Romy de Weert 20 augustus 2021, 12:25

Doorbraak scheepvaart: in 2023 eerste Maersk-schip op e-methanol

REintegrate, een dochteronderneming van het Deense scheepvaartbedrijf Maersk, werkt samen met European Energy aan CO2-neutrale methanol. In 2023 moet het eerste schip van Maersk varen op de CO2-neutrale brandstof. De ontwikkeling kan een doorbraak zijn voor de gehele scheepvaart.

Maersk Line Een 172 meter lang schip van Maersk vaart straks op duurzame brandstof gemaakt van waterstof en CO2 uit de lucht. | Credits: Wikimedia Commons, Kees Torn

Synthetische brandstoffen geproduceerd met elektriciteit (e-fuels) kunnen een belangrijke rol spelen in het terugdringen van de CO2-uitstoot van wegtransport, luchtvaart en scheepvaart. Daarom werken de partijen samen aan een fabriek die 10.000 ton CO2-neutrale e-methanol gaat produceren, het jaarlijkse verbruik van een Maersk schip. De methanol wordt gemaakt uit zonne-energie van een zonnepark in Kassø, Zuid-Denemarken, en CO2 uit de atmosfeer.

Hernieuwbare bronnen voor e-fuel

Voor methanol zijn CO2 en waterstof (H2) nodig. Met deze moleculen zijn de partijen in staat om brandstof te maken die nagenoeg dezelfde eigenschap heeft als fossiele brandstoffen. In dit geval is de CO2 uit de lucht gelijk aan de uitstoot bij de verbranding van methanol. Omdat E-fuels technisch niet afwijken van conventionele brandstoffen, kunnen ze direct in vervoersmiddelen gebruikt worden.

Voor duurzame productie van methanol is het essentieel dat de gebruikte waterstof groen is. Dat betekent dat de elektrolysers die de waterstof maken gevoed worden met elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. In dit geval wordt de bouwsteen CO2 uit de lucht gevangen, waardoor er een bijna volledig klimaat-neutrale keten ontstaat.

Naast elektriciteit en CO2 wordt waterstof (H2) en stikstof (N2) gebruikt. | Credit: Maersk

Vanaf halverwege 2023 zal een 172 meter lang schip van Maersk de e-methanol als brandstof gaan gebruiken. Het zal varen op de Baltische scheepvaartroute tussen Noord-Europa en de Botnische Golf.

Verduurzaming Nederlandse scheepvaart

Annet Koster, directeur van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR) vindt de toepassing van e-methanol een kansrijke techniek, maar gelooft niet dat het de silver bullet voor de verduurzaming van de scheepvaart zal zijn. “We hebben recent een maritiem masterplan ingediend, waarbij de doelstelling is opgenomen om in 2030, 30 emissieloze schepen te hebben”, zegt Koster. En daar komen veel verschillende technieken bij kijken. “We hebben in Nederland een brede vloot met verschillende type schepen. Zo vraagt lange afstand zeevaart (deep sea) om een andere brandstof dan korte afstand zeevaart (short sea).”

Koster ziet meer kansen om de scheepvaart te vergroenen met meerdere technieken die naast elkaar bestaan. “Zo kijken we naar het gebruik van waterstof en methanol, maar ook naar carbon capture and storage (CCS). Want als iedereen op e-methanol focust, is het onmogelijk om zo’n grote hoeveelheid methanol groen te produceren. Dat geldt ook voor groene waterstof: het is één van de mogelijkheden. Er is niet een oplossing, maar we hebben juist meerdere technieken naast elkaar nodig.”

Wereldwijd is de scheepvaart verantwoordelijk voor zo’n twee en een half procent van de CO2-uitsoot. Toch staan in het Klimaatakkoord van Parijs weinig specifieke afspraken over de vermindering van de uitstoot van deze sector. De internationale scheepvaartorganisatie van de Verenigde Naties, IMO, heeft wél afspraken gemaakt voor het verduurzamen van de industrie. In 2050 moet de sector vijftig procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 2008. KVNR gaat nog een stap verder: zij willen in 2050 70 procent minder CO2 uitstoten ten opzichte van 2008.

Lees ook: Nieuwe fabriek Amsterdamse haven zet niet-recyclebaar afval zoals huisvuil om in methanol

Concurrentie om laadpalen op tankstations neemt toe

Het aantal elektrische auto’s in Nederland neemt rap toe. En dus stijgt ook de vraag naar oplaadpunten. Hoewel de meeste mensen hun elektrische auto opladen bij een publieke laadpaal in de straat of bij hun woning of kantoor, zijn er ook steeds meer oplaadmogelijkheden bij benzinestations. En waar die vooral in handen waren van gespecialiseerde bedrijven zoals bouwer en exploitant van elektrische laadstations Fastned, willen ook de oliemaatschappijen een graantje meepikken van deze groeiende markt. Concurrentie Bedrijven zoals Shell, BP en Tamoil willen op hun tankstations ook laadpalen plaatsen voor het opladen van elektrische auto’s. Die zouden dan bijvoorbeeld achter de shop of op de parkeerplekken geplaatst worden. Zij hadden vergunningen gekregen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor een groot aantal pompstations langs snelwegen in Nederland. Op een aantal van die tankstations heeft Fastned al snellaadstations staan of eerder een vergunning gekregen om deze te bouwen. Omdat de laadpalen die Shell en BP willen plaatsen direct gaan concurreren met de snellaadstations van Fastned had dit bedrijf bezwaar gemaakt tegen deze vergunning. De Raad van State oordeelde woensdag dat de energiebedrijven op hun tankstations weliswaar laadpalen mogen neerzetten, maar niet zoveel als ze willen. Extra voorziening Dat komt omdat laadpalen worden gezien als aanvullende voorziening - net zoals bijvoorbeeld een toiletgebouw of een kleine winkel - bovenop het tanken van benzine of het snelladen bij een station van Fastned. Hoeveel extra laadpalen zijn toegestaan is nog onduidelijk, maar het aantal elektrische laadpalen mag in elk geval niet meer zijn dan het aantal fossiele tankzuilen van het pompstation. Gevolg van de uitspraak is dat Shell, BP en andere exploitanten van tankstations ook laadpalen kunnen neerzetten. Tegelijkertijd geldt dit ook voor Fastned en andere aanbieders van laadsystemen. Ook zij komen in aanmerking om op het terrein van het pompstation extra laadsystemen te installeren. Dat zal leiden tot een stroom van vergunningaanvragen waar het ministerie zich over zal moeten buigen.