Mauro Meru 03 november 2022, 15:50

Frans-Nederlandse samenwerking moet de toekomst van de mobiliteit vormgeven

De Nederlandse en Noord-Franse autosector hebben een overeenkomst gesloten voor een nauwere samenwerking. De ondertekeningsceremonie vond plaats in het Franse Valenciennes tijdens de Nederlandse handelsmissie naar dat land. Bij dit partnerschap zijn twee Europese hotspots op het gebied van mobiliteitstechnologie betrokken: de Automotive Campus in Helmond en het Transalley Technology Park in Frankrijk. In de komende weken ontwikkelen de partners een actieplan met doelstellingen voor de korte, middellange en lange termijn.

Adobe Stock 335558878 1 | Credits: Adobe Stock

Om de alliantie te versterken hebben ook het regionale promotiebureau Nord France Invest en de toonaangevende autoriteit in de Nederlandse auto-industrie RAI Automotive Industry NL zich aangesloten, evenals de Franse regionale vereniging voor de auto-industrie ARIA Hauts de France.

Deze stap brengt twee ecosystemen samen die slechts 250 km van elkaar verwijderd zijn. Beide staan voor dezelfde uitdagingen: het ontwikkelen van de mobiliteit van morgen. Door de krachten te bundelen, kunnen obstakels samen worden overwonnen. De bedrijven die in deze twee technologieparken gevestigd zijn, krijgen zo de kans zich verder te ontwikkelen.

Lees ook: Volkswagen ontwikkelt waterstofauto die 2.000 kilometer aflegt op een volle tank

‘Van elkaar leren’

Na vertraging in het partnerschapsproces door de pandemie kijken de partners nu uit naar de samenwerking. “In beide regio’s ontstaan veel innovaties. Nu kunnen we beter samenwerken en bedrijven helpen bij het opzetten van hun activiteiten en het uitwisselen van kennis en talent”, benadrukt Pieter Rahusen, Business Development Manager bij de Automotive Campus.

“We moeten van elkaar leren. We hebben beide sterke en zwakke punten. Onze best practices delen en bedrijven aan elkaar koppelen zijn onze belangrijkste doelstellingen”, stelt Nicolas Balland, business manager bij het Transalley Technology Park.

Lees ook: Ondernemer en ontwerper bouwt oude, vintage fietsen om tot elektrische

“Het bereiken van een overeenkomst over het partnerschap bleek een succes omdat iedereen bereid was om samen te werken. De deelnemers zijn zeer ruimdenkend en de betrokken bedrijven hebben een duidelijke visie voor ogen”, benadrukt Valérie Plantard, afgevaardigde van ARIA Hauts de France.

Toonaangevend

Met zeven fabrieken – waaronder Renault, Stellantis en Toyota – is Hauts-de-France de toonaangevende Franse regio voor de automobielindustrie, waar jaarlijks 700.000 auto’s worden geassembleerd.

“Onze regio beschikt over de industriële knowhow voor de productie van voertuigen. Dit partnerschap voegt meer innovatie toe, wat geweldig is voor de starters en de MKB’s in Noord-Frankrijk”, zegt Céline Carlot, projectmanager bij Nord France Invest. Er staat nog meer op het programma. Er komen daar ook drie gigafabrieken voor de grootschalige productie van batterijen voor elektrische voertuigen.

Lees ook: Definitief akkoord over emissievrije nieuwe auto’s in 2035

De Nederlandse inbreng is meer gericht op innovatie. Op de Automotive Campus in Helmond zijn tientallen bedrijven gevestigd die werken aan groene en slimme mobiliteitsoplossingen. In dit ecosysteem delen start-ups, onderzoeksinstellingen en multinationale bedrijven faciliteiten en kennis om nieuwe mobiliteitsoplossingen te ontwerpen.

“Als we naar het grotere geheel kijken, hebben zij meer Original Equipment Manufacturers (OEM’s) dan wij, terwijl wij meer toeleveringsbedrijven voor onderdelen hebben. Dus kunnen we elkaar helpen”, zegt Bram Hendrix. Hij is programmamanager Internationalisering bij RAI Automotive Industry NL.

“Het is voor ons belangrijk om ons te verbinden met een regio die een hoge batterijproductiecapaciteit gaat krijgen, omdat we ook veel investeren in nieuwe batterijtechnologieën”, voegt Hendrix toe.

Uitwisseling van talent

Bovenaan de lijst van initiatieven die de twee campussen willen nemen, staat de uitwisseling van talenten. Zowel de Automotive Campus als Transalley hebben programma’s gericht op het betrekken van lokale studenten. Nu hun partnerschap officieel is, zijn ze van plan om uitwisselingsprogramma’s voor Nederlandse en Franse studenten te promoten en te lanceren.

“Contacten leggen met onderwijsinstellingen voor uitwisselingsprogramma’s is van fundamenteel belang, want we hebben een tekort aan geschoolde mensen in de sector”, benadrukt Balland. “We moeten streven naar open innovatie en kijken of we nieuwe mobiliteitsconcepten op de markt kunnen brengen. De uitwisseling van talent zal daarbij een centrale rol spelen. Als we onze inspanningen daar kunnen bundelen, dan kan deze samenwerking een verschil maken”, voegt Rahusen eraan toe.

Doelen en verwachtingen

“Naar mijn mening moeten we meer op Europese schaal werken. Er is maar één beperking in Europa: het feit dat we grenzen en veel landen hebben. We kunnen dit echter overwinnen door onze manier van denken te veranderen, door regio’s en ecosystemen met elkaar te verbinden en elk van hun sterke punten optimaal te benutten”, benadrukt Hendrix.

Lees ook: ‘Waterstof is ook in de watersport de toekomst’

“We worden nu beter herkend door Nederlandse bedrijven. Ons plan voor volgend jaar is om Helmond te bezoeken om de campus beter te leren kennen en te zien welke andere mogelijkheden er zijn”, zegt Carlot.

“Ik hoop zoveel mogelijk Franse bedrijven mee te nemen, om wederzijdse partnerschappen aan te gaan en samen projecten te ontwikkelen”, besluit Plantard.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Circulaire mode is hot, maar bestaat niet. Loop.a life verandert dat

Loop.a life is zes jaar geleden opgericht door Ellen Mensink en is in Nederland pionier en koploper op het gebied van circulair textiel. Het merk heeft als missie om de transitie naar een circulaire mode-industrie te stimuleren en te versnellen. Zo werkt het Loop.a life koopt lokale reststromen in. Dat is oud textiel dat niet meer gedragen wordt. Die reststromen worden automatisch gesorteerd op compositie en op meer dan 25 kleuren. Omdat naast het materiaal ook de kleuren worden hergebruikt, is er geen water en verfstof nodig tijdens de productie van de garens en eindproducten. Van dit kledingafval wordt hoogwaardige garens gemaakt en prachtige slow fashion knitwear. Naast wol ontwikkelt Loop.a life ook katoen- en denim garens en is het kleurenpalet flink is uitgebreid. Ook is de ontwikkeling van dunnere garens te zien op de beurs, waarmee nu zelfs T-shirts en sweaters geproduceerd kunnen worden. Brightfiber Textiles B.V. - een nieuw initiatief van Mensink – gaat in 2023 in Amsterdam een circulaire grondstoffenfabriek opzetten, gericht op de verkoop van garens en doek gemaakt van lokaal kledingafval. Word mede-eigenaar van Loop.a life! De fast fashion-ketens hebben grote marketingbudgetten en smijten graag met certificaten van gerecyclede en biologische materialen. Zo'n 40 tot 60 procent van deze claims blijkt niet te kloppen en zo raakt de consument het spoor bijster en verandert de industrie niet. Terwijl de markt nu meer dan ooit klaar is voor circulaire kleding. Het is tijd om op te schalen en daarom komt Loop.a life met een speciale oproep: word mede-eigenaar van Loop.a life. Deze week ging het merk live met een crowdfunding campagne. “Als we echt impact willen maken moeten we samen werken aan een schone, groene wereld. Op deze manier geven we je de mogelijkheid om niet alleen als klant, maar ook als mede-eigenaar bij te dragen aan deze broodnodige transitie”, zegt Mensink. Wear it! Share it! Met de opgehaalde gelden wil Loop.a life naamsbekendheid vergroten en investeren in productontwikkeling, om zo meer reststromen van de afvalberg te verwerken in hun 100 procent circulaire collectie. Op 8 november organiseert Loop.a.life een Q&A waar jij al je vragen kan stellen. Wil je daarbij zijn? Schrijf je dan hier in.