Bas Joosse 17 januari 2019, 10:05

2.000 nieuwe laadpalen erbij op terreinen rijksoverheid

De rijksoverheid laat de komende jaren 2.000 laadpunten voor elektrische auto’s installeren. Dat gebeurt om de eigen transitie naar elektrisch vervoer voor elkaar te krijgen. In 2020 moet een vijfde van alle auto’s van de rijksoverheid elektrisch zijn.

Adobestock laadpaal autos

Technisch dienstverlener Unica en Engie Services installeren in de eerste zes maanden van dit jaar ruim 700 laadpunten. De laadpunten komen op de verschillende terreinen van de overheid en worden voorzien van een universele aansluiting. Hierdoor kunnen alle merken auto’s worden opgeladen.

Lees ook:  Nederland koploper op gebied van publieke laadpalen in de EU

Belangrijke stap

'De plaatsing van de eerste 2.000 laadpunten zijn een belangrijke stap', stelt staatssecretaris Raymond Knops (BZK). 'Het gaat niet alleen om de transitie naar elektrisch rijden, maar ook om innovatie en kennisontwikkeling. Dat bereiken we met deze overeenkomst. Zo kan de overheid het goede voorbeeld geven.'

“We willen elektrisch rijden maximaal faciliteren en zijn trots dat we de Rijksoverheid in deze grootschalige stap naar innovatie en kennisontwikkeling in elektrisch vervoer kunnen begeleiden’, zegt Ruud Schenk, algemeen directeur ENGIE Infra & Mobility.

De komende jaren wordt het hele wagenpark van de rijksoverheid verduurzaamd. In 2020 moet 20 procent van alle auto’s elektrisch rijden, vanaf 2028 moet er geen enkele auto meer verkocht worden met een verbrandingsmotor erin.

Lees ook: Assen en Zwolle koplopers in oplaadpunten elektrische auto’s

Belasting op energienet

Het opladen van elektrische auto’s zorgt voor een extra belasting op het energienet. Om ervoor te zorgen dat het energienet niet overbelast raakt, gaat de overheid verschillende technieken inzetten. Het gaat daarbij om local load balancing waarbij een auto langzamer opgeladen wordt als er veel andere auto’s op hetzelfde energienetwerk zitten en smart queing. Vraag en aanbod van energie wordt hiermee optimaal op elkaar afgestemd. De laadpunten zullen ook beoordeeld worden op hun bezettingsgraad.

Bron: Rijksoverheid

Rapport ‘Building Value’: Gebouwde omgeving als accelerator van de circulaire economie

In het rapport wordt in kaart gebracht hoe waardering en financiering circulaire constructie kan stimuleren. Het sociale woningbouwproject Fridtjof Nansenhof in Amsterdam, dat in 2020 zal worden herontwikkeld, diende hierbij als praktijvoorbeeld.Download het rapportZes bouwlagen met eigen levensduurHet rapport stelt dat elk gebouw moet worden gezien als zes afzonderlijke bouwlagen, die elk een eigen levensduur hebben. De waarde van elke laag kan zo lang mogelijk behouden worden door het toepassen van circulaire principes.Concreet gaat het dan om het hergebruiken van elementen, producten en materialen (Elements, Products, Materials, ofwel EPMs). Met nieuwe bedrijfsmodellen, zoals Product-as-a-Service, wordt een effectiever hergebruik mogelijk gemaakt.Markt voor gebruikte bouwelementenHet is wel belangrijk dat er een markt komt voor gebruikte bouwelementen om prioriteit te kunnen geven aan hergebruik van EPMs boven nieuwe producten en materialen, stelt het rapport. Dankzij technologische ontwikkelingen kunnen spelers binnen de gebouwde omgeving steeds efficiënter gegevens verzamelen, opslaan en uitwisselen. Betrouwbaar beheer van EPM-gegevens is echter essentieel om privacy, veiligheid en transparantie te respecteren.“Zodra de markt voor gebruikte bouwelementen meer volwassen is geworden kunnen waardering en financiering van grond en opstal ook beter op een separate manier plaatsvinden. Dit is nodig voor een effectief circulair model”, zeg Jan van der Doelen, sector banker Building & Construction, Real Estate bij ING.Circulaire businessmodellenCirculaire bedrijfsmodellen creëren waarde op langere termijn. Dries Wijte, manager Back Office Finance bij Eigen Haard vindt dat investeringsbeslissingen deze toekomstige waarde beter moeten beoordelen." De businesscase van een circulair bouwproject is gebaseerd op de ambitie om onze vraag naar natuurlijke hulpbronnen te verminderen. Als een kleine extra investering resulteert in een grotere flexibiliteit van het gebouw op de lange termijn, dan is dat een slimme investering. Deze langetermijnvisie op investeringen kan verder worden gestimuleerd als financiers circulaire bouw tot een investeringscriterium maken ", aldus Wijte.Verschillende partijen waaronder Circule Economy, Madaster en Arcadis werkten samen aan de totstandkoming van het rapport.Foto: Adobe Stock