Romy de Weert 03 december 2021, 09:15

30 kilometer in stad: minder doden, meer CO2

Steden willen de maximumsnelheid op stadswegen terugdringen van 50 naar 30 kilometer per uur. Maar dat komt het klimaat niet per definitie ten goede, ziet onderzoeker Pim van Mensch van TNO. “De uitstoot van CO2 en stikstof van voertuigen gaat hoe dan ook omhoog.”

Adobe Stock 199807134 1 Iedere keer dat een auto optrekt kost dat energie. Er is meer brandstof nodig waar onder andere CO2 en stikstof bij vrijkomt. | Credits: Adobe Stock

Eerder deze week lieten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht in een brandbrief aan het kabinet weten de snelheid op stadswegen te willen aanpassen. 50-kilometerwegen moeten volgens de steden teruggebracht worden naar 30 kilometer per uur.

De maatregel moet vooral effect hebben op het aantal dodelijke verkeersslachtoffers. Amsterdamse wethouder Egbert de Vries (verkeer en vervoer) zegt tegen AD dat zo’n 80 procent van het aantal verkeersslachtoffers op 50-kilometerwegen valt. “In het verleden hebben we de auto te veel ruimte gegeven in steden, nu staat leefbaarheid voorop”, zegt hij tegen de krant.

Langzamer rijden slecht voor milieu

Maar leefbaarheid is meer dan verkeersdoden: het gaat bijvoorbeeld ook om luchtkwaliteit. En het klimaat is natuurlijk belangrijk. Welke impact heeft 30 rijden op het milieu? Pim van Mensch is onderzoeker Sustainable Transport and Logistics bij TNO. Hij onderzocht de milieu-impact van auto’s op 50- en 30-kilometerwegen. Als de maximumsnelheid naar beneden gaat, loopt de reistijd op. Van Mensch hoopt dat meer mensen dan de auto laten staan en de fiets of de bus nemen. “Je mikt dan op een verandering van vervoer, dat heet modal shift, en een verlaging van de voertuigintensiteit”, zegt van Mensch. Een andere optie is dat mensen gaan omrijden.

De mate van verlaging van de voertuigintensiteit is niet door TNO onderzocht. Volgens onderzoek van de gemeente Amsterdam gaat de voertuigintensiteit omlaag op de wegen die van 50 naar 30 gaan, wat het negatieve effect gedeeltelijk compenseert. Op andere wegen kan daardoor wel de intensiteit omhoog gaan.

Drempels en stoplichten

Bij het meten van milieu-impact komen veel verschillende dingen kijken. “Zo hangt de uitstoot af van de samenstelling van het verkeer, maar bijvoorbeeld ook van de doorstroming”, zegt Van Mensch. Denk aan stagnatie door verkeersdrukte, of aan drempels en stoplichten die ervoor zorgen dat het verkeer steeds moet optrekken en afremmen. “Dat zorgt weer voor meer CO2- en stikstofuitstoot.”

Iedere keer dat een auto optrekt kost dat energie. Er is meer brandstof nodig waar onder andere CO2 en stikstof bij vrijkomt. “Constant rijden zorgt voor een lagere uitstoot”, licht van Mensch toe. “De vraag is hoe de doorstroming verandert als de maximumsnelheid van 50 naar 30 kilometer per uur gaat.”

Bovendien is 30 geen optimale snelheid voor een auto om te rijden, ziet Van Mensch. “Het is mogelijk dat bij 30 kilometer per uur constant rijden niet altijd de optimale versnelling wordt gekozen of dat er vaak van versnelling wordt gewisseld. En ook in de testcyclus van voertuigen is weinig focus op die lage snelheid”, zegt Van Mensch. De beste snelheid om zo min mogelijk CO2 en stikstof uit te stoten is constant rijden tussen de 60 en 90 kilometer per uur.

Uitstoot neemt toe

“Als de maximumsnelheid op stadswegen van 50 naar 30 kilometer per uur gaat, neemt de uitstoot op voertuigniveau hoogstwaarschijnlijk toe”, ziet de onderzoeker. Een betere doorstroming of minder auto’s op de weg moeten hiervoor gaan compenseren. Om echt harde conclusies te trekken, moet er volgens Van Mensch meer en gedetailleerder onderzoek gedaan worden waarbij alle invloeden worden meegerekend. Denk aan het aantal wegen waar de snelheid omlaag moet en hoe lang die wegen zijn. Ook de doorstroming en de effecten voor verschillende voertuigen moet volgens de onderzoeker verder worden onderzocht.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Waarom is het voor leiders zo lastig om helder en duidelijk te zijn?

Kort nadat de financiële crisis ruim tien jaar geleden uitbrak ging het opeens een stuk minder goed met een vriend van me. Iemand met een rustig, opgeruimd karakter die al twaalf jaar naar volle tevredenheid bij hetzelfde bedrijf werkte. Maar zijn bedrijf was door de crisis uit het lood geslagen en zocht naar manieren om te overleven. Van die zoektocht werd nauwelijks melding gemaakt aan het personeel. Summiere, cryptische updates werden afgewisseld met onverwachte oekazes. Niemand wist waar hij aan toe was. Het leidde tot onrust, achterbaks gedrag van mensen die vooral nog oog hadden voor het eigen hachje, een groeiend roddelcircuit en incidentele woede-uitbarstingen tijdens de lunch in het bedrijfsrestaurant. Beslissingen werden er niet genomen, alles werd steeds weer uitgesteld. Het was onduidelijkheid troef. De sfeer in het ooit zo plezierige bedrijf was grondig verpest, wat de resultaten niet ten goede kwam. Toen mijn vriend na twee jaar werd ontslagen, overheerste vooral de opluchting. Nu wist hij waar hij aan toe was. Alles beter dan aan een touwtje bungelen. "Ze hadden geen idee. Er was geen plan" Hoe belangrijk het is om helder te zijn in crisissituaties kregen we te horen van Stephanie Nolen, Global Health-verslaggever van The New York Times, toevallig één van de passagiers aan boord van de KLM-vlucht uit Johannesburg. Ze liet op twitter weten dat 30 procent van de passagiers geen mondkapje droeg en daar door medewerkers ook niet op werd aangesproken: "Ik ben boos op alle mensen op mijn vlucht die geen mondmaskers droegen." Bij terugkomst twitterde ze: "Ik heb de beste kant van de mens gezien onder wetenschappers en zorgmedewerkers in Zuid-Afrika. Ik heb de slechtste kant gezien op Schiphol." De Volkskrant vat haar woede-uitbarsting samen: "Chaos is de beste manier om zoveel mogelijk mensen te besmetten." Ze had geen moeite gehad met een duidelijk en helder plan van mondkapjes-testen-isolatie voor de volksgezondheid, maar begreep niets van de totale chaos. Een andere passagier, ondernemer Herman Steenhuis, laakt in de Volkskrant en NRC het 'uren wachten in een gore bende.' Hoe kwam het? "Ze hadden geen idee. Er was geen plan." De urenlange frustratie dreigde tot een kookpunt te stijgen: “Rond 1 uur 's nachts merkte ik dat bepaalde groepen in opstand wilden komen. Daarmee ben ik naar de marechaussee gelopen: ‘We gaan zo hieruit stormen, wat ga je daaraan doen?’ Dat was helemaal niet ons plan, maar ja, zij namen ons niet serieus, dan wij hen ook niet.” Pas toen, na negen uur wachten, werd er geluisterd: “Ik ben de GGD managementadvies gaan geven: ‘Jullie moeten ons vanaf nu elk kwartier informeren over de stand van zaken.'"Behoorlijk ontluisterend, maar erger is nog dat we aan dit soort onduidelijkheid gewend zijn geraakt, na weer een coronapersconferentie vol hals over de kop genomen, halfbakken maatregelen. Zelfs de hand in eigen boezem steken bleef hangen in ongeloofwaardigheid. Hier zie je dat goed leidinggeven echt zou helpen. Met een plan voor de lange termijn, waarin je ondubbelzinnig aangeeft wat de koers is. Daarvoor moet je wel diep kunnen nadenken. Daarvoor moet je ook het lef hebben niet iedereen voortdurend te willen pleasen. En daarvoor heb je echte empathie nodig voor iedereen die de dupe is van al die besluiten. Maar empathie is helaas nog altijd een schaars goed.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.