Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 13 februari 2013, 13:24

Better Place bouwt af in VS, zet door in Nederland

472697 10151051034166127 1995755646 o e1360757727662

Better Place, een Israëlisch bedrijf dat infrastructuur voor elektrische auto’s installeert, stopt zijn activiteiten in de VS. In Nederland ligt alles op schema.

Het bedrijf heeft zich verslikt in tegenvallende verkoopresultaten van elektrische auto’s in de Verenigde Staten. Better Place – dat met batterijwisselstations de infrastructuur voor elektrisch vervoer wil verbeteren – heeft na diverse directiewisselingen in de Verenigde Staten besloten zich nu te concentreren op Denemarken en Israël, markten waarin het bedrijf een volledig dekkend netwerk heeft.

Nederlandse markt blijft interessant

Afgelopen september is Better Place ook in Nederland gestart, met een proefproject op Schiphol om elektrische taxi’s snel te kunnen voorzien van volle accu’s, als een eerste stap naar een Europees netwerk van batterijwisselstations. Daarbij krijgen de auto’s bij elke laadbeurt een nieuwe, opgeladen accu, zodat ze snel weer op weg kunnen.

De sluiting van de Amerikaanse vestiging heeft geen gevolgen voor de Nederlandse pilot, volgens een woordvoerder van Better Place Nederland. Voor het Israëlische bedrijf blijft de Nederlandse markt onverminderd interessant.  Tijdens de pilot werden de afgelopen vijf maanden ruim 6000 ritten verzorgd door de 10 elektrische taxi’s  die bijna 250.000 kilometer aflegden. Hiermee is het bewijs geleverd dat, mits de infrastructuur op peil is, volledig elektrisch rijden ook bij intensief gebruik van circa 600 kilometer per dag haalbaar is.

Better Place Nederland is – mede op basis van deze bemoedigende resultaten – nu druk bezig met het sluiten van aanvullende partnerships en het aantrekken van aanvullende financiering, waardoor elektrisch rijden in Nederland opgeschaald kan worden.

Foto: Better Place

Tegendraads Patagonia promoot verantwoord kapitalisme

Met een campagne die in de herfst moet starten wil Patagonia het economisch systeem en de ideeën over commercieel succes volledig veranderen. Het outdoorkledingmerk wil zijn commercieel succes niet langer meten aan het verkopen van meer en meer producten, en is op zoek naar een nieuw bedrijfsmodel. Vincent Stanley, woordvoerder van Patagonia, vertelt: 'We willen een heleboel mensen bij elkaar krijgen om te bediscussiëren hoe een verantwoorde economie, die niet is gebaseerd op consumptie, eruit zou moeten zien.' 'Er zijn twee dingen die we moeten onderzoeken,' aldus Stanley. 'De eerste is de kwaliteit van leven, en hoe die te maken heeft met welvaart. Je ziet dat méér welvaart vanaf een zeker punt niet meer automatisch een hogere kwaliteit van leven veroorzaakt. De tweede is het waarderen van de natuur. Veel bedrijven zijn daar al mee bezig, maar we moeten er rekening mee houden dat het waarderen en behouden van de natuur grote implicaties kan hebben voor de economie, omdat het alles een stuk duurder kan maken.' 'Don't buy this jacket' Deze nieuwe campagne ligt in het verlengde van de verrassende 'Don't buy this jacket'-campagne die Patagonia lanceerde in december 2011, op de eerste dag van de kerstinkopen in de Verenigde Staten. Door consumenten aan te sporen hun producten juist niet te kopen wilde het bedrijf de aandacht vestigen op het wereldwijde milieuprobleem. En daarnaast was de boodschap natuurlijk ook dat de jassen van Patagonia veel langer meegaan en dus veel duurzamer zijn dan normale jassen. Als outdoorkledingmerk heeft Patagonia een grote groep medewerkers en klanten die graag de wildernis in trekken en daardoor een verhoogde interesse hebben in het beschermen van die wildernis. Echter, dit was voor het bedrijf niet de directe aanleiding om zich te gaan focussen op duurzaamheid. De aanleiding kwam in 1988, in de vorm van een mysterieuze klachten, zoals hoofd- en maagpijn, van werknemers van de winkel in Boston. Uit onderzoek bleek dat de klachten werden veroorzaakt door formaldehyde-dampen afkomstig uit de jassen in het magazijn. Dit was voor Patagonia de aanleiding om te beginnen met het onderzoeken van de grondstoffenketen en te focussen op duurzaamheid. Bron: The Guardian Foto: Tim in Sydney