Romy de Weert 13 maart 2023, 15:38

Elektrisch rijden wordt nog duurzamer met slimme laadpalen

Elektrisch rijden kan binnenkort nóg duurzamer worden dan het al is. In de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland kunnen elektrische rijders op steeds meer laadpalen slim laden. Elektrische rijders laden hun auto automatisch op als er veel groene stroom beschikbaar is: wanneer de wind hard waait of de zon volop schijnt. “Nergens in de wereld is slim laden op deze schaal toegepast op publieke laadpalen.”

Huib van Essen Gedeputeerde Provincie Utrecht scaled Huib van Essen: “Door dit te doen benutten we het elektriciteitsnet beter en kan er uiteindelijk ook meer groene stroom op het elektriciteitsnet." | Credits: MRA-E

Wie slim laadt, zorgt ervoor dat zonne- en windenergie beter wordt benut. Bovendien help je het elektriciteitsnet ontlasten. Volgens Huib van Essen, gedeputeerde van de provincie Utrecht, wordt slim laden voor het eerst op deze schaal toegepast. “Door dit te doen benutten we het elektriciteitsnet beter en kan er uiteindelijk ook meer groene stroom op het elektriciteitsnet”, laat hij weten in een video.

Hoe werkt slim laden?

“Veel bestaande openbare laadpalen zijn geschikt om slim mee te laden”, zegt Nanet Rutten, projectmanager laadinfrastructuur bij MRA-Elektrisch, het projectbureau die gemeenten in Utrecht, Noord-Holland en Flevoland helpt bij de organisatie van laadinfrastructuur.

Alle nieuwere laadpalen krijgen op afstand een software-update waardoor ze slimmer worden. “De slimmere palen werken met een zogenoemd laadprofiel. Daarbij voorspellen we de hoeveelheid beschikbare zonne- en windenergie. Op basis van de voorspellingen bepaalt de laadpaal om sneller te laden of minder snel te laden. Hiermee is het doel om zoveel mogelijk te laden als er veel groene stroom beschikbaar is. Dus vooral te laden als het hard waait of de zon volop schijnt.”

Geen zorgen om lege accu

Als er veel zonne- of windenergie beschikbaar is, worden de auto’s dus snel opgeladen. Is er weinig beschikbaar, dan gaat het laden langzamer. Zit je accu dan wel vol als je de weg op wil? “Ja, dat is iets waar we heel scherp op zijn”, zegt Rutten. “Veel mensen pluggen ’s avonds als ze thuiskomen van hun werk de stekker van de auto in de laadpaal. De volgende dag hebben ze de auto vaak pas weer nodig. Op dat tijdstip in de avond is er vaak een piek in het gebruik.”

In dat gat springt MRA-Elektrisch met de slimladen-techniek. “Je hebt naar verhouding veel tijd om je auto op te laden. Door eerst minder hard te laden en later – wanneer er minder vraag naar elektriciteit is vanuit de huishoudens en meer wind is, sneller te laden, vermijden we de piek op het net.”

1.000 slimme laadpalen

En wat als het helemaal niet waait ’s nachts? “Dan weten we zeker dat alle stroom groen is, want dat kopen we af met certificaten met Garanties van Oorsprong. In de drie provincies kunnen elektrische rijders bij zo’n 10.000 openbare laadpunten opladen. Deze zomer zijn zo’n 1.000 laadpalen slim.

In de gemeenten Zeist en Dijk en Waard is getest met de nieuwe techniek. Rutten: “Het slim laden werkt goed en is betrouwbaar. Nu is het zaak om op te schalen.” Het doel is dat alle laadpalen in de drie provincies slim kunnen laden én dat de techniek de norm wordt.

Meer lezen?

Biljoenen aan visserij-opbrengsten in gevaar, vermogensbeheerders komen nauwelijks in actie

De zeeën en oceanen vervullen een spilfunctie voor het instandhouden van de biodiversiteit op aarde, en zijn tegelijkertijd een belangrijke bron van voedsel en inkomsten. De vis, schaal- en schelpdiersector voorziet wereldwijd ongeveer 600 miljoen mensen in hun broodwinning en was in 2020 goed voor ruim 380 miljard euro omzet. Dat gaat om visserij, maar ook om bijvoorbeeld het kweken van vis. Miljardenindustrie onder druk Maar de opbrengsten uit zeeën en oceanen staan onder druk door onder andere klimaatverandering, overbevissing, vervuiling, het aftakelen van ecosystemen en uitbraken van ziektes. Natuurbeschermingsorganisatie WWF heeft laten uitrekenen dat daardoor de komende 15 jaar tussen de 1,8 en 2,7 biljoen euro aan economische waarde in de zeevoedsel-industrie verloren kan gaan. Maar, zo stelt de natuurorganisatie, investeerders in deze miljardenindustrie voeren hier nauwelijks beleid op. Het WWF heeft specifiek gekeken hoe grote vermogensbeheerders omgaan met milieu-gerelateerde en sociale risico’s van de zeevoedsel-industrie - de E en de S uit ESG, Environmental, Social en Governance - belangrijke criteria voor het meten van duurzaamheid bij bedrijven. Dit onderzoek laat zien dat vermogensbeheerders weinig beleid formuleren op milieu-gerelateerde en sociale risico’s. Weinig concreet beleid Een kwart van de onderzochte vermogensbeheerders benoemt nergens de risico’s die het verlies van biodiversiteit en andere natuurschade hebben op de zeevoedsel-bedrijven waar ze in investeren. En hoewel driekwart van de bedrijven wel risico’s benoemt, zegt slechts een kwart van de vermogensbeheerders zich in te zetten om de zeeën en oceanen duurzaam te beheren. En hoe dat er dan in de praktijk uitziet, blijft in vrijwel alle gevallen onduidelijk. Slechts 1 van de 42 onderzochte vermogensbeheerders gaf er blijk van uitvoerbaar beleid te hebben geformuleerd. “Onze oceaan ondersteunt een overweldigende hoeveelheid biodiversiteit en honderden miljoenen mensen zijn ervan afhankelijk voor hun gezondheid, nu en in de toekomst. De niet-duurzame productie van vis, schaal- en schelpdieren heeft echter een negatieve invloed op de gezondheid van de oceanen en brengt tegelijkertijd zijn eigen toekomst in gevaar”, stelt Lucy Homs, senior-directeur van Blue Finance, het onderdeel van het WWF dat zich met verantwoorde investeringen in de zeevoedsel-industrie bezighoudt. "Het niet aanpakken van milieu- en sociale risico's en effecten bij de productie van vis, schaal- en schelpdieren kan investeerders blootstellen aan financieel materiële risico’s.” Oplossingen Samen met vier andere NGO’s heeft het WWF een consortium gevormd dat investeerders en vermogensbeheerders blijvend gaat monitoren én van advies voorziet hoe ze de bedrijven waar ze in investeren, kunnen bewegen om milieu-inclusiever te opereren. Het consortium draagt een aantal suggesties aan voor beleid. Ze wijzen onder andere op het ontwikkelen van systemen om producten door de hele keten heen te volgen, het verminderen van bijvangst en het tegengaan van voedselverspilling. Meer over de zee: ‘Moratorium op diepzeemijnbouw kan oceanen pas echt beschermen'Hoe weet je zeker of de vis die je koopt echt duurzaam is?75 procent plastic afval in Stille Oceaan is afkomstig van visserij