Marc Horckmans 28 april 2022, 18:00

Beloning management General Motors zal mede door succes in elektrische mobiliteit worden bepaald

De Amerikaanse autobouwer General Motors zal zich bij de compensatie van het management voortaan ook baseren op de prestaties die worden geleverd met de verkoop van elektrische wagens. Dat beloningspakket maakt deel uit van een bredere strategie die het concern ontwikkelt om de overstap naar elektrische mobiliteit te stimuleren. Dat heeft Mary Barra, chief executive van General Motors, gezegd bij de voorstelling van de kwartaalcijfers van het bedrijf.

Adobe Stock 311198201 Editorial Use Only “Onze grootste groeimogelijkheid in Noord-Amerika ligt bij de elektrische pickups”, zegt Mary Barra CEO van General Motors. | Credits: Adobe Stock

General Motors boekte tijdens het eerste kwartaal van dit jaar een omzet van bijna 36 miljard dollar. Dat betekende een stijging met 11 procent tegenover dezelfde periode het jaar voordien.

Ondanks de groei van de inkomsten, viel de winst daarbij echter met 2,7 procent terug tot 2,9 miljard dollar. De inkrimping moet volgens de Amerikaanse autobouwer worden toegeschreven aan de oplopende kosten en problemen met de voorraadketen.

Silverado-Hummer

“Onze grootste groeimogelijkheid in Noord-Amerika ligt bij de elektrische pickups”, benadrukte Barra. “Chevrolet heeft momenteel al ongeveer 140.000 reserveringen ontvangen voor de elektrische Silverado, die volgend jaar op de markt komt. GMC heeft bovendien ook al meer dan 70.000 reserveringen voor de elektrische Hummer kunnen boeken.”

Dit jaar wil General Motors 400.000 elektrische wagens produceren. Die capaciteit moet in Noord-Amerika tegen het midden van dit decennium tot één miljoen exemplaren per jaar worden opgevoerd. Tegen het midden van volgend decennium moet het aanbod van General Motors naar eigen zeggen volledig uit elektrische modellen bestaan.

Barra merkte daarbij op dat de autobouwer kan steunen op de vroege investeringen die General Motors heeft gedaan om rond de technologie een waardeketen uit te bouwen. Bovendien wijst ze op het batterijplatform Ultium dat de constructeur daarbij heeft uitgebouwd.

China

Verder merkte Barra op dat General Motors inspanningen blijft doen om de impact van het wereldwijde tekort aan microchips op te vangen. Daardoor zal de productie dit jaar volgens haar tussen 25 procent en 30 procent hoger liggen dan vorig jaar.

“General Motors heeft de nodige maatregelen gedaan om de bevoorrading te garanderen”, beklemtoonde de chief executive. “Hierdoor kan het bedrijf zoveel mogelijk zijn eigen lot bepalen.”

Aangezien General Motors enkele jaren geleden de Europese markt grotendeels de rug heeft toegekeerd, ondervindt het bedrijf minder substantiële gevolgen van de oorlog in Oekraïne dan vele andere sectorgenoten.

Wel moest worden afgerekend met recente fabriekssluitingen in China, te wijten aan een nieuwe opstoot van coronabesmettingen. Barra stelde echter dat het bedrijf voorzichtig optimistisch is over zijn productie in China, aangezien de regering van het Aziatische land de autoproductie tijdens lockdowns als een essentiële activiteit heeft bestempeld.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

‘Traditionele landbouwgewassen op zilte grond mogelijk met juiste maatregelen’

Tijdens het SalFar-project is ervaring opgedaan met het verbouwen van gewassen onder zilte omstandigheden op meer dan 20 proefvelden in verschillende landen, onder meer in België, Denemarken, en Nederland, Noorwegen en Zweden. De experimenten hebben geleid tot positieve verrassingen, zowel bij landbouwers als bij wetenschappers.Een van de conclusies uit het onderzoek: zilte teelt is wel degelijk mogelijk, mits de juiste kennis wordt toegepast en er sprake is van goed bodemmanagement. Er werd onder andere gekeken naar traditionele landbouwgewassen die zouttolerant zijn, maar die ook in niet-zilte omstandigheden een aanvaardbare productiviteit hebben. Bepaalde aardappelrassen bleken het goed te doen in zilte grond, terwijl ook de smaak verbeterde. Ook teelt met wortels en diverse koolsoorten bleek mogelijk. Noordelijke klei SPNA doet in kader van het project onderzoek naar zilte teelt op de Noordelijke kleigronden. De organisatie heeft twee proeflocaties in Noord-Nederland. De proefvelden op de locatie Kollumerwaard in het Lauwersmeergebied krijgen water met een ondergronds druppelsysteem. Een deel van het perceel wordt bewerkt met zout water, het andere deel met zoet water. Het proefveld is aangelegd om de verwachte situatie in 2050 na te bootsen. Echte conclusies kunnen er pas getrokken worden na een nog langere periode van onderzoek. Wel werd duidelijk dat neerslag een positief effect heeft op de gewassen op de proefvelden. “Afgelopen jaar was er in Nederland sprake van een grote hoeveelheid neerslag”, zegt Henk Westerhof, directeur van SPNA. “Dat beïnvloedde de gewassen positief. We hadden zoute kwel gecreëerd in de bodem, maar het zout werd weggespoeld door de regen. De zoutstress was daardoor een stuk minder. Ook in de toekomst, wanneer zoute kwel een veel groter probleem zal worden, zullen dergelijke jaren voorkomen. Daarom zijn ook ‘natte’ jaren als 2021 erg leerzaam.” Traditionele gewassen In Noord Nederland traditionele gewassen, zoals pootaardappelen, uien en granen, staan in het onderzoek op de SPNA-proefvelden centraal. “Deze gewassen zijn namelijk het verdienmodel van de sector”, legt Westerhof uit. “De kern van ons onderzoek is hoe we deze gewassen kunnen inpassen in een situatie waarbij je te maken hebt met verzilting.Specifieke problematiek De Noord-Nederlandse kuststreek bestaat grotendeels uit kleigrond. De verzilting van dit type bodem zorgt voor een extra grote uitdaging, legt Westerhof uit. “We hebben te maken met een heel specifieke problematiek, in tegenstelling tot teelt op zandgronden. Want de structuur van de kleigrond wordt aangetast bij verzilting. Op den duur leidt dit tot een slecht bewerkbare grond. Dat leidt weer tot extra problemen. Daarom kijken wij naar bodembewerking, bemesting en andere teeltmaatregelen van kleigrond in het specifiek.” Zo wordt een deel van het proefveld op de Kollumerwaard geploegd en krijgt een ander deel van het veld alleen een ondiepe grondbewerking. “Wij doen zo ervaring op of dit verschil maakt voor de groei van de gewassen onder zilte omstandigheden. Ook monitoren wij de chemische samenstelling van de bodem om te weten te komen hoe de beschikbaarheid van mineralen zich ontwikkelt onder verzilte omstandigheden.” Het startpunt Het EU-project is pas het begin van nog veel meer onderzoek in Nederland naar zilte bodem en ook het onderzoek bij SPNA staat nog maar aan het begin. Er zijn nog veel vragen onbeantwoord, merkt Westerhof op. “Denk bijvoorbeeld aan de opslag van zoet water in de bodem, of zoetwaterlenzen (red. Een zoetwaterlens is een massa zoet grondwater die op het omliggende zoute water drijft). Wij hebben als landbouwsector nog veel meer inzicht en nieuwe technieken nodig waarmee we deze lenzen kunnen versterken. Zoet water is onze bondgenoot in de strijd tegen verzilting.” Bij SPNA ligt er nog een hoeveelheid gewasmonsters in de vriezer voor toekomstig onderzoek. “We weten natuurlijk nog niet welke vragen er over vier jaar relevant zijn. Wat we hier met onze proefvelden doen is behoorlijk nieuw en heeft een experimenteel karakter. Mochten er de komende jaren nieuwe vragen komen, dan hebben we materiaal om mee aan de slag te gaan.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.