Marc Seijlhouwer 09 november 2021, 12:08

Een elektrisch vliegtuig voor 100 man: vanaf 2026 vliegen we allemaal duurzaam

Volgens het Amerikaanse Wright Electric Inc. kunnen we vanaf 2026 korte, elektrische vluchten maken. Het bedrijf presenteerde afgelopen week een vliegtuig met 100 stoelen dat een uur kan vliegen.

Wright spirit vliegtuig elektrisch De Wright Spirit vervoert 100 mensen helemaal elektrisch. | Credits: Wright Electric

De ‘Wright Spirit’, zo heet het nieuwe elektrische vliegtuig. Vanaf 2026 moet deze kist vluchten van een uur maken zonder een grammetje kerosine te verbranden. Het volledig elektrische vliegtuig heeft krachtige, lichtgewicht elektromotoren aan boord die het vliegtuig in de lucht houden.

Dat klinkt als een droom, maar Wright timmert al een tijd aan de weg. Het bedrijf ontwierp speciale elektrische machinerie die lichter is dan de versies die we in andere machines zien. Doordat de elektromotor de helft weegt van vergelijkbare modellen, past er meer power in een vliegtuig. Zo ontstaat er genoeg stuwkracht om zonder verbrandingsmotor de lucht in te gaan.

Londen, Parijs, Frankfurt

Een uur vliegen klinkt kort. Maar in het kleine Europa is het lang genoeg om vanuit Londen een heleboel landen te bereiken. En daarmee is een belangrijke bron van uitstoot, de korteafstandvluchten, te voorkomen. Omdat de uitstoot van de luchtvaart snel omlaag moet (de Nederlandse sector wil bijvoorbeeld 35 procent minder uitstoot in 2030) maakt Wright haast met hun ontwerp. Ze bouwen een bestaande kist om tot elektrisch model en willen zo snel mogelijk proefvluchten gaan doen. Daarna volgt een lang proces om te testen of alles veilig en verantwoord is. In 2026 zou dan, als alles goed gaat, de eerste commerciële vlucht plaats kunnen vinden.

Een ambitieuze tijdlijn van een ambitieus bedrijf. Maar als het lukt, laat Wright zien dat er niet per se alternatieve, duurzame brandstoffen zoals SAF of groene waterstof nodig zijn voor groene luchtvaart. Hoewel de langeafstandsvluchten voorlopig nog fossiele brandstof nodig hebben, kan de vlucht naar Parijs, Brussel of Frankfurt in de nabije toekomst misschien wel elektrisch. Of je pakt de trein, dat is natuurlijk nog milieuvriendelijker.

Van innovatieve zonnepanelen naar ‘brede energieoplossingen’ voor Groenleven

Gisteren maakte Groenleven de nieuwe koers bekend met een persbericht. Het is een grote ommezwaai voor het bedrijf dat begon als leverancier van zonnepanelen voor boerenbedrijven. In de loop der jaren wist het innovatieve projecten te starten. De ‘dubbelfunctie’ van zonneparken werd het stokpaardje: drijvende zonnepanelen op het water of panelen boven fruittelerijen zorgen voor optimaal gebruik van het schaarse land in Nederland. Maar de markt verandert, ziet Groenleven. En om als duurzaam energiebedrijf zoveel mogelijk stroom te leveren, kun je niet alleen bouwen op zon. Dus gaat het bedrijf, met hulp van moederbedrijf BayWa, de komende jaren meer inzetten op groene waterstof, wind en energieopslag. Dat heeft een paar voordelen. Ten eerste waait het vaak als de zon niet schijnt en andersom. Door ook windprojecten op te starten wordt de energievoorziening constanter. Groene waterstof De rol van waterstof is belangrijk om Groenleven minder afhankelijk te maken van stroom uit het buitenland. Dit is een wens van de markt, volgens het bedrijf. Met de zon- en windparken die Groenleven nu en in de toekomst aanlegt kan groene waterstof gemaakt worden. Deze kan op momenten van energieschaarste weer gebruikt worden om stroom op te wekken. Ook batterijen (voor kortetermijnopslag) kunnen onderdeel worden van de handel van het bedrijf. Al deze projecten blijven in Nederland. “Dit is en blijft onze markt,” vertelt Saskia IJszenga van Groenleven. “We gebruiken expertise uit het buitenland om hier gecombineerde energie-oplossingen neer te zeggen.” Daarbij zal innovatie belangrijk blijven. “Onze klanten hebben energieproblemen die op vernieuwende oplossingen vragen. Dat is onze drijfveer, en daarom willen we ook energieopslag aan gaan bieden.” Netcongestie Hoewel Groenleven nu de verandering aankondigt, werkte het op kleine schaal al aan een paar nieuwe projecten. Bij Sinnewetterstof gebruikt het bedrijf zonne-energie om waterstof te maken. Dat is handig op plekken waar de stroomkabels de geleverde stroom niet aankunnen. Deze ‘netcongestie’ is overal een groot probleem - en Groenleven hoopt met energie-opslag een oplossing te geven. Ook moeten de projecten centraal energie produceren, zodat er niet op een heleboel plekken dikkere stroomkabels nodig zijn. Uiteindelijk zal het bedrijf zelf niet veranderen, denkt IJszenga. “Groenleven blijft Groenleven. Wij blijven doen waar we groot mee zijn geworden. Alleen nu combineren we energievormen om nog meer ondernemers een oplossing te bieden voor hun problemen.”