Eva Segaar 25 november 2020, 15:50

Stikstofuitstoot verminderen in de bouw: heeft het zin?

Vorige week kondigde Prorail aan dat het met de bouw van een natuurbrug in Hilversum de stikstofuitstoot gaat terugdringen, door de dieselvoertuigen om te bouwen naar elektrische versies. Daarmee wordt in drie jaar 100 kilo aan stikstofoxiden bespaard. De kosten: 450 duizend euro. Staan de kosten in verhouding tot de lagere uitstoot?

Stikstof landbouw

Stikstofprofessor Wim de Vries van de Wageningen Universiteit en Research (WUR) wil zijn handen eigenlijk niet branden aan de vraag of 100 kilo reductie het geld waard is. “Dat is politiek en glad ijs voor een wetenschapper,” zegt hij, “maar het komt erop neer dat we in een impasse zitten. Van de 100 procent stikstofuitstoot komt ruim 40 procent voor de rekening van de landbouw en rond de 30 procent komt uit het buitenland. Dan komt verkeer, en de bouw is maar een heel klein onderdeel. Maar de redenering is altijd geweest dat iedereen zijn steentje moet bijdragen om de stikstofuitstoot terug te dringen.”

Lees ookStikstof in de bouw: natuurbrug krijgt overheidssubsidie om elektrisch materiaal te gebruiken

Stikstofuitstoot in Nederland

Uit cijfers van het RIVM blijkt dat in Nederland 46 procent van de stikstofuitstoot van de landbouw komt, 32 procent komt uit het buitenland, 11 procent komt van verkeer, 8 procent van de industrie, huishoudens en bouw en 2 procent komt van ammoniak uit zee. Daarbij is de bijdrage van de bouw minder dan 1 procent. Uit onderzoek van Investico waar NRC vandaag over publiceerde blijkt zelfs dat één kalkoenboer op de Veluwe alleen al meer stikstofneerslag in de natuur veroorzaakt dan alle automobilisten samen die overdag niet harder dan 100 kilometer per uur rijden. 

De commissie Remkes presenteerde in 2019 het eerste adviesrapport over stikstofuitstoot. ‘Niet alles kan’ was het rapport met aanbevelingen voor de korte termijn. Daar stond wat er moest gebeuren zodat de bouw weer doorgang kon vinden, zoals de verlaging van de maximumsnelheid van 130 naar 100 kilometer per uur.

In het tweede rapport staat waar we naartoe moeten: 50 procent minder stikstofdepositie in 2030. Natuurherstelmaatregelen, ander veevoer, verduurzaming van stallen en een afname van het aantal landbouwdieren moeten leiden tot die reductie. 

Lees ook: E-fuels: een cruciaal onderdeel in de verduurzaming van de transportsector

Een kleine druppel

In het licht van dat alles is het ombouwen van dieselvoertuigen naar elektrische slechts een druppel op de gloeiende plaat. Maar Prorail is blij dat het een bijdrage kan leveren, zegt woordvoerder Willem van Ewijk. “In januari hebben we al een flinke stap kunnen zetten in de stikstofbesparing bij HOV in 't Gooi. Door zand niet meer per vrachtwagen te vervoeren, maar hydraulisch te gaan verpompen is er minder vervuiling. Dat zorgde voor een stikstofuitstootbesparing van 7 procent ten opzichte van 2019. Nu kunnen we met een bijdrage van het Rijk materieel laten ombouwen. De spoorbeheerder en spooraannemer willen deze machines begin 2021 al inzetten, waarmee in de komende drie jaar in totaal ruim 100 kilo aan stikstofoxiden bespaard zal worden. Dat komt neer op een extra vermindering van de stikstofuitstoot van ongeveer 7 procent per jaar. Die 7 procent is een besparing ten opzichte van dieselmaterieel en geldt zo lang we deze machines inzetten.”

Stikstofprofessor De Vries hamert erop dat in de stikstofcrisis is gekozen om alles eerlijk te verdelen. Hij vindt het dan ook geen argument om te zeggen dat als we boeren uitkopen we ook weer 130 kunnen rijden. "Uiteindelijk moet de uitstoot van stikstof naar beneden en moeten we dat samen doen, zoals ook aangegeven in het advies van de Commissie Remkes.” En daar is het ombouwen van machines aangedreven door diesel uiteindelijk ook een (klein) onderdeel van. 

Lees ook: De toekomst van de scheepvaart: nieuwe brandstoffen vragen om transitie in de haven

Beeld: Adobe Stock

Vliegen is nog veel slechter voor het milieu dan we dachten, maar er zijn oplossingen

Vliegtuigen stoten naast CO2 als gevolg van de verbranding van kerosine nog andere stoffen uit. Sommige daarvan hebben een koelend effect, anderen zorgen juist voor een sterk opwarmend effect. Netto zorgen die stoffen voor een belangrijk deel van de opwarming van de aarde, blijkt uit het EASA-onderzoek. Het is voor het eerst sinds 2008 dat de Europese organisatie onderzoek doet naar de uitstoot van niet-CO2 broeikasgassen. Deze uitstoot laat zich lastiger meten, en het effect op het klimaat is minder duidelijk dan bij CO2.Stikstof en waterdampDe onderzoekers zien vooral dat stikstofoxiden en waterdamp een probleem zijn. Waterdamp veroorzaakt wolken (‘contrails’) die de warmte van de aarde terugkaatsen. Stikstofoxiden reageren met deeltjes in de lucht en produceren ozon, een stof die de opwarming versnelt. Het effect van deze stoffen blijkt groter dan gedacht, en dat heeft grote gevolgen. De EASA zegt dat de luchtvaart de aarde drie keer sneller opwarmt dan men eerst dacht.Lees ook: Nederland moet vooroplopen met duurzame luchtvaartDat betekent dan ook dat deze niet-CO2 emissies snel aangepakt moeten worden. EASA heeft drie paden om te bewandelen voor verbetering: de markt reguleren, eisen stellen aan brandstof en slim management van vliegroutes. De opties kunnen allemaal uitgevoerd gaan worden, of afzonderlijk van elkaar.ETS en biokerosineMarkregulering kan bijvoorbeeld via het emissiehandelssysteem van de EU. Stikstofoxiden vallen daar nog niet onder, maar als dat wel zo zou zijn wordt het duurder om ze uit te stoten. Luchtvaartmaatschappijen gaan dan proberen minder uit te stoten, zo is het idee. Er is wel een probleem: het meten van de precieze stikstof-uitstoot is niet makkelijk, en er is nog geen eenduidigie richtlijn voor. Die moet eerst gemaakt worden, en dus kan er pas over 5 tot 8 jaar een heffing komen.Vliegtuigbrandstof kan schoner worden, bijvoorbeeld door biokerosine te gebruiken. Ook kunnen brandstofleveranciers de hoeveelheid aromaten in de kerosine omlaag brengen. Dan is de brandstof schoner en komen er minder vervuilende deeltjes los bij verbranding. Het maakt de brandstof echter wel duurder, omdat producenten hun proces aan moeten passen. Overstappen naar schonere en/of duurzamere brandstoffen zal dus ook jaren duren.Door gebieden waar de atmosfeer kwetsbaarder is voor broeikasgassen te vermijden kan het effect van de uitstoot minder worden. Daarom zouden maatschappijen hun vliegroutes moeten aanpassen. Maar daarvoor moeten wetenschappers eerst in kaart brengen wat de meest kwetsbare gebieden zijn, en vervolgens moet het hele internationale systeem van vliegroutes op de schop. Ook deze maatregel zal dus niet op korte termijn komen.Minder vliegenHoewel de onderzoekers dus slimme oplossingen voor het grotere klimaatprobleem van luchtvaart geven, is geen van de mogelijkheden snel in te voeren. Alleen minder vliegen kan zowel de CO2- als de niet-CO2-uitstoot omlaag brengen.Lees ook: Grote werkgevers willen ook na corona minder vliegenBron: EASA | Beeld: Adobe Stock