Chris Thijssen 08 juni 2016, 07:04

€ 2,5 mln Europese subsidie voor duurzame klapcontainers

Holland Container Innovations (HCI) krijgt voor de commercialisatie van zijn inklapbare containers € 2,5 mln subsidie uit het Europese innovatieprogramma Horizon 2020.

Dsc 3180

HCI, een spin-off van de TU Delft, maakt inklapbare containers. In gevouwen toestand nemen deze 4Fold-containers een kwart van de ruimte in van een normale zeecontainer. Volgens de start-up betaalt deze volumebesparing zich uit tijdens het verladen, opslaan en vervoeren van lege containers.

Het vervoeren van lege containers kost de transportwereld circa € 25 mrd per jaar, stelt HCI. Bovendien stoot deze bezigheid volgens de start-up onnodig veel CO2 uit. Simon Bosschieter, een van de grondleggers van HCI, zei eerder in een uitzending van DuurzaamBV Radio dat transporteurs met de 4Fold-containers gemiddeld 15 procent op brandstof kunnen besparen."

Bosschieter verwacht dan ook dat de 4Fold-containers een ‘ware revolutie’ in de internationale transportsector zullen bewerkstelligen. “Ondanks de uitdagingen voor de wereldeconomie blijft leegtransport van containers een enorme kostenpost”, zegt Bosschieter. “Kosten moeten omlaag en de globale vraag naar CO2-reductie blijft toenemen. HCI kan het verschil maken.”

‘Grootschalige demonstratie’

Met de subsidie van het mkb-instrument uit het programma Horizon 2020 wil HCI de marktintroductie van de inklapbare container versnellen. Bosschieter: “Om de logistieke sector verder te overtuigen van de toegevoegde waarde van 4Fold is een grootschalige demonstratie noodzakelijk. Dit opent deuren voor ons innovatieve product.”

Het mkb-instrument van Horizon 2020 richt zich op innovatieve en internationaal georiënteerde bedrijven met een groeiambitie. Het instrument ondersteunt de ontwikkeling van innovatieve oplossingen en het verkennen van nieuwe markten.

Bron: Holland Container Innovations | Foto: Holland Container Innovations (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Samenwerking Noordzeelanden voor goedkopere windparken

Nederland heeft maandag met Duitsland, België, Luxemburg, Frankrijk, Denemarken, Ierland, Zweden en Noorwegen afgesproken de planning en realisatie van windparken op zee te coördineren. Ook worden nationale regels voor het netbeheer en het verkrijgen van subsidies en vergunningen beter op elkaar afgestemd.Hierbij worden belanghebbenden, zoals maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, natuurorganisaties, netbeheerders en het bedrijfsleven, nadrukkelijk vooraf betrokken.GroeienMinister Kamp van Economische Zaken: "Door beter samen te werken kunnen windparken op zee goedkoper worden gebouwd. De komende jaren worden er in Nederland vijf windparken op zee ontwikkeld die ieder tot de grootste van Europa en de wereld behoren. Mede daardoor groeit het aandeel hernieuwbare energie in Nederland in 2023 tot 16 procent. Maar er is nog veel meer ruimte op de Noordzee beschikbaar. We kijken nu samen met andere landen welke plannen we verder kunnen maken richting 2050. We verwachten dat het aandeel windenergie in Europa op deze manier substantieel verder zal groeien.”De landen hebben afgesproken serieus te kijken naar op welke manier grootschalige windparken op zee gezamenlijk kunnen worden ontwikkeld en aangelegd. Het is in de toekomst denkbaar dat windparken die dicht bij elkaar liggen in verschillende buurlanden bijvoorbeeld met één elektriciteitskabel van zee naar land worden verbonden, in plaats van met één aparte kabel per land.Nieuwe infrastructuurHet doel is daarnaast de nieuwe infrastructuur die door de bouw van windparken op zee ontstaat als een basis te gebruiken voor verdere interconnectie en marktintegratie tussen de Noordzeelanden.Hierdoor kan een tekort aan hernieuwbare energie in het ene land in de toekomst beter worden opgevangen door een overschot in het andere land. Ook dit levert goedkopere energie op voor de Europese burger.Bron: Rijksoverheid | Foto: Flickr  Creative Commons (Cropped by DuurzaamBV)