Hannah van der Korput
23 januari 2024, 10:26

Het Nederlandse GoVolta moet de prijsvechter van het spoor worden

Internationale treinreizen met een starttarief van slechts 10 euro moeten GoVolta een heuse concurrent van het vliegtuig maken. “Niet duurzaamheid, maar betaalbaarheid is een reden om voor de trein te kiezen.”

Green City Trip22022810 GoVolta-oprichter Hessel Winkelman: “Mensen denken dat het vliegtuig goedkoper is, terwijl dat in de praktijk lang niet altijd het geval is.” | Credits: GreenCityTrip

GoVolta
kopieert het concept van vliegreizen naar de trein. Dat houdt in dat er alleen
voor een kaartje wordt betaald. Daarbovenop komen dan kosten voor het
reserveren van zitplekken, bagage en eventuele wijzigingen van het ticket.
GoVolta-oprichter Hessel
Winkelman vindt het een logische stap. “Mensen kennen dit al. Ze weten hoe het
werkt. Bovendien is het eerlijker. Vliegtuigmaatschappijen laten altijd de kale
prijs zien. Veel kosten zijn niet inbegrepen. Bij een treinkaartje is de
ticketprijs wél de totaalprijs. Dat is scheef. Mensen denken dat het vliegtuig
goedkoper is, terwijl dat in de praktijk lang niet altijd het geval is. Door
hetzelfde concept te hanteren, is de prijsvergelijking veel eerlijker en
transparanter. De hoop is dat mensen dan vaker voor de trein zullen kiezen.”

Van
nachttrein naar dagtrein

Het
onlangs opgerichte GoVolta is onderdeel van Flywise. Het laatstgenoemde bedrijf
biedt nachttreinen aan onder de naam GreenCityTrip. Deze worden binnenkort
verruild voor de dagtreinen van GoVolta. Winkelman: “De nachttrein wordt vaak
gezien als dé oplossing, de heilige graal. Dat blijkt niet zo te zijn. We
hebben het de afgelopen twee jaar geprobeerd, maar het grote publiek is lastig
te overtuigen van de nachttrein. De reizigers die wel de nachttrein nemen,
hebben een wisselende ervaring. Mensen zijn niet gewend om te slapen in een
rijdende trein. Wanneer je uitgerust wakker wordt op de plek van bestemming,
dan heb je een positieve ervaring. Maar doe je geen oog dicht, is dat een ander verhaal. Er is dus altijd een onderdeel van de reis waar je als aanbieder geen invloed
op hebt. Dat maakt het lastig om de klanttevredenheid te waarborgen. Iedereen
weet daarentegen hoe het is om overdag de trein te pakken. Dat kunnen we ook
veel beter beïnvloeden. Bijvoorbeeld met fijne stoelen, genoeg bagageruimte en
een boordrestaurant waar we gezond en duurzaam eten serveren.”

Kostenkwestie

Dan
is er nog het kostenplaatje. “Het laten rijden van nachttreinen is kostbaar. Alle bedden moeten bijvoorbeeld worden opgemaakt. Daar zijn best wat handjes voor nodig. Het
helpt niet dat personeelskosten ’s nachts duurder uitvallen. Doordat passagiers
zitten en niet liggen, passen er simpelweg meer reizigers in een dag- dan in
een nachttrein. Een rijtuig heeft dan plek voor tachtig passagiers in plaats van veertig.
Daardoor kan de ticketprijs door de helft. Dat is een game changer, want uit
eigen onderzoek weten we dat de prijs mensen over de streep trekt. Niet
duurzaamheid, maar betaalbaarheid is een reden om voor de trein te kiezen.”

Prijsvechter
van het spoor

Die
betaalbaarheid is precies waar GoVolta het verschil wil maken. De Nederlandse
spoorwegmaatschappij gaat directe treinen laten rijden van Amsterdam naar
Parijs, Berlijn en Basel. Ook heeft het bedrijf ruimte toegekend gekregen om in 2025
naar Kopenhagen en München af te reizen. Afhankelijk van de bestemming en de
tijd van het jaar moet een retourtje in de tweedeklas gemiddeld 60 euro gaan
kosten. Voor de eerste klas is dat 90 euro. “Er rijden al treinen naar
bijvoorbeeld Parijs, maar die zijn vaak volgeboekt. Als er nog plek is en je
kan twee weken voor vertrek een treinkaartje kopen, dan is het erg duur. Onze
tarieven zijn veel lager. Bovendien kiezen we bewust voor directe treinen.
Mensen hoeven maar één ticket te boeken in plaats van diverse treinkaarten bij verschillende
partijen. Ze hoeven ook niet bang te zijn om een aansluiting te missen.”

Reistijd

Naast
prijs en gemak speelt reistijd ook een rol. Heeft GoVolta daar een antwoord
op? “De trein duurt nu eenmaal langer dan het vliegtuig”, aldus Winkelman.
“Althans, de vliegreis zelf. De reistijd van deur tot deur is vaak al een ander
verhaal. Eer dat je naar de luchthaven bent gereisd, ingecheckt, in het
vliegtuig zit en vervolgens van de aankomstluchthaven écht op de plek van
bestemming bent, ben je wel wat tijd kwijt. Reis je met de trein, kun je midden in de stad uitstappen.”

GoVolta
wint het op snelheid niet van andere treinen zoals die van Eurostar. Naar
Parijs zal het acht uur onderweg zijn, waar andere aanbieders dit klaarspelen
binnen drieënhalf uur. Naar Berlijn is het verschil in reistijd aanzienlijk
kleiner, maar alsnog twee uur. “Daar staat dan een veel voordeliger treinticket
tegenover. Aan boord maken we het zo comfortabel mogelijk. We zorgen voor wifi,
stopcontacten en fijne stoelen. In het boordrestaurant serveren we vers en
lekker eten. Mensen hoeven zeker geen genoegen te nemen met een lauw
saucijzenbroodje.”

Bovendien
kiest de nieuwe spoorwegmaatschappij de tussenliggende stations die het aandoet
zorgvuldig. “De trein van Amsterdam naar Parijs stopt ook op het station Lage
Zwaluwe. Dat is een klein station in de buurt van Breda. We stoppen daar bewust
omdat het station een grote parkeerplaats heeft waar mensen gratis hun auto
kunnen laten staan. Met zulke oplossingen willen we mensen verleiden om met ons te
reizen.”

Treinen
vullen

De
treinen van GoVolta zullen vanaf medio 2024 gaan rijden. Dat begint met één
keer per dag naar Parijs en Berlijn en drie keer per week naar Basel. Iedere
trein kan zo’n 1.000 reizigers meenemen. Om de treinen te vullen, werkt GoVolta
samen met NS International en de Belgische spoorwegen. De treinen zullen ook
boekbaar worden via reisorganisatie TUI. “Ook gaat Flywise, waar GoVolta onder
valt, samenwerken met minder voor de hand liggende partijen zoals Albert Heijn,
Kruidvat en HEMA. Het
kopen van internationale treinkaartjes wordt nog te vaak gezien als moeilijk.
Met fysieke verkooppunten willen we het zo laagdrempelig mogelijk maken om een
ticket te kopen. Binnenkort kan het gewoon bij de HEMA.”

Privé
en zakelijk

Ook
gaat GoVolta samenwerken met het pretpark Europa-Park. “Met een goede
verbinding willen we mensen stimuleren om daar met de trein heen te gaan in
plaats van de auto.” Ook als het gaat om zakelijke reizen, wijst Winkelman naar
de trein. “Zo zijn we in gesprek met IKEA. Zij hebben een hoofdkantoor in Leiden
en in Malmö, waardoor er tussen die twee locaties veel wordt gereisd. Dit
gebeurt veelal met het vliegtuig, maar de wens is om die zakelijke reizen met de trein te
doen. Daar zijn we nu over in gesprek.”

Durven
investeren

Hoewel
het idee van meer treinen en minder vliegen met enthousiasme wordt ontvangen,
komt de financiering maar moeilijk van de grond. Dat moet anders, vindt Winkelman.
“Uiteindelijk hebben we veel eigen middelen moeten investeren. Partijen prijzen
ons om het feit dat we vol inzetten op treinverkeer. Maar op het moment dat we
ons melden met een businessplan, ondersteunen veel financiers het niet. Treinen
staan nu eenmaal niet op de standaard lijstjes van banken en geldschieters.
Het is een buitenbeentje, waardoor het lastig is om financiële ondersteuning te
krijgen. We hebben meer dan tachtig geldschieters en grootbanken benaderd. Het
resultaat was teleurstellend en frustrerend. Onze collega’s van European
Sleeper hadden dezelfde ervaring. Dat hun treinen rijden, is te danken aan crowdfunding.”

Hij
doet dan ook een oproep aan financiers. “Durf te investeren. Kijk verder dan de
standaard lijstjes. Juist duurzamere alternatieven moeten op financiële steun
kunnen rekenen.”

Lees ook:

IEA: groei hernieuwbare energie fors, maar nog niet genoeg

De afgelopen twee decennia ging er geen jaar voorbij waarin de toename van hernieuwbare energie geen records brak. 2023 springt daar nog eens met kop en schouders bovenuit. Er werd wereldwijd voor bijna 510 gigawatt aan groene-energiecapaciteit bijgebouwd, 50 procent meer dan een jaar eerder. Het Internationaal Energieagentschap deelde deze cijfers, samen met prognoses tot het jaar 2028, in een nieuw rapport. 2,5 keer zoveel groene energie in 2030 Met de huidige beleidspakketten en onder de huidige marktomstandigheden lijkt het erop dat de wereldwijde capaciteit van hernieuwbare energie in 2028 zal zijn opgelopen tot 7.300 gigawatt. Als die lijn wordt doorgetrokken, duidt dat op 2,5 keer zoveel groene-energiecapaciteit in 2030 ten opzichte van de huidige waarden. Een flinke groei, maar niet genoeg om het doel van COP28 te behalen. Volgens het IEA is dat te wijten aan vier hordes, waarvan het zaak is dat die worden weggenomen. Allereerst het uitblijven van passend beleid om bepaalde macro-economische uitdagingen, zoals inflatie, te overkomen. Ook vertragen administratieve procedures de aanleg van nieuwe groene-energiecapaciteit. Ten derde is de financiering voor het uitbreiden van elektriciteitsnetten ontoereikend. Daarnaast zou er te weinig geld vloeien naar ontwikkelingslanden. Het IEA benadrukt dat 90 procent van alle groene energie wordt opgewekt in G20-landen. Toch wil dat niet zeggen dat opkomende economieën geen bijdrage kunnen leveren aan de COP-doelstelling.Voorspelde capaciteit van hernieuwbare energie, met van onder naar boven: zonne-energie, windenergie, waterkracht, biomassa en overige hernieuwbare bronnen.China knippert in de zon Driekwart van de groei van hernieuwbare energie in 2023 was te danken aan zonne-energie. Die sector maakte grote sprongen, wat zorgde voor een overschot aan zonnepanelen. De prijs van zonnepanelen kelderde met zo’n 50 procent ten opzichte van 2022. De IEA-onderzoekers verwachten dat de wereldwijde capaciteit van zonne-energie tegen het einde van 2024 ongeveer 1.100 gigawatt zal bedragen, met een voorspeld aanbod dat drie keer hoger ligt dan de vraag. Zonne-energie heeft vooral China geen windeieren gelegd. Verwacht wordt dat het land dit jaar al zijn productiedoelen voor 2030 haalt, zes jaar voor dato. In 2023 legde China alleen evenveel zonne-energiecapaciteit aan als heel de wereld in 2022 deed. Verreweg het grootste deel van de wereldwijde productieketens van zonnepanelen ligt in China; geschat wordt zo’n 80 tot 95 procent. Dat zal naar verwachting tot in ieder geval 2028 zo blijven, aangezien het op touw zetten van een (duurdere) lokale productie in Europa en de Verenigde Staten de prijs van zonnepanelen zal doen stijgen. Windparken kampen met problemen Hoewel ook de wereldwijde capaciteit van windenergie toenam, kampte de sector met problemen. Vooral in Europa en Noord-Amerika gooiden hogere kosten dankzij inflatie, lange vergunningsprocedures en problemen in de productieketens roet in het eten. De problemen raakten met name offshore windparken. Het IEA beschrijft dat er in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vorig jaar voor 15 gigawatt aan windparken op zee is geannuleerd of uitgesteld. China daarentegen, doet het wederom goed. Daar nam de groei van windenergie met 66 procent toe. Braziliaanse biobrandstoffen Waar de markt van hernieuwbare energie gedomineerd wordt door G20-landen, schrijven opkomende economieën juist de groei van biobrandstoffen op hun conto. Met Brazilië voorop zullen ontwikkelingslanden naar verwachting verantwoordelijk zijn voor 70 procent van de vraag naar biobrandstoffen in 2028. Die biobrandstoffen worden voornamelijk gebruikt voor wegtransport. Hoewel de groei van biobrandstoffen toeneemt (30 procent sneller dan in de afgelopen vijf jaar), is het niet genoeg om in 2050 een netto-uitstoot van nul te kunnen garanderen, zo stelt het IEA. Daarvoor moet bijvoorbeeld 8 procent van de vliegtuigbrandstof duurzaam zijn. Als we doorgaan op de huidige koers, blijft dit percentage steken op slechts 1 procent. Volgens de onderzoekers ligt de oplossing in, niet verrassend, strenger beleid. Groei van warmtepompen Tot slot geeft het IEA aan dat duurzame warmte (bijvoorbeeld van warmtepompen) bezig is met een gestage groei. Verwacht wordt een toename van 40 procent tot 2028, waarbij het aandeel van duurzame warmte zal groeien van 13 procent tot 17 procent van het totale wereldwijde warmteverbruik. Ook dit is ondermaats, waarschuwen de onderzoekers. Als er geen strenger beleid wordt ingevoerd, is het goed mogelijk dat de warmtesector tussen nu en 2028 meer dan een vijfde van het resterende wereldwijde koolstofbudget gaat verbruiken (de hoeveelheid CO2 die mag worden uitgestoten om nog te voldoen aan de klimaatdoelen van Parijs). Lees ook: Driekwart van de elektriciteit in Afrika kan groen zijn, als bestaande plannen worden uitgevoerdIn 2023 hielden we bijna vier keer zo vaak groene stroom overWindpark Hollandse Kust Noord helpt Jetten aan zijn doel