Hidde Middelweerd 04 juni 2019, 15:55

Singapore: hotspot voor duurzame innovatie

Singapore werd al meerdere keren benoemd tot groenste metropool van Azië en staat steevast in de top 5 van duurzaamste steden ter wereld. Hoe bokst de eilandstaat dat voor elkaar? En welke kansen liggen daar voor het Nederlandse bedrijfsleven?

Adobestock 63023260

Singapore mag dan een jonge eilandstaat zijn (opgericht in 1965), het groeide in no-time uit tot een belangrijk economisch knooppunt in de regio en een welvarende metropool. Dat is opvallend. De uitgangspositie van Singapore is namelijk verre van optimaal: de stad beslaat slechts zevenhonderd vierkante kilometer, telt ruim 5,6 miljoen inwoners en beschikt nauwelijks over eigen hulpbronnen en drinkwater. Toch slaagde Singapore erin zich te onderscheiden als duurzame koploper en groene metropool. Wat is het geheim?

“Dat heeft juist met die ‘zwakke’ uitgangspositie te maken”, verklaart Margriet Vonno, Nederlands ambassadeur in Singapore en Brunei. “Innovatie is de enige manier voorwaarts, besloot de Singaporese overheid. Daar is vervolgens fors op ingezet. Voor ‘ja, maar’ of ‘dat kan niet’ is geen ruimte.”

Watermanagement, circulaire economie en CO2-reductie

Een goed voorbeeld van die mentaliteit is watermanagement. Met een bevolkingsdichtheid van 25.000 mensen per vierkante kilometer is Singapore een van de meest waterarme landen ter wereld. Een duurzame watervoorziening is daarom letterlijk van levensbelang. De Singaporese overheid investeerde daarom fors in zaken als innovatie, hoogwaardige waterrecycling en een uitgebreid netwerk van afvoeren en kanalen. Het resultaat? Singapore is tegenwoordig een voorloper op dit gebied, in staat om nagenoeg elk druppeltje afvalwater opnieuw te gebruiken.

De eilandstaat is momenteel druk bezig om een dergelijk closed loop-systeem ook voor de afvalsector op te tuigen. Het zogeheten Closing the Waste Loop-programma is volledig gericht op het hergebruik van grondstoffen uit afval- en reststromen. Ook hier speelt innovatie een sleutelrol: de National Environment Agency stelt ruim $ 45 miljoen beschikbaar voor innovatieve projecten die bijdragen aan de circulaire economie in Singapore.

Ambities in overvloed dus. Bijvoorbeeld ook op het gebied van CO2-reductie. Hoewel Singapore verantwoordelijk is voor slechts 0,11 procent van de wereldwijde emissies, zet de metropool in op een reductie van 36 procent in 2030 (ten opzichte van het emissieniveau in 2005). Eerder dit jaar voerde het daarom als eerste Zuidoost-Aziatische land een CO2-heffing in. De verwachte opbrengst van ongeveer $ 1 miljard wordt volledig in projecten gestoken die tot verdere CO2-reducties leiden.

Duurzaamheid en business

Het zijn slechts enkele voorbeelden van duurzame maatregelen die in Singapore getroffen worden. Desmond Ho, woordvoerder bij het Singaporese ministerie van milieu en water, wijst ook naar innovatie als een van de belangrijkste pijlers in de duurzame strategie van de metropool. Maar er zijn er meer, vertelt hij: “We geloven bijvoorbeeld dat duurzaamheid en economische vooruitgang heel goed samen gaan; we zetten daarom actief in op een goede balans tussen deze twee. Daarnaast kunnen we het niet alleen. Samenwerkingen, met zowel nationale als internationale partners, zijn essentieel voor het behalen van onze duurzame doelstellingen.”

Zo werkt Singapore intensief samen met Nederland. De eilandstaat tekende al verschillende Memorandums of Understanding met Nederlandse partijen. Bijvoorbeeld met het Amsterdamse Waternet, voor de uitwisseling van ervaringen en expertise. Ook met het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werden afspraken gemaakt. “Gezamenlijk gaan we op zoek naar oplossingen op het gebied van watermanagement, circulaire economie en klimaatverandering”, aldus Ho.

Nederland en Singapore

Ambassadeur Vonno onderstreept de band tussen Singapore en Nederland. “Die is bijzonder”, zegt ze. “Dat komt ten eerste door Albert Winsemius, die natuurlijk een belangrijke rol speelde bij de economische ontwikkeling van Singapore. Nederland was daarnaast een van de eerste landen die Singapore erkende als onafhankelijke staat. Die gedeelde historie wordt nog steeds gewaardeerd.”

Maar de band tussen Nederland en Singapore gaat verder dan enkel geschiedenis. Er is ook een culturele klik, stelt Vonno. Bijvoorbeeld op het gebied van duurzaamheid: “Zowel in Nederland als Singapore bestaat de overtuiging dat duurzaamheid en business hand in hand kunnen en moeten gaan. Daarin vinden we elkaar.”

Daarnaast kunnen beide landen veel voor elkaar betekenen. Zo maakt Singapore al jaren dankbaar gebruik van Nederlandse kennis en expertise op het gebied van watermanagement. Ook urban farming is tegenwoordig een van de speerpunten in Singapore. Op dat gebied heeft Nederland ook waardevolle kennis in huis. “Een Nederlands consortium ontwikkelt momenteel een hightech indoor farm in Singapore, die vijfhonderd tot zevenhonderd ton biologische teelt zal produceren en de mogelijkheden tot verduurzaming laat zien”, vertelt Vonno. “Zo wordt regenwater hergebruikt en draait de farm deels op zonne-energie.”

Springplank naar de rest van Azië

Mede door deze goede band is Singapore een interessante locatie voor Nederlandse bedrijven en startups om zich te vestigen. Er zijn inmiddels talloze voorbeelden te noemen van Nederlandse, duurzame successen in de groene metropool. Zo sleepte VDL Groep onlangs een order binnen voor tachtig autonome en elektrische voertuigen voor de Singaporese haven. Eind 2017 sloegen dertien Nederlandse partners (zowel publiek als privaat) daarnaast de handen ineen, om circulaire oplossingen te realiseren op het gebied van slib- en afvalverwerking en het terugwinnen van grondstoffen.

Inmiddels hebben ruim 1.600 Nederlandse bedrijven zich in Singapore gevestigd. Metabolic is zo’n bedrijf. Het duurzame adviesbureau past systeemkunde en data-analyse toe om complexe duurzaamheidsproblemen op te lossen. Die expertise zet het bedrijf sinds kort ook in Singapore in. Samen met Witteveen + Bos werkt Metabolic aan een ambitieus project op Jurong Island, het grootste chemische cluster van Singapore. “We voeren een symbiose- en circulariteitsscan uit in het gebied, om de kansen op het gebied van procesoptimalisatie en synergie zichtbaar te maken”, vertelt Hareld van den Brink, director Asia bij Metabolic. “Zo maken we alle materiaal- en energiestromen op het eiland inzichtelijk. Dat levert inzichten op waarmee je verduurzamingsslagen kunt maken.”

Mede door dit project opent Metabolic binnenkort een kantoor in Singapore. Maar het lopende project op Jurong Island is niet de enige reden om zich in de metropool te vestigen, stelt Van den Brink: “Singapore is hét zakelijke knooppunt van Zuidoost-Azië. Veel multinationals hebben hun hoofd- of regiokantoor in de metropool, dus veel management- en investeringsbeslissingen voor de regio worden hier genomen. Als bedrijf wil je daar natuurlijk middenin zitten.”

Daarnaast kan de stad als springplank dienen voor de rest van de regio, stelt hij. Met andere woorden: succesvol uitgevoerde projecten in Singapore zijn uitstekende visitekaartjes richting andere Zuidoost-Aziatische steden. Vonno herkent dit ook: “Miljoenen mensen komen hier samen op beurzen, events, noem maar op. Bedrijven die hier interessante projecten uitvoeren, hebben dus  grote kans om op de radar van andere Aziatische steden te komen.”

Uitstekend vestigingsklimaat

Daar komt bovenop dat bedrijven en startups in Singapore alle kans krijgen om ambitieuze projecten te starten. Van den Brink: “Het vestigingsklimaat is uitstekend. De Singaporese overheid durft te innoveren en stelt daar allerlei budgetten en stimuleringsregelingen voor beschikbaar. Maar ook vanuit het bedrijfsleven wordt fors geïnvesteerd, bijvoorbeeld in innovatieve startups. Alleen in 2018 werd door venture capital investeerders al meer dan $ 4 miljard geïnvesteerd in zo’n tweehonderd nieuwe projecten; dat is ruim twintig keer zoveel dan vijf jaar geleden.”

Vonno beaamt het aantrekkelijke vestigingsklimaat: “Innovatie is en blijft een belangrijke speerpunt voor de Singaporese overheid, dus er is altijd budget voor. Verder is het politieke klimaat stabiel en de regelgeving helder. Dat maakt de stad tot een geweldig ecosysteem voor startups. Er zijn hier namelijk ook talloze multinationals gevestigd, die startups helpen en begeleiden in hun opschalingsproces. Ze hebben zelf immers ook baat bij de innovaties die startups naar de markt proberen te brengen.”

Dit alles maakt Singapore tot een hotspot voor startups en bedrijven, waar duurzame innovaties de kans krijgen om uit te groeien tot iets groters. Van den Brink: “Als in Singapore eenmaal besloten is om ergens voor te gaan dan gebeurt het ook, op een doortastende en ambitieuze manier. Er is dan geen sprake van gebrek aan capaciteit of budget.”

Vonno vult aan: “Ze weten hier wat doorpakken is en dat gebeurt met een duidelijk doel voor ogen. In Singapore begrijpt men heel goed dat duurzaamheid een vereiste is voor een toekomstbestendige en welvarende stad en dat innovatie daarbij onmisbaar is. Daarom wordt er zoveel in geïnvesteerd: het levert de stad ook heel veel op.”

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie. Houd de komende dagen de website in de gaten voor artikelen over Helsinki, Johannesburg en Melbourne of lees alvast over duurzame plannen in andere steden ter wereld:

Hoofdafbeelding: Adobe Stock | Afbeelding in tekst: Nederlandse ambassade

“Ik ben meer van de evolutie dan de revolutie”

Van Hooijdonk zou zichzelf niet zo snel bestempelen als een Green leader. “Ik prijs me vooral gelukkig met mijn situatie”, legt ze uit. “Ik ben wethouder van een progressieve stad, met een hoogopgeleide bevolking. In de Utrechtse politiek is daarnaast veel draagvlak voor duurzaamheid en de energietransitie. Met andere woorden: optimale omstandigheden om  iets voor elkaar te krijgen.”Hier en nu versus daar en laterAls wethouder van energie, mobiliteit en (sinds kort) groen houdt Van Hooijdonk zich elke dag met duurzame vraagstukken bezig. Het doel: een duurzamer Utrecht, terwijl de kwaliteit van leven daar niet onder lijdt of zelfs verbetert. “Die twee kun je niet loskoppelen van elkaar: ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van leven verbetert in een duurzamere economie en samenleving. De grote uitdaging is om mensen mee te nemen in dat verhaal.”We hebben als mens moeite met vraagstukken die ver in de toekomst liggen, stelt Van Hooijdonk. Ze herinnert zich een recent radio-interview, met een wetenschapper die onderzoek doet naar de ecologie in het poolgebied: “Hij zei dat hij in paniek was. Dat vind ik echt heel erg. Maar vervolgens bedankt de radiopresentator hem voor het interview en gaan we met z’n allen weer over op de orde van de dag.”Het hier en nu weegt vaak toch zwaarder dan een ver-van-mijn-bed-show als klimaatverandering. En dat is ook begrijpelijk, benadrukt Van Hooijdonk. “Maar het is wel een lastig spanningsveld: als wethouder moet je je daartoe verhouden en onderzoeken welke stappen je binnen die omstandigheden wél kan zetten.”Misschien is dat maar goed ook, vervolgt ze: “Ik ben meer van de evolutie dan de revolutie. We staan aan de vooravond van fundamentele veranderingen en die moet je geleidelijk in gang zetten. Als je dat stapje voor stapje doet, opereer je in het hier en nu en maak je de verandering behapbaar voor betrokkenen. Maar tegelijkertijd heb je het oog op de toekomst.”Fietsen, deelauto’s en gasvrije wijkenIn de afgelopen jaren zijn er behoorlijk wat van dat soort stapjes gezet in Utrecht. Van Hooijdonk speelde bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het introduceren van deelauto’s in de stad en is druk bezig met het leggen van de basis voor een stad zonder gas. Daarnaast breidt ze als wethouder mobiliteit het fietsnetwerk uit. Een passieproject, stelt ze: “De fiets is een wondermachine, er zitten geen nadelen aan. Het is gezond, het emancipeert mensen en biedt een oplossing voor het groeiende ruimtebeslag van onze mobiliteit. De fiets mag van mij op een voetstuk staan.”Van Hooijdonk is dan ook blij met het feit dat het aantal fietsers in Utrecht gestaag toeneemt en vermoedt dat de inspanningen van de gemeente daar een rol in hebben gespeeld. Utrecht is tegenwoordig bijvoorbeeld het thuis van de grootste fietsenstalling ter wereld. Onder het treinstation is ruimte voor 12.500 fietsen en daar maken Utrechters inmiddels goed gebruik van. “Dat is wat je wil: dat mensen gebruik maken van de dienst die je aanbiedt. Het creëert zelfs meer vraag:  meer mensen pakken de fiets, omdat het simpelweg de fijnste optie is.”Hetzelfde hoopt van Hooijdonk te bereiken met deelsystemen, zodat de auto steeds minder onderdeel uitmaakt van het straatbeeld. Het gaat daarbij om het doorbreken van routines, vertelt ze: “Men moet uiteindelijk denken: ‘Waarom heb ik nog een auto voor de deur staan?’ Dat kan alleen als je betere opties aanbiedt. Ik geloof dat dat kan. Deelsystemen, waarbij je toegang hebt tot verschillende (elektrische) auto’s, bakfietsen en ov-abonnementen, kunnen je een rijker mens maken dan het bezit van een auto.”Marktmeester van het speelveldDergelijke trendbreuken ontstaan niet zomaar. Consumenten, bedrijven en overheden hebben allen een belangrijke rol in dergelijke transities te spelen. De belangrijkste rol is echter weggelegd voor overheden, vindt Van Hooijdonk. “Idealiter is de meest duurzame keuze, levensstijl of businesscase ook het meest lonend”, zegt ze. “Maar momenteel is dat totaal niet zo. Overheden kunnen daar verandering in brengen.”Zo is virgin materiaal vaak nog goedkoper dan gerecycled materiaal en betalen consumenten de hoofdprijs voor duurzame voedingsmiddelen. “Ondernemers die een duurzame oplossing naar de markt brengen, hebben vaak een slechtere businesscase”, voegt Van Hooijdonk toe. “Je kunt het bedrijven en consumenten dus niet kwalijk nemen dat ze zich volledig rationeel gedragen. Ze opereren in een systeem waar het loont om winstgedreven te zijn. Dan kan je niet verwachten dat ze ineens optreden als duurzame koplopers.”De overheid heeft echter de kracht om verandering in het systeem te brengen. Van Hooijdonk: “Overheden zijn de marktmeesters, die het speelveld bepalen waarbinnen bedrijven en consumenten opereren. Die kunnen dus de juiste prikkels inbouwen, die goed (en duurzaam) gedrag belonen.”Stimuleren van duurzame stadslogistiekMomenteel maken overheden nog te weinig gebruik van deze kracht, vindt Van Hooijdonk. Het was voor haar reden genoeg om zich in 2013 kandidaat te stellen als voorzitter van GroenLinks. “Ik vond dat er een sterke, groene partij nodig was om dat speelveld te veranderen. Die rol werd nog te weinig gepakt.”Van Hooijdonk werd geen voorzitter van de partij, maar kort daarna volgde de kans om wethouder van Utrecht te worden. “Ik twijfelde in eerste instantie maar heb hem toch gegrepen, om precies dezelfde reden”, zegt ze. “Ook in de stad heeft de overheid de kracht om het speelveld anders in te richten.”De Utrechtse wethouder werkte de afgelopen jaren hard aan een voorbeeld daarvan, waar een collega-wethouder mee verder is gegaan. Om emissievrije bevoorrading van de binnenstad te stimuleren, voerde Utrecht een systeem in waarbij vervuilende voertuigen minder lang in de binnenstad mogen rondrijden dan emissievrije voertuigen. Met andere woorden: bedrijven met emissievrije voertuigen in hun vloot, hebben meer businesskansen in de Utrechtse binnenstad. “Zo stimuleer je milieuvriendelijkere alternatieven en compenseer je de hogere kosten die daar vooralsnog mee gepaard gaan”, legt Van Hooijdonk uit. “Zo schep je dus een ondernemersklimaat waar duurzaamheid loont.”Landelijke politiek?De ambitie om dit ook op landelijke schaal op te pakken, heeft Van Hooijdonk niet. “De enige reden waarom ik het zou overwegen, is uit plichtsbesef, maar niet vanuit persoonlijke ambitie”, besluit ze. “Ik zit goed op mijn plek in Utrecht, want ook hier moet het gebeuren. En als we op stadsniveau kunnen laten zien dat iets werkt, kan dat ook voorbij Utrecht impact hebben.”