Eva Segaar 24 november 2020, 10:14

Datagestuurd laadpalenproject in Utrecht van start

Deze week start Engie met het plaatsen van datagestuurde laadpalen in Utrecht. Op basis van data weet de technisch dienstverlener precies waar behoefte is aan laadpalen, en hoeft een elektrische autobezitter niet meer maanden te wachten op een plek. Het is voor het eerst dat een stad in Nederland volledig datagestuurd de plaatsing van laadpalen regelt.

Utrecht circulaire economie duurzaam

De gemeente Utrecht wil elektrische autogebruik stimuleren. Om dat te doen, moet je niet pas reageren als iemand een elektrische auto heeft gekocht. Je moet juist de kar trekken, merkte wethouder Eelco Eerenberg (D66). Want het kon soms na aanschaf van een elektrische auto wel acht maanden duren tot de laadpaal in de publieke ruimte werd geplaatst. “Toen we constateerden dat de oude aanpak niet meer werkte, bedachten we dat datagestuurde plaatsing misschien een optie kon zijn.”

De gemeente ging vervolgens via een aanbesteding op zoek naar een partner die niet alleen laadpalen wilde plaatsen, maar ook met de gemeente aan het laadpalenplan wilde werken. Engie ontwikkelde vervolgens een model zodat het gebruik van laadpalen in de toekomst kan worden voorspeld. “We gebruiken de data van de 750 laadpalen die al in Utrecht staan om te kijken welke vaak bezet zijn, en waar dus behoefte is aan meer laadpalen. Bovendien hoeft het plaatsen niet meer aanvraag per aanvraag,” zegt Matthijs Kok, ontwikkelaar elektrisch vervoer bij de gemeente Utrecht.

Lees ook: Rookpalen op stations worden laadpalen voor fietsen

Prestatievergoeding

Om te garanderen dat er op tijd voldoende laadpalen zijn, hebben Engie en de gemeente afspraken gemaakt over de maximale laadpaalbezetting. In sommige buurten mogen de palen niet meer dan 80 procent van de tijd bezet zijn. Engie voorspelt waar behoefte kan ontstaan naar laadpalen, en plaatst ze op tijd bij. Gebeurt dat niet, krijgt het bedrijf een boete. Ook kan Engie een boete krijgen als de laadpalen vaak kampen met storingen.

Anderzijds krijgt Engie een bonus als het de ev-rijder op een locatie buiten de openbare ruimte kan laten laden, zoals bijvoorbeeld op een bedrijventerrein in de avonduren. Zo wil de gemeente het aantal laadpalen op straat beperken. Engie financiert de laadpalen en de elektrische rijders betalen voor de stroom die ze aftappen. “Afgesproken is dat we vier jaar lang laadpalen mogen plaatsen, en daarna nog zes jaar de energie van de laadpalen verkopen,” zegt Roberto Balzarelli van Engie.

Lees ook: Noord-Holland en Rotterdam willen meer zonnepanelen boven parkeerplaatsen

Altijd een laadpaal voor de elektrische rijder

Op 23 november is de eerste Engie-laadpaal in de Utrechtse grond geplaatst. Het komende half jaar zullen er nog 300 laadpalen bijkomen in de stad, om in 2025 uiteindelijk plek te hebben voor 25.000 elektrische auto’s. “Zodat er altijd een laadpaal is als de e-rijder dat nodig heeft,” zegt wethouder Eerenberg. Beide partijen in dit project merken wel dat er door corona minder behoefte is aan laadpalen, maar verwachten dat de groei blijft. Het gaat alleen wat langzamer.

Engie wil ook het laadpaalkleven aanpakken. “Uit onderzoek blijkt dat boetes niet werken. Positieve stimulering is wel een effectieve vorm van gedragsbeïnvloeding,” zegt Balzarelli. “Dus gaan wij de bewoners een bericht sturen als de auto vol is, en vragen we vriendelijk of ze deze zouden willen verplaatsen.” Dat gebeurt alleen overdag tussen acht uur ’s ochtends en negen uur ’s avonds.

Lees ook: Onderzoek: tekort aan laadpalen dreigt, maar datagedreven beleid biedt hoop

Buurtbewoners

Wethouder Eerenberg merkt dat veel buurtbewoners blij zijn dat de gemeente het laadpalenbeleid aanpakt en via een kaart laat zien waar de palen komen. Dan weten de buurtbewoners waar ze aan toe zijn. “Maar er is ook een groep bewoners die bang is dat ze hun eigen dieselauto niet meer kwijt kunnen als er veel elektrische laadplekken zijn.” Bewoners kunnen op hun beurt bezwaar maken als er een laadpaal wordt geplaatst op een plek waar ze het niet mee eens zijn. Maar volgens de wethouder zijn veel bewoners vooral blij dat de laadpalen geplaatst worden wanneer daar behoefte aan is.

Niet op de Nieuwegracht

Enkel aan de rand van de binnenstad worden nog laadpalen bijgeplaatst, maar in de binnenstad zelf niet. “We hebben met de stedenbouwers gezeten, en het is echt zonde om bijvoorbeeld de Nieuwegracht ermee vol te zitten,” licht Kok toe. “Dat past niet in het historische straatbeeld.” Wellicht dat andere oplossingen, zoals inductieladen of de lantaarnpaal die fungeert als laadpaal in de toekomst uitkomst kunnen bieden. En dan moet de netbeheerder ook met een compactere meter komen. Wethouder Eerenberg hoopt dat er vanzelf opties ontstaan die er beter uitzien dan een laadpaal, “Want we moeten zuinig zijn op de openbare ruimte in de stad.” 

Voor Engie is het voorspelmodel een investering die op termijn zijn vruchten zal afwerpen. Balzarelli: “We hebben contact met andere grote steden in het land en zien dat ook daar behoefte is aan datagestuurd plaatsen.” Het zou mooi zijn als de elektrische bolidebezitter straks in geen enkele stad meer hoeft te wachten op een laadpaal.

Lees ook: Zonne-auto uit Eindhoven laadt andere auto's en apparaten op

Hoofdfoto: Shutterstock | Foto2: Engie

Scale-ups in Nederland: de scooters van Felyx zie je op steeds meer plekken

Ze vallen op, de donkergroene e-scooters van felyx. Stadsbewoners zien ze inmiddels overal staan, en mensen zoeven geruisloos rond van A naar B. Blijkbaar was er behoefte aan een snel, gemotoriseerd en toegankelijk vervoersmiddel als aanvulling van de fiets en ter vervanging van auto’s, taxi’s en brandstof scooters!Drie jaar geleden kwamen de eerste 108 brommers van felyx in Amsterdam. Drie jaar later zijn het er ruim 3.000, in zeven steden. Maar waar Quinten Selhorst, CEO van het bedrijf, het trotst op is zijn de financiën. “In de micromobility-sector, zijn veel bedrijfsmodellen gericht op groei, zonder dat er geld verdiend wordt. Deze leunen op een niet aflatende stroom financiering. Maar felyx is sinds deze zomer Ebitda-positief op groepsniveau. Hetgeen simpelweg betekent dat er geld overblijft voor het aftrekken van rente, belastingen, en afschrijvingen.”Lees ook: Opvouwbare duurzame scooter maakt elektrisch rijden nog makkelijkerWinst maken door efficiencyDat is opmerkelijk. De taxidiensten van Uber en Lyft drijven op gigantische investeringen vanuit de Verenigde Staten, maar hebben ondanks hun bekendheid nog geen cent winst gemaakt. Dat het Felyx wel lukt, is dus knap. Selhorst weet hoe: “Wij hebben een laser focus op de variabele kosten, en kunnen die omlaag brengen door dingen efficiënter in te richten. We hebben een heel leger aan consultants die elke dag opnieuw kijken wat er anders en beter kan. Denk bijvoorbeeld aan onderhoud en reparatie in huis doen in plaats van uitbesteden, iets dat ons veel geld scheelt.Het is een fundamenteel andere manier van kijken dan veel andere, vooral Amerikaanse, start-ups hebben. “Daar gaat groei boven alles, en komt efficiency op plek twee. Er is daar zoveel geld dat je maar een doel hoeft te hebben: een zo groot mogelijk marktaandeel. Wij geloven in een ander model, dat het op lange termijn duurzamer is om je groeisnelheid te balanceren met de groei van je omzet. Dat is een gezonder businessmodel, dat ook op lange termijn houdbaar is. Het nadeel is natuurlijk wel dat je in het begin in absoluut aantal scooters minder hard groeit dan buitenlandse concurrenten. Maar kijk je naar het return on invested capital bijvoorbeeld, dan lopen we juist voor qua groei.”Fout parkerenMet de toenemende populariteit groeit ook de kritiek op de deelmobiliteit. De deelscooters worden soms verkeerd geparkeerd en nemen ruimte voor voetgangers en fietsers in. Selhorst kent de kritiek maar is het er niet mee eens. “Als men kijkt naar de hoeveelheid foutieve parkeeracties tegeover het totaal aantal parkeeracties, valt het cijfer te verwaarlozen. Bovendien, en wellicht belangrijker: als je de vergelijking maakt met foutief geparkeerde particuliere fietsen dan stelt het helemaal niets voor. Het is enkel omdat de Felyxscootes herkenbaar zijn dat het zorgt voor negatieve beeldvorming. Terwijl je juist veel winst kan maken qua publieke ruimte.”Volgens Selhorst kan de deelscooter namelijk de auto vervangen, in ieder geval in de stad. Parkeerplaatsen voor stilstaande auto’s nemen inderdaad veel ruimte in, en als een deel daarvan verdwijnt en vervangen wordt door deelscooters (die een veel groter deel van de dag in gebruik zijn) zou dat ruimte opleveren. Selhorst pleit voor dedicated deelscooterparkeerplekken bij elke metro- en treinhalte in een stad om daarmee de ketenmobiliteit te versterken. Ook hoopt hij dat gemeenten snel gaan inzien dat een groter aantal deelbrommers zal leiden tot een groter servicegebied. “Dat komt ten goede aan de duurzaamheid in een regio. Als afstanden groter zijn pakt men sneller een gemotoriseerd voertuig, en juist daar kunnen deelbrommers een goed alternatief vormen voor auto en taxi. “Werk aan je bedrijf, niet in je bedrijfNu Felyx financieel zo gezond is, wil Selhorst het geld gebruiken om door te groeien. “Nu is er plek voor nog meer innovatie, om extra mensen aan te nemen die ons kunnen helpen om nog beter en efficiënter te werken.” En voor ondernemers die net beginnen heeft Selhorst ook nog advies, na drie jaar van ontwikkeling: “Werk niet in, maar aan je bedrijf. Je loopt het risico meegezogen te worden in de dagelijkse beslommeringen, maar dan verlies je de toekomstvisie. Neem dus goede mensen aan die het werk kunnen doen, zodat jij genoeg tijd hebt om te denken waar je bedrijf straks heen moet.”Luister ook naar de podcast met Quinten Selhorst van FelyxBeeld: Felyx