Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 06 augustus 2014, 12:00

Airbnb-reiziger duurzamer dan hotelgast

Vakantiegangers die overnachten in een Airbnb gedragen zich duurzamer dan hotelgasten. Zij gebruiken minder energie en water en stappen vaker in het openbaar vervoer.

NYC800

Dat blijkt uit een wereldwijd onderzoek onder 8000 gasten van Airbnbs en hotels door de CleanTech Group. Daarin zijn gebruikers van een Airbnb vergeleken met gasten van hotels die voldoen aan gecertificeerde duurzame standaarden. Die aanpak voorkomt dat een hotelgast wordt afgerekend op een mogelijk gebrek aan besparende maatregelen, terwijl hij daarop geen invloed heeft.

Volgens de CleanTech Group zorgt het systeem van de online Bed and Breakfast voor een efficiënter gebruik van bestaande middelen. Er is sprake van een lager energie- en waterverbruik, en minder uitstoot van broeikasgassen en afval. Het tijdelijk delen van een woning met telkens andere mensen is voor zowel de gastheer als de gast een extra aansporing voor duurzaam gedrag.

 

Besparingen

 

Europese reizigers besparen meer water en energie tijdens hun verblijf dan Amerikanen. Maar Amerikaanse gastheren blijken vaker tenminste één energiezuinig apparaat te bezitten. Amerikaanse en Europese Airbnb-reizigers maken meer dan hotelgasten gebruik van het openbaar vervoer of de fiets. Bijna alle gasten, 94 procent, zeggen waar mogelijk te recyclen.

Alleen al in Noord-Amerika gebruiken Airbnb-reizigers 63 procent minder energie dan hotelgasten, dat is genoeg om 19.000 huizen een jaar lang van energie te voorzien. Mede-oprichter Joe Gebbia van Airbnb is aangenaam verrast door de uitkomsten. "Wij hebben altijd al gedacht dat de mensen die overnachten in een Airbnb zich duurzamer gedragen. Maar hun impact is zelfs groter dan we dachten." Airbnb heeft in 190 landen deelnemers die hun huis aanbieden als Bed and Breakfast.

Bron: Sustainable Brands, Airbnb | Foto: Daniel Schwen, via Wikipedia

Smart Industry is efficiënter en zuiniger

De voorspellingen voor de Amerikaanse markt zijn afkomstig van de American Council for an Energy-Efficient Economy. De ACEEE bekeek voor de studie The Energy Savings of Smart Manufacturing hoe de Amerikaanse maakindustrie kan besparen en efficiënter, productiever en concurrerender kan werken.Volgens de organisatie zijn door de ontwikkelingen in de ICT en robottechnologie besparingen haalbaar die tot voor kort onmogelijk waren. Voordat slim produceren de sector echt verandert, moeten bedrijven bereid zijn te investeren in ICT-technologie en in personeel dat daarmee kan werken, stelt de ACEEE.OmschakelingDe omschakeling naar een smart industry verovert in hoog tempo de Verenigde Staten en ook Europa. In  Duitsland wordt de slimme industrie al de vierde industriële revolutie genoemd. Het idee is dat door de koppeling van productieprocessen en ICT het gebruik van energie, ruwe materialen en arbeid veel efficiënter kan.Machines die met elkaar praten, zonder tussenkomst van mensen, zijn veel beter in staat voorspellingen te doen over het energieverbruik en kunnen daarop inspelen. Door het verzamelen van data op alle niveaus, variërend van grondstoffen en ruwe materialen bij de toeleveranciers, de vraag bij consumenten en de levering van het eindproduct ontstaat een netwerk dat aan iedere behoefte kan voldoen. Slimme fabrieken leveren bijvoorbeeld afhankelijk van de vraag een product op maat. Een ontwikkeling die nog wordt versneld door de opkomst van 3D-printen.MaakindustrieVoorzitter Ineke Dezentjé Hamming van de FME, de organisatie voor ondernemers in de technologische industrie, pleitte onlangs voor meer aandacht in de Europese Unie voor de slimme industrie. “Ook de Europese leiders moeten zich realiseren dat een Europa zonder slimme fabrieken een Europa zonder verdienkracht is", zei zij. "We leven in een nieuwe economische realiteit. We moeten allemaal inspelen op ontwikkelingen als big data, robotisering en veranderende productieprocessen."De Nederlandse industrie zou bij uitstek geschikt zijn voor slimmer produceren door een goed functionerend logistiek netwerk en voldoende R&D-capaciteit. Bij de presentatie van het rapport ‘Smart Industry, Dutch Industry fit for the future’ is begin dit jaar afgesproken dat de industrie, kennisinstellingen en overheid gaan samenwerken in het Team Smart Industry. Volgens de samenstellers lenen met name de hightech-, chemie- en agro-foodsectoren zich voor smart industry. Uiteindelijk levert dat een maakindustrie op die meer goederen produceert tegen een aanzienlijk lager energie- en grondstoffenverbruik.Bron: ACEEE, FME, TNO, ministerie van Economische Zaken | Foto: Magnus Manske, via Wikipedia