Romy de Weert 31 juli 2023, 11:25

Twee op de drie ondernemers willen fossiele auto inruilen voor elektrische

Twee op de drie mkb’ers en zzp’ers verwacht dat het binnen hun werkzaamheden mogelijk is om over te stappen van een fossiele brandstof auto naar een elektrische, blijkt uit onderzoek van ANWB Zakelijk. Eén derde verwacht dit niet te kunnen doen. Wat houdt hen tegen?

Adobe Stock 592067441 De zakelijke rijder lijkt positiever over elektrisch rijden dan de verwachte mogelijkheden. | Credits: Adobe Stock

Zakelijk verkeer en woon-werkverkeer zijn samen verantwoordelijk voor meer dan 50 procent van de gereden kilometers in Nederland. Om de CO2-uitstoot omlaag te krijgen, mogen nieuwe auto’s vanaf 2035 alleen nog maar uitstootvrij zijn. ANWB Zakelijk ondervroeg 633 ondernemers of zij al klaar zijn om hun fossiele wagen in te ruilen voor een elektrische.

Aanschafprijs is grootste nadeel

Het grootste nadeel van een elektrische auto zien de ondernemers in de aanschafprijs (69 procent). Op de tweede plaats verwachten zij dat de actieradius nog onvoldoende is (57 procent). De meerderheid geeft aan zeshonderd kilometer te willen rijden met een volle accu. Andere nadelen die genoemd worden zijn te weinig openbare laadpunten (29 procent) en zorgen om de levensduur van de accu (26 procent).

Wens naar grote actieradius is groter dan behoefte

Die argumenten zijn verrassend, ziet Patrick van Weert, Product Manager bij ANWB Zakelijk. “Uit ons onderzoek blijkt dat de wens naar een hoge actieradius groter is dan de daadwerkelijke behoefte. De helft van de ondernemers geeft namelijk aan dat zij minder dan vijftig kilometer per dag rijden.” Van Weert denkt dat deze tegenstelling deels komt doordat ondernemers niet willen afwijken van hun gewoonte om één tot twee keer in de week te tanken. “Bij een elektrische auto zouden ze namelijk iedere dag moeten opladen”, zegt Van Weert.

Daarnaast heeft het type voertuig invloed op het denkbeeld van de ondernemers, blijkt uit het onderzoek. Zo’n 60 procent van de ondernemers met een bedrijfsbus geeft aan niet elektrisch te kunnen rijden. Dit in tegenstelling tot ondernemers met personenauto’s, waar zo’n 30 procent aangeeft niet elektrisch te kunnen rijden. Binnen de groep ondernemers die leasen geeft ook 30 procent dit aan.

Vooroordelen

Van Weert: “We merken dat er veel vooroordelen zijn over elektrisch rijden. Zo gaan veel ondernemers er bijvoorbeeld vanuit dat de ruimte in een elektrische bedrijfsbus kleiner is dan in een bus die rijdt op fossiele brandstoffen. Dit is echter niet het geval”. Daarnaast merkt Van Weert dat autofabrikanten zich heel snel ontwikkelen, vooral in bedrijfsbussen. “Vooroordelen en het niet informeren lijken dus één van de oorzaken te zijn van het niet willen overstappen.”

Positief over elektrisch rijden

Toch lijkt de zakelijke rijder positiever over elektrisch rijden dan de verwachte mogelijkheden. Van alle mkb’ers en zzp’ers geeft 50 procent aan positief te denken over zakelijk elektrisch rijden. Vooral binnen de horeca, recreatie, toerisme en cultuursector (64 procent) en de gezondheids- en welzijnszorg (60 procent) is de meerderheid positief.

Ook in de beroepsgroepen die aangeven dat zij weinig mogelijkheden hebben om over te stappen, heeft een groot deel een positieve houding. Zoals in de industriële sector, waar 67 procent verwacht niet elektrisch te kunnen rijden, heeft 43 procent een positieve houding. Hetzelfde geldt voor de transport en logistieksector, waarvan 61 procent niet verwacht elektrisch te kunnen rijden, maar toch 38 procent een positieve houding heeft tegenover elektrisch rijden.

‘Ver-van-je-bedshow’

“Bij veel ondernemers is elektrisch rijden een ver-van-je-bedshow. En dat is begrijpelijk, maar wij adviseren toch om meer te informeren. Daar kun je in de toekomst echt je voordeel mee doen”, zegt Van Weert. “Voorkom onverwachte uitdagingen en wees voorbereid voor mogelijke investeringen die je in de toekomst kunt verwachten.”

Meer lezen?

Van ‘grasfalt’ naar kruidenrijk grasland door crowdfundingsactie

Deze week is de campagne 1001ha van duurzaamheidsorganisatie Urgenda en boerenorganisatie LTO Nederland van start gegaan. Voor het vierde jaar op rij worden veehouders aangemoedigd om over te stappen op kruidenrijk gras. Dat is goed voor de biodiversiteit en vermindert de hoeveelheid kunstmest en bestrijdingsmiddelen die over het land worden uitgereden. Boeren krijgen korting op de duurdere zaadmengsels - betaald door overheden én door burgers via een crowdfundingsactie. Grasfalt Op veel Nederlandse graslanden domineert Engels raaigras - een snelgroeiende grassoort met hoge voedingswaarde voor de koe. Deze velden vol één en dezelfde plant hebben weinig natuurwaarde en worden daarom ook wel ‘grasfalt’ genoemd. De monocultuur velden zijn erg kunstmest-hongerig en zorgen zo voor veel stikstof in het milieu. Mengsels van gras en kruiden zorgen voor minder behoefte aan bemesting. In het mengsel dat de boeren krijgen aangereikt, zit klaver dat van nature stikstof uit de lucht aan zich bindt. Hierdoor is kunstmest niet meer nodig. Ook trekken kruidenrijke velden bijen, vlinders en insecten aan. Daarnaast zorgen de langere wortels van de kruiden ervoor dat water beter wordt vastgehouden in de bodem. Koudwatervrees Maar boeren zijn huiverig om de overstap naar ander type gras te maken, ziet Hanneke van Ormondt, medewerker landbouw en biodiversiteit bij Urgenda. “Ze zijn bang om de controle los te laten. Als je met kunstmest werkt, weet je precies hoeveel stikstof je toevoegt. Van klaver weet je niet precies hoeveel stikstof het zal binden.” Daarom geeft 1001ha korting op de kruidenrijke graszaden, waarvan de kosten zo’n twee keer hoger liggen dan van traditionele graszaden. “We maken het zo laagdrempelig mogelijk om kruidenrijk gras uit te proberen. We zorgen ervoor dat de eerste hectares even duur zijn als Engels raaigras. We stellen verder geen eisen, we verplichten boeren tot niks. We helpen alleen de financiële drempel weg te nemen.” Een omslag Uit onderzoek van 1001ha blijkt dat boeren enthousiast zijn over deelname aan de pilot: ruim driekwart gaf vorig jaar aan door te willen gaan met het inzaaien van kruidenrijk gras. Volgens Van Ormondt wegen de extra kosten voor het kruidenrijke zaadmengsel uiteindelijk op tegen de lagere kosten voor kunstmest en gewasbescherming. De afgelopen jaren heeft het project 4.000 hectare kruidenrijk grasland gesubsidieerd, op ruim 1.000 boerenbedrijven. “Kruidenrijke graslanden nemen een enorme vlucht. Zaadverkopers zeggen dat de markt de afgelopen jaren compleet is veranderd.” Van Ormondt ziet een omslag op de Nederlandse melkveehouderijen ontstaan. “Boeren leren weer hoe graslanden er vroeger uitzagen. Toen kwamen er vanzelf kruiden in het gewas. Nu werken we met productievere kruidenmengsels, waardoor je heel hoge opbrengsten blijft halen.” Lees meer: Koplopers: Winstgevend boeren met oog voor de biodiversiteit"De schijnbare tegenstelling tussen natuur en economie moet snel worden opgeheven"Nieuw boeren: Joost van Schie laat zien hoe je in stikstofcrisis door kan met koeien en kaas