Teun Schröder
22 november 2023, 11:00

Nieuwe elektrisch aangedreven vrachtwagentrailer zorgt voor flinke brandstofbesparing

Het Amerikaanse Range Energy heeft een elektrische trailer ontwikkeld die aangesloten kan worden op allerlei soorten vrachtwagens. Wanneer de oplegger wordt vastgemaakt aan een dieseltruck, zorgt deze voor een brandstofbesparing van ruim een derde. De innovatie is een tussenstap in de overgang naar volledig schoon vervoer.

Range Energy De trailer van Range Energy kan aangesloten worden op verschillende soorten vrachtwagens. | Credits: Range Energy

Hoewel er gestaag steeds meer elektrische vrachtwagens bij komen, moet er nog een hoop gebeuren om het zware wegtransport te verduurzamen. Zo heeft de Europese Commissie de ambitie uitgesproken om in 2030 minimaal 400.000 e-trucks rond te hebben rijden in Europa. Maar elektrische vrachtwagens zijn kostbaar en over de echt lange afstanden zal het bereik van de meeste accu’s nog ontoereikend zijn.

Trailer met batterij

Om de transportsector op weg te helpen naar schonere vrachtwagens komt Range Energy daarom met een oplossing. Ze ontwikkelde een 16 meter lange oplegger, voorzien van een batterij van 200 kilowattuur. Deze oplegger kan op zowel elektrische, als dieseltrucks worden aangesloten, zonder dat er aanpassingen aan de vrachtwagen zelf nodig zijn.

Besparing van 36,3 procent

De oplegger maakt gebruik van een slimme ‘kingpin’, de koppeling tussen een oplegger en een trekker. Trekt een vrachtwagen aan deze kingpin, dan komt de elektromotor van de trailer tot leven en wordt de oplegger door de batterij aangedreven. En als de vrachtwagen remt, dan wordt deze energie teruggevoerd aan het batterijsysteem.

Range Energy liet onlangs tests uitvoeren
met een 26.760 kilo zware truck op een weg van 41 kilometer. Uit de resultaten bleek dat een dieseltruck uitgerust met deze trailer 36,3 procent minder brandstof verbruikt.

Trailer opladen

Net als alle accu’s heeft Range Energy ook te maken met bereikcapaciteit. Het bedrijf schat dat een brandstofbesparing van 40 procent mogelijk is bij afstanden tot 200 kilometer. Daarna moet de trailer opgeladen worden. Doet een vrachtwagen meer steden – en dus oplaadmogelijkheden aan – dan loopt de brandstofbesparing op tot 48 procent. Bij een standaardlaadpaal duurt het opladen ruim 10 uur, maar bij een 350 kilowatt snellader kan dat al in 45 minuten.

Beter dan standaard trailer

Op het eerste oog lijkt een vrachtwagen uitgerust met deze trailer dus vooral veel te winnen in gebieden waar de afstanden tussen bestemmingen niet al te lang zijn. Tegelijkertijd claimt Range Energy dat hun trailer ook na 200 kilometer nog steeds efficiënter is dan normale opleggers. Doordat de trailer ook energie genereert als de vrachtwagen remt, verwacht het bedrijf alsnog een brandstofbesparing van 10 tot 15 procent.

Als handige bonus heeft Range Energy ook een ‘boodschappenkar-modus’ toegevoegd. Door de elektrische aandrijving is het mogelijk om een loodzware trailer met de hand naar zijn bestemming te duwen. Handig voor die laatste meters op een krappe parkeerplek.

Brandstof besparen

Met de gemeten brandstofbesparing lijkt de Range Energy in ieder geval een goede innovatie om CO2-uitstoot bij transport te verminderen. Of de aanschaf van een trailer van Range Energy ook goed is voor de portemonnee moet nog blijken. Vooralsnog heeft het bedrijf nog geen verkoopprijs bekend gemaakt. Wel is te redeneren dat de aanschaf van een Range-trailer aantrekkelijker wordt als er veel wegkilometers worden gemaakt. Op de lange termijn kan zo veel brandstof bespaard worden.

Range Energy is al begonnen met de levering van de eerste trailers. Eind 2024 hoopt het bedrijf massaproductie te starten.

Lees ook:

Worstenmaker Samuel Levie (Brandt & Levie): 'De gemiddelde Nederlander schrikt ook van beelden van gangbare slachterijen'

Na zijn studie politicologie richtte Samuel Levie met twee vrienden worstmakerij Brandt & Levie op. Het doel van de onderneming was tweeledig: de lekkerste worst van Nederland maken en de vleesindustrie van binnenuit veranderen door zo duurzaam en diervriendelijk mogelijk te produceren. Met name over die tweede ambitie krijgt Levie de laatste tijd steeds meer vragen: gaat zijn werk nog wel samen met alles wat we op dit moment over vlees eten weten? In Worstelingen is Levie zelfkritisch en hoopt hij een genuanceerde bijdrage te leveren aan het vleesdebat. Waarom werd het tijd voor een boek? “Het is natuurlijk een onderwerp waar ik al heel lang mee bezig ben. Toen we dertien jaar geleden met Brandt & Levie begonnen, hadden we al door dat je bij vlees – meer dan bij andere voedingsmiddelen – moet nadenken over hoe je het produceert. De reden dat we ons bedrijf begonnen was juist omdat we verandering teweeg wilden brengen in de vleesindustrie. Ik vind dat we kritisch naar ons eigen bedrijf moeten blijven kijken. Daarbij is de maatschappij de laatste jaren ook kritischer geworden. Het debat lijkt gepolariseerd, terwijl de milieuproblematiek steeds groter wordt. De wil om deze aspecten te onderzoeken was er al langer, nu is het moment ook daadwerkelijk daar.” Iedereen op straat lijkt tegenwoordig flexitariër, maar de vleesconsumptie blijft de afgelopen jaren min of meer gelijk. Hoe kan dit? “Zo’n 50 procent van Nederland zegt flexitariër te zijn. En om me heen zie ik steeds meer mensen die vegetariër of vegan zijn geworden. Toch, als je naar de cijfers kijkt die de Universiteit van Wageningen jaarlijks publiceert, verandert er eigenlijk nauwelijks iets aan onze vleesconsumptie. Zo’n 96 procent van de Nederlanders eet vlees, gemiddeld zes keer per week, 100 gram per dag. Daar schrik ik van. Desondanks lijkt de bewustwording rond de schadelijke gevolgen van vleesconsumptie wel groter geworden. Maar dat omzetten naar praktisch handelen vinden we lastig.” Waar liggen volgens jou grote kansen om onze honger naar vlees te minderen? “Er is enorm veel te winnen als het meer vleeseters lukt hun ambities kracht bij te zetten. Als we een grote groep kunnen aanzetten om geen zes, maar vijf dagen vlees te eten, en het lukt om hun porties te verkleinen van 100 naar 70 gram, dan hakken we in een keer 42 procent van de vleesconsumptie weg. Die boodschap van matigen werkt ook veel beter dan de boodschap: ‘je mag geen vlees meer eten.’ Daarbij blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat die boodschap van matiging beter aankomt van iemand die zelf een vleesliefhebber is, dan wanneer deze komt van veganist of vegetariër.” Welke rol speelt de overheid hierin? “We kunnen de verantwoordelijkheid niet volledig leggen bij de consument. Veel mensen willen namelijk wel minderen, maar het lukt ze niet. Als de hele klas een onvoldoende haalt, kun je je ook afvragen of dat niet aan de school ligt, in plaats van de leerlingen. Dus ergens ligt er ook een verantwoordelijkheid bij de overheid. Tegelijkertijd worden mensen ontzettend kriegelig van een overheid die ze vertelt wat ze moeten doen. Je moet als overheid dus heel goed nadenken hoe je zo’n boodschap overbrengt.” Je beschrijft in je boek hoe vlees vaak wordt geassocieerd met een feestmaal, zoals kerst of Thanksgiving. Hoe doorbreken we dat? “Ik vraag me af of we dat wel moeten willen doorbreken. Mijn vader vond het ook ingewikkeld toen ik besloot met kerst geen vlees te serveren. ‘Vlees is feest’, zullen veel mensen denken. Eigenlijk vind ik het problematischer dat vlees iets alledaags is geworden. Dat zouden we moeten doorbreken. Laat vlees juist iets zijn voor de feestelijke momenten. We moeten eerder zorgen dat we afkomen van gedachteloos vlees eten, zoals die hamburger die je eet naast snelweg. Bovendien liggen de emoties veel hoger als je vlees ‘probeert af te pakken’ van feestelijke momenten.” Een ander probleem dat je aan de kaak stelt is dat in de moderne tijd de slacht te ver af ligt van de consument. De klant ziet alleen vlees in de verpakking. Is het een idee om met basisscholen langs een slachterij te gaan om te laten zien wat daar gebeurt? “Persoonlijk zou ik daar niet tegen zijn. Al denk ik niet dat veel ouders het met me eens zijn. Tegenwoordig vinden we slachten eng. We kijken ervan weg. Dat maakt vlees eten makkelijker. Elk jaar lekken er wel beelden van excessen in slachterijen. Maar ik denk dat de gemiddelde Nederlander ook schrikt van beelden van een gangbare slachterij. Om kinderen van basisschoolleeftijd dit te laten zien gaat misschien wat ver. Maar ergens zou het wel goed zijn voor mensen om op een bepaald moment in hun leven dit te zien. Misschien al wel op de middelbare school.” Je geeft aan met Brandt & Levie ook bezig te zijn met de ontwikkeling van een vegetarische worst. Welke uitdagingen kom je hierin tegen? “We hebben het hier al jaren over. We richten ons op beter vlees, maar zouden het fantastisch vinden om daar een vegetarische worst aan toe te voegen. Maar dit is niet gemakkelijk. De uitdaging zit ‘m natuurlijk in de smaak en textuur. En het afbreukrisico is groot, omdat mensen de vegaworst gaan vergelijken met een echte. We zijn nog niet helemaal klaar, maar we hebben nu wel een vegaworst op de plank; een knakworst. Veel lekkerder dan wat er op dit moment te verkrijgen is. We gaan ‘m nog finetunen. En dan willen we deze begin volgend jaar lanceren.” Welke andere duurzame stappen hoop je de komende jaren met Brandt & Levie te zetten? “We willen in ieder geval onderzoeken hoe we dieren meer kunnen voeren met reststromen. Voor biologisch vlees is dat nog best ingewikkeld, omdat je die dieren niet zomaar reststromen mag voeren en biologische reststromen niet ruim voorradig zijn. Maar hoe meer reststromen je als voeding kunt gebruiken, hoe kleiner de milieu-impact van vlees wordt. Verder zie ik ook echt wel een rol voor ons om meer mensen te bereiken met het verhaal van duurzaam vlees. In alle opzichten eten we op dit moment teveel vlees; voor onze gezondheid, de planeet en dierenwelzijn. Maar het boek heeft me wel doen inzien dat vlees eten ook in de toekomst onderdeel kan zijn van een duurzaam dieet. De wereld kent graslanden die alleen geschikt zijn voor dieren om op te grazen en er zit veel potentie in dubbeldoel dieren. Maar die grootschaligheid die we nu hebben, dat moet anders.” Wat zou je mensen adviseren die wel minder vlees willen eten, maar dat niet voor elkaar krijgen? “Voor mezelf werkt het om iets strenger te zijn dan enkel zeggen dat je flexitariër bent. Vraag jezelf af op welke momenten je echt van vlees geniet, en op welke momenten je het gemakkelijk kunt vervangen. Voor mezelf betekent dit dat ik ben gestopt met doordeweeks vlees eten. In het weekend vind ik het leuk om uitgebreid te koken en geniet ik van vlees. Door zo’n regel hoef je er niet elke keer meer over na te denken. Het belangrijkste is een regel te bedenken die voor jezelf werkt. Er is geen one-size-fits-all oplossing. Dus al spreek je af om twee of een dag geen vlees te eten, dan blijft dat een vooruitgang. En bedenk een regel die haalbaar is. Dat voorkomt teleurstellingen. Wees dus creatief met regels. Maar maak wel regels.” Lees ook: In Leiden wordt hard gewerkt aan kweekvlees Voedselproductie van land naar lab scheelt twee derde van de CO2-uitstoot Duurzame melkveebedrijven doen het economisch beter, blijkt uit onderzoek