Marc Seijlhouwer 20 januari 2020, 12:31

Elektrische bestelwagens krijgen miljoeneninvestering van Hyundai en Kia

De Britse startup Arrival gaat de komende tijd versneld elektrische bestelwagens ontwikkelen. Dankzij een investering van autobedrijven Hyundai en Kia van € 100 mln kan de startup haar unieke manier van auto’s maken sneller uitbouwen.

Arrival

De autofabrikanten hopen met de investering de elektrificatie van licht vracht- en personenvervoer te versnellen. Hoewel elektrische auto's al langer een vlucht nemen, zeker in de zakelijke markt, blijft het bedrijfsvervoer achter. Bestelwagens zijn vaak te zwaar, waardoor het lastiger is ze elektrisch te maken.

Lees ook: 1500 km op één laadbeurt in deze superauto

Skateboard platform

Arrival is een Britse startup die sinds 2015 aan een nieuw soort elektrische auto werkt. "Op dit moment zijn elektrische auto's gewone benzinewagens waar een batterij in is gestopt. Dat maakt ze duur, inefficiënt en onderhoudsgevoelig", zo legt Arrival uit in een persbericht. "Onze 'generatie 2'-wagens zijn vanaf de grond elektrisch ontworpen en gebouwd. Daardoor zijn ze efficiënter en goedkoper."

Lees ook: Elektrisch OV neemt een vlucht

Arrival gebruikt een zogenoemd skateboardplatform als basis voor de auto's. Dit is een alles-in-een carroserie met batterijpakket, elektromotoren, velgen en assen. Het geheel lijkt wat op een skateboard, vandaar de naam. Arrival zegt dat zo'n systeem makkelijk groter of kleiner te maken is en zelfs in kleinere oplage winstgevend is. De startup ziet een toekomst voor zich waar elektrische auto's in minifabriekjes lokaal geproduceerd worden.

Betaalbare elektrische bestelwagens

Hyundai en Kia investeren in de startup, omdat de bedrijven potentie zien in de techniek. Vooral op het gebied van middelgrote voertuigen: shuttlebusjes en bestelwagens. Als deze betaalbaar elektrisch worden, kan dat grote invloed hebben op de uitstoot die de logistiek veroorzaakt.

Lees ook: Het elektrische bestelbusje van Volkswagen

Er rijden nu al een paar Arrival-busjes rond in Europa, als experiment. Met de investering van de Koreaanse autobedrijven kunnen die experimenten uitgebreid worden en kan Arrival werken aan een commerciële pilot voor de nieuwe elektrische voertuigen.

Hyundai en Kia investeren vaker in Europese elektrische autobedrijven. Het Kroatische Rimac kreeg vorig jaar bijvoorbeeld € 90 mln en laadpalennetwerk IONITY kreeg een onbekend bedrag.

Bron: Arrival | Beeld: Arrival

Palmolie is nog niet duurzaam genoeg

De stichting houdt sinds 2010 bij wat grote bedrijven doen om hun palmolie te verduurzamen. In totaal onderzocht het WNF 171 bedrijven. Daar zitten restaurantketens bij, supermarkten en producenten. Veel van de bedrijven hebben toegezegd om in 2020 te zorgen dat er geen bos meer wordt gekapt voor palmolie. Ondanks de beloften van de industrie merkt het Wereldnatuurfonds (WNF) dat veel bedrijven nog niet in de buurt zijn van een toeleveringsketen met ontbossingsvrije palmolie.Lees ook: Hoeveel procent van de Nederlandse bedrijven gebruikt duurzame palmolie?Die ontbossing is een groot probleem: palmoliefabrikanten hakken oerwouden om zodat er plek is voor nieuwe palmen. Het kappen van het oerwoud is een ecologische ramp: het leefgebied van de orang-oetan is bijvoorbeeld voor een groot deel verwoest door de palmolie-industrie. Ook neemt het oerwoud een heleboel CO2 op.RapportcijferHet WNF stelde voor 171 bedrijven een rapportcijfer op. Elk bedrijf kan maximaal 22 punten krijgen, onder andere afhankelijk van het aandeel duurzame palmolie in de productieketen. Slechts één bedrijf scoort meer dan twintig punten: chocolademaker Ferrero, bekend van de goudverpakte bolbonbons. Dit bedrijf verbruikt 204 miljoen kilo palmolie per jaar en haalt deze gedeeltelijk van producenten die geen ontbossing plegen en de omgeving proberen te conserveren.Lees ook: Dit waren de toppers van de WNF-lijst in 2016WNF prijst de hele top vier van hun lijst: “Ferrero, EDEKA, Kaufland, L'Oréal, en IKEA  hebben ontbossingsvrije, duurzame palmolie bovenaan hun zakelijke agenda gezet”, valt op de website te lezen. “Dat deden ze door publieke verplichtingen aan te gaan. Ook staken ze tijd en geld in duurzame palmolie, zelfs als dat buiten hun eigen leveringsketen om ging.”Wat kan een bedrijf doen?Het WNF wil dat bedrijven zich net zo gedragen als de top vier uit het rapport. Als bedrijven publiekelijk beloften doen is het makkelijker om ze eraan te houden en gebeurt er meer, zo merkt het natuurfonds. Om te beginnen kunnen bedrijven alleen nog palmolie uit een gecertificeerde bronnen kopen (CSPO).  “Er wordt nu 20 procent meer CSPO geproduceerd dan bij het vorige rapport in 2016, dus er is voor bedrijven geen excuus meer om geen CSPO te gebruiken.”Bron: WNF | Beeld: Adobe Stock