Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 04 juli 2014, 07:45

Meereis-app BlaBlaCar haalt $ 100 miljoen op

Het bedrijf achter de populaire app BlaBlaCar haalt in één klap $100 mln aan investeringen binnen. Dat is 10 procent van het totaal dat in Franse start-ups is geïnvesteerd.

Timo Newton Syms2 Bresize

Het Franse ComutoSA ontvangt het bedrag van zowel Europese en Amerikaanse ondernemingen. De BlaBlaCar-app koppelt reizigers aan particuliere autobezitters die nog een plek vrij hebben. De kilometerkosten verrekenen de autodelers via de app. Het systeem wordt vooral gebruikt op langere afstanden. De gemiddelde reis is 320 kilometer.

Een autodeler die iemand meeneemt, maakt efficiënter gebruik van snelwegen en biedt de reiziger een goedkoop alternatief voor trein, vliegtuig of bus, zo verklaart het bedrijf het succes. ComutoSA schat dat de app zo’n 700.000 ton CO2 heeft bespaard.

In 2012 haalde de start-up al $10 mln op, toen van het investeringsfonds Accel Partners. Het bedrag is gebruikt voor de verovering van de Europese markt. De app groeide naar zo’n 8 miljoen gebruikers in twaalf landen, waaronder Nederland. Het bedrijf claimt meer mensen te vervoeren dan de hogesnelheidstrein EuroStar van Londen naar Parijs. Met de nieuwe investering ligt de wereldwijde markt voor BlablaCar open, zegt Nicolas Brusson van ComutoSA.

In Nederland zijn verschillende autodeelplatformen actief. Snappcar haalde onlangs nog € 550.000 euro op. Alleen reizen de gebruikers niet mee met de eigenaar, maar verhuurt de eigenaar zijn auto voor een vast bedrag. Via Uber verdienen autobezitters wat bij door een vergoeding te rekenen voor meereizen in de stad. Het bedrijf ondervindt veel weerstand. Het concept zou oneerlijke concurrentie met taxicentrales betekenen, omdat de vervoerders geen vergunning nodig hebben. Een verbod op de online dienst is echter lastig te handhaven.

Bron: BlaBlaCar, mashable.com, Index Ventures, Snappcar | Foto: Timo Newton Syms via Flickr

India aast op grootste drijvende zonnecentrale

Het project is een samenwerkingsverband tussen de Indiase National Hydro Power Corporation en het Renewable Energy College. Dit onderzoeksinstituut voor hernieuwbare energie levert de kennis en technische ondersteuning. De kosten worden geraamd op $64 tot 72 mln. Ook in andere delen van India is belangstelling voor dit project. Een eerste proefeiland met een vermogen van 1 megawatt wordt later dit jaar gebouwd in een meer bij Kolkata, het vroegere Calcutta. De zonnepanelen liggen op drijvende, stevig verankerde platforms. Volgens de ontwerpers is het bijna onmogelijk dat de vlotten omslaan. Goedkoper Een zonne-eiland is volgens projectontwikkelaars goedkoper dan een park op land. Een bedrijf hoeft geen grond te kopen of te huren, en het bouwrijp maken van een meer is eenvoudiger. Bijkomend voordeel is dat het drijvende eiland ervoor zorgt dat er minder water uit het meer verdampt. In het droge klimaat betekent dat veel waterbesparing. Volgens de onderzoekers is er geen gevaar voor de flora en fauna. De opbrengst van de panelen is volgens de berekeningen hoger. Dat voordeel kan oplopen tot 16 procent. Tijdens de hete zomers in Kerala warmt de grond rond de zonneparken te veel op en verliezen ze rendement. Zonnepanelen boven water hebben daar nauwelijks last van. Als het Indiase zonneproject van 50 megawatt wordt gerealiseerd, verdrijft het zijn Japanse tegenhanger wat betreft grootte van de eerste plaats. De Japanse eiland telt 4500 panelen met een vermogen van 1,2 megawatt. Bron: The Economic Times, CleanTechnica | Foto: NHPC