Hannah van der Korput
20 december 2023, 13:30

Greenwheels groeit opnieuw hard: ‘Hoe meer autodelers, hoe beter’

Autodelen wordt steeds populairder, zien ze bij Greenwheels. Het klantenbestand van het deelautobedrijf steeg met 54 procent in 2023. Al moet dat aantal nog verder omhoog. “Een privéauto is nog steeds de norm.”

Afdelingbeeld nl Greenwheels Maaike Poelen 10 lr kerst 2 De grootste groep nieuwe klanten van Greenwheels bestaat uit mensen onder de 30 jaar. | Credits: Greenwheels

De groei
past in een trend, zegt Anja Beverwijk van Greenwheels. “Vorig jaar groeide het
aantal bestuurders ook met ruim 50 procent. Wat we zien, is dat mensen anders naar autobezit zijn
gaan kijken. Dat is grotendeels te verklaren door de coronapandemie. Er wordt
veel hybride gewerkt. Deels thuis, deels op kantoor. Het woon-werkverkeer
verandert daardoor aanzienlijk, wat maakt dat er minder noodzaak is om een
eigen auto te hebben. Dat leidt ertoe dat mensen hun eerste of tweede auto wegdoen
of besluiten om er geen aan te schaffen. Ze kiezen voor alternatieven.”

In de zakelijke markt is ook
een omslag gaande. “Waar een leaseauto eerder de standaard was, kiezen
bedrijven nu vaker voor een mobiliteitsbudget dat werknemers flexibel kunnen
inzetten. En dan zie je dat er na corona andere keuzes worden gemaakt.”

Van bezit naar gebruik

Ondanks de flinke groei voor
Greenwheels is een privéauto nog altijd de norm, benadrukt Beverwijk. “Een
privéauto is voor veel Nederlanders nog leidend. Gaandeweg komen we erachter
dat een auto niet alleen lusten, maar ook lasten heeft. In reclames worden
beelden getoond van auto’s die door een leeg landschap scheuren. Dat plaatje is
niet te rijmen met de realiteit. In de praktijk is het niet zo ideaal. Het is
vaak zoeken naar een parkeerplek, het is druk op de wegen en vanuit
milieuoogpunt zijn al die auto’s ook geen goed idee.”

Autodelen is niet alleen voor grote steden

Dus hoe krijg je mensen hun privéauto uit en de deelauto in? “Door echt een slim alternatief te bieden. Dat betekent dat er genoeg auto’s moeten staan verspreid over heel Nederland. Autodelen wordt vaak geassocieerd met de Randstad en grootstedelijke gebieden. Dat is onterecht. In de regio’s zijn we ook actief. De top 3 van plaatsen waar onze auto’s het meest populair zijn, bestaat uit Heerlen, Spijkenisse en Ede. Deze auto’s zijn meer dan 60 procent van de tijd bezet per 24 uur. Dat is praktisch de hele dag. Ter vergelijking: een privéauto wordt maar 5 procent van de tijd gebruikt.”

Ook de overheid stimuleert autodelen met diverse campagnes. En er komt steeds meer interesse vanuit kleinere gemeentes. “Er zijn genoeg toegangswegen naar de snelweg die tijdens de spits dichtslibben. Om die reden wordt er actiever ingezet op betere fiets- en ov-verbindingen. Deelauto’s worden ook steeds vaker meegenomen in de mix. Wanneer er nieuwe wijken worden gebouwd, vormen deelauto’s een onderdeel van de plannen.”

Fossielvrij rijden in 2025

Greenwheels breidde afgelopen
jaar ook zijn vloot uit van 2.510 auto’s naar 2.760.
De nieuwe auto’s rijden deels op elektriciteit en deels op benzine. Beverwijk:
“We zien een groeiende interesse in elektrisch rijden. Nog niet elke gemeente
is er echter klaar voor. Op plekken waar de laadinfrastructuur nog niet op orde
is, plaatsen we benzineauto’s. Deze rijden heel zuinig, dus daar kunnen we dan
ook verschil maken. Toch hebben we een duidelijke missie: fossielvrij rijden in
2025. Dat is al bijna. Binnen afzienbare tijd moeten alle benzineauto’s worden
verruild voor elektrische voertuigen.”

Positieve gevolgen van
autodelen

“Hoe meer autodelers, hoe
beter”, zegt Beverwijk. Volgens haar zijn de positieve gevolgen die autodelen
met zich meebrengt groot. “Auto’s worden op die manier écht gebruikt en staan
niet langer stil. Dat scheelt ruimte op straat, denk aan alle parkeerplekken.
Maar ook op de weg zal het de druk verlichten. Eerder onderzoek wees uit dat
één Greenwheels-deelauto zo’n veertien privéauto’s van de straat haalt. Dat
leidt tot minder files, uitstoot en luchtvervuiling. Ga je daarop door, dan
hoeven er ook minder auto’s geproduceerd te worden. Dat bespaart schaarse
grondstoffen en CO2-uitstoot. En ook: het scheelt in het gros van de gevallen
geld. Een eigen auto is vaak duurder dan zo nu en dan een auto huren.”

Verandering

Verandering is lastig, weet Beverwijk. “Tegelijkertijd is het onvermijdelijk. We kunnen zo niet doorgaan. We hebben de schaarse ruimte hard nodig om nieuwe wijken te bouwen en om bestaande wijken leefbaar te houden. Vanuit milieuoogpunt is de huidige situatie niet langer houdbaar. De omwenteling moet er dus komen. Gelukkig gebeurt dat steeds meer. We zien dat de jongere generatie de deelauto omarmt. Onze grootste groep nieuwe klanten bestaat uit mensen onder de 30 jaar. Dat is een groep die geen privéauto meer aanschaft en dus niet gewend is aan een eigen auto. We hopen dat deze groep de komende jaren nog veel verder groeit. Daar gaan we ons best voor doen met goede, nette en steeds duurzamere auto’s. Natuurlijk moeten er ook genoeg voertuigen zijn, zodat mensen er altijd één kunnen reserveren wanneer ze het nodig hebben.”

Lees ook:

Meer vuurwerkverboden dit jaar: wat is de impact van vuurwerk op het milieu?

Meer dan dertig gemeenten geven aan wel oren te hebben naar een landelijk verbod op het verkopen, bezitten en afsteken van vuurwerk, bleek dit jaar uit een rondgang van het ANP. Toch stelt een ruime meerderheid van 342 gemeenten geen vuurwerkverbod in. Gemeenten zeggen te veel beren op de weg te zien als het om de handhaving gaat. Toch zijn er dit jaar iets meer gemeenten bijgekomen met een lokaal verbod. Dit jaar geldt er voor het eerst een verbod in de steden Tilburg, Arnhem, Amersfoort en Eindhoven. Eerder gold er ook al een verbod in Amsterdam, Rotterdam, Schiedam, Haarlem, Bloemendaal, Heemstede, Apeldoorn, Nijmegen, Heumen, Mook en Middelaar, Soest en Utrechtse Heuvelrug. Knalvuurwerk en siervuurwerk Een vuurwerkverbod leidt in de eerste plaats tot minder vuurwerkslachtoffers. Vorig jaar waren dat er 1.253, 62 procent meer dan het coronajaar ervoor. Maar een verbod op vuurwerk heeft ook gevolgen voor het milieu. Bij het afsteken van vuurwerk komen zware metalen en fijnstof vrij. Hoeveel dat precies is, verschilt per vuurwerksoort. Er is een onderscheid tussen knalvuurwerk en siervuurwerk. Knalvuurwerk bestaat vooral uit buskruit, en bij het afsteken ervan komt voornamelijk koolstofdioxide (CO2) en stikstofoxiden (NO en NO2) vrij. Omdat het bij knalvuurwerk om kleine hoeveelheden gaat, is het afsteken ervan minder schadelijk voor het milieu dan siervuurwerk. Siervuurwerk bevat namelijk naast fijnstof veel zware metalen die voor de kleur zorgen, zoals strontium, barium en koper. Die eerste twee metalen komen bijna uitsluitend door het afsteken van vuurwerk in het milieu. Onderzoek naar de schadelijke effecten van deze zware metalen is schaars, maar het is wel duidelijk dat deze metalen zich ophopen in het milieu, en uiteindelijk een negatief effect hebben op mens en natuur. De gevaren van fijnstof De fijnstof die vrijkomt bij het afsteken van siervuurwerk is ook niet bevorderlijk voor onze gezondheid. Omdat de deeltjes tot diep in de longen kunnen doordringen, kunnen ze ontstekingen, astma, chronische bronchitis en hart- en vaatziekten veroorzaken, zo schrijft het RIVM. In Nederland bestaat er daarom een dagwaarde voor fijnstof. Dat is een norm waar het fijnstofgehalte in de atmosfeer niet overheen mag gaan. De dagwaarde in Nederland is 50 microgram per kubieke meter. In een stad als Utrecht is de gemiddelde fijnstofwaarde per dag 21 microgram per kubieke meter. Rond de jaarwisseling kan de fijnstofwaarde soms wel vijftig keer zo hoog liggen: zo’n 1.000 microgram per kubieke meter. Maar deze twee waardes zijn eigenlijk niet met elkaar te vergelijken. Een dagwaarde is een gemiddelde en geen piekwaarde. Emissieregistratie Uit recente gegevens van de emissieregistratie van de overheid blijkt dat de fijnstofuitstoot tijdens oud en nieuw ongeveer 7 procent is van de totale fijnstofuitstoot in een jaar. Het aandeel van fijnstof door vuurwerk neemt de laatste jaren - met uitzondering van de coronajaren - toe. Enerzijds komt dit omdat we sinds 1990 steeds meer vuurwerk zijn gaan afsteken. Anderzijds is de fijnstofuitstoot uit andere bronnen, als verkeer en de industrie juist gedaald. Hierdoor stijgt het relatieve aandeel fijnstof uit vuurwerk. Het weer speelt eveneens een grote rol in de hoeveelheid fijnstof die met oud en nieuw gemeten wordt. Als het hard waait zullen kleine deeltjes eerder verdunnen en verdwijnen. Als het windstil is of mistig, dan blijft de fijnstof langer hangen en is er meer luchtverontreiniging. Illegaal vuurwerk Naast legaal vuurwerk worden er jaarlijks ook tientallen kilo’s illegaal vuurwerk afgestoken. Dit bestaat vaak uit samengestelde vuurwerkpakketjes en toegevoegde stoffen die niet te traceren zijn. Daarom kan illegaal vuurwerk nóg schadelijker zijn dan legaal vuurwerk. Vuurwerkverbod afgelopen jaar Volgens cijfers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is het verschil tussen een vuurwerkverbod en geen verbod voor het milieu duidelijk te zien. Naast dat er 70 procent minder vuurwerkslachtoffers waren, was er ook een forse daling in luchtvervuiling te zien. Tijdens de jaarwisseling van 2019 en 2020 was de fijnstofpiekwaarde 600 microgram per kubieke meter; tijdens de jaarwisseling van 2020 en 2021 was dat 250 microgram. En bij de jaarwisseling van 2021 en 2022 schoot die piekwaarde weer omhoog. In Den Haag werd de hoogst gemeten waarde genoteerd met 856 microgram per kubieke meter. Hoeveel een verbod daadwerkelijk zal helpen om het milieu te sparen, hangt volgens Milieu Centraal af van de handhaving. Tegen Vanafhier zegt woordvoerder Paulien van der Geest: "De winst die we boeken hangt af van hoeveel illegaal vuurwerk er straks toch de lucht in gaat en hoeveel professioneel vuurwerk er wordt afgestoken." Impact op dieren Naast alle effecten op het milieu heeft vuurwerk ook een effect op dieren. Uit een recent onderzoek van het Nederlandse Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en het Max Planck Instituut voor diergedrag blijkt dat wilde vogels nog dagen van slag zijn. De dieren hebben dagen nodig om de effecten van vuurwerk te verwerken. Onderzoekers volgden acht jaar lang vier soorten ganzen met zendertjes. Tijdens het vuurwerk verlieten de ganzen direct hun slaapplaats en gingen op zoek naar een andere plek, op grotere afstand van mensen. Ze vlogen daarvoor wel 500 kilometer ver. Dagen na de knallen en op de nieuwe plek bleven de dieren nog onrustig. De onderzoekers doen daarom een pleidooi voor een vuurwerkverbod in de buurt van belangrijke vogelrustplaatsen. Een deel van dit artikel verscheen eerder op Change Inc.