Wilke Wittebrood
06 november 2024, 15:41

Het begon met een vergeten iPhone, nu wil Brenger in heel Europa lege bestelbussen vullen

Oprichters Derk van der Have en Wisse Koedam hebben er even op moeten wachten, maar half september kon de champagne open op het hoofdkantoor van hun scale-up Brenger. Het transportplatform voor grote spullen is nu officiële verzendpartner van Marktplaats.

Brenger Wisse Koedam Derk van der Have credit Brenger Wisse Koedam (links) en Derk van der Have (rechts) zijn de breinen achter Brenger. | Credits: Brenger

Een bericht dat op de redactie met enige verbazing werd ontvangen, want die samenwerking was toch allang een feit? Dat ging dus om een pilot, vertellen Van der Have en Koedam. Van ruim vijf jaar.

Het transport blijkt een belangrijke drempel om grote spullen tweedehands te kopen. Niet alles past in de auto, niet iedereen heeft een auto, en een busje huren is gedoe en duur. Met dat verhaal komen Van der Have en Koedam begin 2018 bij Marktplaats binnen. Gewoon, door een LinkedIn-bericht naar het toenmalige hoofd partnerships te sturen. Binnen twee maanden staat de pilot, waarbij klanten voor bezorging worden doorgeleid naar de website van Brenger.

Net als een gewone webshop

Dat de stap naar een volwaardig partnerschap jaren langer duurt, komt omdat de tweedehandsmarkt in de periode die volgt flink wordt opgeschud. Nichespelers als Vinted (kleding), Reliving en Whoppah (meubels) bestormen de markt met een nieuw businessmodel, waarbij de focus op de eindgebruiker ligt.

Die moet, samenvattend, net zo makkelijk tweedehands kunnen kopen als nieuw. Daar hoort de klantervaring van een reguliere webshop bij: vooraf vastgestelde prijzen in plaats van eindeloos soebatten via de chat, veilige betaalmogelijkheden én eigen bezorgoplossingen.

Opgeschrikt door het succes van met name Vinted besluit Marktplaats de integratie van pakketbezorging door PostNL en DHL voorrang te geven. Bij wat er in die pakketjes gaat – kleding, speelgoed, elektronica – is de concurrentie immers het grootst.

De koppeling met de bezorgtool van Brenger blijkt een logische vervolgstap. “Wij zijn er voor alles wat niet in een standaardpakketje past”, zegt Van der Have. “Het spul waarmee verkopers niet zelf naar de Primera gaan lopen.”

Uber voor spullen

Het verhaal van Brenger begint in 2016 met een in Doetinchem vergeten telefoon. De mobiel van Koedams ex-schoonmoeder welteverstaan: of hij ‘even’ vanuit Utrecht naar de Achterhoek kan rijden om hem op te halen? Daarop gaan Koedam en studievriend Van der Have online op zoek naar iemand die toch al die kant op komt en de iPhone kan meenemen. Een soort Uber, maar dan voor spullen. Zo’n dienst blijkt niet te bestaan.

Van der Have studeert dan Internationale Betrekkingen, Koedam Finance. De twee werken geregeld samen businesscases uit en besluiten zich op dit onontgonnen terrein te storten: een platform dat de verzendvraag koppelt aan onbenutte ruimte in bestelbussen die toch al rijden. Want daarvan zijn er genoeg, blijkt uit CBS-cijfers: in Nederland tuffen er ruim 1 miljoen door de straten.

Het idee slaat aan. Kort na de start steken angels al 350.000 euro in de start-up. Inmiddels staat de teller op zo’n 11 miljoen, afkomstig van geldschieters als venturecapitalfonds Tablomonto en technologie-investeerder Lexar Partners.

Van veilen naar claimen

Toch blijkt het concept in de juiste vorm gieten nog niet zo makkelijk. Brenger begint met het ‘veilen’ van opdrachten, waarbij aangesloten koeriers via het platform kunnen bieden op klussen. ‘Daar zijn we snel vanaf gestapt’, zegt Van der Have. “Omdat we geen idee hadden op welke dag en voor welk bedrag we een transportklus konden uitvoeren. Terwijl we gebruikers juist zekerheid over de levering en prijs willen bieden.”

Een doorbraak is het moment dat ze besluiten dat proces om te draaien. Nu wordt de prijs bij het boeken ter plekke berekend door een algoritme – waarbij rekening wordt gehouden met de afstand, de populariteit van een bepaalde route, het formaat en de moeite die het kost om het product te vervoeren – en rekenen klanten gelijk af.

Vervolgens kunnen de ruim duizend bij Brenger aangesloten koeriers de opdracht claimen. Dat zijn professionele transportbedrijven die via het platform bijklussen; de scale-up heeft geen eigen bezorgers in dienst. Particulieren met bestellingen laten rijden – het oorspronkelijke idee – blijkt in de praktijk niet goed te werken. Omdat het vervoer van meubels een vak apart is, zegt Van der Have.

Dat merkten hij en Koedam zelf ook toen ze nog met bestellingen rondreden om gaten in het rooster te dichten. “Heb je weleens een kast door een trappenhuis getild? Zonder krassen te maken? Dat is echt heel moeilijk.”

Bussen vullen

Bezorgers geven hun routes door via een door Brenger ontwikkeld transportmanagementsysteem. Die planning wordt aangevuld met opdrachten die via Brenger worden ingeboekt.

“Die worden automatisch ingeschoten, ze hoeven de klussen alleen maar te accepteren”, zegt Van der Have. “Onze algoritmes kunnen transporten combineren en als pakket aanbieden. Zodat koeriers op de terugweg ook weer bestellingen kunnen meenemen, bijvoorbeeld.”

Hoe meer opdrachten Brenger in bepaalde regio’s kan combineren, hoe beter. Gemiddeld pakt de scaleup 25 tot 30 procent marge per opdracht; de rest is voor de bezorger. “Al kan het enorm verschillen per klus”, legt Koedam uit. “Soms is onze marge hoger, maar het komt ook voor dat we niets op een transport verdienen of zelfs moeten bijleggen. Dat is het nadeel als je leveringszekerheid garandeert: we kunnen een opdracht niet annuleren als het niet lukt om die goed in te plannen.”

Inmiddels vervoert Brenger zo’n 10.000 grote items per maand. | Credit: Brenger

Het doel is dan ook: de busjes van ‘hun’ koeriers zo goed mogelijk vullen. Dan wint iedereen, zegt Van der Have. “Onze bezorgers verdienen meer en wij verdienen meer. We kunnen onze klanten scherpere prijzen bieden, wat een punt van aandacht blijft, want door de inflatie zijn onze tarieven iets gestegen. En er zijn minder busjes op de weg, wat CO2-uitstoot scheelt.”

Volgens het meest recente eigen impactreport, uit 2022, heeft Brenger sinds de oprichting ruim 19 miljoen rij-kilometers bespaard. Dat staat gelijk aan 2.115 vluchten van Amsterdam naar Bangkok.

Keer tien gaan

Inmiddels vervoert Brenger zo’n 10.000 grote items per maand. | Credit: Brenger Dat moeten er op jaarbasis een miljoen worden. Winstgevend is de scale-up nog niet. “Dat zou al wel kunnen”, zegt Koedam. “Maar we hebben er in plaats daarvan voor gekozen om te blijven investeren in de ontwikkeling van ons product.”

Het is een strategie die bijvoorbeeld ook door Michiel Muller met Picnic wordt gevolgd: de propositie blijven perfectioneren en daarmee marktaandeel veroveren, tot je zover voorloopt dat je praktisch niet meer in te halen bent.

“We bouwen al acht jaar aan de beste oplossing binnen een nichemarkt die enorm in ontwikkeling is”, knikt Van der Have. “Daar zijn alle stappen die we zetten op gericht.“
Koedam vult aan: “Het bedrijf is klaar om keer drie of keer vier te gaan. Maar om keer tien te gaan, moeten we nog even doorbouwen.”

100 miljoen omzet

Belangrijkste les van de afgelopen jaren? Dat het nooit zo snel gaat als je denkt of wilt. Brenger was in 2021 MT/Sprout Challenger en gevraagd naar de doelstellingen voor over drie jaar, stelden de founders dat de scaleup dan in vijf landen actief zou zijn en marktleider in twee landen naast Nederland. De jaaromzet tegen die tijd? 100 miljoen euro. Nu het moment daar is, kunnen ze er kort over zijn: nee, niet gelukt.

Ze zijn er nog steeds van overtuigd dat ze dat punt gaan bereiken. Maar wanneer precies, daaraan gaan ze hun vingers niet nog eens branden. Omzetcijfers delen ze om die reden liever ook niet. “Anders bel je over drie jaar met precies dezelfde vraag”, lacht Van der Have. “Inmiddels weten we dat alles veel meer tijd kost dan gedacht. Het bouwen van meerdere producten tegelijk, de integratie met zakelijke klanten. Daar kunnen zomaar jaren overheen gaan als de prioriteiten van bedrijven veranderen, weten we nu.”

‘Bringer’

Naast Nederlandse spelers – naast Marktplaats zijn onder andere Reliving en Whoppah aangesloten – gaat Brenger vanaf 2025 internationale marktplaatsen aansluiten. Te beginnen met Duitsland en Frankrijk, met een aangepast servicemodel. In plaats van een eigen bezorgmoment te kiezen, krijgen klanten de garantie dat een item binnen twee weken in huis is. Het idee: meer flexibiliteit. “De service die we in Nederland bieden, is eigenlijk te goed”, legt Van der Have uit. “Daarmee maken we het in grotere landen heel moeilijk voor onszelf.”

De founders zijn naar eigen zeggen met alle Europese marktleiders in gesprek. Van der Have: “Marktplaats is niet het enige platform dat tweedehands kopen makkelijker wil maken. De hele sector breekt zich het hoofd over hoe ze grote spullen makkelijk van A naar B kunnen krijgen.”

De Nederlandse naam is geen probleem. Brenger lijkt genoeg op het Engelse ‘bringer’ om de connectie te leggen, lieten de founders al in een vroeg stadium onderzoeken. Plus, het klinkt lekker Noord-Europees. “Dat wordt vooral in het zuiden van Europa geassocieerd met kwaliteit en punctualiteit”, zegt Koedam. “Precies wat je wil als je een waardevol meubelstuk laat vervoeren, toch?”

Dit artikel verscheen als eerst op MT/Sprout.

Lees ook:

Changemaker Catharinus Wierda (de Fryske): ‘Het vertrek of uitsterven van de grutto interpreteer ik als een duidelijk signaal’

Je studeerde bodemkunde in Wageningen, werd zuivellobbyist in Den Haag, duurzaamheidsmanager bij een grote kaasmaker en vervolgens voorvechter van eerlijke zuivel in ontwikkelingslanden bij Solidaridad. Uiteindelijk besloot je om zelf kaasmaker te worden. Waarom? “Ik groeide op in een klein dorp in Friesland. Als boerenzoon volgde ik de hoge landbouwschool en daarna studeerde ik bodemkunde in Wageningen. Vervolgens heb ik altijd op het snijvlak van de veehouderij en duurzaamheid gewerkt. Ik heb verschillende rollen gehad in het bedrijfsleven, de overheid en LTO. Ik heb daar mooie dingen kunnen doen voor de sector, maar voor mijn gevoel was het niet genoeg. Na jarenlang zien dat het anders moest, besloot ik het zelf anders te gaan doen. Dat heeft uiteindelijk geleid tot de Fryske. Ik noem mezelf kaasmaker, maar het is overigens niet zo dat ik zelf met mijn handen in de kaastobbe zit. Ik ben degene die de hele keten organiseert. Ik werk nauw samen met melkveehouders, de kaasmakers die de kaas maken op basis van onze receptuur en verzorg alles daaromheen.” Hoe verduurzaam jij het zuivelsysteem? “Ik wil het systeem verbeteren in plaats van dat het achteruit gaat. In mijn ogen begint dat bij de bodem en biodiversiteit. De koeien van onze boeren eten gras en de weilanden worden niet geploegd. Van dit grasland wordt 20 procent met rust gelaten. Daar ontstaat dan vanzelf rommelig, biodivers en kruidenrijk gras. Verder worden deze percelen weinig bemest en wordt het waterpeil hoog gehouden. Zouden we dit overal in Nederland doen, dan krijgen we enorm veel biodiversiteit terug. Denk aan insecten, schimmels en weidevogels. Dierenwelzijn speelt een grote rol. Gezonde melk komt van gezonde dieren, zeg ik altijd. De melk die wordt gebruikt in onze kaas is afkomstig van koeien die zoveel mogelijk natuurlijk gedrag kunnen vertonen. Dat betekent dat de boeren met wie we samenwerken zorgen voor genoeg ruimte, genoeg licht en genoeg lucht in de stallen. We bevorderen weidegang: de koeien gaan minstens 180 dagen per jaar naar buiten. Ook in het veevoer maken we keuzes. Het gebruik van soja hier draagt bij aan ontbossing elders. Omdat wij niet bij willen dragen aan ontbossing, is het gebruik van soja of palm bij de Fryske een taboe. Uiteindelijk wil ik ernaartoe dat het veevoer circulair wordt en volledig bestaat uit reststromen uit de voedingsindustrie. Dat vraagt om een aanpassing in het systeem, maar ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is. Hetzelfde geldt voor een eerlijke beloning voor de boer. We geven een plus op de melkprijs, op dit moment is dat 7 cent. Met de aangesloten melkveehouders maken we langdurige afspraken zodat zij investeringen kunnen doen. De boeren weten, en dit is heel belangrijk voor hen, precies in welk product hun melk terechtkomt. Waar veel ketens lang en anoniem zijn, is die van ons juist transparant. We kunnen onze kazen verbinden aan een klein groepje boeren met namen en rugnummers.” Met de Fryske wil je de biodiversiteit in weides herstellen. Hoe pak je dat aan? “De vogel in ons logo is de grutto. Het is een boodschapper, een soort kanarie in de kolenmijn. Het vertrek of uitsterven van de grutto interpreteer ik als een duidelijk signaal. Er is te weinig voedsel beschikbaar en te weinig bescherming om te broeden. Voor mij staat de grutto symbool voor het huidige systeem en zijn tekortkomingen. Dat betekent niet dat we alles weg moeten gooien. De zuivelindustrie heeft zich ontwikkeld en er zit veel kennis en vakmanschap bij Nederlandse boeren. Die moeten we blijven benutten. Tegelijkertijd is er met de huidige aanpak geen ruimte meer voor weidevogels zoals de grutto. Dat moet anders. Met die 20 procent natuur op het land geven we de weidevogels beschutting en veiligheid om te kunnen broeden. Op het andere deel van het land wordt niet geploegd, waardoor het bodemleven rijker wordt. Zo hebben vogels ook wat te eten, denk aan wormen. Het doel is om het boerenland weer levend te maken en geschikt voor de weidevogels.” Welke uitdagingen zijn er bij duurzame zuivelproducten zoals kaas? “Ik zie duurzaamheid als een samenspel van meerdere dingen op het boerenbedrijf. Ik heb nu het gevoel dat een deel van de boeren een kant op wordt gestuurd gerelateerd aan one issue. De focus ligt bijvoorbeeld op klimaat, waardoor koeien op stal blijven en worden bijgevoerd met middeltjes om minder methaan uit te stoten. Laat ik Mars als voorbeeld nemen, die onlangs afspraken met Friesland Campina heeft gemaakt over het klimaat. Dat klinkt heel goed, maar ze hebben het enkel over CO2-reductie en niet over biodiversiteit en dierenwelzijn. Het is één oplossingsrichting en niet de brede aanpak van duurzaamheid. Het is eigenlijk een halve oplossing en daarmee gaat Mars een route in die niet toekomstbestendig is. Ik heb daar moeite mee, omdat aangesloten boeren de verkeerde kant op worden gestuurd. Ik wil zeker niet zeggen dat wij alles goed doen, want dat is niet zo. Ook bij de Fryske hebben we uitdagingen. Ik wil juist de problemen aankaarten waar we aan moeten werken.” Wat zijn kansen voor je bedrijf? “We gaan deze week landelijk bij Plus-supermarkten. Dat betekent dat onze kazen bij meer dan vierhonderd filialen verkrijgbaar zijn. Dat is een mijlpaal, want zo kan iedereen in het land genieten van duurzame kaas op de boterham of duurzame kaasblokjes bij de borrel. Het zou geweldig zijn als meer retailers volgen. Supermarkten en cateraars die onze kazen opnemen in het assortiment, verduurzamen hun aanbod. Niet met one issue, maar breed. Door de landelijke afzet kunnen wij opschalen. Dat is belangrijk, want uiteindelijk wil ik een mooie businesscase creëren met een bepaalde omvang. Het gaat mij niet zozeer om volume, maar het zorgt ervoor dat je als serieus alternatief in de markt wordt gezien. Blijf je klein, dan word je al snel als aaibaar initiatief gezien. Ik wil meer. De wortels van de Fryske liggen in Friesland, maar ik heb een nationale ambitie. Ik vergelijk het merk graag met Gulpener. Dat is een gangbaar biertje voor alle Nederlanders, maar wel lokaal en duurzaam gebrouwen. Zo zie ik onze kaas ook. Daarnaast denk ik dat de CSRD een mooie stok achter de deur is voor bedrijven om aan de slag te gaan. Mensen in bedrijven die al intrinsiek gemotiveerd waren, mogen nu meer aan duurzaamheid doen. Op die manier kan wetgeving een mooi duwmiddel zijn.” Met welke partij zou je graag nog eens samenwerken? “In de praktijk ben ik op zoek naar partijen die meer met die brede duurzaamheid willen doen en daar perspectief in zien. Ik noemde retailers al, maar cateraars zijn daar ook een goed voorbeeld van. We kunnen elkaar versterken. Ik denk zeker dat we elkaar meer zouden moeten opzoeken. Niet alleen als bedrijven, maar ook als mensen die in de zuivelketen werkzaam zijn. Uiteindelijk heeft iedereen, ongeacht aan welk bedrijf hij of zij verbonden is, kennis, passie en betrokkenheid bij de sector. Het zou mooi zijn als we meer contact hebben en elkaar kunnen inspireren en helpen.” Meer Changemakers: Changemaker Beau-Anne Chilla (FORWARD.one): ‘Helaas denken mensen dat climate tech minder rendement oplevert’Changemaker Rick Verkuyl (Marktplaats): ‘Hoe makkelijker je het maakt, hoe meer mensen aanhaken’Changemaker Léon van Bossum maakt bio-LNG van etensresten: ‘We willen een nieuwe markt in beweging krijgen en daar horen ook tegenslagen bij’De Changemaker-serie wordt mede mogelijk gemaakt door Vattenfall en Vlerick Business School.