Marc Seijlhouwer 07 juli 2021, 11:13

Twee Duitse bedrijven gaan een vliegtuig ombouwen voor waterstof

De Duitse onderzoeksgroep H2Fly werkt samen met de nieuwe vliegtuigbouwer Deutsche Aircraft aan een waterstofvliegtuig. Dat doen ze door de motor in een bestaand vliegtuig te vervangen door een waterstofsysteem. Over vier jaar is het proefmodel af en is het omgebouwde waterstofvliegtuig het krachtigste ter wereld.

60e47385567b4a37713615c4 deustcheaircraft h2fly kallo nuesseler handshake low res Deutsche Aircraft en H2Fly voor het vliegtuig dat ze gaan verbouwen | Beeld: Deutsche Aircraft

Het vliegtuig is een Dornier 328. Dat is een model dat tot 2000 werd gemaakt en maximaal 40 passagiers kan vervoeren. Het valt onder de middelgrote vliegtuigen, en door het te verduurzamen zou het een van de grootste groene vliegtuigen op aarde worden.

De Dornier 328 heeft normaal twee propellermotoren, maar om het vliegtuig op waterstof te laten vliegen worden die vervangen door een elektrische aandrijflijn en brandstofcellen. Deze leveren gezamelijk 1,5 megawatt aan vermogen. Dat is omgerekend zo’n 2000 paardenkracht en vergelijkbaar met het vermogen dat de twee propellermotoren leverden. Daarmee is het volgens de bouwers straks het krachtigste duurzame vliegtuig. In 2025 moet het proefmodel klaar zijn.

Hele vliegtuig verbouwen

H2Fly en Deutsche Aircraft hebben dus vier jaar om het vliegtuig om te bouwen. Dat lijkt lang, maar er moet een heleboel gebeuren. De hele infrastructuur, van brandstoftank tot motor, moet eruit en vervangen worden door nieuwe technologie. In dit geval een krachtige brandstofcel, een tank die groot genoeg is om alle waterstof te herbergen en een elektrische aandrijflijn. En die techniek moet (voor zover dat nog niet gebeurde) ook goedgekeurd worden door de luchtvaartautoriteit.

Uiteindelijk willen de twee bedrijven toe naar vliegtuigen die commercieel bruikbaar zijn. In 2030 moet er een waterstofvliegtuig zijn met een vermogen van 3 megawatt dat 40 mensen kan vervoeren. Daarmee moeten dan korte-afstandsvluchten uitgevoerd worden, zodat mensen een duurzame citytrip kunnen doen.

Tegelijkertijd is het project bedoeld om de mogelijkheden van duurzame luchtvaart te tonen. Een woordvoerder van de luchthaven van Stuttgart, waar het vliegtuig straks getest wordt, zegt in het persbericht: “Het proces om luchtvaart te transformeren tot een klimaatvriendelijke vorm van luchttransport krijgt nu vaart, op een tastbare manier.” Voor alle betrokken partijen moet dit project het begin zijn van een toekomst waarin (korte) vluchten klimaatneutraal worden uitgevoerd.

Groene waterstof

Natuurlijk zijn er nog flink wat horden te nemen. Het project vertelt bijvoorbeeld niets over de oorsprong van de waterstof die het vliegtuig nodig heeft. Als de waterstof niet op groene wijze gemaakt wordt, valt het tegen met de duurzaamheid. Aan de andere kant: heel Europa verwacht dat er in de toekomst groene waterstof voorradig is. En de luchtvaart zal als één van de eersten aanspraak kunnen maken op deze duurzame brandstof, aangezien er weinig echt groene alternatieven zijn om de sector duurzaam te maken.

Toch lijkt er nog een ander alternatief te zijn voor fossiele brandstoffen: vliegen op groene stroom. Zo opende vliegschool E-Flight Academy in de buurt van Apeldoorn afgelopen maandag officieel zijn deuren door Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en waterstaat). Voor elektrisch vliegen liggen veel kansen, maar voor die toekomst aanbreekt moet er nog wel wat gebeuren.

Wil je weten waar de uitdagingen liggen voor elektrisch vliegen? Lees hier waarom het elektrische vliegtuig heel groot gaat worden.

Gemeente Apeldoorn lanceert database en marktplaats voor circulaire materialen

Gemeenten moeten om de zoveel tijd verhardingen in de openbare ruimte vervangen, zo ook de bestrating van de wijk Griffiersveld in Apeldoorn. In het traditionele proces wordt de oude straat eruit gesloopt en naar de afvalverwerker gebracht, waarna een aannemer de nieuwe straat erin legt. Dat moet meer circulair kunnen, dacht Sander Lubberhuizen, projectleider circulaire economie van de gemeente Apeldoorn. Financieel ondersteund door een innovatiesubsidie van Binnenlandse Zaken bedacht hij daarom een grondstoffenboekhouding voor alle materialen in de openbare ruimte aangesloten op een handelsplatform.Circulair bouwen“Het werkt als volgt”, begint Lubberhuizen die digitaal zijn verhaal doet. “Speciale auto’s – vergelijkbaar met de auto’s van Google – scannen met verschillende technieken de openbare ruimte. Zo verzamelen ze informatie over het materiaal waarover en waarlangs ze rijden, denk aan type steen, dikte van de steenlaag of hoogte van het trottoir en kleur. Deze informatie wordt gecombineerd met gegevens uit de gemeentelijke basis informatie (GBI).” De GBI is een database waarover elke gemeente beschikt en waar informatie te vinden is over aangekochte materialen. “Vervolgens koppelen we deze gegevens aan een online marktplaats. Eigenlijk een soort datingsite voor materialen. Vanuit het aanbod op het handelsplatform wordt er voor de gemeente gezocht naar een match met een andere partij, zoals een gemeente of aannemer, die weer gebruik kan maken van deze secundaire materialen. Zo faciliteren we circulair bouwen.”De online marktplaats werd gebouwd door Excess Materials Exchange, een bedrijf dat eerder werd uitgelicht door ons.MensenprobleemLubberhuizen werd in de ontwikkeling bijgestaan door Koos Service Design, een ontwerpbureau gespecialiseerd in procesbegeleiding. Service design is een werkmethode die uitgaat van de behoefte van de gebruiker, vertelt Joost van Leeuwen van het bedrijf. “In dit project betekent het dat we om de tafel zijn gegaan met alle belanghebbenden, zoals gemeente, bouwers, ontwerpers en planologen. We brengen duidelijk en visueel onderlinge transacties in kaart en maken bespreekbaar wat partijen van elkaar nodig hebben.”Volgens Van Leeuwen ligt de crux van vergroening ook juist bij deze interacties. “De transitie naar een duurzame maatschappij is geen technologisch probleem, het is een mensenprobleem. Door de juiste mensen bij elkaar te zetten en gezamenlijk oplossingen te verkennen, kun je een systeem veranderen.”Meer partijen zijn bezig met platformen voor circulaire materialen. Dit bedrijf wil de Amazon worden van de circulaire economie.Voorbeeldrol overheidVolgens Lubberhuizen moeten gemeenten en andere overheden kartrekker zijn in dit soort systeemveranderingen. “Gemeenten kunnen dit risico dragen, het bedrijfsleven minder”, zegt Lubberhuizen. Als wij als launching customer onze nek uitsteken en laten zien dat het werkt, zullen andere partijen ook aanhaken.”Na een succesvolle testfase, denkt Lubberhuizen dat de eerste match op de marktplaats eind dit jaar is gemaakt. Daarnaast is gemeente Ede betrokken bij dit project. Lubberhuizen: “Ik verwacht dat we in de toekomst steeds meer de waarde gaan inzien van de materialen die we als gemeente bezitten in de openbare ruimte. Als gemeente heb je al eens geïnvesteerd in de openbare ruimte, dus is het zonde om daar zomaar afstand van te doen. Gecombineerd met de grondstoffenboekhouding van de GBI en de marktplaats kunnen partijen bij nieuwe aanbestedingen rekening houden met materialen die beschikbaar zijn of dat binnenkort worden.”Ook hoopt Lubberhuizen dat gemeenten onderling meer materialen gaan uitwisselen. “Er zijn 350 gemeenten in Nederland met allemaal personen zoals ik en we kennen elkaar niet eens. Met deze toepassing hoeft het wiel niet steeds opnieuw te worden uitgevonden. En volgens mij is dat belangrijk als we zo snel mogelijk ketens willen sluiten op weg naar een circulaire economie.”