Romy de Weert 13 januari 2023, 11:30

Er is maar één smal pad naar duurzaam toerisme: ‘We kunnen in de toekomst zelfs méér reizen'

De vakantiebeurs is begonnen. Maar kunnen we wel duurzaam op vakantie gaan? Volgens Paul Peeters, professor Sustainable Tourism and Transport aan de Universiteit van Breda kan dat. De expert onderzocht in samenwerking met een internationaal team welk pad de toerismesector moet volgen om in 2050, net als andere sectoren, CO2-neutraal te zijn. “Het pad is echt vreselijk smal. Als we ervan afwijken, duvelen we ervan af.”

Adobe Stock 279191593 | Credits: Adobe Stock

Een zonvakantie op Bonaire, een stedentripje naar Valencia of een trektocht door Nieuw-Zeeland. We komen er niet zonder het vliegtuig of de trein. Hoewel dat laatste al redelijk duurzaam is, is dat niet te zeggen over de luchtvaart. Volgens professor Peeters is de toerismesector, inclusief vervoer en overnachting, verantwoordelijk voor zo’n 5 tot 9 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.

Meer belangstelling voor duurzaam reizen

Al sinds jaar en dag werkt Peeters aan het verduurzamen van de toerismesector. Zo’n 20 jaar geleden startte hij als lector Sustainable Tourism and Transport bij de Breda University of Applied Sciences. Hij verwachtte dat er in die tijd wel redelijk wat mensen werkten aan klimaateffecten van toerisme. “Maar dat bleek helaas niet het geval”, zegt Peeters. Tijdens een internationale conferentie van de Wereldorganisatie voor Toerisme in Tunesië ontmoette Peeters zijn vakgenoten. “Wereldwijd waren het er zes die hier mee bezig waren.”

Intussen is dat aantal gegroeid. “Het zijn er gelukkig veel meer.” En dat is ook hard nodig, want deze vraag moet volgens Peeters zo snel mogelijk beantwoord worden: “Hoe krijgen we de emissies van de toerismesector binnen 30 jaar naar nul?”

Luchtvaart is de grootste uitstoter

De grootste uitstoter in de toerismesector is de luchtvaart. Zo was de luchtvaartsector in 2017 verantwoordelijk voor 3,8 procent van de Europese CO2-uitstoot. Er moet dus heel wat veranderen om dat naar beneden te brengen.

Maar dat doel staat haaks op de trend die Peeters observeert. Wereldwijd neemt de voetafdruk van een reis namelijk toe. “Dat komt voornamelijk omdat de afstanden groter worden, met name in markten die zich nog aan het ontwikkelen zijn, zoals in China. Daar maakt een klein deel van de bevolking verre reizen, maar dat heeft meteen enorme gevolgen voor de CO2-uitstoot”, zegt Peeters.

Reizigers willen verder van huis zijn

In 2050 CO2-neutraal

Toch worden in de industrie de bakens langzaam verzet. Vorig jaar tijdens de klimaattop in Glasgow tekende een deel van de toerismebranche een document waarin de reisorganisaties beloven dat ze over acht jaar de uitstoot willen halveren. In 2050 willen en moeten ze helemaal uitstootvrij zijn.

“Een aantal van die partijen willen weten welke stappen de sector daarvoor moet nemen”, zegt Peeters. Samen met The Travel Foundation, het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC), Centre of Expertise Leisure, Tourism and Hospitality (CELTH) en de Hogeschool Stenden verkende Peeters verschillende toekomstscenario’s waar de onderzoekers verschillende maatregelen op toepasten.

Eén mogelijk scenario

“In totaal hebben we zo’n veertig maatregelen getest op toekomstige scenario’s. Denk aan CO2-offsetting, het heffen van allerlei belastingen of het bouwen van spoorwegen. Geen van al die maatregelen alleen zorgt ervoor dat we in 2050 op nul CO2-emissies zitten”, zegt Peeters. Het kan wel, maar veel later dan in 2050.

Het uitstellen van de doelen is volgens de professor geen optie. Het wordt volgens Peeters een rampscenario als iedere sector dat gaat doen. “Dan racen we af op drie graden opwarming. Je wilt er niet aan denken wat dat voor gevolgen heeft voor de leefbaarheid op aarde.”

Tijdelijke groeistop van de luchtvaart

Aangezien de luchtvaart de grootste bijdrage levert aan de CO2-emissies, moet die volgens Peeters zo snel mogelijk en volledig inzetten op e-fuels (brandstof gemaakt van afgevangen CO2) en nul-emissie vliegtuigen. En dat moet samengaan met andere maatregelen.

Uiteindelijk kan de luchtvaart volgens het onderzoeksteam alleen CO2-neutraal zijn in 2050 wanneer de luchtvaart tijdelijk niet meer kan groeien. “Synthetische brandstoffen zijn de redding. Maar dan moet de luchtvaart tijdelijk stoppen met groeien.”

Twee keer zo veel reizen in 2050

Zodra de techniek voor waterstofvliegtuigen en duurzame brandstoffen verder ontwikkeld is, kan de luchtvaart weer doorgroeien. Dat is volgens Peeters een hoopvolle uitkomst van de scenariostudie. “Het mooie van dit scenario is dat we in een business as usual scenario in 2050 twee keer zo veel zouden reizen als dat we nu doen. 85 tot 90 procent blijft binnen dezelfde afstand met hetzelfde vervoer. Je kunt daarom nog doen wat je deed.”

Het is volgens Peeters een vreselijk smal pad. “Als je ervan afwijkt, dan duvel je eraf. Maar het leuke is, dat we in dit scenario nog heel veel wél kunnen.”

Economische groei én nul emissies

Op deze manier is economische groei te combineren met nul emissies, ziet Peeters. Is het haalbaar? “De haalbaarheid zit in de politiek”, zegt hij. Maar het is volgens hem aan de sector om te accepteren dat het is zoals het is. “Want die lobbyt bij de politiek.”

De professor werkt met de andere onderzoekers aan het afronden van de scenariostudie. “Daarin beschrijven we niet alleen dit scenario, maar ook wat het voor iedere stakeholder in de sector betekent. Denk aan de touroperator, de kleinere eilandstaten en de grote toeristische landen.”

Meer reizen dichterbij huis

Peeters benadrukt dat de sector nu actie moet ondernemen. “We hebben geen tijd meer om te discussiëren over het pad. Het is op alle vlakken haalbaar, als we maar allemaal meedoen. Het betekent niet dat we minder gaan reizen. Integendeel, we gaan juist meer reizen. Ook de mensen uit landen die zich aan het ontwikkelen zijn krijgen die kans. Het is alleen net wat anders: niet meer zo vaak extreem ver weg, maar gemiddeld wat dichter bij huis.”

En daar is volgens Peeters nog ontzettend veel moois te verkennen. “Ik was laatst in een gebied ergens in het oosten van Duitsland, in Dresden. Het leek precies op Monument Valley. Als ik je een foto zou laten zien, dan zou je denken dat het Amerika was.”

Dresden heeft volgens Professor Paul Peeters heel veel moois te bieden. | Credit: Adobe Stock

Meer lezen over duurzaam reizen?

Vandebron start hoofdstuk 2 van energietransitie met virtuele energiecentrale

Zo’n systeem waar alles met elkaar verbonden is en alles wordt aangestuurd door algoritmes, heet een virtual power plant, of in gewoon Nederlands: een virtuele energiecentrale. Het zorgt ervoor dat zonneparken en windturbines worden stilgelegd als er teveel groene stroom wordt opgewekt, terwijl het verbruik laag is. Of in de toekomst: dat de overtollige stroom wordt opgeslagen in batterijen of waterstof voor later gebruik. Dat voorkomt pieken en overbelasting van het net en houdt vraag en aanbod in balans. Het zorgt er ook voor dat laadpalen op halve kracht gezet worden als de stroomvraag hoog is en aangezet als er veel wind en zon is. En in de toekomst waarschuwt het consumenten - bijvoorbeeld per app - als het voordelig is om de was te doen, de auto op te laden en de vaatwasser of de droger aan te zetten. Of wanneer ze hun stroom van het dak beter kunnen opslaan in de thuisbatterij. Record aan groene stroom In 2022 werden opnieuw records gebroken met het opwekken van groene stroom. Van alle elektriciteit in Nederland kwam vorig jaar ruim 40 procent uit hernieuwbare bronnen zoals wind en zon. Vandebron - in 2019 overgenomen door Essent - haalt zijn stroom alleen uit groene, lokale energiebronnen. “Wij zijn van begin af aan de aanjager geweest van die groene energietransitie. Althans zo voelen wij dat”, zegt Arno van den Berg, sinds drie jaar chief technology officer bij Vandebron. “We hebben er lang voor gevochten om meer groene stroom in de energiemix te krijgen, maar nu de volumes de goede kant op gaan, focussen we niet alleen op meer aanbod. Dat was hoofdstuk 1 van de energietransitie. Nu willen we voorloper worden in hoofdstuk 2.” Zonne- en windpark uitzetten In dat nieuwe hoofdstuk zijn slimme oplossingen nodig om 100 procent van de tijd groene stroom te kunnen gebruiken. Een van die oplossingen is curtailment op wind- en zonneparken. Platgezegd: het uitschakelen van turbines en zonnepanelen als er teveel groene stroom wordt opgewekt en het elektriciteitsnet overbelast dreigt te raken. Dat gebeurt via slimme technologie waarbij algoritmes die parken aansturen, de data analyseren en vraag en aanbod op elkaar afstemmen. Het liefst zou Vandebron die overtollige stroom opslaan, maar dat kan nu nog niet. “Curtailment is een suboptimale oplossing, want eigenlijk wil je alles opslaan”, geeft Van den Berg toe. “Maar ook batterijen kunnen in de zomer en winter maar een deel van de pieken en dalen opvangen. Voor het zomeroverschot en het wintertekort biedt wellicht waterstof een oplossing. We kunnen nu dus nog maar een deel van de overtollige groene stroom opslaan. Dat willen we optimaliseren, maar dat gaat tijd kosten.” Kijk hier hoe Vandenbron samen met Ordina en KPN via Internet of Things en data-analyse curtailment toepast op zonneparken van Sunrock:Laadpalen besturen Diezelfde slimme technologie wil Vandebron in de toekomst ook bij mensen thuis gaan toepassen bij de zonnepanelen, de batterijen en uiteindelijk alle apparaten die stroom verbruiken. Dat is nog een stip op de horizon. Wel kan het bedrijf nu al de honderden laadpalen besturen die het bij mensen thuis heeft geïnstalleerd om de elektrische auto op te laden. Als Tennet daarom vraagt kan Vandebron bijvoorbeeld ’s avonds om 19.00 uur, een piekmoment in het stroomverbruik, de palen ‘zachter’ zetten en meer stroom aan het net leveren. Van den Berg: “Die laadpaal is voor ons het beginpunt van het huis. Vandaaruit kunnen we diensten uitbreiden, bijvoorbeeld door laadpalen te laten samenwerken met zonnepanelen en batterijen. Uiteindelijk willen we alles in huis aansturen en helpen optimaliseren voor onze klanten.” Elektrische auto als batterij Op termijn kunnen ook elektrische auto’s als batterij fungeren en stroom laden bij veel zon en wind en weer teruggeven aan het net als het ’s avonds niet waait. Dan moeten ze echter wel bidirectioneel kunnen laden en die technologie staat nog in de kinderschoenen. “Autobatterijen zijn veel groter en interessanter dan thuisbatterijen, dus daarom is het belangrijk dat ze bidirectioneel worden”, stelt Van den Berg. Flexibiliteit onder de knop Binnen de virtuele energiecentrale telt Vandebron alle volumes van opgewekte en verbruikte stroom bij elkaar op. Van alle laadpalen, windmolens en zonnepanelen wordt online in realtime bijgehouden wat ze produceren en gebruiken. Dat varieert van een laadpaal van 11 kilowatt die een elektrische auto aan het laden is tot een windturbine die 20 megawatt opwekt. Dat hele volume wordt aangeboden aan netbeheerder TenneT, die dan kan beslissen of er afgeschakeld moet worden. Van den Berg: “Het gaat er ons om dat we zoveel mogelijk flexibiliteit verzamelen en onder de knop krijgen, zodat we dit proces kunnen optimaliseren. Dit is de volgende fase van de energietransitie, zodat we 100 procent groene stroom ook 100 procent van de tijd beschikbaar kunnen krijgen.” Megabatterijen Aan dit systeem is een aantal grote batterijen gekoppeld, waar overtollige groene stroom in wordt opgeslagen. Bijvoorbeeld in Tilburg bij een zonnepark van Sunrock op het dak van een distributiecentrum. Daar staat een Mega Cube-batterij ter grootte van een zeecontainer met een capaciteit van 1 megawatt. De overtollige groene stroom van het dak, die het distributiecentrum niet zelf gebruikt, verkoopt Vandebron aan consumenten, maar als het aanbod op het net te groot wordt, wordt die stroom opgeslagen in de batterij. Vandebron investeert zelf echter niet in batterijen, maar werkt wel samen met producenten die deze productiemiddelen aanbieden. Equigy platform Bij het opbouwen van een virtuele energiecentrale werkt Vandebron samen met het platform Equigy van Tennet. Dat maakt gebruik van blockchain-technologie waarin data wordt opgeslagen en geanalyseerd om het net stabiel te houden. Via dit netwerk worden bijvoorbeeld de laadpalen aangestuurd, maar ook de wind- en zonneparken en de fossiele elektriciteitscentrales, om de spanning op het net in balans te houden. “Dit platform maakte het voor ons mogelijk om een virtuele energiecentrale te kunnen maken. Het werkt met moderne technologie en kan zowel grotere volumes als kleinere van huishoudens aan. Ook op regionaal gebied. Congestie is vaak regionaal. Dan heb je in Zeeland een overschot en in Utrecht een tekort. Om dat op te lossen is er nog geen goed platform. Daarom willen we die regionale markt met Equigy ontsluiten. Daar werken we stapje voor stapje naartoe” zegt Van den Berg. Kijk hier hoe de virtuele energiecentrale van Tennet en Vandebron werkt met blockchaintechnologie:Lees ook:2022 was recordjaar voor opwekken groene stroomWaarom is groene stroom nu ook zo duur?Groene stroom op land in de lift, maar geplande projecten worden steeds vaker afgeblazenThuisbatterij is volgens Milieu Centraal geen goed idee: dit zijn alternatievenGeld verdienen met je thuisbatterij; Nederlandse start-up maakt het mogelijkBedenker van schone Belgische superbatterij wil fabriek bouwen in Nederland'Elektrische auto als batterij moet netcongestie oplossen'Arno van den Berg, Chief Technology Officer bij Vandebron