Mark Beumer 11 januari 2013, 11:47

3 keer misleiding over de onzuinigheid van groene auto’s

De NOS concludeert vandaag: “‘Groene’ auto vaak niet zo zuinig.” Op drie manieren wordt daarmee de discussie over duurzame auto’s misleid.

20130111 Ampera v01 e1357900786886

Eerst, wat is er aan de hand? Op basis van gegevens van Travelcard, een leverancier van tankpassen voor de zakelijke markt, schrijft de NOS vandaag:

Auto’s verbruiken ruim 35 procent meer brandstof dan fabrikanten in de brochures beloven. Auto’s die op papier het zuinigst zijn, blijken in de praktijk het meest van de fabrieksopgave af te wijken. Er zijn uitschieters boven de 50 procent.

Het was het tweede NOS-bericht van deze categorie in twee maanden. In november kopte de NOS ook met grote letters: ‘Stekkerhybrides’ minder zuinig.

Stekkerhybrides zijn auto’s als de Opel Ampera of de Toyota Prius Plug-in. Ze rijden deels op gewone brandstof, en zijn deels elektrisch. Deze stekkerhybride’s verbruiken in de praktijk gemiddeld 80 procent meer dan opgegeven.

Hoewel niet feitelijk incorrect, is de berichtgeving van de NOS op zijn best eenzijdig te noemen, op zijn slechtst tendentieus. Drie voorbeelden van misleiding:

1. Rijstijl is een belangrijke factor

Het onzuinige verbruik komt niet door de ‘groene’ auto’s zelf, maar door de rijstijl van de bestuurders. Als je constant plankgas op de linkerrijbaan zit, dan verbruik je veel brandstof. Of je nou in Hummer zit of een Toyota Prius.

2. Grijze auto’s zijn ook onzuiniger

Het verbruik van ‘gewone’ brandstofauto’s is ook hoger dan het stickertje zegt. Een onderzoek uit 2009, eveneens van Travelcard, wees uit dat het verbruik gemiddeld 16 (benzine) tot 18 (diesel) procent hoger lag dan de fabrieksnorm.

Auto’s – efficiënt of niet – zullen overigens altijd minder zuinig blijken in de praktijk dan de fabrieksopgave. Daar is niets nieuws aan. Dat komt door de achterhaalde Europese test (ECE) waarmee deze norm wordt bepaald. Travelcard, in het NOS-artikel:

Je kunt de fabrieksopgave alleen benaderen als je permanent met 80 kilometer per uur achter een vrachtwagen gaat kleven. Dat is geen normaal rijgedrag.

3. Gegoochel met getallen

Het meest misleidende in de presentatie van de NOS is het gegoochel met getallen.

De afwijking voor ‘gewone’ auto’s is dus 16 tot 18 procent. Dat is een stuk minder dan de 35 tot 50 procent voor ‘groene’ auto’s, of 80 procent voor stekkerhybrides. Dat betekent a priori weinig tot niets. Om te beginnen met de conclusie: groeipercentages zijn hoog bij kleine getallen.

Neem het volgende voorbeeld. Stel, ik heb een zuinige auto die 1 liter benzine per 100 kilometer verbruikt volgens de fabrieksopgave. Door onzuinig rijden verbruik ik 1 liter extra: dus 2 liter per 100 kilometer. Travelcard zou concluderen dat ik 100 procent meer brandstof heb verbruikt in mijn energiezuinige auto.

Nu heb ik een onzuinige auto die om te beginnen al 4 liter per 100 kilometer verbruikt. Dat is al vier keer meer als uitgangswaarde dan de groene auto. Ook hier heb ik door onzuinig rijden 1 liter extra nodig. Datzelfde meerverbruik is nu echter opeens nog maar een stijging van 20 procent ten opzichte van de fabrieksopgave.

Klinkt dit extreem. Deze waarden liggen in lijn met de resultaten van beide Travelcard-onderzoeken.

Nog steeds heel weinig

Welke kop klinkt beter? U heeft de keuze tussen ‘Zuinige auto’s verbruiken 100 procent meer’ en ‘Gewone auto’s maar 20 procent’.

Overigens: 80 procent extra bovenop iets wat heel weinig is, is nog steeds heel weinig.

Over elke duurzame claim moet je kritisch zijn. Autofabrikanten zouden niet de eerste bedrijven zijn die claims maken over duurzaamheid die niet waar blijken te zijn. Greenwashing, noemt men dat. De recente berichtgeving van de NOS lijkt echter overdreven kritisch. Elke stap in de goede richting, is nog steeds een stap.

Dat neemt niet weg dat je in een zuinige auto natuurlijk gewoon op je rijstijl moet letten.

 

Foto: opelblog

Plastic soep blijft nog eeuwen bestaan

Dat blijkt uit onderzoek van de University of South Wales, Australië. Zelfs als vanaf dit moment geen gram plastic meer geloosd wordt in de oceanen, blijven de grote draaikolken van plastic nog honderden jaren groeien. Bij de vijf draaikolken die er al zijn zal zelfs nog een zesde komen.Plastic draaikolken zijn gebieden waar door oceaan- en windstromingen al het plastic zich verzamelt in één  enorm gebied. Die gebieden kunnen een omvang bereiken van ongeveer twintig keer Nederland. Zo’n draaikolk bestaat uit een plastic soep van minieme plasticdeeltjes. Plastic zakken en flessen worden onder invloed van zon en zeewater tot deze deeltjes afgebroken. Twitterboeien Eenmaal in de zee terechtgekomen laten de kleine stukjes plastic zich meevoeren met oceaan- en windstromingen.  Het probleem is om de plasticstromen goed in beeld te krijgen, want de stukjes plastic maken verre reizen.De Australische onderzoekers hebben de stromingen in beeld gebracht met twitterachtige boeien. De twitterboeien zijn onderdeel van het Global Drifter Program. Elk jaar worden er honderden boeien uitgezet die in 140 karakters hun positie aangeven en de conditie van het water waar ze op drijven.Uit de gegevens bleek dat er een nieuwe, zesde draaikolk, zich aan het vormen is in de Barentszee, in het Noordpoolgebied. “Tot nu toe waren er vijf afvalgebieden bekend in de subtropische oceanen, tussen elk continent,” zei Dr. Van Sebille, één van de onderzoekers. Bioplastics Bioplastics – plastics gemaakt uit hernieuwbare, organische materialen – kunnen een oplossing zijn voor het probleem, hoewel veel bioplastics niet zomaar door de natuur kunnen worden afgebroken. Avantium, die flessen van bioplastic produceert voor Coca-Cola, legt uit waarom.Eerder publiceerde DuurzaamBedrijfsleven.nl ook al een infographic over de voor- en nadelen van bioplastics.Foto:  Giles Douglas via Flickr.com