voor Cooperative Intelligent Transport Systems. C-ITS werd geïntroduceerd om de veiligheid en infrastructuur van Seoul te verbeteren naar aanleiding van het stijgende aantal verkeersdoden, met name onder de senioren bevolking. C-ITS geeft een vervoerder real-time informatie over het risico op ongelukken door rekening te houden met omringend verkeer en plotselinge wegversperringen. Dit systeem moet de basis vormen voor zelfrijdend verkeer, aangestuurd door het 5G netwerk.In juni 2019 demonstreerde Seoul als een van de eerste ter wereld de toekomst van autonoom rijden op basis van het 5G netwerk. Hiervoor implementeerde het een pilotomgeving ter grootte van 2 vierkante kilometer met realistische verkeersomstandigheden. Met C-ITS uitgeruste bussen hebben eind 2019 de eerste driehonderd passagiers autonoom vervoerd.Innovaties op de plankIn de komende jaren wil Seoul de vloot van zelfrijdende shuttlebussen uitbreiden met nieuwe modellen. Verder wordt het gebied voorzien van smart road technologie uitgebreid met nog eens 120 kilometer weg. De productie van C-ITS systemen wordt opgeschaald en Seoul bouwt aan een platform waar alle informatiestromen samenkomen. En daar houdt de ontwikkeling niet op: er komt een zelfrijdende taxiservice, een op waterstof aangedreven shuttlebus voor gehandicaptenvervoer, een automatische ‘parkeerplek-vinder’, en een gerobotiseerde pakketbezorgdienst.Data als wapen tegen coronaIn 2015 werd Seoul getroffen door MERS, een ander coronavirus. Hieruit trok het twee belangrijke lessen: in de bestrijding van infectieziekten zijn snelheid en transparantie cruciaal. Waar veel landen terughoudend waren met het invoeren van maatregelen en het openbaren van besmettingscijfers als reactie op Covid-19, heeft Seoul breed ingezet op informatieverspreiding. Zuid-Korea kreeg als één van de eerste landen echt grip op de corona-uitbraak, mede dankzij deze sterk technologische aanpak.Eén van de eerste stappen in het proces om massale besmetting tegen te gaan is het snel detecteren en isoleren van patiënten. En Seoul schuwde geen methoden om dit te doen: om de routes van besmette gevallen te traceren werd GPS-tracking gebruikt, creditcard gegevens opgevraagd, bewakingscamera’s gecontroleerd en medische gegevens achterhaald. Allemaal zodat potentieel besmette gevallen zo snel mogelijk opgespoord en geïsoleerd konden worden.Lees ook in onze reeks metropool & mobiliteit: Milaan richt de blik op de toekomstBand met trackerEenmaal in thuisquarantaine werden patiënten in de gaten gehouden met een speciale app. Via de smartphone konden mensen zichzelf diagnosticeren, waarna ze hun status tweemaal per dag konden melden bij de verantwoordelijke instantie. Verder bood de app tips en regels en kreeg de gebruiker een notificatie wanneer de quarantaineperiode voorbij was. Personen die de richtlijnen negeerden en toch naar buiten gingen liepen het risico, op last van de politie, een zogeheten ‘veiligheidsband’ te moeten dragen die op basis van bluetooth je locatie monitort. Alhoewel deze maatregel grote zorgen opriep bij mensenrechtenactivisten bleek 80 procent van de Zuid-Koreanen voor een dergelijke maatregel te zijn. De maatregel werd uiteindelijk alleen toegepast op overtreders die vrijwillig kozen voor de band.Naast dat er enorm veel data verzameld wordt, hecht Seoul ook veel waarde aan het openbaar maken van data. De website van de gemeente werd voortdurend geüpdatet met relevante informatie over het coronavirus zoals besmettingscijfers en risicogebieden. Ook kregen publieke wifi-plekken een landingspagina met Covid-informatie, zodat inwoners op de hoogte werden gehouden van het verloop van het virus.Lees ook in onze reeks metropool & mobiliteit: Amsterdam wordt donut-stadTransparantie en medezeggenschapDit transparantiebeginsel is in lijn met een ander speerpunt van Seoul, namelijk online betrokkenheid. Seoul maakt veelvuldig gebruik van digitale platforms om input van inwoners op te halen over gemeentelijke zaken. Seoul moedigt haar inwoners aan om betrokken te zijn bij bepaalde voorstellen en hun mening daarover te uiten. Voorstellen worden op een dashboard geüpload waarna inwoners erover kunnen stemmen. Stemmen kunnen uitgebracht worden via een app op de smartphone, genaamd M-Voting. Al meer dan een miljoen mensen hebben de app gebruikt om te stemmen op meer dan 5.000 verschillende voorstellen.Zo heeft Seoul een aantal maatregelen in het leven geroepen, na een M-Voting proces, die inwoners moet aanmoedigen om energie te besparen. Andere kwesties waar inwoners over hebben gestemd: de beloopbaarheid van bepaalde delen van de stad, welke bibliotheken opgeknapt moeten worden, waar niet-roken gebieden komen, welke buslijnen geschrapt worden om luchtvervuiling te verminderen en de naam van een dierenasiel. Hoewel het stemmen geen wettelijke verbinding met zich meebrengt, kunnen inwoners wel de overheid sturen een bepaalde richting te kiezen.Naast dat Seoul met smart city toepassingen zijn infrastructuur blijft innoveren, probeert ze de behoeften van haar inwoners ook beter te begrijpen. De input van burgers, of dit nou onttrokken wordt uit smartphonegebruik of 'stem-apps', draagt bij aan het oplossen van complexe stedelijke problemen. Technologie heeft niet alleen gezorgd voor verbeterde efficiëntie, ook weet Seoul door rechtstreeks contact met zijn inwoners waar gemeentelijke vraagstukken liggen en hoe ze opgelost kunnen worden.Beeld: Adobe Stock