Marc Seijlhouwer 13 september 2021, 14:23

Een camper met zonnepanelen kan zonder laadpaal naar Spanje rijden

Studenten van Solar Team Eindhoven presenteerden afgelopen vrijdag hun nieuwste innovatie: een camper die puur op zonne-energie kan rijden én stroom levert voor alle gemakken in het voertuig. Met uitklapdak om bij stilstand nog meer energie op te wekken. Over een week vertrekt hij naar Spanje.

2021 Stella Vita 11 De Stella Vita elektrische camper kan met volle batterij en veel zon 730 kilometer rijden | Credits: Bart van Overbeeke

De bouwers van de Stella Vita, de nieuwste vrucht van het Solar Team, spreken liever niet van een camper. Ze noemen het een rijdend huis, dat van alle gemakken is voorzien. Als het dak omhoog staat (dat gaat op dezelfde manier als bij de klassieke Volkswagen-camperbusjes) vouwt het ook uit, wat in totaal 17,5 vierkante meter zonnepaneel oplevert.

Daarmee wekt de auto volgens de makers genoeg stroom op om niet alleen te kunnen rijden, maar ook een kookplaat, koffiezetapparaat en andere elektrische apparaten aan te sturen. “We kwamen op het idee van een rijdend huis met zonnepanelen nadat we het maximale hadden bereikt bij de gezinsauto”, vertelt PR-manager Tijn ter Horst. “De laatste was zo efficiënt dat hij meer stroom opwekte dan nodig was om te rijden. Wij dachten: waar kunnen we die elektriciteit dan voor gebruiken?” Zo werk de Stella Vita geboren.

Lichtgewicht en aerodynamisch

Dat de auto zo ver kan rijden, heeft een aantal redenen. “Het ontwerp is erg belangrijk. De wagen is druppelvormig, waardoor hij minder luchtweerstand heeft en dus heel zuinig kan rijden. Daarnaast hebben we zoveel mogelijk lichte materialen gebruikt.” Dat heeft effect, want de camper weegt maar 1700 kilo, terwijl er een batterij inzit die ongeveer even groot is als die van de Tesla (de Model S weegt zo’n 2000 kilo).

Volgens Ter Horst kan de wagen, met een volle batterij en op een zonnige dag, 730 kilometer rijden. “Daarna moet je natuurlijk wel weer een tijdje onder de zon opladen, tot de batterij vol is. Maar het laat zien wat er mogelijk is.” Of dat bereik in de praktijk ook zo hoog uitkomt, moet blijken tijdens de tour waar de Stella Vita op gaat. Zondag 19 september vertrekt de camper vanuit Eindhoven, om op verschillende plekken te stoppen. “We willen de auto tonen aan mensen, om te inspireren. En te laten zien wat er allemaal mogelijk is als je voorbij de gebaande paden gaat.” Uiteindelijk moet het Solar Team op 15 oktober eindigen in het Spaanse Tarifa.

Wennen aan nieuwe auto

Ter Horst denkt dat aspecten van de camper in de toekomst ook in ‘gewone’ auto’s zullen komen. “Mensen moeten wennen aan het nieuwe denken achter auto’s, aan het nieuwe concept. Het ontwerp is bijvoorbeeld anders dan wat je van een normale auto kent. En ook de zonnepanelen op de auto zijn natuurlijk nieuw, hoewel Lightyear dat nu al commercieel aan biedt.”

Maar het Solar Team denkt niet dat ze in hun eentje de hele autowereld kunnen disrupten. “We willen niet alleen aandacht voor onze camper. We vragen aandacht voor alle nieuwe oplossingen, om rijden en reizen duurzamer te maken. Er zijn zoveel mensen met goede ideeën. Als we die omarmen, en de technologie ondersteunen, dan zal blijken dat een duurzame toekomst helemaal niet zo ver weg is.”

Lees ook: Lightyear werkt samen met DSM om zonnepanelen op alle auto’s te krijgen

Plan Zeester voor groene heropbouw Tata Steel in blauwdruk

Op donderdag 9 september vond een debat plaats in de Tweede Kamer, waar volgens de NOS duidelijk werd dat er eigenlijk maar twee mogelijkheden zijn voor de staalfabrikant: sluiten of ombouwen naar een groen en gezond bedrijf. Professor Rob van Tulder van de Erasmus Universiteit schreef met een werkgroep van oud directeuren en hoogleraren een plan dat de basis vormt voor de tweede optie. Het luistert naar de naam Zeester, geïnspireerd door de ligging aan de Noord-Hollandse zee. Van Tulder: “Zeester is de basis geweest voor het plan Groen Staal van FNV, wat inmiddels ook omarmd is door milieubewegingen, zoals Urgenda, Milieudefensie en Greenpeace. Omwonenden en lokale wethouders staan positief tegenover deze benadering, net zoals de meeste politieke partijen zo bleek in het kamerdebat.” Plan Zeester Al in 2020 werd plan Zeester bedacht en geschreven door een onafhankelijke denktank onder voorzitterschap van oud-directeur Piet Joustra, met oud-directeuren afkomstig uit verschillende bedrijfsonderdelen van wat eerst Hoogovens daarna Corus en tenslotte Tata Steel werd. Daarnaast deed ook een ondernemer mee en wetenschappers met diverse expertises, zoals professor Ad van Wijk (TU Delft) op het gebied van technologie, prof. Hans Schenk (Universiteit Utrecht) op het gebied van strategie, professor Wout Buitelaar (Universiteit van Amsterdam) ten aanzien van governance en medezeggenschap en dus Rob van Tulder (Erasmus Universiteit) vanuit zijn expertise op duurzaamheid. De laatste: “We hebben niet alleen gekeken naar technologie maar naar het hele industriële complex van Tata Steel. Daar hebben we een zogenaamd ‘maatschappelijk businessplan’ voor gemaakt.” In dit plan worden verschillende elementen gecombineerd: radicale vernieuwing en verduurzaming van het complex, innovatieve aanpak door het ontwikkelen van nieuwe bedrijvigheid omtrent nieuwe materialen en het zorgen voor een volledig schone industrie die groen staal produceert op een bedrijfseconomisch concurrerende manier. Van Tulder: “Het is concurrerend en sociaal. Alle problemen van de bevolking zijn daarnaast proactief benoemd en aangepakt met een duidelijk veranderplan waardoor het daaruit voortkomende industriële complex toekomstbestendig gemaakt kan worden.” Operatie zee-sterk Zeester heeft duidelijk bestaansrecht, vindt de professor. Al weet hij dat er ‘beren op de weg’ zijn die momenteel een rol spelen. Verzelfstandiging is bijvoorbeeld een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle transitie. “De Indiase eigenaar heeft al decennia nauwelijks geïnvesteerd maar wel winsten weggesluisd, en wil van Tata af. Het ligt echter voor de hand dat de eigenaar de huid duur wil verkopen als er niet slim gehandeld wordt door met name de Nederlandse overheid. Dat verklaart wellicht ook waarom de Nederlandse overheid – en met name het ministerie van Economische Zaken en Klimaat - relatief afwachtend opereert. Ook natuurlijk omdat er geen traditie meer is van industrie- en technologiepolitiek in Nederland, wat juist nu zo erg van pas zou komen.” Subsidieval Van Tulder wijst ook op de perverse prikkels van subsidies. Want er bestaat wel een subsidieregeling voor CCS (CO2 opslag) in de Noordzee, maar niet voor het alternatief. De huidige plannen van Tata Steel Nederland zijn dus ook sterk gericht op deze subsidiepot. Hij vindt dit verloren kapitaal en onnodig. “Opslag vertraagt het omschakelingsproces alleen maar en is niet nodig, dat laat ons rapport glashelder zien.” Hij vult aan dat die opslag ook nog niet bewezen effectief is, de technologie dubieus en de kosten (voor de Nederlandse belastingbetaler) tot 3 miljard euro op kunnen lopen. Van Tulder: “Dat is in dezelfde orde als de kosten van een versnelde invoering van ‘schone’ hoogovens op korte termijn met technologie die al beschikbaar is en binnen circa 30 maanden geleverd kan worden. Het begint een beetje op de subsidies voor windmolens en biomassa te lijken, waarbij regelingen juist foute keuzes in de hand hebben gewerkt.” Volgens van Tulder is het plan Zeester niet alleen goedkoper, maar ook sneller te implementeren. “Het lijkt een no-brainer – ware het niet dat ‘vested interests’ rondom de subsidiepotten en de eigenaar structuur een rol spelen. What’s new?” Draagvlak Van Tulder ziet wel licht aan de horizon. “Het Kamerdebat en de reacties van de lokale bevolking laat groot en groeiend draagvlak zien voor de door ons uitgewerkte opties. Een tussenrapportage van consultantsbureau Roland Berger waarbij de plannen van Tata Steel en Zeester naast elkaar worden gelegd bewijst dat het Zeesterplan – wat veel uitgebreider is - financieel en technisch haalbaar is, en dat er daarmee duurzame werkgelegenheid wordt gecreëerd voor tienduizenden arbeidsplaatsen. Het Zeesterplan voorziet niet alleen in een vergroening van de staalproductie, maar ook in de opbouw van een innovatief systeem in de IJmond-regio rondom nieuwe materialen en technieken zoals 3D-printing en Windmolenassemblage. De ligging van IJmuiden direct aan de zee is daarvoor uniek.” Van Tulder is ongeduldig. “Dat is toch ook niet verrassend als je begrijpt welke kennis al in de werkgroep ‘Zeester’ vertegenwoordigd was! We hebben eerst over een ‘toekomstbestendig industrieel ecosysteem’ nagedacht, principes geformuleerd op basis waarvan alle stakeholders (dus ook omwonenden) op de middellange termijn enthousiast kunnen worden, daarover niet gepolderd of korte termijn compromissen gemaakt en vervolgens doorgerekend of dat ook bedrijfskundig kon. En dat was positief. Misschien hebben we hiermee wel een model gemaakt voor andere verandertrajecten in Nederland om de koppeling tussen industrie, sociaal, technologie en duurzaamheid in een regionale context te kunnen maken?”