Wilke Wittebrood
10 april 2026, 09:30

Pioneer van elektrisch vliegen Elysian test schaalmodel met succes: de echte 90-zitter komt daarmee een stap dichterbij

Tot voor kort bestond het elektrische passagiersvliegtuig van Elysian alleen nog op papier. Maar vorige week maakte het schaalmodel E9X zijn eerste ronde. Volgens co-ceo Daniel Rosen Jacobson markeert dat een cruciale mijlpaal.

Elysian elektrisch vliegen Testvlucht van Elysian. | Credits: Elysian

Het was een spannend moment voor Daniel Rosen Jacobson en Reynard de Vries, de co-ceo en chief engineer van luchtvaartstartup Elysian Aircraft. Vorige week ging het elektrische vliegtuig waar ze al vijf jaar aan werken, de lucht in. Een schaalmodel, welteverstaan.

Het toestel is dertien keer kleiner dan de batterij-aangedreven 90-zitter die de start-up bouwt: de E9X. Maar het werkt praktisch op dezelfde manier.

De testvlucht, bij het dronecentrum van het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum in Marknesse, duurde zo’n tien minuten. Het ging zoals gehoopt, zegt Rosen Jacobson. ‘Beter dan verwacht, zelfs. Zulke testen gaan vaak fout. Dus het eerste waarnaar we keken, tja, was of het toestel niet zou neerstorten.’

Dat gebeurde niet. De mini-E9X steeg op, vloog zijn rondjes, en landde keurig. ‘In eerste instantie vloog-ie wat wiebelig’, vertelt De Vries. ‘Dat komt omdat de staart relatief klein is, en dat hadden we voorspeld. Het toestel is voorzien van een zogeheten yaw damper, een stabilisator. Toen we die activeerden, vloog het vliegtuig direct stabiel door.’

Geen gewoon vliegtuig

Nu staat het vliegtuigje in de werkplaats van Elysian in Hoofddorp. Dat de E9X geen gewoon vliegtuig is, valt direct op. De vleugels, met een spanwijdte van vier meter, lijken bijna buitenproportioneel in verhouding tot de veel kleinere romp.

Dat komt omdat dáár de batterijen in zitten, wijst De Vries. In elke vleugel komen vijftien packs met lithium-ionbatterijen. Die drijven de propellers op de vleugels aan, zes in totaal. Het totale batterijpakket weegt naar schatting zo’n 35 ton, 40 tot 45 procent van het totale gewicht van het vliegtuig.

Naast het schaalmodel hangt een mock-up van een deel van de vleugel. Vier meter lang is het, en op ware grootte; de ondernemers kunnen er net onder staan. ‘Met deze opzet kunnen we testen of alle systemen in de praktijk passen en of ze bereikbaar zijn voor onderhoud’, zegt Rosen Jacobson, een helm op zijn hoofd. ‘Kijk, aan de linkerkant komen twee batterijpakketten en aan de rechterkant ook twee. Het middelste compartiment is gereserveerd voor de andere systemen, zoals de connectoren en koelcomponenten.’

Elysian zit nu een jaar op het Fokker-terrein in Hoofddorp, onder de rook van Schiphol. Naast de werkplaats heeft de startup hier ook het hoofdkantoor, met nog een extra lege verdieping die op niet al te lange termijn bij het bedrijf wordt getrokken. ‘We zijn echt snel gegroeid’, zegt De Vries. ‘De afgelopen maanden hebben we veel nieuwe mensen aangenomen, vooral ingenieurs. We zijn nu met een team van dertig.’

Chief engineer Reynard de Vries (links) en co-ceo Daniel Rosen Jacobson bij de mock-up van de vleugel. Foto Credit: Wilke Wittenbrood.

100 jaar Fokker-geschiedenis

Het is geen toeval dat Elysian in mei 2025 bij Fokker introk. De vader van Daniel Rosen Jacobson, wijlen Jaap Rosen Jacobson, nam met zijn investeringsmaatschappij Panta na het faillissement van de vliegtuigbouwer in 1996 diverse onderdelen uit de boedel over. Waaronder twee onderhoudsbedrijven, voortgekomen uit Fokker Services, maar ook het intellectuele eigendom: historische tekeningen en data van honderd jaar Fokker-geschiedenis.

‘Dat staat allemaal hier opgeslagen’, zegt zijn zoon, wijzend op de meters aan archiefkasten in de loods. ‘Die data gebruiken wij om computermodellen te kalibreren.’

Met Fokker Next Gen wilde Rosen Jacobson senior de traditie van Fokker voortzetten en nieuwe vliegtuigen in Nederland bouwen, zoals een toestel op waterstof. Elysian Aircraft staat daar los van, benadrukt Rosen Jacobson junior – samen met De Vries en luchtvaartingenieur Rob Wolleswinkel deed hij eigen onderzoek naar toestellen die niet op waterstof, maar op batterijen konden vliegen.

Daarvan werd altijd gezegd dat het onmogelijk was. In elk geval voor langere afstanden en voor grotere groepen passagiers. Rob toonde aan dat het wél kon – niet door een bestaand toestel te elektrificeren, maar door een volledig nieuw ontwerp te maken.’

 

Foto Credit: Elysian

Bij de start haalde het bedrijf 10 miljoen dollar op, omgerekend ongeveer 9,1 miljoen euro, in een ronde geleid door Panta Holdings en de Franse investeerder Caravelle (inmiddels opererend als Clipper Group). Recent zijn daar nieuwe private investeerders uit Nederland en Zweden bijgekomen, waarmee de teller op 12,5 miljoen euro komt.

Het is een voorschot op de Series A-ronde waaraan het bedrijf werkt. Daarnaast ontving de startup via het programma Hydrogen Aircraft Powertrain and Storage Systems (HAPSS) een subsidie van 5 miljoen euro.

Met dat geld werkt Elysian aan een toestel dat plaats biedt aan 88 tot 100 passagiers en een bereik heeft van 750 kilometer. ‘Dat was eerder 800 kilometer’, zegt De Vries. ‘We zijn iets conservatiever geworden in onze berekeningen.’

Nadenken over randvoorwaarden

In 2030 moet het eerste prototype op ware grootte klaar zijn, dertien keer groter dan het model in de loods dus, en midden jaren 30 moet het toestel op de markt komen. Naar schatting is 300 tot 400 miljoen euro nodig om het punt van industrialisatie te bereiken.

Dat dat lang duurt, is logisch. Het certificeren van een nieuw type vliegtuig duurt jaren, want veiligheid staat immers voorop. Extra complicerende factor is het feit dat batterij-aangedreven passagiersvliegtuigen alleen nog op papier bestaan, en autoriteiten als de European Union Aviation Safety Agency (EASA) er nog specifieke certificeringseisen voor moeten opstellen.

De vraag is ook, zei Rosen Jacobson eerder tegen MT/Sprout, of deze instanties in staat zijn om snel genoeg mee te bewegen. ‘Eigenlijk moet iedereen – de overheid en alle andere betrokken stakeholders – nu al nadenken over de randvoorwaarden die nodig zijn om over tien tot vijftien jaar op grote schaal elektrisch te kunnen vliegen.’

Technologie van de toekomst

Los daarvan is de technologie nog niet zover. V0or een vliegafstand van 750 kilometer gaat Elysian uit van een energiedichtheid van 400 wattuur per kilogram, met batterijcellen die per kilogram gewicht 160 wattuur aan energie kunnen opslaan en leveren. De huidige batterijen leveren 300 wattuur per kilogram.

‘Met de technologie van vandaag kunnen we ongeveer 600 kilometer vliegen’, zegt De Vries. ‘Het lastige is dat we een inschatting moeten maken van de beschikbare technologie rond het moment van marktintroductie, en de ontwikkelingen gaan iets langzamer dan we in eerste instantie dachten. Onze vliegtuigen zullen ook altijd met iets oudere batterijtechnologie vliegen, want we kunnen niet tot het laatste moment dingen aanpassen.’

Ook de levensduur van de accu’s is een uitdaging. ‘In het lab worden al testen gedaan met cellen met een energiedichtheid van 500 wattuur per kilogram, maar die kunnen honderd, misschien driehonderd keer worden opgeladen. Wij mikken op minimaal 1.500 laadcycli’, zegt De Vries. ‘Je wilt niet bij elke honderd vluchten de accu’s vervangen.’

Het is een traject van de lange adem, beaamt Rosen Jacobson. ‘Ik wist: als ik dit ga doen, kost het me mogelijk tien jaar of meer. Die keuze heb ik heel bewust gemaakt. Ik ben als ceo minder bezig met kortetermijndoelen alleen, ik ben heel gedegen stapjes aan het zetten om dit vliegtuig te laten vliegen. Al kunnen we in de tussentijd ook tot parallelle paden komen, en de innovaties die we hier ontwikkelen bijvoorbeeld gebruiken om reguliere vliegtuigen deels te elektrificeren of voor defensietoepassingen.’

1.000 kilometer vliegen

Met een bereik van 750 kilometer vlieg je vanaf Schiphol naar bestemmingen als Londen, Parijs, Brussel of Berlijn. Kunnen passagiers daar niet beter met de trein naartoe?

‘Natuurlijk kan dat’, zegt hij. ‘Het duurt alleen langer. Maar de beperking zit juist buiten de grote hubs. Als je op andere plekken in bijvoorbeeld Engeland, Frankrijk of Duitsland moet zijn, is het logischer om daar elektrisch heen te vliegen dan de trein te nemen.’ Het netwerk van vliegvelden is er immers al: Europa telt zo’n 4.000 kleinere regionale luchthavens.

Het blijft ook niet bij deze afstand; volgende stip op de horizon is de magische grens van 1.000 kilometer batterij-aangedreven vliegen, zei hij eerder tegen MT/Sprout. ‘Daarmee kunnen we in potentie de helft van alle lijnvluchten wereldwijd vervangen (volgens data van de International Council on Clean Transportation, red.).’

Bovendien is batterij-elektrisch vliegen volgens Rosen Jacobson de meest optimale manier om energie te verbruiken. Een claim die de ondernemer stut met een impactanalyse van CE Delft, die in opdracht van Elysian is uitgevoerd.

Foto Credit: Wilke Wittenbrood.

Discussie weer aangewakkerd

Indirect profiteert de luchtvaartstartup ook van de brandstofcrisis. Sinds de oorlog in het Midden-Oosten en de blokkade van de Straat van Hormuz, zijn de kerosineprijzen sterk gestegen. Op sommige luchthavens dreigt zelfs een tekort. ‘Met alles wat er in de wereld speelt was er minder aandacht voor duurzaamheid, maar met deze crisis zie je dat de discussie weer aangewakkerd wordt: hee, elektrificatie is ook een manier om van dit probleem af te komen.’

De luchtvaart kijkt op dit moment vooral naar wat Rosen Jacobson kortetermijnoplossingen noemt: het bijmengen van SAF, duurzamere vliegtuigbrandstof.

‘Dat is iets wat je nu direct kunt doen’, zegt hij. ‘Maar het is ook inefficiënt. Batterij-elektrisch vliegen is vier tot vijf keer efficiënter dan SAF. Wij geloven dat het deze kant opgaat, onze investeerders geloven dat het deze kant opgaat. De situatie in het Midden-Oosten bewijst opnieuw dat elektrisch echt de toekomst is. Als wij precies op zo’n moment kunnen laten zien dat een elektrisch vliegtuig kan vliegen, ook al is het klein, helpt dat enorm.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Elysian op Transition2026 – korting op je ticket tot 1 meiDaniel Rosen Jacobson spreekt op 23 juni tijdens Transition2026. Samen met Maarten Bosch (ceo Mosa Meat) en Tom van Aken (founder Avantium) deelt hij zijn belangrijkste lessen tijdens het System Shifters-panel. Drie pionier die werken aan een aantal van de meest ingrijpende transities van dit moment: vliegen zonder kerosine, vlees zonder dier en plastic uit plantaardige grondstoffen. Hoe kantel je een industrie? Tot 1 mei koop je een ticket met 50 euro korting met de kortingscode CHANGE50.

Lees ook:

'Als burgers collectief hun emissies verlagen, kun je ook meer druk uitoefenen op bedrijven en de overheid'

Wie leest over versnelde opwarming van de aarde en de gevolgen die dat heeft in de vorm van extremer weer en steeds grotere schade voor menselijke gemeenschappen, voelt zich al snel machteloos. Zeker als je ook overspoeld wordt door oorlogsbeelden van brandende olie- en gasinstallaties, waarbij met gemak een paar miljoen ton CO2 in de atmosfeer belandt.Als individu lijk je daarop weinig invloed te hebben, maar samen kunnen groepen mensen juist voor systeemverandering zorgen. Dat is de gedachte achter CO2llectief, een nieuw initiatief waarmee burgers kunnen bijdragen aan CO2-verwijdering. ‘Het is belangrijk om mensen handelingsperspectief te bieden en de krachten te bundelen.’ zegt bestuurder Dorine Bosman.CO2llectief is opgezet door Darel, een Rotterdams adviesbureau dat zich richt op de energietransitie. Darel heeft veel ervaring met zakelijke projecten voor CO2-reductie in Nederland. De consultant heeft onder meer Porthos ondersteund, het grootschalige project voor de afvang van CO2 door de Rotterdamse industrie en de opslag daarvan in een leeg gasveld onder de Noordzee.Vanuit Darel is Bosman samen met consultant Max de Jong aangesteld om een voortrekkersrol te nemen bij CO2llectief, dat als stichting met een ANBI-status opereert. Consumenten kunnen via de stichting CO2-certificaten kopen om hun eigen uitstoot te compenseren. CO2-reductie en -verwijdering nodig voor beperken opwarming aarde [caption id="attachment_176905" align="alignright" width="285"] Dorine Bosman, bestuurder bij CO2llectief. | Credits: Joanne de Lijster[/caption]Darel opereert als consultant in de zakelijke markt, maar is ervan overtuigd dat de uitdaging om de opwarming van de aarde te beperken zo groot is, dat iedereen nodig is: bedrijven, overheden én consumenten. Bosman: 'Juist als overheden en bedrijven langetermijnbeleid willen voeren, is maatschappelijk draagvlak essentieel. CO2llectief richt zich daarom niet alleen op individuen, maar ook op organisaties als energiecoöperaties en bedrijven die werknemers de mogelijkheid willen bieden om te participeren in projecten voor CO2-verwijdering.’Mede-bestuurder De Jong benadrukt dat het initiatief niet is bedoeld als alternatief voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. ‘Dat blijft prioriteit nummer één. Maar we zitten op een punt dat vermindering van de uitstoot niet meer genoeg is. Zelfs als de netto emissies wereldwijd naar nul gaan, is koolstofverwijdering nog lange tijd nodig. De concentratie van CO2 in de atmosfeer moet fors omlaag om het klimaat in balans te brengen. CO2-verwijdering is daarmee geen vervanging voor emissiereductie, maar een noodzakelijke minimale maatregel voor klimaatstabiliteit.’[caption id="attachment_176906" align="alignright" width="285"] Max de Jong, bestuurder bij CO2llectief. | Credits: Darel Consultancy[/caption]De expertise van Darel wordt voor CO2llectief ingezet om verwijderingsprojecten te selecteren. De lat ligt daarbij hoog, want de stichting wil consumenten toegang bieden tot projecten die CO2 voor honderden tot meer dan duizend jaar uit de atmosfeer houden en op dit moment al schaalbaar en betaalbaar zijn. Bomen planten niet genoeg om CO2 langdurig uit de atmosfeer te houden ‘CO2 die door verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer komt, heeft honderden miljoenen jaren in de grond gezeten’, legt De Jong uit. ‘Bij verwijdering wil je dus dat koolstof op z’n minst meer dan duizend jaar uit de atmosfeer blijft. Dat betekent voor ons dat bijvoorbeeld het planten van bomen niet ver genoeg gaat. Het is immers onzeker hoelang bossen blijven staan over een langere tijdsperiode en wat de werkelijke opnamecapaciteit dan is.’Op de zakelijke markt zijn wereldwijd flink wat startups bezig met technologieën als direct air capture: het uit de lucht filteren van CO2 met afzuiginstallaties. Maar deze industriële processen zijn duur. Een alternatieve aanpak is het vastleggen van koolstof in de vorm van biochar. Daarbij wordt het afvangen van CO2 door de natuur kosteloos verzorgd via opname door planten en kan de gevormde biomassa efficiënt worden omgezet in langdurige koolstofopslag. CO2 permanent verwijderen uit de atmosfeer met biochar Biomassa bevat koolstof die onderdeel uitmaakt van een zogenoemde korte cyclus. Gewassen nemen via fotosynthese CO2 op. Na de oogst zet vertering of verbranding van plantenresten de vastgelegde koolstof weer om in atmosferische CO2. Via pyrolyse (verbranding onder zuurstofarme condities) kan ongeveer de helft van de koolstof die in biomassa aanwezig is, worden omgezet in biochar. Hierbij fungeert de biomassa zelf als energiebron, wat een efficiënt proces oplevert. Het resultaat is een stabiele, vrijwel pure vorm van koolstof die je in de bodem kunt bewaren. Biochar kan worden ingezet om de vruchtbaarheid van landbouwgrond te verbeteren, maar is voor micro-organismen en planten zelf geen voedingsbron. De koolstof blijft daardoor meer dan duizend jaar in de bodem en wordt zo langdurig uit de atmosfeer verwijderd. Bosman: ‘Als startproject voor de consumentenmarkt zijn we op basis van criteria als effectiviteit, schaalbaarheid en betaalbaarheid uitgekomen op biochar. We pretenderen niet dat dit een silver bullet is die alle uitstootproblemen gaat oplossen, maar denken wel dat deze route nu veel potentieel biedt.’CO2llectief is daarom een samenwerking gestart met het Nederlandse bedrijf Carboneers van ondernemers Mart de Bruijn en Berend de Haas. De afgelopen drie jaar heeft Carboneers overeenkomsten gesloten met meer dan vijfduizend boerengemeenschappen in India en Ghana voor de productie en certificatie van biochar. Hierbij gebruiken boeren plantaardige reststromen van de landbouwproductie om tegen betaling vrijwel zuivere koolstof te produceren in de vorm van biochar. Die kunnen ze ook zelf weer gebruiken als drager voor water en nutriënten om de vruchtbaarheid van akkers te verbeteren.[caption id="attachment_176907" align="aligncenter" width="900"] Biocharproject van Carboneers in Ghana. | Credits: Carboneers[/caption] Carboneers: projecten voor biochar in India en Ghana De Nederlandse startup Carboneers van Mart de Bruijn en Berend de Haas heeft de afgelopen drie jaar projecten opgezet met meer dan vijfduizend boerengemeenschappen in India en Ghana, waar ruim 33.000 mensen werken. Daarbij worden verschillende pyrolyse-technieken ingezet voor verbranding van biomassa onder zuurstofarme condities. De eenvoudigste systemen vergen relatief lage investeringen van een paar duizend euro per pyrolyse-oven. Carboneers beheert de technologie en productie van pyrolyse-ovens en geeft die in bruikleen aan boeren, wat opschalen relatief makkelijk maakt. Het productieproces wordt via een app geregistreerd en gecontroleerd, ondersteund door teams van datacheckers. De Bruijn: ‘Op die manier kun je vrij precies aantonen hoeveel koolstof er wordt verwijderd. De monitoring en kwaliteitscontrole is een cruciaal onderdeel van het hele proces.’ Boeren worden betaald per zak geproduceerde biochar en ontvangen minimaal 50 procent van de inkomsten van de CO2-certificaten die Carboneers internationaal verkoopt. De biochar mogen ze gratis gebruiken als bodemverbeteraar, wat een besparing oplevert op het gebruik van andere meststoffen. Internationale certificatie-organisaties controleren dit proces. Carboneers heeft afgelopen jaar gezorgd voor de permanente verwijdering van 120 duizend ton CO2 uit de atmosfeer, gecertificeerd door derde partijen. Doel is om verder op te schalen om binnen enkele jaren een verwijderingscapaciteit van 1 miljoen ton CO2 op jaarbasis te realiseren. De Bruijn: ‘We letten daarbij scherp op het soort reststromen dat wordt gebruikt voor de productie van biochar. Stengels van maisplanten en kokosschillen zijn bijvoorbeeld geschikt, omdat er dan geen concurrentie ontstaat met voedselproductie.’ Tot nog toe werden de CO2-certificaten van Carboneers alleen verkocht aan multinationals in onder meer het VK en Zwitserland, die hiermee een deel van hun eigen CO2-uitstoot compenseren. ‘Via de samenwerking met CO2llectief betreden we voor het eerst de consumentenmarkt’, zegt De Bruijn.CO2-certificaten voor biochar CO2llectief biedt consumenten in Nederland de mogelijkheid om biochar-certificaten van Carboneers te kopen en begeeft zich daarmee op een markt met veel concurrentie. Er zijn immers legio mogelijkheden om bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van een vliegreis af te kopen voor een paar tientjes per ton, of zelfs minder.Opvallend genoeg onderscheidt CO2llectief zich in dit speelveld juist met een relatief hoge CO2-prijs. Per ton CO2 ligt de prijs voor biochar-certificaten in eerste instantie op 150 euro. Dat is ongeveer het dubbele van de huidige CO2-prijs van het Europese handelssysteem voor emissierechten (ETS).Toch is 150 euro per ton CO2 niet veel, als je het vergelijkt met de kosten om andere reststromen te verwerken. Bosman: ‘Voor plastic PET-flessen van 30 gram betalen we 0,25 euro statiegeld. Dat is meer dan 8.000 euro per ton!’‘De prijs die we hanteren weerspiegelt realistische kosten’, zegt Bosman. ‘De CO2 wordt voor duizend jaar uit de atmosfeer gehouden. Als je die tijdsfactor meeneemt, betaal je met biochar 0,15 euro voor een ton CO2 per jaar dat je de CO2 uit de atmosfeer houdt. Dat is gunstiger dan wanneer je met bomen planten 10 euro per ton betaalt om CO2 bijvoorbeeld vijftig jaar uit de atmosfeer te houden.’CO2llectief heeft als doel zo veel mogelijk CO2 te verwijderen en streeft er als stichting naar om meer dan 90 procent van de bijdrage van deelnemers actief in te zetten voor CO2-verwijderingsprojecten. Ook voor mensen met een kleine portemonnee In Nederland ligt de gemiddelde CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking op ongeveer 8.000 kilo per jaar. Om dat met biochar-certificaten van CO2llectief te compenseren zou je 1.200 euro moeten inleggen, ofwel 100 euro per maand. Daarbij hoopt De Jong dat het initiatief mensen helpt meer CO2 te besparen. ‘Als je een deel van je uitstoot verwijdert, is dat een logisch moment om na te denken over hoeveel je eigenlijk uitstoot. Dat zorgt voor meer bewustwording.'Uit internationaal onderzoek blijkt dat de feitelijke CO2-voetafdruk van mensen sterk varieert, afhankelijk van het inkomen en vermogen. In de regel is de CO2-voetafdruk van mensen met hoge inkomens en veel vermogen veel hoger dan die van lagere inkomensgroepen.‘Mensen met hogere inkomens kunnen natuurlijk makkelijker hogere volumes aan CO2 compenseren dan mensen met lagere inkomens’, zegt De Jong. ‘Maar ook mensen met een kleine portemonnee kunnen via ons bijdragen, omdat je bijvoorbeeld ook 25 euro kunt inleggen.’ Maatschappelijk signaal richting overheid en bedrijven Via maandelijkse contributies kan de impact bovendien al snel oplopen, stelt De Jong. ‘Als je 25 euro per maand inlegt, zorg je voor een CO2-verwijdering van 2.000 kilo per jaar. Dat is evenveel als de jaarlijkse besparing van vijf mensen die vegetarisch gaan eten.’Bosman benadrukt daarnaast dat impact verder kan reiken dan iemands individuele CO2-reductie als steeds meer consumenten meedoen. ‘Hoe sterker het collectieve signaal vanuit burgers dat ze bereid zijn om iets te doen voor het klimaat, des te meer druk je als samenleving kunt uitoefenen op overheden en bedrijven, zodat ook zij hun rol serieus nemen.’ Lees ook:Nederland is niet goed voorbereid op gevolgen klimaatverandering: zo worden we dat wel Klimaatwetenschapper Heleen de Coninck: 'De herverkiezing van Trump is toch een soort psychologisch kantelpunt geweest' Groene voornemens voor 2026: met deze 19 keuzes verklein je je klimaatvoetafdruk