Romy de Weert 21 augustus 2023, 13:22

Autobouwer Stellantis steekt 100 miljoen dollar in duurzamere lithiumproducent

Autobouwer Stellantis, moederbedrijf van onder andere Opel, Citroën en Peugeot, investeert meer dan 100 miljoen dollar in een Californisch lithiumproject. Daarmee wil Stellantis de winning van lithium en de productie van batterijen vergroenen.

Adobe Stock 49850138 Zoutmijnen in Zuid-Amerika zijn belastend voor het milieu en het duurt maanden voordat het lithium gebruikt kan worden. | Credits: Adobe Stock

Autofabrikant Stellantis investeert meer dan 100 miljoen Amerikaanse dollar in lithiumproducent CTR (Controlled Thermal Resources). Stellantis wil het duurzamere lithium van deze producent gebruiken als grondstof in de batterijen voor nieuwe elektrische auto’s.

Binnen een paar dagen lithium

Het project van CTR in Californië wint lithium uit pekel van de Salton Sea. Met hernieuwbare energie en stoom wordt de pekel op een mechanische manier gefilterd, waardoor er lithiumextract overblijft. Deze directe lithiumextractie (DLE) heeft als voordeel dat er geen open mijnen of grote verdampingsvijvers nodig zijn. Bovendien wordt het lithium al binnen een paar dagen geleverd, en duurt het geen maanden of langer, zoals bij bestaande verdampingsvijvers.

“Nu de acceptatie van elektrische voertuigen snel groeit, is het nog nooit zo belangrijk geweest om ervoor te zorgen dat batterijmaterialen op verantwoorde wijze worden ingekocht en geproduceerd”, zegt CTR Chief Executive Officer Rod Colwell in een persbericht.

Chili wil verdampingsbassins afschaffen

Eerder dit jaar maakte de Chileense president Gabriel Boric bekend dat hij de lithiumverdampingsvijvers in het land geleidelijk wil afschaffen. In plaats daarvan wil hij directe lithiumextractie (DLE) inzetten om de enorme lithiumreserves van zijn land te gebruiken. Het plan was enigszins verrassend, omdat er nog geen enkele directe lithiumextractietechnologie de commerciële productie had bereikt.

‘Grootste lithiumproject ter wereld’

De verwachting is dat er jaarlijks 300 ton aan lithium geproduceerd wordt. Het project is volgens CTR het grootste lithiumproject ter wereld. Stellantis voert zijn eerdere bestelling bij CTR op naar 65.000 ton per jaar voor ten minste tien jaar.

Daarnaast kondigt Stellantis aan tegen 2030 alleen nog maar batterij-elektrische personenauto’s in Europa te verkopen. Voor de Verenigde Staten moet dat 50 procent van de verkoop zijn.

Meer lezen?

‘Paris Proof’ de hoogte in: lastig, maar niet onmogelijk

Nieuwe gebouwen in Nederland moeten momenteel voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). Dit betekent dat ze energiezuinig zijn, maar nog niet energieneutraal. De stip op de horizon is een stuk ambitieuzer dan dat. In de toekomst moeten gebouwen voldoen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Paris Proof dus, wat betekent dat nieuwbouw op geen enkele manier mag bijdragen aan klimaatverandering. CO2-neutrale nieuwbouw In het Klimaatakkoord van Parijs zijn allerlei gedetailleerde richtlijnen te vinden. Die zetten precies uiteen waar verschillende gebouwen aan moeten voldoen om het akkoord na te leven. Voor bestaande bouw betekent Paris Proof bijvoorbeeld dat de energieprestaties grondig worden verbeterd. Martijn Goossens, duurzaamheidsspecialist bij advies- en ingenieursorganisatie Arcadis: “Dat is in principe goed te doen. We weten inmiddels wel wat we moeten doen om bestaande bouw Paris Proof te maken.” Bij nieuwbouwprojecten is het wat lastiger, omdat de eisen een stuk strenger zijn. Nieuwe gebouwen mogen straks op geen enkele manier meer bijdragen aan klimaatverandering. Met andere woorden: ze moeten werkelijk energieneutraal (WENG) zijn. Dat is een uitdaging, maar klanten vragen er wel steeds vaker naar. “Bij laagbouwprojecten krijgen we dat al wel voor elkaar. Maar veel projecten van Arcadis zijn juist midden- en hoogbouw”, zegt Goossens. “Denk aan tien, vijftien, twintig verdiepingen hoog. Dan lopen we al snel tegen technische problemen en beperkingen aan. Dat geldt overigens niet alleen voor Arcadis, iedereen worstelt hiermee.” Tekst gaat verder onder het kader.Wat betekent Paris Proof bouwen? Een gebouw is Paris Proof als de operationele en de embodied emissies van het gebouw aan de richtlijnen van het Parijse Klimaatakkoord voldoen. Het operationele gedeelte gaat over de emissies die een gebouw tijdens de levensduur uitstoot. Van gebouwgebonden energieverbruik, zoals verwarming, koeling, ventilatie en verlichting, tot het gebruiksgebonden energiegebruik, zoals laptops en koffiezetapparaten. De embodied emissies zitten in de materialen waar het gebouw van is gemaakt.Het probleem van hoogbouw Wat maakt het zo lastig om met Paris Proof de hoogte in te gaan? En hoe krijg je dat tóch voor elkaar? Arcadis onderzocht het voor de operationele emissies van hoogbouwprojecten en schreef er een whitepaper over. “Hoe hoger je bouwt, hoe meer mensen gebruikmaken van het pand. En hoe meer mensen, hoe hoger het energieverbruik”, schetst Goossens. “Dat is problematisch, want je hebt al snel een zonnepaneel per gebruiker nodig om alleen al het gebruiksgebonden energieverbruik op een duurzame manier te dekken. Maar het dakoppervlak van een hoog gebouw is beperkt. En windmolens zijn meestal ook geen optie, want hoogbouw is vooral te vinden in stedelijk gebied.” “Een dak vol zonnepanelen is dus verre van voldoende om het energieverbruik van bijvoorbeeld een kantoortoren te dekken”, vervolgt hij. “Je hebt dan ook andere en extremere maatregelen nodig om op Paris Proof uit te komen.” De sleutelrol van de architect Een Paris Proof hoogbouwproject begint daarom al op de tekentafel. “Er moeten bij de eerste ontwerpschetsen al bepaalde keuzes gemaakt worden, anders wordt Paris Proof bouwen meteen al een lastig verhaal”, zegt Goossens. Met name een efficiënt gebouwontwerp is een absolute must. Het schoolvoorbeeld daarvan is een kubusvormig gebouw. Een kubusvormig gebouw heeft namelijk veel minder geveloppervlak (lees: de muren, ramen en het dak van het gebouw), waar energie in de vorm van warmte en koeling uit kan 'lekken'. Bij een vergelijkbaar gebouw maar dan met een L- of U-vorm stijgt het geveloppervlak fors, waardoor er meer energie ‘ontsnapt’ en het totale energiegebruik van het gebouw dus veel hoger uitvalt. “Voor een gebouw dat aan de BENG-normen moet voldoen, kunnen we dat verschil in energieverlies wel rechttrekken met installatietechnische oplossingen”, zegt Goossens. “Maar voor een Paris Proof-gebouw is dat geen optie. Dan móét het gebouw over een efficiënte en compacte vorm beschikken, anders gaat het simpelweg niet lukken.” Zonnepanelen op de gevel Maar zelfs met een efficiënte bouwvorm moeten er nog allerlei maatregelen worden getroffen om op Paris Proof uit te komen. Gek genoeg valt betere isolatie daar niet onder. “De isolatie van nieuwbouw, compleet met zonwerend HR+++ beglazing, is tegenwoordig al erg goed, daar is weinig ruimte voor verbetering”, verklaart Goossens. “Het verder verbeteren van de isolatie levert je misschien een procentje verbetering op ten opzichte van de BENG.” Wat maakt dan wel impact? Om te beginnen zijn zo veel mogelijk zonnepanelen op de oost-, west- en zuidgevel onmisbaar. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, zegt Goossens: “Ten eerste hebben zonnepanelen op de gevel momenteel nog een behoorlijk prijskaartje. Als een opdrachtgever vooral op zoek is naar een zo goedkoop mogelijk gebouw, is het dus al snel geen optie meer.” Daarnaast is het beschikbare geveloppervlak vaak beperkt. Ook daar speelt de architect weer een belangrijke rol, stelt Goossens. Want hoe kleiner het raamoppervlak, hoe meer ruimte er is voor zonnepanelen. Glazen dozen zijn verleden tijd Arcadis publiceerde een lange lijst van andere maatregelen die samen bijdragen aan het Paris Proof maken van hoogbouw. Zo is zonwering normaal gesproken not done in de hoogbouw, maar voor een Paris Proof-gebouw is het juist onmisbaar. “Anders blijft je energieverbruik voor koeling simpelweg te hoog”, aldus Goossens. Daarnaast kan de open/dicht-verhouding van gebouwen aangepast worden. “Glazen dozen zijn wat dat betreft verleden tijd”, vervolgt hij. “Als je het glasoppervlak van gebouwen verlaagt van 80 naar 50 procent heeft dat enorm veel impact. Lager dan 50 procent is juist weer af te raden, want dan komt er niet voldoende daglicht binnen en schiet het energieverbruik voor verlichting omhoog.” Benieuwd naar alle maatregelen die Arcadis adviseert? Download hier de whitepaper waar alle aanbevelingen in staan. Het kan, maar… Uit de whitepaper van Arcadis blijkt dat Paris Proof hoogbouw mogelijk is, dat is goede nieuws. Maar gemakkelijk is het zeker niet. “Op papier is het nu duidelijk wat er moet gebeuren, maar dat is geen garantie voor de praktijk”, aldus Goossens. “Het gaat om veel en ingrijpende maatregelen, die niet gemakkelijk zijn. Het vraagt dan ook veel inzet en lef van alle betrokken partijen. En het valt of staat bij de keuzes die aan de tekentafel gemaakt worden.” Maar als alle neuzen dezelfde kant op staan, ís het mogelijk. En dat is maar goed ook, besluit Goossens: “Uiteindelijk moet de volledige gebouwde omgeving aan de richtlijnen van het Klimaatakkoord van Parijs voldoen. Dus ook hoogbouw moet eraan geloven.” Lees ook: Amstel III: groene energie delen met de hele wijkCirculair bouwen te duur? Niet als je er anders naar kijktVervuilende zonnepanelenproductie zit klimaatdoelen van bouwsector in de weg