Bas Joosse 07 november 2018, 09:28

Nikola brengt ‘Europese’ waterstoftruck op de markt

De Nikola Motor Company breidt het portfolio vrachtwagens op waterstof verder uit met de Nikola Tre. De derde truck wordt speciaal ontwikkeld voor de Europese markt.

Nikola tre1 waterstof

“Dit wordt de eerste Europese emissievrije vrachtwagen die afgeleverd wordt met redundante remmen,  stuurinrichting, batterijen van 800 volt en een brandstofcel”, stelt Trevor Milton, oprichter en CEO van het bedrijf.

Voor de truck op de Europese wegen rijdt, duurt het nog wel even. De eerste Europese tests moeten in 2020 plaatsvinden in Noorwegen; de productie start rond 2022. Naast Europa wordt de truck op waterstof ook leverbaar in Azië en Australië.

Actieradius van 1200 kilometer

De nieuwe truck, Tre genaamd, krijgt een motor met een vermogen tussen vijfhonderd en duizend pk’s en krijgt een actieradius van 500 tot 1.200 kilometer, afhankelijk van de gekozen opties. De wagen komt op de markt met twee verschillende chassis; 6×4 en 6×2. Het voertuig moet in staat zijn om binnen twintig minuten volledig bijgetankt te zijn.

Europees uiterlijk

De Tre is de derde telg in de Nikola-lijn en lijkt nog het meeste op een normale Europese truck. Waar de One futuristisch aandoet en ook de Two meer weg heeft van een Amerikaanse vrachtwagen, heeft de Tre een platte vorm en lijkt hij op de grotere modellen van fabrikanten als Scania, Mercedes of DAF. Hoeveel geld potentiële klanten moeten neerleggen voor de waterstoftrucks, is nog niet bekend.

Tankstations voor waterstof

Nikola bouwt op dit moment met het Noorse bedrijf Nel in de Verenigde Staten en Canada eigen waterstoftankstations om ervoor te zorgen dat de trucks goed de weg op kunnen. Over tien jaar moeten er meer dan 700 tankstations zijn.

Nel mag ook in Europa aan de slag voor Nikola. “Nel doet goed werk voor het design en uitvoering van onze stations in de VS. We zullen met hen ook kijken naar de groeistrategie in Europa”, zegt CFO Kim Brady van de truckbouwer. De energie die nodig is om de waterstof te produceren, wordt opgewekt via zonneparken.

Eigen fabriek

Naast de nieuwe truck wil het bedrijf ook een productiefabriek in Europa opzetten. Naar een geschikte locatie wordt nog gezocht.

Bron en foto: Nikola

Inside/Inside platform vergelijkt de milieu-impact van producten en materialen

Non-profit netwerkorganisatie Dutch Green Building Council (DGBC), Ex Interiors en NIBE zijn de initiatiefnemers van het Inside/Inside project. De organisaties missen al jaren de milieu-impact van het interieur in discussies over de duurzaamheid van gebouwen. “Bij de beoordeling van gebouwen wordt alleen naar het gebouw en de installaties gekeken maar het interieur en andere losse elementen vallen daar momenteel buiten”, vertelt Remy Heijer, projectmanager Inside/Inside van DGBC.Onafhankelijke tool voor duurzaam interieurDe oplossing is een open source platform dat de duurzaamheid en circulariteit van producten en materialen inzichtelijk maakt. Europese milieuproductverklaringen geven de complete levenscyclusanalyse van een product weer. Door deze informatie in een openbare database beschikbaar te maken kunnen ontwerpers beter overwogen duurzame keuzes maken. Zes founding partners, waaronder Interface en DSM, zijn bij de ontwikkeling van het platform betrokken geweest.'Het platform is een soort webshop maar in plaats van aanschafkosten wordt de milieu-impact getoond'Er zijn ook negen launching partners, waaronder Dataflex en Tarkett, en kennispartners bij het platform aangehaakt. Daardoor kan het platform van start gaan met 15 bedrijven die een deel van hun portfolio in de database zet. “In principe hoeven dit niet alleen maar duurzame producten te zijn. Het gaat om het inzicht”, verduidelijkt Heijer.Inzicht in de productieketen met Inside/InsideMeerdere partijen keken sinds de aankondiging van het project eerder dit jaar al uit naar de lancering. “Vooral vanuit overheden en architecten kreeg ik wel dagelijks een vraag over wanneer het platform live ging”, zegt Heijer. Nu het platform gelanceerd is zijn er meer bedrijven nodig die hun producten op het platform willen zetten.“We hebben ervoor gekozen om met een beperkte database online te gaan zodat het tastbaar wordt. Ontwerpers kunnen er al direct mee aan de slag terwijl we hopen dat zoveel mogelijk andere producenten en leveranciers zich bij ons aansluiten.”De bedrijven die meedoen hebben de kans om de milieubelasting van hun producten te bepalen. Het voordeel daarvan is dat zij ook zelf inzicht krijgen in hun productieketen en waar nodig verbeteringen kunnen doorvoeren. In totaal worden er zeven aspecten beoordeeld waaronder grondstoffen, productie en transport. Deze gegevens worden samengevoegd tot een waarde in euro’s. Deze prijs vertegenwoordigt de investering die men moet doen om de negatieve gevolgen op het milieu teniet te doen.Een webshop met milieu-impact“Eigenlijk kan je het platform als een soort webshop zien. Maar in plaats van informatie over de aanschafkosten te geven is de milieu-impact te zien”, illustreert Heijer. Met deze informatie kunnen interieurelementen met elkaar vergeleken worden. “Het wordt bijvoorbeeld mogelijk om een houten vloer met een PVC-vloer te vergelijken. Hetzelfde geldt voor producten van gerecyclede PET-flessen of producten die lokaal geproduceerd zijn. Dat zijn goede eigenschappen, maar nu kan de totale milieu-impact van deze producten met andere producten vergeleken worden”, legt Heijer uit.'Voor de klant wordt Inside/Inside een hele fijne bibliotheek'Naast de producten zijn er ook een aantal basisprofielen, zoals een standaard houten profiel of een standaard vloer, in de database opgenomen. “Dat maakt het mogelijk om ook in een bestaande situatie de milieu-impact van een bijvoorbeeld een vloer mee te rekenen”, legt Heijer uit.Het kost fabrikanten en leveranciers € 2.500 per jaar om vijf producten in de database op te nemen. Dat wordt niet alleen in termen van duurzaamheid terugverdiend.  “In ruil voor de bijdrage worden de producten geëtaleerd en hebben zij dus een marketingwaarde.” Het is niet de bedoeling dat het project winst gaat maken. Heijer verzekert dat alle verdiensten weer in het platform worden geïnvesteerd.Duurzame interieurs ontwerpenLieke Willems, concept designer bij Interface verwacht dat het platform een belangrijke rol gaat spelen voor interieurarchitecten, facilitaire medewerkers en ontwikkelaars. Het is Willems’ taak om naar klanten te gaan om hen te inspireren en hun concepten te vertalen. Bij deze bezoeken komt ook duurzaamheid steeds meer ter sprake.'Een inspirerend circulair interieur met een zo laag mogelijke footprint. Wie kan daar nu op tegen zijn?'“Voor de klant wordt Inside/Inside een hele fijne bibliotheek. Het is heel handig als zij straks niet meer eindeloos het internet hoeven af te struinen voor details maar hun antwoorden op een uitgebreid platform kunnen vinden”, verwacht Willems. “Nu worden er vaak appels met peren vergeleken. Dat is ook de reden dat we bij Interface niet met allerlei labels meedoen. Maar met de milieuproductverklaringen is het mogelijk om alles op een hele eerlijke manier met elkaar te vergelijken en daar je keuze op te baseren.”Interieur met een lage footprintOok Geanne van Arkel, duurzaamheidsmanager bij Interface is laaiend enthousiast over het project. “Ik verbaasde me altijd dat het bij duurzame gebouwen vaak uitsluitend over het gebouw gaat. Natuurlijk hebben deze een relatief hoge impact maar deze gebouwen gaan ook langer mee. Een interieur daarentegen wordt over het algemeen meerdere keren vervangen.”Interface is al sinds het begin bij het Inside/Inside project betrokken. “Het past bij onze duurzaamheidsvisie. Wij willen graag duurzame en circulaire oplossingen aanleveren maar wij zijn ook maar een stukje van de hele puzzel.” Het samenvoegen van alle stukjes in het nieuwe platform kan volgens Van Arkel veel opleveren voor het klimaat en de circulaire economie maar ook voor de gezondheid van mensen. Het wordt ontwerpers zo makkelijk mogelijk gemaakt om een inspirerend circulair interieur met een zo laag mogelijke footprint te ontwerpen. Een interieur dat bijdraagt aan een beter binnenklimaat en  goed is voor mens en milieu. Wie kan daar nu op tegen zijn?”Foto: Adobe Stock