Marc Horckmans 20 januari 2023, 16:48

Powerstation maakt duurzame laadpalen van hennep

Elektrische rijders kunnen natuurlijk niet zonder laadpaal. Maar waar bestaat zo’n laadpaal eigenlijk uit? Het Belgische bedrijf Powerstation zocht het uit en bedacht een duurzaam alternatief met hennep.

Pexels kindel media 9800009 Powerstation zag dat heel veel laadpalen bestaan uit kunststof. | Credits: Pexels

Powerstation wil de elektrificatie van de auto-industrie versnellen. Het bedrijf uit Temse wil daarbij ook een brede visie op duurzaamheid hanteren. Dit betekent dat niet alleen de energie zelf klimaatneutraal is, maar het streven is om ook de gebruikte materialen zoveel mogelijk uit hernieuwbare bronnen te halen. Daar komt het gebruik van hennep naar voren.

Levensduur van laadstations verlengen

Powerstation zag dat heel veel laadpalen bestaan uit kunststof. Bovendien hebben veel laadpalen maar een beperkte levensduur. En dat is zonde. Als oplossing kwam Powerstation met het idee om hennep in combinatie met gerecycleerd aluminium te gebruiken.

“Dat heeft te maken met C-biotech, een zusterbedrijf van Powerstation”, verduidelijkt sales manager Senne Potters. “C-biotech specialiseert zich in het reinigen van grond die met pfos (red. behoort tot de groep PFAS) is vervuild. De wortels van hennep reiken tot diep in de grond en absorberen het pfos uit de bodem.”

Hennepbladeren slaan pfos op

Die vervuilende producten worden in de bladeren van de plant opgeslagen. De vervuiling dringt echter niet door in de stengels, die na de oogst dan ook tot onder meer tot duurzame materialen kunnen worden verwerkt. Dat restproduct kan dus ook gebruikt worden gebruikt als grondstof voor onderdelen van de laadpalen.

“De laadpalen van Powerstation worden uiteraard niet volledig uit hennep opgebouwd, maar het product kan wel voor bepaalde onderdelen worden gebruikt”, werpt Potters op. “Dat geldt trouwens ook voor gerecycleerde koffiebonen en andere biologische materialen.”

Eindeloos recyclen

Het idee voor het gebruik van hennep kwam naar boven tijdens een van de brainstormsessies van Powerstation. Daaruit bleek al snel dat deze toepassing een belangrijke meerwaarde kon bieden. Laadpalen met onderdelen van hennep zijn inmiddels één van de keuzemogelijkheden die aan de klanten worden aangeboden.

“Een traditionele laadpaal gaat ongeveer vier tot vijf jaar mee, maar het alternatief van Powerstation kan eigenlijk eindeloos worden gerecycleerd”, zegt Potters. “Dat is te danken aan de keuze om met duurzame materialen te werken. In deze toepassing kan het materiaal wel vijftien tot twintig of zelfs vijfentwintig jaar meegaan.”

Zwakke schakel vervangen

“Een laadpaal wordt vervangen wanneer de zwakste onderdelen minder goed beginnen te presteren. Bij de laadpalen is dat vooral de controller, want de rest bestaat uit bijzonder duurzame materialen, die een lange levensduur hebben.”

“Wanneer die zwakke schakel kan worden vervangen, kan de laadpaal een tweede leven krijgen. Dat tweede leven kan bij dezelfde klant, maar we kijken ook naar een markt waar klanten naar gerenoveerde exemplaren op zoek zijn.”

Internationale markt

Daarbij mikt Powerstation niet alleen op de Belgische markt. Het bedrijf kijkt ook naar andere Europese markten en afzetmogelijkheden elders in de wereld.

Powerstation rekent er alvast op om de laadpaal met duurzame componenten nog tijdens het eerste kwartaal van dit jaar te koop aan te bieden. Leveringen zouden al van het tweede kwartaal van dit jaar mogelijk worden.

Meer lezen over duurzame mobiliteit?

Biodiversiteit gaat flink achteruit: IUCN biedt handvatten voor beter beheer

Het is niet zo duidelijk als grijze uitstootwalmen of blauw water, maar de aantasting van biodiversiteit is één van de grote impactzones uit bedrijfsactiviteiten. Ecosystemen veranderen door het toedoen van mensen en daardoor komen steeds meer populaties in gevaar. De gevolgen daarvan komen als een boemerang terug bij bedrijven. Want zonder koraal geen visserij, zonder vruchtbare grond geen oost, et cetera. Om grootschalige ecologische verstoringen te voorkomen, begon de International Union for Conservation (IUCN) in 1964 met het verzamelen van data van bedreigde diersoorten. Dat is inmiddels uitgegroeid tot 's werelds meest uitgebreide informatiebron over de staat van dier-, schimmel- en plantensoorten. Op de rode lijst staan momenteel 42.100 populaties, oftewel 28 procent van het aantal beoordeelde soorten. Hele dierenrijk loopt risico Van de bedreigde soorten begeeft vooral (60 procent van de soorten) de cycas, een oud plantengewas, zich in de gevarenzone, gevolgd door amfibieën (41 procent), haaien en roggen (37 procent), koraal (36 procent), coniferen (34 procent), schaaldieren (28 procent), zoogdieren (27 procent), reptielen (28 procent) en vogels (13 procent). Het totaalplaatje vraagt om actie: volgens het laatste biodiversiteitsrapport van WWF zijn wilde diersoorten tussen 1970 en 2018 met tweederde achteruitgegaan. De overlevingskans van koraal neemt het snelst af. De blauwe lijn staat voor de gemiddelde overlevingskans van alle dieren op de rode lijst van IUCN.Lijst met overlevingsinformatie De rode lijst van de IUCN is een kritische indicator voor de gezondheid van de biodiversiteit in de wereld. Naast zijn functie als index, is het een tool om overheden, ngo's, wetenschappelijke instellingen en bedrijven te helpen actie te voeren. De rode lijst bevat informatie over soorten en hun overlevingsstatus, maar ook hun verspreidingsgebied, populatiegrootte, habitat, en aanbevolen instandhoudingsacties.Europa ook bedreigd Er staan een hoop exotische kikkers en kleurrijke insecten op de lijst, maar het uitstervingsrisico heerst niet alleen in verre landen. In Europa wordt 22,7 procent van de door de IUCN beoordeelde soorten met extinctie bedreigd. Vooral mediterrane landen lopen risico om biodiversiteitshotspots uit te putten. Neem bijvoorbeeld zweefvliegen, de broertjes en zusjes van de mug. Het zijn stekers, maar ook bestuivers – en daarvan hebben we er steeds minder. Daarom spoorde de IUCN de afgelopen jaren alle 900 inheemse Europese soorten op voor een beoordeling, gesteund door de Europese Commissie. Vorig jaar eindigde het project met een alarmerende conclusie: het ziet er nu naar uit dat 37 procent van de Europese zweefvliegen gaat uitsterven.Biodiversiteit in Europa De Europese biodiversiteit omvat zo’n 20.000 soorten vaatplanten, 800 soorten vogels en zoogdieren, 230 soorten amfibieën en reptielen, 1.800 soorten vissen en meer dan 100.000 ongewervelde soorten. Stappen maken met biodiversiteit Het doel van de rode lijst is niet om mensen eco-angst bij te brengen, maar om besluitvormers te helpen er iets aan te doen. Overheden, wetenschappelijke instellingen, ngo’s en bedrijven gebruiken de informatie van IUCN om hun beleid rondom biodiversiteit te verscherpen. Zo weten we van de Usambara Sprinkhaan dat het een ‘kwetsbare’ soort is – precies in het midden van de risicoschaal, die in bosachtig gebied leeft. Ook is bekend dat er al op minstens één plek actief wordt gewerkt aan het beschermen van de populatie. Wat nog ontbreekt, is een actieplan voor herstel, management in situ en educatieprogramma’s. Daar kunnen ngo’s, gemeentes en andere organisaties dus mooi mee aan de slag. Groene gebieden Een van de effectiefste manieren om de natuurlijke rijkdom op aarde te behouden, is het instellen van beschermde natuurgebieden. Op dit moment is 15,8 procent van het land beschermd tegenover 8,16 van de oceanen. De IUCN ontwierp een prikkel voor locatiebeheerders om dat getal omhoog te krijgen: een groene lijst. Op dit moment zijn 61 natuurgebieden gecertificeerd. Ze fungeren als een blauwdruk van ‘goed natuurbeheer’. De standaard steunt op vier pilaren: eerlijk bestuur, robuuste planning en design, effectief beheer en (snelle) resultaten. Op de groene lijst staat bijvoorbeeld het natuurgebied bij Les Contamines-Montjoie in Frankrijk. In het berggebied leven 270 geregistreerde diersoorten en 660 plantensoorten. Zo’n dertig daarvan zijn zeldzaam en/of beschermd. Dankzij een actief beheerd observatorium, lokale samenwerkingen met toezichthouders en het handhaven van duurzaam toerisme, lopen die soorten weinig risico om uit te sterven. Meer nieuws over biodiversiteit Waarom een prijskaartje aan natuur helpt de biodiversiteit (en onszelf) te beschermenHet biodiversiteitsakkoord is een feit: wat zijn de reacties