Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 21 juni 2012, 11:12

Nieuwe auto’s stoten steeds minder CO2 uit

De CO2-uitstoot van nieuw verkochte auto’s in 2011 is omlaag gegaan met 3,3 procent (4,6 gram). Dit blijkt uit gegevens van het Milieuagentschap van de EU (EEA).

Co2 e1340269186225

Er zijn vorig jaar 12,8 miljoen auto’s verkocht in Europa, waarvan een auto gemiddeld 135,7 gram CO2 per kilometer uitstootte. In 2010 telde deze uitstoot 140,3 gram per kilometer.

Vooruitgang

De cijfers wijzen uit dat producenten hun best doen om aan de gestelde uitstooteisen te voldoen. De EU heeft dit jaar namelijk bepaald dat in 2015 alle nieuwe auto’s gemiddeld 130 gram per kilometer of minder moeten uitstoten.

Deze cijfers wijzen uit dat er vooruitgang is in het verbeteren van brandstof efficiëntie en het verminderen van CO2-uitstoot van nieuwe auto’sConnie Hedegaard, Europees Commissaris voor Klimaat

Als een auto producent in 2015 nog niet aan de eisen voldoet, staan hier sancties op. Voor elke extra gram CO2 boven het gemiddelde toegestane gewicht krijgt men een boete.

Nederlandse auto’s

Eerdere cijfers van de EEA wezen uit dat de vermindering in gemiddelde uitstoot is te danken aan verbeterde technologie, en een verandering in koopgedrag dat leidt naar het kopen van zuinigere auto’s door een stijging van de olieprijzen.

De nieuwe auto’s die in Nederland verkocht worden voldeden al in 2010 aan de uitstooteisen van 2015. De geregistreerde auto’s in dat jaar stootten gemiddeld 129 gram CO2 per kilometer uit. Dit komt ondermeer doordat de overheid door een reeks maatregelen de verkoop van zuinige auto’s stimuleert.

Bron: Businessgreen.com

Foto: Flickr.com, Nathan E Photography

'Duurzaamheid is ons strategisch business plan' (Anniek Mauser, Unilever)

sch business plan geworden.” “We kijken naar de hele keten, naar alle producten en naar alle landen,” zegt Mauser, Directeur Duurzaamheid bij Unilever Benelux. Mauser heeft het over Unilevers Sustainable Living Plan, de in 2010 gelanceerde duurzaamheidsstrategie van de multinational. Het plan is ambitieus. Unilever wil haar omzet verdubbelen. Daarnaast  wil zij tegen 2020 haar CO2-uitstoot, watergebruik en afval halveren en moeten alle landbouwgrondstoffen volledig uit duurzame landbouw afkomstig zijn. Verder wil Unilever tegen 2020 meer dan een miljard mensen helpen om hun gewoonten op het gebied van hygiene te verbeteren. In de keten Die doelen gelden dus voor de gehele keten.  Dat is uniek voor een duurzaamheidsstrategie. Kort door de bocht: Unilever wil niet alleen haar eigen milieu-impact halveren, maar ook de die van leveranciers en consumenten. “In 2009 hebben we onze gehele keten onder de loep genomen,” zegt Mauser die sinds 2002 bij Unilever werkt. Daarvoor promoveerde ze op het managen van duurzaamheid in het bedrijfsleven. “Dat was een eye-opener. Het bleek dat 68 procent van de uitstoot van broeikasgassen in onze waardeketen bij de consument ligt.” Dat zit vooral in het verwarmen van water voor wassen en schoonmaken. Onze eye-opener: 68 procent van de uitstoot van broeikasgassen ligt bij de consument. De verantwoordelijkheid nemen voor de gehele keten betekent nogal wat. In 2011 boekte Unilever €46 mrd omzet en verkocht het producten in meer dan 190 landen. “Een op de drie huishoudens wereldwijd gebruikt een Unilever wasmiddel.” De lange termijn De eerste concrete stappen van Unilever zaten echter aan het begin van de keten. “We gebruiken 3 procent van alle palmolie in de wereld. Dat is veel. De productie van palmolie kampt met veel problemen, waaronder ontbossing. Daarom zijn wij in 1997 al gestart met een duurzaam palmolieprogramma. Vijf jaar geleden hebben we als doel gesteld om in 2015 over te zijn gestapt op 100 procent duurzame palmolie. Dat hebben we net drie jaar naar voren gehaald.” Een belangrijke achterliggende stap hiervoor was de verandering van kortetermijndenken naar langetermijndenken. “Met het aantreden van Paul Polman als CEO is duurzaamheid echt op een hoger niveau komen te staan. Een van de eerste beslissingen die hij nam is om geen kwartaalcijfers meer te publiceren.” Het is geen filantropie. Het is een combinatie van visie en moed. Om als leverancier van, bijvoorbeeld, palmolie duurzaam te produceren zijn investeringen nodig. De zekerheid dat een klant als Unilever langere tijd afneemt is dan noodzakelijk. “Wij geven ze die zekerheid.” “Het is geen filantropie,” benadrukt Mauser, “het is een combinatie van visie en moed. De helft van onze business zit in opkomende markten. Als alle mensen uit landen als Brazilië en India op het niveau zouden leven van Europa dan hebben we 3,5 aarde nodig. Dat is onhoudbaar. Het is nu al onhoudbaar.” Little me moment Daarom is het ook zo belangrijk om te kijken naar de 68 procent van de milieu-impact die bij de consument zit. Unilever doet dat onder meer door te investeren in R&D: het ontwikkelen van innovatieve, duurzame producten. Een voorbeeld: geconcentreerde wasmiddelen kunnen in kleinere verpakkingen, waarvoor minder plastic nodig is en minder transportbewegingen. Ze wassen ook nog eens op lagere temperaturen schoon. Douchen is het ‘little me moment’ voor de consument. Kom daar maar eens aan. Dit is absoluut onze grootste uitdaging. Die nieuwe producten helpen. “Maar we bereiken onze doelen niet als we geen gedragsverandering weten te bewerkstelligen. Daarvoor bundelen we nu onze krachten met het Wereld Natuur Fonds.” Mauser is hoopvol. “Het is soms gelukt, kijk naar roken. Twintig jaar geleden mocht je nog roken in het vliegtuig. Maar douchen is het ‘little me moment’ voor de consument. Kom daar maar eens aan. Dit is absoluut onze grootste uitdaging." Strategisch business plan “Dat is Anniek Mauser,” wordt er gefluisterd op de gang. Naast CEO Polman is ook de chef duurzaamheid een bekendheid binnen Unilever. De duurzaamheidsstrategie lijkt zich voorlopig uit te betalen. In 2011 steeg de omzet van Unilever met 5 procent naar €46,5 mrd. Vooral in opkomende markten boekte het bedrijf een sterk resultaat, daar groeide de verkopen met 11,5 procent.  “Dat is Anniek Mauser,” wordt er gefluisterd op de gang. “We vinden het opmerkelijk dat duurzaam toch nog vaak wordt gezien als duur. Het leidt vaak tot directe kostenreductie, minder water, energie en afval. Soms is een investering vereist, maar deze betaalt zich terug. Je moet wel bereid zijn rekening te houden met soms langere terugverdientijden.” Is er een relatie tussen de goede financiële resultaten en het Sustainable Living Plan? “Ja, die is er zeker. We zien dat onze merken die duurzaamheid al echt verankerd hebben, zoals Lifebuoy zeep, Lipton thee en onze wasmiddelencategorie, het hardst groeien. Het Plan is niet meer een duurzaamheidsplan, zoals Paul Polman tijdens de recente aandeelhoudersvergadering aangaf. Het is ons strategisch business plan geworden.” Foto: Phil Beard