Rianne Lachmeijer 28 mei 2020, 08:59

“Als de functie van jouw gebouw verandert, dan kunnen de installaties meebewegen”

Modulair bouwen biedt kansen in verschillende sectoren: van woningmarkt tot industrie en van utiliteit tot infrastructuur. In deze serie belicht DuurzaamBedrijfsleven de kansen en uitdagingen voor drie sectoren binnen één bedrijf. “De wereld is één grote proeftuin wat dit onderwerp betreft. Er is nog zoveel te behalen”, zegt Arvid Duijzer, manager modulair bedrijf binnen Croonwolter&dros.

Mm25 krukken

Modulair bouwen is opnieuw aan een opmars bezig, schreef McKinsey in het rapport Modular Construction: From Projects to Products. Bouwen met geprefabriceerde modules, bestaande uit gestandaardiseerde onderdelen, heeft namelijk veel voordelen. Het blijkt bijvoorbeeld sneller, veiliger en goedkoper. Eén van de bedrijven die daarom inzet op modulair bouwen is Croonwolter&dros. Wat levert het op voor de verschillende segmenten binnen het bedrijf? Arvid Duijzer, manager modulair bedrijf, vertelt wat de voordelen zijn voor de utiliteitssector.

Modulair bouwen: niet focussen op de uitzondering

Duijzer werkte een aantal jaar in de (internationale) maritieme sector. De conventionaliteit van de bouw blijft hem verbazen. Radicale verandering vindt er naar zijn gevoel amper plaats. Bij Croonwolter&dros proberen ze die onveranderlijkheid te doorbreken op het gebied van modulair bouwen. “We zijn in 2019 gestart met onze venture modulair bedrijf. Daarmee zetten wij het modulair bouwen voor de utiliteit centraal binnen het bedrijf.” 

Naast utiliteit werkt Croonwolter&dros aan projecten in de infrastructuur en de industrie. Als Duijzer denkt aan lessen uit de utiliteit die ook binnen de andere sectoren toepasbaar zijn, dan denkt hij vooral aan het gedachtegoed. “Daarbij kijk je vooral met elkaar naar de potentie en de mogelijkheden en focus je niet op de uitzondering. De bouw is een kritische branche die vaak de verschillen weet uit te leggen, maar we kunnen veel meer focussen op dat wat gelijk en herbruikbaar is.”

Dat is de kern van het werk van de venture modulair bedrijf. De venture is bij iedere tender binnen utiliteit betrokken om ervoor te zorgen dat de kansen van modulair bouwen worden benut. Leidingwerk, maar ook warmte-koude-installaties zijn in basis gelijk, stelt Duijzer. Of het nou gaat om een kantoor, school of woning. “Er wordt vaak gezegd dat elk gebouw uniek is. Ja, de samenstelling van componenten in een gebouw is uniek. Dat heeft te maken met grootte, functie en met het gebruik van de klant. Maar de componenten 'an sich' en de principes hoe je iets installeert of bouwt; die kun je heel goed hoogwaardig standaardiseren en modulair opbouwen. Daarbij blijft ruimte voor keuze voor de klant.”

Lees ook: Modulair bouwen: “We zullen wel moeten als we ons aan Parijs 2050 willen houden”

Modulaire plafondinstallatie

Een voorbeeld van een modulair product dat binnen utiliteit is ontwikkeld is het integrale klimaatconcept ModuFy. Dat gaat verder dan leidingwerk. Zo is het mogelijk om er temperatuur en verlichting mee te regelen, maar ook om met behulp van sensoren te zien welke vergaderruimten vrij zijn of om te beoordelen of een ruimte schoongemaakt moet worden. Duijzer vertelt dat het circulaire gedachtegoed erin is verwerkt. Met circulariteit doelt hij erop dat de componenten aan het einde van de levensduur van de installatie opnieuw toe te passen zijn.

Met dit integrale klimaatconcept won het projectteam vorig jaar de TBI-innovatieprijs, TBI is de holding waaronder Croonwolter&dros valt. “Het biedt hogere prestaties tegen een lagere prijs”, zegt Duijzer. Hij is trots op de winst, maar ziet ook nog heel veel kansen voor verbetering wat modulair bouwen betreft. “Ik vind dat het nog echt in de kinderschoenen staat.”

Eén grote proeftuin

“De wereld is één grote proeftuin wat dit onderwerp betreft. Er is nog zoveel te behalen,” vindt Duijzer. Een digitaal gestuurd proces en de industrialisering van de productie zijn cruciale ontwikkelingen op de route naar aanpasbare kantoren.

'De mogelijkheden zijn te over'

Het begint bij het automatiseren van het proces met de klant. Zo werkt Croonwolter&dros aan een configuratieplatform waarbij het bedrijf met de klant aan tafel de installatie ontwikkelt. Daarbij geeft het bedrijf in een vroeg stadium kaders aan de klant om standaardisatie mogelijk te maken. De impact van bepaalde keuzes wordt direct duidelijk: van prijs tot CO2-uitstoot. “De mogelijkheden zijn te over”, aldus Duijzer. “De klant krijgt nog steeds zijn specifieke installatie, alleen opgebouwd uit standaardprincipes en gestandaardiseerde componenten.”

Door de software bij alle projecten toe te passen, neemt het volume en de continuïteit toe. Project-overstijgend denken gebeurt dan automatisch. Dat komt de kwaliteit ten goede. “Als je project-overstijgend denkt, dan weet je waar je componenten zitten. Dan ga je leren van je installaties. Die leercurve wordt steeds steiler, want je wil gewoon niet dat je componenten falen. Dat kost je klauwen met geld.”

Een cruciaal onderdeel van succesvolle industrialisatie is de logistiek. Die moet vlekkeloos verlopen. Bijvoorbeeld door de samenstelling van werkpakketten die men op volgorde op de bouwplaats ontvangt en monteert. Dit versnelt niet alleen het werkproces, maar komt ook het milieu ten goede. Door montage op de bouwplaats van standaard producten vermindert namelijk het materiaalverlies. Op kleine schaal past Croonwolter&dros het al toe. Zo heeft het bedrijf een productiestraat voor geprefabriceerde leidingen voor datacenters. In de ontwerpfase bepaalt het bedrijf al de montageroute. “En uiteindelijk wordt het 'just in time' geleverd in montagevolgorde.”

De weg naar aanpasbaarheid

Als digitalisering en industrialisering de norm zijn, worden gebouwen aanpasbaar aan de wensen van de medewerkers. “We richten geen gebouw meer in om dit twintig jaar op exact dezelfde manier te gebruiken”, zegt Duijzer. Dat levert in de beheer- en onderhoudsfase voordelen op. Zo schakelt een systeem zelfstandig op basis van de bezetting in het gebouw. Ook grote aanpassingen om in te spelen op nieuwe inzichten rondom werken zijn dan makkelijker en sneller te doen. Bijvoorbeeld als een beheerder vanwege Covid-19 kleinere ruimtes wil creëren. Voorheen vroeg dat kostbare installatie-aanpassingen. Nu kan hij in plaats van de vervanging van complete installaties een aantal onderdelen vervangen en die weer ergens anders toepassen. “Als de functie van je gebouw verandert, dan kunnen de installaties meebewegen”, aldus Duijzer.

Tot nu toe is de branche nog niet zover. “Het is een conservatieve wereld die graag bewijs ziet. We moeten het nu gewoon gaan toepassen en met elkaar gaan doen. En daar hebben we partijen voor nodig die met ons vooraan willen staan”, zegt Duijzer. Ondanks dat hij de laatste paar jaren weinig verandering zag in de sector, is hij hoopvol over de toekomst. “Ik denk dat de sector er nu wel rijp voor is.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie over de kansen en uitdagingen van modulair bouwen voor drie sectoren binnen één bedrijf. Binnenkort verschijnt het artikel over infrastructuur.

Afbeeldingen: Croonwolter&dros

Coronavirus gooit roet in het eten van waterstofcampagne rond Spelen

Vandaag maakt Missie H2 bekend dat de plannen om waterstof op de Spelen te promoten ook in 2021 doorgaan. De zes partijen achter het consortium (Gasunie, Shell, Port of Amsterdam, Remeha, Groningen Seaports en Stedin) zijn met deze verlenging uiteraard meer geld kwijt, "maar in deze tijden je geld terugtrekken, dat doe je sporters en de sport niet aan", vertelt Henk Jacobs van Gasunie. “Alle partners waren het dan ook snel eens over verlenging van deze samenwerking."Vlak voor dit besluit sloot een zevende partner zich bij het consortium aan: Louwman Parqui, de importeur van onder anderen Toyota (de bouwer van waterstofauto Mirai).Waterstofauto en SAILMaar het coronavirus gooide wel roet in het eten. De bedrijven wilden met een aantal atleet-ambassadeurs (voornamelijk watersporters) aan een groot publiek laten zien dat waterstof de toekomst heeft en dat Nederland een van de belangrijkste waterstofhubs kan worden.Lees hier over de oorspronkelijke plannen van Missie H2Bij de campagne hoorde ook een paar grote evenementen. Een aantal Toyota's Mirai zou bijvoorbeeld stroom leveren voor een evenement waar gezinnen de olympische sporten konden beleven. En Missie H2 zou de watersporters feestelijk onthalen bij SAIL, maar dat kan dit jaar niet doorgaan. Dus wat we volgend jaar gaan doen? Daar werken we nu samen met NOC*NSF hard aan,” vertelt Jacobs.Missie H2, zoals het project heet, zou voor NOC*NSF  de eerste 'maatschappelijke sponsor' zijn. “We communiceren niet namens de bedrijven, maar we communiceren een boodschap. NOC*NSF is tegenwoordig op zoek naar dit soort boodschappen, in plaats van alleen sponsoring door bedrijven”, weet Jacobs.Dat de sponsoring volgend jaar opnieuw wordt ingezet, klinkt logisch. Toch zitten er nog flink wat haken en ogen aan. ““De campagne gaat toch op de kop. Bovendien zien we dat marketing- en communicatiebudgetten in tijden van corona stevig onder druk komen. En dan moet je in zo’n consortium ook nog eens met alle zes, zeven partijen tot dezelfde conclusie komen”Waterstof voor de industrieHoe de campagne er volgend jaar uit gaat zien, weet Jacobs nog niet. Maar het is belangrijk dat er bij het grote publiek bewustzijn is over waterstof. “Je zag met andere aspecten van de energietransitie: het loopt vertraging op als er geen draagvlak is. Mensen kennen de waterstofauto en hebben een idee dat je waterstof in kan zetten om een huis te verwarmen. Maar dat waterstof een enorm verschil kan maken in het vergroenen van onze industrie en in het zwaar transport, en dat onze havens zich in hoog tempo ontwikkelen tot internationale ‘Hydroports’, dat is veel minder bekend.”Lees ook: De grootste waterstoffabriek ter wereld staat in JapanBron: Missie H2 | Beeld: Adobe Stock