Sabine Sluijters 05 januari 2022, 18:00

Apps helpen bij verlagen CO2-uitstoot zakelijk verkeer

Een nieuwe maatregel verplicht werkgevers met meer dan 100 medewerkers om de CO2-uitstoot van hun reizend personeel bij te houden. Doel is het omlaag brengen van de CO2-uitstoot van zakelijk verkeer. Bedrijven vrezen een papierwinkel, maar apps bieden uitkomst.

Werkverkeer 75 procent van het woonwerkverkeer gaat met de auto, 15 procent met het OV. | Credits: Adobe Stock

Hoeveel we nu precies uitstoten door te reizen voor ons werk is voor veel bedrijven nog niet bekend. Van alle kilometers die we afleggen is de helft van huis naar kantoor en vice versa. Grofweg 75 procent daarvan leggen we met de auto af, 15 procent met OV en 10 procent op een andere manier, bijvoorbeeld met de fiets. Daarnaast maken we kilometers naar klanten in binnen- en buitenland.
De nieuwe maatregel – die voortkomt uit het Klimaatakkoord en naar verwachting binnenkort door het nieuwe kabinet wordt ingevoerd – verplicht werkgevers om in kaart te brengen hoeveel kilometers we precies reizen en op welke manier we die afleggen.

CO2-uitstoot reisgedrag

Een half jaar geleden lanceerde het accountantskantoor een methode waarmee het medewerkers inzicht geeft in de werkgerelateerde CO2-voetafdruk. Het platform, dat de naam ‘environmental footprint insights’ draagt, geeft op verschillende niveaus inzicht. Zo kan een individuele werknemer zien wat de CO2-uitstoot is van zijn reisgedrag, maar ook op bedrijfsniveau is die informatie beschikbaar.

Bovendien kan PwC in gesprekken met klanten berekenen wat de voetafdruk van een beoogde opdracht zal zijn. “Klanten vragen daarom”, zegt Haagsma. “En op deze manier kunnen we op voorhand al sturen om de CO2-uitstoot naar beneden te krijgen. Bijvoorbeeld door minder vaak het vliegtuig te nemen en met de trein te reizen.” Omdat het platform – het woord zegt het al – volledig geautomatiseerd is, levert het PwC volgens Haagsma geen extra papierwinkel op.

Amsterdam, Parijs, Frankfurt

De methode geeft niet alleen inzicht in de CO2-uitstoot die aan het werk kleeft. “We brengen de kosten in tijd, geld en milieu-impact in kaart. Iedereen denkt bijvoorbeeld dat vliegen tijd scheelt ten opzichte van de trein. Maar reis je van Amsterdam naar Parijs of naar Frankfurt dan is de trein sneller. En duurzamer.” Om die reden mogen werknemers voor PwC alleen nog per trein op deze trajecten reizen. Saillant detail is dat sindsdien het aantal reizen naar deze bestemmingen met 25 procent is afgenomen.

Nodeloos ingewikkeld

Om het reizen per trein te stimuleren en zodoende de CO2-uitstoot te verlagen verplaatste Arcadis de afgelopen twaalf jaar al zijn kantoren naar de directe omgeving van intercitystations. Daardoor reist een derde van de medewerkers nu met het openbaar vervoer naar het werk. De overige werknemers hebben ofwel een leaseauto, die in 2025 allemaal elektrisch zijn, of rijden in een eigen auto. Die laatste groep zal de gemaakte kilometers moeten bijhouden en declareren. “Maar dat moeten zij toch al, omdat we om fiscale redenen zijn gestopt met een vaste woon-werkvergoeding.”

Apps voor bijhouden reisgedrag

Arcadis gaat zijn medewerkers daarom de mogelijkheid bieden om de reisbewegingen te laten registreren door de app Fynch mobility. “Het voordeel is dat je daarmee automatisch je kilometers registreert. Door het te koppelen met ons centraal systeem, gaat declareren vervolgens een stuk makkelijker.” Bovendien stimuleert Arcadis met de app duurzaam reisgedrag door gelopen en gefietste kilometers meer te belonen. Ook het bedrijf Mobility Mixx dat flexibele mobiliteitsdiensten levert, heeft een app in ontwikkeling waarmee dit mogelijk wordt.

Met de administratieve rompslomp valt het bij Arcadis en PwC dus wel mee. Maar bedrijven die nog niet zo ver zijn zullen best wat moeten investeren om dit soort niet-financiële informatie boven tafel te krijgen, denkt Haagsma. Toch moeten ze eraan geloven. “Je ontkomt er niet aan. Jonge professionals vragen erom en er komt steeds meer wetgeving waarvoor het vereist is.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Wordt 2022 het jaar van biobased bouwen?

In het nieuwe regeerakkoord worden de eerste stappen gezet om de gebouwde omgeving uit het CO2-slop te halen. Zo is de ministerspost van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening weer in het leven geroepen (voorheen minister van VROM) en zijn er twee nieuwe ministersposten bijgekomen: minister voor Energie en Klimaat en minister van Natuur en Stikstof. Daarnaast is de portefeuille Duurzaamheid ondergebracht bij Economische Zaken. Wat het onderwerp gebouwde omgeving betreft, wordt in het regeerakkoord isoleren genoemd als belangrijke maatregel om energie te besparen. Maar ook wordt er gesproken over hoe landbouw via nieuwe verdienmodellen kan worden ingezet voor biobased materialen. Dat zou idealiter organisch moeten leiden tot het omscholen van veeteeltboeren naar grondstofleveranciers voor de bouwsector. Ondanks al deze genoemde punten is hoogleraar Ellen van Bueren van de TU Delft wat sceptisch over de uitvoerbaarheid. “Het is niet zonder reden dat de gebouwde omgeving zich niet zo snel ontwikkelt als we zouden willen. Wordt er goed genoeg gekeken naar de uitdagingen die het bemoeilijken?” Wat is biobased bouwen? Om te beginnen: waar hebben we het eigenlijk over als we spreken over biobased bouwen? Het is een manier van bouwen met behulp van natuurlijke materialen, zoals hout, vlas, hennep. Kortom: materialen uit de natuur. Ook worden vaak natuurlijke methodes gekopieerd, om zo gebouwen energieneutraler te gebruiken. Voorbeelden van biobased gebouwen in Nederland zijn HAUT in Amsterdam (Arup), Holland Casino in Venlo (MVSA Architects), Beukenrode in Doorn (ORGA). Niet alleen worden minder fossiele materialen gebruikt, ook verbetert de klimaat-prestatie omdat CO2 in hout bewaard blijft. Hoogleraar Ellen van Bueren: “De spelregels moeten worden veranderd”Sneller en beter met systeembouw Biobased bouwen wordt gezien als trend voor 2022. Maar dan zijn er natuurlijk de uitdagingen. Waar de gebouwde omgeving bijvoorbeeld volgens deze hoogleraar Van Bueren (leerstoel Urban Development Management) mee kampt, is dat het vaak jaren duurt voordat er een daadwerkelijk gebouwd object staat na een ellenlange fase van planvorming, aanbesteding en participatie en inspraak. Logisch dat oorspronkelijke bouwplannen tegen die tijd niet meer aansluiten bij de actuele vraag. Het is dan lastig om te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Zeker als het gaat om het inzetten van duurzame innovaties. Van Bueren: “Dan zie je dat in de oude plannen de biobased materialen van vandaag niet zijn in te passen.” Behalve dat bouwtrajecten langdurig van aard zijn, is ook de bereidheid tot verandering gering, meent Van Bueren. “De spelregels moeten daarvoor worden veranderd.” Een belangrijke speler die naar haar idee daarin pioniert, is de gemeente Amsterdam. Wie in de hoofdstad wil bouwen moet 20 procent van de bouwmaterialen biobased realiseren. In 2050 loopt die eis op naar 50 procent. Ook landelijk is er mogelijkheid tot versnelling. “Dat kan worden ingezet door houtbouw bijvoorbeeld te industrialiseren en over te stappen op systeembouw. Daar werd door architecten lange tijd meesmuilend naar gekeken omdat het hun artistieke vrijheid zou aantasten. Maar inmiddels zijn daar natuurlijk heel mooie ontwerpen mee te maken.” Biobased als het materiaal van 2022 Ook programmaleider Circulair Bouwen Dingena Verkerk van Arcadis ziet kansen bij de productie en gebruik van materialen. “Biobased is niet zaligmakend. Er zijn tal van traditionele materialen die fantastisch zijn.” Ze denkt daarbij niet alleen aan hout, maar noemt ook een dakpan als voorbeeld. “Die kun je los vervangen, dat is heel duurzaam. Datzelfde geldt voor een baksteen. Het zijn prachtproducten.” Daarnaast is modulariteit van belang: “Je moet kunnen opschalen." Haar collega Wouter Schik, expert op het gebied van duurzaam bouwen, vult haar aan: “Het jaar 2022 wordt het jaar van biobased materialen, maar we moeten wel naar het hele plaatje blijven kijken en vooral slimmer bouwen.” Schik ziet dat versnelling nodig is. “Industrieel en licht bouwen is onontbeerlijk in het verduurzamingsproces van gebouwen. Maar samenwerking is hierin echt nodig. De aannemer moet het zien zitten, de particulieren en bedrijven moeten het willen en de overheid moet het stimuleren.”Dingena Verkerk gelooft ook in modulariteit: “Biobased is niet zaligmakend"Duurzaam innoveren met biobased materiaal Hoogleraar Duurzaam Innoveren Jacqueline Cramer van de Universiteit Utrecht is blij met de teruggekeerde post van de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Maar de grote vraag is volgens haar welke strategische keuzes gemaakt gaan worden om de problemen op de woningmarkt en duurzaamheid aan te pakken. Zowel Cramer als Van Bueren noemen hierbij de noodzaak om vergezichten te schetsen. Zoals: moeten we nog wel nieuwbouw realiseren nabij de zee en rivieren? Maar ook: hoe bouwen we wat we bouwen? Cramer: “Toen ik nog minister van VROM was in 2007, hadden we afgesproken dat de woningbouw energieneutraal zou zijn in 2020, dat heette toen ENG. Inmiddels is ENG aangepast tot BENG, Bijna Energie Neutraal Gebouwen.” Ze vindt het veelzeggend dat het woord Bijna eraan is toegevoegd. “Bijna zal nul moeten worden. Er is behoefte aan werkelijke systemische verandering. We moeten stoppen met het vinden van geitenpaadjes enuitvoeren wat er nodig is om de klimaatdoelstellingen te behalen.” De visie van Cramer is dat er integraal moet worden gekeken naar het gehele plaatje. Dus: hoe zorg je voor betaalbare woningen, hoe zorg je voor het herbouwen van leegstaande gebouwen en kantoren en hoe zorg je voor de juiste biobased materialen. Als voorzitter van het Betonakkoord leerde ze: het is belangrijk om ambitie te hebben en een duidelijke stip op de horizon te zetten. “En het is belangrijk om koplopers te hebben die de toon zetten en laten zien hoe het anders kan. Dit moet het peloton een perspectief bieden voor de komende tien jaar. Waar gaan we naar toe?” Kijk naar beton op prestatie Behalve koplopers en een heldere visie, is een regiefunctie vanuit de overheid onontbeerlijk, volgens Cramer. “Mijn hoop is dat de Rijksoverheid de aanbestedingsrichtlijnen aanpast. Als je daarin duurzaamheid verwerkt, zoals in materialen en vervoer, ga je grote stappen maken. Tot op heden is dat niet gebeurd en zijn richtlijnen dus niet sturend genoeg.” De reden hierachter is de grote decentralisatie, zoals de oud-politica dat omschrijft: “In alles wat je kunt verzinnen. De besluitvorming ligt op het laagste niveau, en daardoor krijg je nooit generiek beleid.” Cramer en Schik van Arcadis noemen normeringen een probleem. “Asfalt waarbij fossiele bitumen voor meer dan 50 procent wordt vervangen door biobased materiaal, mag officieel geen asfalt meer heten… Dus het probleem ligt bij de oude normeringen. Die moeten worden aangepast”, aldus Schik. Volgens Cramer blokkeert normering innovatie. Neem bijvoorbeeld beton: de normen zijn vastgesteld op basis van een zekere hoeveelheid cement. Dat maakt het voor alternatieven zonder cement onmogelijk goedgekeurd te worden. “Daarom hebben we nu een andere beoordelingsmethode in voorbereiding: beton op prestatie. Dit betekent dat een innovatie goedgekeurd wordt als deze voldoet aan de vereiste prestatie.” Ze zoekt vooral de samenwerking en de systemische verandering om de echte grote stappen te kunnen nemen. “Door alle partijen systemisch mee te nemen, het einddoel en de lange termijn goed voor ogen te houden, kom je vooruit. Het is alleen wel echt tijd voor actie. We moeten nu in de uitvoering.”Roep om een sterke en duurzame overheid Wie ook roept om regie en actie, is CEO Onno Dwars van Ballast Nedam Development. “De verandering gaat niet snel genoeg, ook niet in het nieuwe regeerakkoord.” Hij rekent met een CO2-budget voor Nederland van 909 megaton CO2-budget tot 2050. Hiervoor is voor de bouwsector 100 megaton beschikbaar tot 2050. “Als we doorgaan met wat we nu doen, halen we de eindstreep niet. Over 8 jaar hebben we geen budget meer, en dan hebben we nog 20 jaar te gaan tot 2050. Er moeten drastische wijzigingen komen.” Dwars is er “400 procent” van overtuigd dat biobased dé bouwmaterialen van de toekomst zijn. In de bouwsector wordt gewerkt met MPG-norm (Milieu Prestatie Gebouwen), wat in euro’s uitdrukt hoeveel negatieve impact een vierkante meter gebouw heeft. Vooralsnog is 0,8 de norm (tachtig eurocent per vierkante meter), dat wordt 0,5 in 2030. Dwars: “En precies daarom hebben we biobased materialen nodig, naast materiaal als beton.” Hij noemt het gebouw Horizons als voorbeeld, dat Ballast Nedam bouwt in Amsterdam. Onder de 126 woningen komen 30 parkeerplaatsen onder de grond en dan is beton noodzakelijk voor de veiligheid. “Daar gebruiken we toeslagmateriaal voor, zodat die cirkel zo goed als mogelijk is gesloten. Maar je moet verder kijken dan naar bouwmaterialen alleen. Ook installaties zijn belangrijk. Ik hou van zonnepanelen, maar ik wacht op de varianten die CO2-neutraal uit de fabriek komen.” Door de natuur gestraft Het doel van Ballast Nedam Development is in 2030 te zorgen dat alle gebouwen CO2-neutraal zijn. Twintig jaar sneller dan het Parijsakkoord. Volgens Dwars staan collega-bedrijven uit de bouwsector te trappelen om mee te doen. “Het is alle hens aan dek. Er is geen onderhandelingsruimte meer. We moeten nu in actie om te zorgen dat we het tij kunnen keren.” Daarom vindt Dwars dat de overheid de leiding moet nemen. Geen doelen meer ter discussie stellen, maar eisen stellen. De marktkennis is er en de partijen die advies kunnen geven ook. “Nu wordt er gedacht dat we de natuur kunnen beantwoorden in een democratisch model. Maar de natuur is een dictator, die straft ons nu. Daar moet je ook op reageren als een dictator.” En natuurlijk, als de regering de regie pakt en duurzame stappen afdwingt, zal er opstand komen. “Dat hebben we ook gezien met gasloos bouwen. Maar uiteindelijk was iedereen drie maanden nadat de wet was aangenomen vergeten dat we met gas bouwden.” En dat Hugo de Jonge nu op de post van minister van VRO gaat zitten, zou misschien nog wel eens kunnen helpen. Dwars moet lachen. “Misschien kan De Jonge net als hij bij COVID deed, elke maand de CO2-cijfers presenteren tijdens een persconferentie.” Hij meent het serieus: maak een dashboard en laat zien waar we hadden moeten zitten met onze CO2-uitstoot. “De bouwwereld is in ieder geval volledig mee! We zetten blind onze handtekening.” Of zoals Verkerk van Arcadis zegt: “De regering wil altijd van goed naar best, maar laten we het eerst beter doen. En laten we het vooral samen oppakken. We hebben allemaal de verantwoordelijkheid.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.