Teun Schröder
09 februari 2022, 11:12

250 extra waterstoftankstations in Europa

Het Amerikaanse energiebedrijf Phillips 66 en het Zwitserse H2 Energy gaan samen 250 waterstoftankstations plaatsen in Europa. De twee bedrijven richten een joint venture op en willen in 2026 alle stations operationeel hebben.

Waterstofinstallatie Duitsland Waterstof is een duurzaam alternatief voor zwaar-transport. Maar daarvoor is wel eerst een netwerk van laadpunten nodig. | Credits: Adobe Stock

De 250 tankstations worden geplaatst in Duitsland, Oostenrijk en Denemarken. In Europa heeft Phillips al meer dan 1.000 fossiele brandstoftankstations onder de naam Jet. Waarschijnlijk worden de nieuwe waterstoftankstations voor een groot deel op de bestaande locaties geplaatst.

De Europese waterstofmarkt moet nog opkomen. Een Duits veilingbedrijf wil hier nu vaart achter zetten.

Waterstofvrachtwagen

Met de joint venture hopen de twee bedrijven waterstofaanbod, laadinfrastructuur en waterstofvoertuigen samen te brengen. H2 Energy investeerde al eerder in Hyundai Hydrogen Mobility. Deze partij wil met nieuwe waterstofvrachtwagens zwaar-transport in Europa verduurzamen. Verder is H2 Energy verantwoordelijk voor de productie van waterstof en de technologie om tanks te vullen.

Hyundai wil zelf ook waterstof produceren met een bijzondere grondstof: plastic afval.

Groene waterstof

Philips 66 en H2 Energy hebben ook ambities voor groene waterstof; waterstof geproduceerd met hernieuwbare energie als zon en wind. H2 Energy heeft onlangs de bouw aangekondigd van een elektrolyse-installatie van 1 gigawatt in Denemarken. Naar verwachting gaat deze fabriek jaarlijks 90.000 ton groene waterstof produceren uit offshore wind. In een volgetankte vrachtwagen gaat zo’n 30 kilo waterstof.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

“Future Ready ís de nieuwe norm voor een duurzame toekomst”

Het doel van Future Ready is duurzame kennis als een olievlek te verspreiden over de techniek in de gebouwde omgeving. Electrical Engineer en projectleider Boudewijn de Mooij: “Het is heel simpel: als engineers zijn we onderdeel van de keten. Wij kunnen heel praktisch helpen bij het creëren van een duurzame en dus mooiere wereld. En dat kunnen we delen met alle partners waar we mee samenwerken.” Voor Bartels, Flood Risk Consultant en Hydrogeologist bij WSP, staat het als een paal boven water. Met alle kennis die er is bij WSP – waar wereldwijd 55.000 mensen werken – kan het bureau een grote slag maken om innovaties toe te passen. Het team Future Ready Het programma Future Ready (“noem het eerder een mindset”, zegt Bartels), wordt wereldwijd uitgerold door in de landen waar WSP werkzaam is, medewerkers te benoemen tot zogeheten ambassadeurs. Zij zorgen dat de kennis en het duurzame denken onderdeel wordt van de interne en externe dagelijkse gang van zaken. In Nederland vormen ze met vijftien collega’s een team, waarmee ze maandelijks een vergadering hebben om te bespreken hoe ze die slag kunnen maken. Duurzame oplossing boven de norm De bedoeling is dat de duurzame kennis overal doordringt. Maar omdat het geen project is met keiharde doelstellingen, is dat nog wel eens lastig. Want wanneer is het geslaagd? Wat is de beste manier? Bartels noemt het voorbeeld van dijkversterkingen, waar WSP mee bezig is. Een Future Ready project, want absoluut toekomstgericht. Dijken moeten op de lange termijn bescherming bieden, zeker in het licht van de onheilspellende voorspellingen dat het water zal stijgen. Maar: is het inderdaad de oplossing om dijken te versterken door ze te verhogen? Of zijn er duurzamere oplossingen, ook voor de bewoners rondom die dijken? En moet er niet nog verder worden doorgedacht over het nut? Want is de uiteindelijke oplossing niet om rivieren hun gang te laten gaan, en woningen te verplaatsen naar het oosten van het land? Dat is controversieel, maar buiten de gebaande paden denken helpt om op alle niveaus mensen bij de belangrijkste uitdaging te betrekken: kijk eens verder dan de norm en betrek de duurzame oplossingen bij de technische en innovatieve uitvoeringen. Stem van het volk En hierbij hebben we de kern van het programma te pakken. Het lastigste is namelijk, zeggen deze twee ambassadeurs, om mensen anders te laten denken, om echt hun mindset te veranderen. Bartels: “Het is lastig, maar van groot belang dat collega’s toekomstgericht denken in de aanbiedingen opnemen en dat het overal in de uitvoering verweven wordt.” Hij probeert zelf zoveel mogelijk mensen te inspireren door ook les te geven, om bij de jongeren het zaadje vast te planten. “In de civiele techniek reikt duurzaamheid verder dan het berekenen van een sommetje. Het is belangrijk dat je kijkt naar het grotere geheel en daarbij ook naar de integrale oplossingen.” Als we teruggaan naar de dijkversterking als voorbeeld, ziet De Mooij hoe de stem van de mensen uit de omgeving steeds belangrijker wordt. Juist ook omdat in Nederland weinig ruimte is en we het samen moeten oplossen. “Je kunt als technicus of engineer niet zomaar een oplossing over de schutting gooien. Alle stemmen moeten op tijd worden meegenomen in het technisch proces.” Bartels is hiervoor met een proef bezig door met een student de omgevingsaspecten (zoals huizen, kabels, leidingen, bomen, bewonerswensen) van het begin van het project mee te nemen in het technisch spoor. “Zodat je ziet waar knelpunten zitten. We kunnen dan vooraf nadenken over vraagstukken die bij alle partijen spelen in plaats van de mensen erna te overtuigen.” De Mooij vult hem aan: “De investering is dan aan de voorkant misschien zwaarder voor nu, maar op de lange termijn is de duurzame impact enorm.” Waar terugverdienen nog economisch is Bartels en De Mooij zijn nu vooral intern bezig om de mensen mee te krijgen in brainstormsessies. Daar worden hun collega’s uitgedaagd: wat zou je kunnen bedenken als alles mogelijk was? Wat betekent een duurzame toekomst voor jouw project als je nu al impact wil maken? Daarnaast is er een toolbox ontwikkeld waarin onderwerpen en ontwikkelingen te vinden zijn die meegenomen kunnen worden bij de oplossingen van deze projecten. Bartels: “Het is de bedoeling dat mensen deze oplossingen oppakken en doornemen met opdrachtgevers.” Want ook daar is een uitdaging te vinden. Duurzame ingrepen scoren op veel zaken goed, behalve op de terugverdientijd. Bartels: “En dan vraag je wel wat van een opdrachtgever die daarin moet investeren. Zij rekenen nou eenmaal standaard in terugverdien modellen. Daar is onze hele economie op gebaseerd.” Norm overstijgend denken Een andere hobbel is de normering. De Mooij zag het met eigen ogen bij een project waar ondergrondse infrastructuur van leidingen werd aangepakt. “Volgens de normering moest er een bepaalde afstand zitten tussen de leidingen onder de grond. Als die normen konden worden losgelaten, zou meer infrastructuur bij elkaar in de buurt komen en zouden er minder maatregelen getroffen hoeven te worden.” Volgens de ambassadeurs zou het een goede ontwikkeling zijn als normeringen vaker worden losgelaten. Het kan kwalitatief meer opleveren als er per situatie en op maat gekeken wordt naar een oplossing. De Mooij: “Natuurlijk zijn normen er met een reden. Ze zijn er voor de veiligheid, dus je verandert ze niet zomaar. Maar inmiddels zien we dat de duurzame innovatie sneller gaat dan de normen die in het verleden zijn opgesteld. Dus de volgende stap is om daar een project overstijgend gesprek aan te gaan met klanten en met de leden van de normcommissies.” Investeer in een duurzaam imago Om deze stappen te zetten, is het belangrijk om kennis over innovaties, normeringen en duurzame oplossingen in huis te hebben. En dat is een investering voor bureaus als WSP. Bartels: “We investeren nu in ons bedrijf doordat we specialisten in huis hebben die hierover kunnen meedenken. En dat het goedkomt, als er iets nieuws wordt neergezet dat niet volgens de standaarden wordt gedaan.” Maar vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Dat weten zij ook. Bartels: “Een specialisme moet je zorgvuldig opbouwen en dat duurt een tijd. We zijn ook nog een nieuwe naam in Nederland. Maar we hebben het vuurtje nu aangestoken, dus ik ben optimistisch.” En als de normen strakker op de realiteit kunnen worden afgesteld en er norm overstijgend mag worden gedacht en gewerkt, als ook de lijntjes korter zijn met bijvoorbeeld een normcommissie om daarover te kunnen praten, dan zien ze de toekomst helemaal positief in. “Het zou fantastisch zijn als onze engineers de mogelijkheid krijgen om hun kennis te vergroten en vrijer kunnen denken”, zegt Boudewijn. “Dat ze niet steeds in een boekje hoeven te kijken, maar op hun vakmanschap worden beoordeeld. Dat ze vanuit hun kennis de beste oplossingen kunnen ontwerpen.” Bartels ziet het voor zich en heeft het eigenlijk in een korte zin in zijn hoofd: “Mijn droom is dat future ready de norm wordt! Dan kan het een vliegwiel worden.” Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.