Hannah van der Korput
04 april 2024, 13:30

Greenwheels-CEO Michiel Cuppen: ‘Het beeld dat een deelauto duur is, klopt niet’

De deelauto wordt vaak bestempeld als duur. Onterecht, zegt CEO van Greenwheels Michiel Cuppen. “Jammer dat die misvatting er is. Het kan een reden zijn om niet in een deelauto te stappen.”

Fotocredit Jeroen Zondag DSC01379 Cuppen denkt te weten waar de deelauto zijn dure imago aan te danken heeft. | Credits: Greenwheels

Hij denkt te weten waar de deelauto zijn dure imago aan te danken heeft. “Het heeft er vooral mee te maken dat de kosten van een eigen auto vaak worden onderschat. Ga je met een Greenwheels-auto naar oma, kan dat 40 euro kosten. Dat tikt aardig aan, is dan de gedachte. Maar hier zit alles in: de huur van de auto, brandstof, wegenbelasting, parkeervergunning, verzekering, onderhoud, noem maar op. Bij een privéauto wordt per rit vaak alleen gekeken naar de kosten voor het tanken of laden. Alle andere kostenposten worden vergeten, omdat ze niet inzichtelijk zijn per rit. Mensen weten de prijzen niet. Dat maakt dat een eigen auto als goedkoper wordt gezien, terwijl dat lang niet altijd strookt met de werkelijkheid. Uit onderzoek blijkt dat autobezitters maximaal 250 euro per maand willen uitgeven aan hun auto, terwijl de daadwerkelijke kosten neerkomen op 340 à 675 euro per maand. Dat is nogal een verschil.”

Tarief doet ertoe

Het tarief doet ertoe, zegt Cuppen. “Het duurzame aspect van een deelauto is voor onze doelgroep belangrijk, maar het kostenplaatje evengoed. Met Greenwheels willen we een slim alternatief bieden voor de privéauto. Een voordelige prijs is daar onderdeel van. We proberen prijsverhogingen dan ook beperkt te houden. Vier jaar lang zijn de tarieven hetzelfde gebleven. Anderhalf jaar geleden hebben we de prijzen wat naar boven bijgesteld. Dat moest wel: alles wordt duurder. De inflatie hakt er ook bij ons in. Onze missie is om het aantal auto’s op straat naar beneden te krijgen. Zo verminderen we het parkeer- en fileprobleem. Willen we dit nog lang blijven doen, dan moet onze businesscase kloppen.”

Korting

Een aantal auto’s wordt juist extra scherp geprijsd. “Welke dat zijn, hangt af van de bezettingsgraad. Onze filosofie is dat er veel minder auto’s nodig zijn wanneer ze vaker worden gebruikt. Een privéauto wordt maar 5 procent van de tijd gebruikt. Dat betekent dat 95 procent van de tijd een parkeerplek bezet wordt gehouden. Dit is kostbare ruimte die ook goed kan worden gebruikt voor groen of speelplekken voor kinderen. Onze deelauto’s worden gemiddeld 20 procent van de tijd gebruikt. Wanneer we zien dat specifieke auto’s onder die 20 procent zitten, doen we ons best om dat percentage omhoog te krijgen. De auto’s die minder vaak bezet zijn, staan op zogenoemde kortingslocaties en verhuren we tegen een lager tarief.”

Elektrische auto’s

Greenwheels heeft de ambitie om fossielvrij te rijden. Van de ruim 2.800 auto’s die het in zijn bezit heeft, is 15 procent elektrisch. De komende jaren moeten dus veel meer auto’s elektrisch worden. Wat doet dat met het kostenplaatje? “De aanschafprijs en onderhoudskosten van elektrische auto’s ligt hoger dan bij benzineauto’s, maar de brandstofprijs is lager. Zoals gezegd willen we een slim alternatief zijn voor de privéauto. Dat betekent dat we het bedrijf ook slim moeten runnen. We kopen auto’s in tegen goede afspraken en gunstige inkoopprijzen. Zo kunnen we de prijs naar onze klanten marktconform houden. Ons tarief moet kloppen ten opzichte van privébezit, maar ook van vergelijkbare concurrentie.”

Misvatting

Cuppen ziet het beeld van de dure deelauto graag verdwijnen. “Het is jammer dat die misvatting er is. Het kan een reden zijn om niet in een deelauto te stappen. We zetten in op communicatie en campagnes om dit vooroordeel de wereld uit te helpen. Het is namelijk niet de waarheid. Althans, voor mensen die minder dan 10.000 kilometer per jaar rijden. Rijd je meer, dan gaat het niet op. Maar meer dan de helft van de mensen rijdt niet meer dan 10.000 kilometer per jaar. ”

Er zijn ook mensen die van twee privéauto’s naar één auto gaan. “Klanten van ons hebben dat gedaan. Het geld dat zij maandelijks betaalden aan die tweede auto, ging in een pot. Ieder ritje met Greenwheels werd daarvan betaald. Aan het einde van de maand hadden zij steeds nog geld in het potje zitten. Dan zie je letterlijk dat autodelen helemaal niet zo duur is.”

Meer thema’s

Cuppen is sinds november CEO bij Greenwheels. Naast betaalbaarheid zijn er meer thema’s waar hij mee bezig is. “De uitdaging is om zoveel mogelijk mensen gebruik te laten maken van onze auto’s. Hiervoor is de eindgebruiker natuurlijk superbelangrijk, maar we hebben ook veel contact met gemeenten. We denken gezamenlijk na over mobiliteitsvraagstukken in steden. Autodelen kan een onderdeel van de oplossing zijn voor het tekort aan parkeerplaatsen en te drukke wegen. Maar we spreken ook met netbeheerders om ervoor te zorgen dat we straks genoeg laadpalen hebben. Wij willen en kunnen elektrificeren, maar dan moet de laadinfrastructuur op orde zijn. Er zijn uitdagingen genoeg, maar ik voorzie zeker een mooie toekomst voor autodelen.”

Lees ook:

Wereldwijde CO2-prijs voor schepen in aantocht, maar er is ook kritiek

Het beprijzen van CO2-uitstoot is een mechaniek die in steeds meer delen van de wereld wordt toegepast. Het meest bekende voorbeeld is de Europese ETS-regulering, waarmee uitstootrechten worden verhandeld aan partijen die daarmee hun emissies kunnen afkopen. Ook andere landen hebben inmiddels zulke systemen opgezet. De scheepvaart bleef lang bespaard en hoefde geen geldsom te betalen per eenheid uitgestoten CO2. Sinds dit jaar is daar binnen de EU verandering in gekomen. Schepen die tussen Europese havens varen – dat kunnen dus ook internationale schepen zijn – moeten nu betalen voor de CO2-uitstoot die vrijkomt bij hun overtochten. Naar een schatting van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders zal dat Nederlandse rederijen zo’n 300 tot 400 miljoen euro per jaar kosten. Overleg binnen de VN Maar wellicht zal zo’n CO2-taks binnen afzienbare tijd ook buiten Europese grenzen gaan gelden. Tijdens een vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO), een agentschap van de Verenigde Naties dat zich bezighoudt met zeetransport, werd er namelijk al heel serieus gesproken over een wereldwijde CO2-beprijzing voor de scheepvaart. Dat is verrassend, aangezien zoiets meestal per land of continent wordt geregeld. “Ik heb er alle vertrouwen in dat er volgend jaar rond deze tijd een economisch prijsmechanisme zal zijn”, zei Arsenio Dominguez, secretaris-generaal van de IMO. “Welke vorm het zal hebben en wat de naam zal zijn, weet ik nog niet.” Voorstanders denken dat zo’n wereldwijde CO2-belasting miljarden kan opleveren. Ook is het volgens hen wel zo eerlijk om vervuilende schepen te belasten voor hun uitstoot, en kan het er ook nog eens toe leiden dat de industrie sneller verduurzaamt. De scheepvaart is namelijk verantwoordelijk voor 3 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Hoeveel geld er precies de kas in zal stromen, is onduidelijk. Geschat wordt zo’n 80 tot 100 miljard dollar per jaar (74 tot 92 miljard euro). Dat geld kan gebruikt worden om nieuwe klimaatpakketten te financieren, zowel voor de scheepvaart als voor andere industrieën. Bovendien zou de totstandkoming van een dergelijk systeem makkelijker zijn dan het geval is bij andere klimaatoverleggen, aangezien besluiten bij de IMO gemaakt worden op basis van een gewone meerderheid en niet op basis van unanimiteit. Aandachtspunten Wel wordt gewaarschuwd, onder meer door China, Brazilië en Argentinië, dat een CO2-taks voor de scheepvaart nadelig kan zijn voor landen die afhankelijk zijn van zeehandel. Met name voor ontwikkelingslanden zou dit een afname van de welvaart kunnen betekenen. Ook kan de prikkel leiden tot duurdere prijzen van goederen die per zee vervoerd worden, aangezien het mogelijk is dat de belasting doorberekend wordt aan afnemers. Voorbeelden zijn koffie uit Colombia of smartphones uit China. Actie verwacht Als we de krachtige formuleringen tijdens het IMO mogen geloven, bevinden de onderhandelingen zich al in een ver gevorderd stadium. Landen zouden zich momenteel buigen over de details van een CO2-belastingen, waaronder de berekeningsmethode, of het een vlaktaks moet worden of dat landen rechten van elkaar moeten kunnen kopen (à la ETS), en wie er verantwoordelijk gesteld moet worden voor het verzamelen en verdelen van de geldstromen. Momenteel wordt er gekeken naar meerdere voorstellen, waarbij de prijs per ton CO2 varieert van zo’n 18 tot 230 euro. Het lijkt er nu op dat het IMO volgend jaar een knoop zal gaan doorhakken. Lees ook:Hoe worden auto's, vliegtuigen en schepen klimaatneutraal in 2050?Deze kaart gaat Europese schippers helpen om schoner te varenHoe duurzamer het schip, hoe hoger de korting