Marc Seijlhouwer 22 juli 2021, 15:35

Het is steeds meer waar: de batterijauto wint het op CO2-uitstoot van de benzinewagen

Een nieuwe analyse van de CO2-uitstoot van elektrische auto’s en benzinewagens laat zien dat elektrisch ook beter is voor het milieu als de elektriciteit die je gebruikt nog uit fossiele bronnen komt. Maar de productie van batterijen stellen de onderzoekers wel erg optimistisch voor.

Auto elektrisch tesla opladen model 3 change inc adobe stock Een elektrische auto blijkt qua algehele CO2-uitsoot nu echt de meest duurzame optie | Beeld: AdobeStock

De Life Cycle Analysis (een berekening van de CO2-uitstoot van productie tot sloop) van elektrische auto’s en benzineauto’s laat zien dat de elektrische auto’s het tegenwoordig altijd winnen. Ook als de stroom nog voor een belangrijk deel van kolen komt, is de uitstoot van de brandstof die verbrandingsmotoren nodig hebben over de hele levensduur veel groter dan de CO2 die vrijkomt bij het produceren en verwerken van batterijen. Dat blijkt uit onderzoek van de International Council on Clean Transportation, een non-profit die de mogelijkheden van schoon vervoer onderzoekt.

Hoe lang gaan batterijen mee?

Toch doen de onderzoekers wat vreemde aannames. Omdat elektrische auto’s relatief nieuw zijn, is nog niet helemaal duidelijk hoe lang een batterijpakket meegaat. Hoe langer zo’n pakket goed werkt, hoe kleiner de voetafdruk relatief is. Maar als je na drie jaar al nieuwe batterijen nodig hebt, dan stijgt de uitstoot snel.

De onderzoekers gingen ervan uit dat een batterij het de hele levensduur van een elektrische auto volhoudt. 18 jaar in totaal. Dat lijkt onrealistisch; schattingen van de autobouwers zelf komen in de buurt van 160.000 kilometer per batterijpakket. Hoe snel je die kilometers opgebruikt bepaalt hoe lang de auto het doet, maar 18 jaar is wel erg optimistisch.

En als de batterij op is, kan de CO2-uitstoot ook oplopen als je hem niet netjes recycled. De infrastructuur om dat te doen komt langzaam op gang.

Europa loopt voorop

Maar zelfs met die optmistische aanname laat het onderzoek zien hoezeer de elektrische auto de toekomst heeft, in elk geval op het gebied van klimaat. In Europa, waar een belangrijk deel van de stroom duurzaam is, is het verschil in CO2-uitstoot nu al gigantisch: 80 gram CO2 per kilometer voor elektrisch, versus bijna 250 voor benzinewagens. In 2030 is dat verschil nog (een klein beetje) groter.

Op andere plekken in de wereld is het verschil minder groot, omdat er minder groene stroom is. In India zijn batterijwagens bijvoorbeeld maar 28 procent zuiniger dan benzineauto’s. De onderzoekers trokken hun berekeningen echter ook door naar 2030. Dan is de energiemix overal groener, en keldert de uitstoot van de batterijauto. Terwijl die van benzineauto’s bijna gelijk blijft.

Snel naar duurzaam

Dat elektrische auto’s al snel beter zijn voor het milieu, was al langer bekend. Maar dat je ook met een relatief vieze energiemix uiteindelijk minder uitstoot hebt dan met een benzinewagen, dat laat zien hoezeer de uitstoot van benzine of diesel bijdraagt aan CO2-uitstoot. En daarmee het belang van elektrische wagens, want de overgang naar duurzamere stroom is inmiddels al flink op gang, terwijl de inzet van alternatieve brandstoffen voor auto’s nog in de kinderschoenen staat.

Er komen steeds meer elektrische auto's op de markt. Hier lees je welke dat dit jaar zijn.

Wereldprimeur voor Nederland: eerste offshore productie van groene waterstof kan van start

PosHYdon is een proefproject waarbij een elektrolyser van 1MW op een boorplatform van Neptune Energy wordt geplaatst. Dit gas producerende platform is de eerste volledig geëlektrificeerde op de Nederlandse Noordzee en ligt zo'n 13 kilometer voor de kust van Scheveningen. Het totale project kost ruim 10 miljoen. Een derde daarvan wordt gefinancierd met een Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) subsidie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het overige deel wordt door de consortiumpartners bij elkaar gebracht.René Peters, Business Director Gas Technologies van TNO en initiator van het North Sea Energy Program is blij dat het project dankzij de subsidietoekenning van start kan gaan. “PosHYdon is het ultieme voorbeeld van systeemintegratie op de Noordzee. In veel studies wordt waterstof ‘the missing link’ genoemd voor de energietransitie en wordt er veel over de mogelijkheden gesproken. Maar hier, voor de kust van Scheveningen, gaat het daadwerkelijk plaatsvinden.”Revolutoinair projectHet project is om meerdere redenen revolutionair. Allereerst zal de elektrolyser groene waterstof maken door middel van elektrolyse van ontzilt zeewater dat op het platform wordt omgezet in gedemineraliseerd water. Daarnaast zal het stroom gebruiken van het offshore windpark Luchterduinen, dat bij het platform in de buurt ligt.Die stroom gaat nu nog eerst het net op, maar de elektrolyser zal wel het productiepatroon van het windpark volgen. Als het dus niet waait, zal ook de elektrolyse stoppen. “Dat is nog nooit gedaan en moet uitwijzen wat het doet voor de efficiëntie van de productie van waterstof”, zegt Peters. “Blijft die gelijk of zakt die in elkaar doordat je wisselend gaat belasten? Dat gaan we allemaal testen en leren in dit project.”Ervaring opdoen met elektrolyse op zeeDe 1 MW electrolyser heeft dezelfde omvang als de grootste elektrolyser die in Nederland op land staat en zal maximaal 400 kilo groene waterstof per dag produceren. De groene waterstof zal worden bijgemengd met het gas en via de bestaande gaspijpleiding richting de kust getransporteerd worden.Het doel van de pilot, waar inmiddels veertien partijen bij betrokken zijn, is ervaring opdoen met het maken van waterstof op zee, waar de omstandigheden door weer, wind en zoutwater uitdagend zijn. Daarnaast wordt de efficiency getest van een electrolyser met een variabele voeding vanuit offshore wind en wordt kennis opgebouwd in de kosten, van zowel de installatie offshore als van het onderhoud.100 MW in 2030 is haalbaarHet zal nog zeker een jaar duren voordat de elektrolyser op het platform kan worden neergezet. “De elektrolyser moet speciaal worden gebouwd voor zeecondities”, zegt Peters. “En daarna nog op land worden getest op onder andere veiligheid.” Alle lessen die het project oplevert, zullen gebruikt worden voor de volgende stap, de bouw van een elektrolyser die vijf à tien keer zo groot is. Volgens Peters kan die omvang in 2025 of 2026 gehaald worden.“Uiteindelijk moeten we uitkomen bij een elektrolyser van 100 MW of groter omdat de windparken van de toekomst allemaal tussen de 700 MW of 1 GW groot zijn. Een deel van die energie wil je wel kunnen omzetten in waterstof.” Peters verwacht dat in 2030 de 100 MW bereikt kan zijn. “Dat is ook precies de tijd dat we waterstof echt nodig hebben om al die energie van wind op zee in ons energiesysteem te krijgen.”Veel belangstelling van fabrikanten en windparkontwikkelaarsHet zijn grote stappen die in vrij korte tijd gezet moeten worden. “Alles wat je offshore doet, kost meer geld en meer tijd. Tegelijkertijd zijn de laatste jaren steeds meer fabrikanten van elektrolysers zoals Nel Hydrogen, maar ook Siemens en ITM bezig met offshore waterstof. En ook de windparkontwikkelaars zoals Orsted, Eneco, Vattenfall en Shell zijn heel actief aan het nadenken over offshore waterstofproductie.”Het PosHydon kan dan ook op grote belangstelling rekenen. “Veel bedrijven hebben plannen. Maar tot nu toe is het nog nooit in de praktijk getest. Daarmee zijn we als Nederland de eerste. Daar ben ik heel trots op.” Ook Frankrijk krijgt binnenkort een eerste waterstoffabriek op zee. Verliest Nederland zijn voorsprong?We schreven eerder in meer detail over het PosHydon project. Lees hier hoe het idee ontstond en wat het proefproject precies inhoudt.