Nancy Kabalt 11 oktober 2024, 11:00

To Tesla or not to to Tesla?

Hoewel columnist Nancy Kabalt bij voorkeur de trein en de fiets pakt, is het tijd voor een nieuwe auto. Het leasecontract van haar betrouwbare Tesla was tot het uiterste opgerekt. Wat nu, is dus de vraag.

Nancy Kabalt columnist Change Inc Liever een bak met minder smoel, maar zonder schaamte, schrijft columnist Nancy Kabalt.

Ooit was de keuze duidelijk: een snelle, grote bak met smoel. Ja, ik heb gereden in een BMW 5 serie. Maar dat tijdperk heb ik lang achter me gelaten. Volledig elektrisch is nu mijn eis. Maar de ene elektrische auto is de andere niet, dus wat weeg je mee bij zo’n besluit?

Elon Musk versus China

De eerste gedachte ging uit naar een nieuwe Tesla. Elon Musk, zijn Tesla en ik hebben toch een band gekregen in de afgelopen zeven jaar. Maar dat ligt nu wat lastiger. Elon is in de loop der jaren nogal ver afgedwaald van de idealen die mij aanspreken. Op zijn eigen mediaplatform steunt hij inmiddels, zonder gêne, de Trump-campagne. Trump: de man die denkt dat windmolens kanker veroorzaken en elektrische auto’s op toverstof rijden. Inmiddels kraamt hij zoveel onzin uit dat de factcheckers van CNN het niet kunnen bijhouden. Elon valt dus om morele redenen af.

Misschien dan zo’n mooie Chinese EV? Ze staan bekend om hun futuristische designs, coole technologie en, laten we eerlijk zijn, hun prijskaartje dat net iets minder pijn doet in de portemonnee. Maar dan ga ik twijfelen: hoe betrouwbaar zijn Chinese merken als Xpeng, Nio, MG en ook het ooit Zweedse Volvo in Europa? Er gaat iets door mijn hoofd over geopolitiek, handelsbarrières en het idee dat mijn auto op elk moment kan besluiten mijn persoonlijke data rechtstreeks naar Beijing te sturen. Ook hier dus morele dilemma’s. En een praktische: blijven de Chinese onderdelen wel beschikbaar in Europa?

Iets Europees dan maar?

Dan maar een auto van Europese makelaardij? Europa, de innovatieve bakermat van… bier en kaas. Maar auto’s? Daar hebben we de boot behoorlijk gemist. Terwijl Elon en de Chinezen in hun ruimtepakken over Mars nadachten, waren wij druk bezig met het perfectioneren van de handgeschakelde versnellingsbak.

Zo zit het Mercedes-dashboard ook bij de nieuwste modellen vol met… tellers. Alsof ik in 1995 ben beland en je aan de hand van tellertjes moet inschatten hoeveel benzine er in de tank zit. Waar is mijn holografische projectie van de snelheid? Waar is mijn kunstmatige intelligentie, zoals NOMI in Nio’s, die mijn Spotify-lijstjes automatisch aanpast aan mijn stemming?

Daarbij is de actieradius van Europese merken relatief laag, deels doordat een batterij gemonteerd wordt in een te zwaar carrosserie uit het fossiele tijdperk. Of zoals een Mercedes verkoper tijdens de EV Experience zei: “We kunnen dan ook nog overstappen op waterstof”. De echte focus op elektrische voertuigen ontbreekt.

De Europese merken doen hun best, maar je voelt gewoon dat ze te laat begonnen zijn. De technologie is niet zo hoogstaand. Er lijkt altijd iets te ontbreken. De sprankel mist. En ze zijn absurd duur.

Minder sexy, wel hypermodern

Wat ik ook kies, het blijft een beetje schipperen. Of toch niet?

Dit voorjaar mocht ik met een handelsmissie naar Zuid-Korea en was diep onder de indruk van het land. Het was verbazingwekkend modern. Zo liep er op de luchthaven een robotje met me mee om mijn handbagage te dragen en wemelde het in Seoul van de testwegen waar je op autopilot mag autorijden. Daarbij is het land een democratische enclave in Azië. En ze maken er Kia’s en Hyuandai’s. Ik moet toegeven dat het auto’s zijn waar ik iets minder spark bij voel. Echt sexy is het niet, maar ze zijn goed geprijsd en hyper innovatief.

Mijn vrienden uit Amerika gaven de doorslag, ze hebben hun Tesla inmiddels beplakt met een ‘I bought it before he went nuts’ sticker. Een begrijpelijke disclaimer, die mij laat voelen dat mijn Tesla-liefde echt definitief voorbij is.

Liever een bak met minder smoel, maar zonder schaamte. Goed leiderschap is ook wat waard…

Lees ook:

Nancy Kabalt heeft ruim twintig jaar ervaring in de energiesector en was onder andere algemeen directeur van netbeheerder Stedin. Inmiddels is ze als toezichthouder betrokken bij diverse energiebedrijven, zoals FastNed en Sympower. Ze is ook oprichter van consultancy- en interimbedrijf Windkracht5.

Rotterdamse metro- en tramnet van RET wordt grote batterij voor laadpalen

Het elektriciteitsnet in Nederland zit op de meeste plaatsen vol. Vanwege die netcongestie kunnen nieuwe, grote bedrijven of wind- en zonneparken niet meer aangesloten worden. De RET wil in Rotterdam meehelpen die congestie op te lossen. Het OV-bedrijf transporteert jaarlijks 90.000 megawattuur stroom over zijn net, ongeveer net zoveel als het jaarverbruik van 36.000 huishoudens. Maar als de trams en metro’s ’s avonds en in de daluren stilstaan, is er nog transportruimte genoeg over op dat netwerk. “Wij hebben een heel groot energienetwerk, net als vele OV-bedrijven. Daar moeten we slim mee omgaan en het optimaal gebruiken”, vertelde Leo Vliegenthart, assetmanager bij RET, tijdens het congres ‘Noodzaak van Storage’ in Den Haag. Langste verlengsnoer Hij noemt het net van OV-bedrijven als de RET het ‘netwerk van de toekomst’. “Eigenlijk is ons netwerk gewoon het langste verlengsnoer van Rotterdam. We lopen van noord naar zuid en van oost naar west. Vroeger was het gewoon een eigen netwerk om te zorgen dat je rijdt. We hebben grote pieken in de ochtend en in de avond, maar op de dag minder en ‘s nachts rijden we helemaal niet”, vertelt hij. Al die overtollige capaciteit kan volgens hem maatschappelijk nuttig gebruikt worden. Dat gebeurt nu door het stroomnet van de RET te verbinden met de elektrische laadpleinen die de gemeente Rotterdam aanlegt bij de metrostations Meijersplein en Rotterdam Alexander. In feite fungeert het RET-net zo als een grote batterij. Landelijk DC-net Dat kan niet zomaar. In Nederland beheren netbeheerders de stroomnetten. Om een eigen elektriciteitsnet te mogen beheren moet de Autoriteit Consument & Markt (ACM) een ontheffing verlenen voor een zogeheten gesloten distributiesysteem (GDS). Die ontheffing kreeg de RET in juli van dit jaar. Daardoor kunnen de laadpleinen straks geladen worden via het stroomnet van de RET. Behalve het oplossen van de lokale netcongestie heeft dat nog een ander voordeel: het stroomnet van de RET werkt op gelijkstroom (DC) en niet op wisselstroom (AC), zoals het Nederlandse net. Omdat elektrische voertuigen ook op DC rijden, kunnen ze via een DC-net sneller laden. “Dit is de landelijke start om het DC-net te delen”, stelt Vliegenthart. “We moeten die netten van de vervoersbedrijven vaker gebruiken en aan elkaar koppelen.” Verder kunnen aannemers die aan de tram- of metrosporen werken hun elektrisch materieel ter plekke opladen via het RET-net via een omvormer aan de bovenleiding. Zonder de trams en metro’s te storen.Leo Vliegenthart van de RET legde tijdens het congres uit hoe het precies werkt en wat de voordelen zijn.Extra stopcontact Van het overtollig vermogen van het metro- en tramnet 's nachts en op daluren kan het OV-bedrijf 220 megawatt beschikbaar stellen. Daarmee kan de RET een aardige stekkerdoos zijn voor Rotterdam. Als andere OV-bedrijven aanhaken bij het initiatief, krijgen veel grote steden er een extra stopcontact bij. Zo is ProRail al aan het kijken of het treinstroomnet op deze manier ingezet kan worden. Ook de Haagse Tram Maatschappij (HTM) heeft inmiddels van de ACM toestemming gekregen om zijn bovenleidingen te mogen inzetten voor laadpalen. Energiebank Maar de RET heeft niet alleen stroomcapaciteit over, het heeft zelf ook een probleem. Het OV-bedrijf komt op sommige momenten energie tekort. Omdat er in de toekomst meer elektrisch vervoer bij komt naar nieuwe wijken en tijdens grote evenementen, moet de RET investeren in nieuwe onderstations, die de stroom leveren aan de tram- en metrolijnen. Dat zou 28 miljoen euro kosten. Die extra capaciteit zou slechts 30 dagen per jaar nodig zijn. De oplossing: een batterij. Of zoals RET hem noemt: een energiebank. Op 2 december wordt de batterij van 1 megawatt geopend. Een Europese primeur. Remenergie opslaan Volgens Vliegenthart lost de batterij veel problemen op. De RET hoeft geen miljoenen te investeren in onderstations. Daar is ook geen ruimte voor en regionaal netbeheerder Stedin zou die acht of negen stations ook niet kunnen aansluiten. De batterij gaat ook remenergie van trams opslaan en terugleveren wanneer nodig. Hij is verplaatsbaar, zit in een container en kan neergezet worden waar hij op dat moment nodig is. Hij zou zelfs stroom aan derden kunnen leveren, zoals aan andere OV-bedrijven en ProRail. Vijf jaar drammen Volgens Vliegenthart is dit niet allemaal vanzelf gegaan. “Dit heeft me vijf jaar gekost. Vijf jaar drammen, zeuren en mekkeren, ook bij het ministerie. Uiteindelijk heb ik het ministerie mee”, zegt hij. Dat heeft ertoe geleid dat de OV-bedrijven op 22 oktober met het ministerie aan tafel zitten om de slimme inzet van hun netwerken en van batterijen op landelijke schaal te bespreken. Lees ook: Netcongestie in Groningen? Novar bouwt gewoon zijn eigen elektriciteitsnetBatterijopslag in Nederland verdriedubbeld: eigenaren zonnepanelen kopen massaal thuisbatterijenNieuw zonnepark Almere levert stroom voor 17,5 miljoen elektrische kilometers in Metropool Regio AmsterdamNederland kan met 1.200 ‘energy hubs’ netcongestie en CO2-uitstoot fors verminderen